Aandachtspunten voor woningen die gebouwd zijn tussen 1970 en 1980

In de periode tussen 1970 en 1980 zijn er in Nederland veel woningen gebouwd. De architectuur van deze woningen is beter dan de architectuur van de woningen die voor 1970 zijn gebouwd. Daarnaast is de kwaliteit van deze woningen over het algemeen prima. Ten opzichte van oudere woningen zijn de onderhoudskosten lager. Er werd namelijk in de bouwperiode tussen 1970 en 1980 veel gebruik gemaakt van onderhoudsarme materialen. Bovendien werden er meer isolerende materialen toegepast. Zo werden de woningen standaard uitgerust met dubbel glas ook werd er dakisolatie en spouwisolatie aangebracht in woningen die in deze bouwperiode zijn opgeleverd.

Aandachtspunten woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd
Woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd zijn over het algemeen voorzien van materialen die beter zijn dan de woningen die voor deze periode werden gebouwd. Toch zijn er wel aandachtspunten. Zo kunnen woningen die in deze periode nog kozijnen bevatten die van een niet-duurzame houtsoort zijn gemaakt. Zo bevatten deze woningen regelmatig burenhouten gevelkozijnen. Deze zijn gevoelig voor houtrot. Sommige woningen hebben in de loop der jaren nieuwe kozijnen gekregen die gemaakt zijn van kunststof of hardhout.

Kwaaitaal- en Mantavloeren
Een behoorlijk aantal woningen uit de bouwperiode 1970 en 1980 werden voorzien van Kwaaitaal- en Mantavloeren. In totaal zijn er in Nederland 100.000 woningen in Nederland die problemen hebben met een Mantavloer. Deze woningen krijgen op den duur te maken met betonrot wat er voor zorgt dat de betonvloer afbrokkelt en haar sterkte verliest. Dit zorgt er voor dat de vloer kan breken. Ook Kwaaitaal vloeren hebben een zeer grote kans op betonrot. Deze vloeren zijn van 1965 tot ongeveer 1984 in veel woningen in Nederland aangebracht. Het repareren van een Kwaaitaalvloer en Mantavloer is meestal erg kostbaar daarom is het belangrijk dat men bijvoorbeeld bij de aanschaf van een woning goed op de hoogte is wat voor type (beton)vloer de woning heeft.

Elektrische installatie
Veel woningen die tussen 1970 en 1980 zijn gebouwd hebben een verouderde elektrische installatie die niet meer aan de eisen van 2019 voldoet. Er worden nu andere huishoudelijke apparaten gebruikt die meer elektriciteit verbruiken zoals afwasmachines, elektrische ovens, wasmachines en drogers met meer capaciteit. Al deze apparaten in combinatie met domotica toepassingen en internet of things vereisen een moderne elektrische installatie. Veel woningen uit de bouwperiode tussen 1970 en 1980 hebben daarom de afgelopen jaren een optimalisatie, renovatie en modernisering gehad van de elektrische installatie. Deze verbouwing is echter lang niet altijd zorgvuldig uitgevoerd. Met name in vochtige ruimten zoals badkamers bestaat er een vergrote kans op een onveilige elektrische installatie.

Centrale verwarmingsinstallatie
De huidige verwarmingstechniek is ook anders dan vroeger. In de jaren zeventig van vorige eeuw werden andere leidingen gebruikt voor een centrale verwarming dan tegenwoordig. Onder andere de diameter was anders. Als de cv-installatie moet worden vervangen kan dat voor extra kosten zorgen. Ook de cv-ketel zal in de afgelopen jaren vervangen zijn of zal dringend aan vervanging toe zijn.

Geluidsisolatie van woning
De geluidsisolatie van woningen is ook een aandachtspunt. Bij woningen die gebouwd zijn vóór 1978 moet gelet worden aan de geluidsisolatie tussen de woningen. Na 1978 werden nieuwe materialen en constructies toegepast voor woningscheidende wanden, zoals ankerloze spouwmuren enzovoort. Deze aanpassingen zorgden voor een betere isolatie van geluid maar ook van warmte.

Wat is een bore-out?

Bore-out is een benaming voor een psychische toestand van een werknemer of werkneemster die door extreme verveling op het werk lusteloos, verveeld of zelfs vermoeid is geworden. Bore-out kan worden beschouwd als een tegenhanger van een burn-out. Een burn-out is echter een veel bekender begrip. Bij een burn-out is er echter sprake van werkdruk en stress die er voor zorgen dat een werknemer ‘opgebrand’ raakt. Daarmee wordt bedoelt dat de werkdruk teveel energie kost van de werknemer waardoor deze oververmoeid raakt. Bij een bore-out is er echter geen sprake van bovenmatige werkdruk maar juist van eentonig werk waardoor het werk als saai of zelfs nutteloos wordt ervaren.

Hoe ontstaat een bore-out
Werknemers die gedurende lange periode eentonig werk uitvoeren kunnen daardoor zo verveeld raken dat ze psychische klachten krijgen. Dit kan bijvoorbeeld door routinematig werk maar ook doordat men werk doet wat te eenvoudig is waardoor er een gebrek aan motivatie ontstaat. Werknemers die niet gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan kunnen soms letterlijk met moeite opstaan uit hun bed om naar het werk te gaan. Doordat ze niet worden uitgedaagd door hun werkzaamheden en geen afwisseling in taken hebben kan de motivatie afnemen wat zich kan uiten in vermoeidheid en sufheid. De Zwitserse organisatieadviseurs Philippe Rothlin en Peter Werder hebben de term “Bore-out” ingevoerd. Ze hebben de term gebruikt voor verveling en een gebrek aan motivatie van werknemers om werkzaamheden uit te voeren.

Overbelasting en onderbelasting
Als er bij een burn-out sprake is van een overbelasting van de werknemer dan is er bij een bore-out juist sprake van een onderbelasting van de capaciteiten van de werknemer. Het onderbelasten van een werknemer is een verschijnsel waar rekening mee gehouden moet worden door zowel de leidinggevenden als de werknemers zelf. Een werknemer te zwaar belasten is niet goed maar te weinig belasten van de werknemer kan ook risico’s met zich mee brengen. Veel werknemers willen zich verder ontwikkelen en hopen dit te kunnen en mogen doen bij hun werkgever.

Dit is echter niet altijd mogelijk. Werknemers kunnen dan kiezen om verder te solliciteren maar daar heeft niet iedere werknemer voldoende lef of mogelijkheden voor. Sommige werknemers dreigen een bore-out te krijgen maar durven niet verder te solliciteren naar een baan bij andere bedrijven omdat ze dan bang zijn hun vaste contract op te geven voor een onzekerder flex arbeidsverband. Doordat de situatie niet veranderd kan een werknemer ‘vastgeroest’ raken waardoor de werknemer zich ongelukkig kan voelen. Ook de omgeving, bijvoorbeeld de thuissituatie, kan druk uitoefenen op de werknemer om zichzelf verder te ontwikkelen terwijl dit onder de huidige omstandigheden niet mogelijk is.

Kwalitatieve en kwantitatieve onderbelasting
Het gebrek aan uitdaging kan verschillende oorzaken hebben. Deze oorzaken hebben altijd te maken met de medewerker in relatie met de werkomgeving of arbeidsomstandigheden. Denk hierbij aan het opleidingsniveau van de werknemer in relatie met het kennisniveau dat nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Ook is het mogelijk dat een medewerker meer werk aan kan dan er geboden wordt. Soms is het aanbod aan werk tijdens een werkdag gering. Als er weinig werk te doen is heeft men het kwantitatieve onderbelasting. Als er wel voldoende werk is maar weinig inspirerend of weinig uitdagend werk dan heeft men het over kwalitatieve onderbelasting.

Bore-out voorkomen
Een bore-out kan net als een burn-out de duurzame inzetbaarheid van werknemers in gevaar brengen. Daarom is het verstandig dat werkgevers tijdig gesprekken aangaan met werknemers over hun ambities en mogelijkheden binnen de organisaties. Een bore-out kan namelijk worden voorkomen. Ook werknemers moeten goed bij zichzelf nagaan of ze hun werk nog wel uitdagend genoeg vinden. Daarbij kunnen ze wellicht ook zelf invloed uitoefenen op de diversiteit en kwantiteit in het takenpakket. Een goed overleg met een loopbaanbegeleider of loopbaancoach zou ook een oplossing kunnen bieden wanneer een overleg tussen een werknemer en werkgever onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.

Bore-out en veiligheid
Door een bore-out kan ook de betrokkenheid en de concentratie van de werknemer achteruitgaan. Dat is ongewenst omdat daardoor ook de veiligheid in het geding is. Als mensen minder betrokken zijn bij hun werk en bij hun omgeving bestaat de kans dat er fouten ontstaan of onveilige situaties niet tijdig worden geconstateerd en gerapporteerd. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de werknemer zelf maar ook voor de personen, materialen en het milieu. Het voorkomen van een bore-out is daarom ook vanuit het oogpunt van veiligheid erg belangrijk.

Wat is commissioning van installaties?

Commissioning is een Engelse term die in de procestechniek wordt gebruikt voor controle van installaties voordat deze in gebruik worden genomen. In feite is commissioning een speciale vorm van controle die ook wel verband houd met het inbedrijf stellen van installaties. De laatst controle die wordt uitgevoerd voor de ingebruikname van installaties wordt vaak pre-commissioning genoemd. De werknemers die deze laatste controle uitvoeren worden om die reden pre-commissioning engineers genoemd. Deze werknemers moeten er voor zorgen dat de veiligheid, kwaliteit en functionaliteit van installaties wordt gewaarborgd en geoptimaliseerd.

Doelstelling van commissioning

Commissioning is een verzameling van activiteiten waarmee een bevoegd persoon controleert over een machine of installatie over de gewenste kwaliteitseisen en functionaliteiten voldoet. Deze controle is echter niet vrijblijvend. Een opdrachtgever, nutsbedrijf, wetgever, overheid of een externe kwaliteitsinstantie stelt van te voren eisen en richtlijnen op waaraan de installatie of machine moet voldoen. Deze richtlijnen zijn over het algemeen geënt op internationale normen, keurmerken en (machine)richtlijnen. De doelstelling van alle controles die worden uitgevoerd voor de commissioning is dat het systeem veilig en goed in gebruik genomen kan worden.

Het belang van commissioning
Commissioning is van belang omdat tijdens de ontwikkeling, bouw en installatie van een systeem fouten en gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Deze fouten kunnen er voor zorgen dat er tijdens de ingebruikname van de installatie of op een later tijdstip problemen of calamiteiten kunnen ontstaan. Dat moet uiteraard voorkomen worden. Daarom wordt commissioning en pre-commissioning met name in de chemische sector waaronder de olie- en gasindustrie toegepast als definitief controlemiddel om problemen in de toekomst de voorkomen en de veiligheid en deugdelijkheid van een installatie te waarborgen.

Pre-commissioning engineer en commissioning engineer
De commissioning en de pre-commissioning worden door speciale techneuten uitgevoerd. Daarvoor zijn functies ontwikkeld zoals pre-commissioning engineer en commissioning engineer. Deze engineers zijn technisch uitstekend onderlegd en zijn bovendien ook bevoegd om installaties te keuren. Daarvoor krijgen ze overigens ook uitdrukkelijk toestemming doormiddel van een specifieke werkvergunning. Een pre-commissioning engineer en een commissioning engineer heeft naast technische opleidingen vaak ook verschillende veiligheidstrainingen en kwaliteitsgerichte opleidingen en cursussen gevolgd om zijn of haar werk zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. Dat moet ook wel want de installatie of het systeem wordt na de controle van deze engineer in gebruik genomen.

Wat is een tropenrooster?

Een tropenrooster is een aanpassing in de een indeling van de dag of week van een basisschool of bedrijf die gebaseerd is op het zoveel mogelijk vermijden van leren en werken onder warme temperaturen. In feite probeert men met een tropenrooster het werk of het leerproces onder aangenamere temperaturen te laten uitvoeren dan het normale of standaard rooster. Een tropenrooster is vooral een term die wordt gebruikt in het onderwijs en dan met name op de basisschool maar steeds meer bedrijven gebruiken deze term om hun roosters aan te passen. Dit doen ze als er sprake is van een hittegolf of een andere langdurige periode waarin werknemers worden gehinderd door hitte. Het bestuur van basisscholen en het bedrijfsleven hebben van de overheid een grote mate van vrijheid gekregen om een tropenrooster in te stellen als er sprake is van zeer warm weer.

Doelstelling tropenrooster
Het doel van het tropenrooster is het welzijn van de werknemers, leerlingen en docenten te bevorderen. In het bedrijfsleven wordt steeds vaker de term tropenrooster gebruikt en wordt ook een dergelijk rooster ook vaker ingevoerd. Daarbij kun je denken aan een verschuiving van de werkuren zodat men eerder gaat beginnen met werken en daardoor ook eerder kan stoppen. Dat betekent in de praktijk dat men meestal in de vroege ochtend start wanneer het nog enigszins koel is en in de middag stopt wanneer het warm is. Naast de gezondheid van de werknemers en leerlingen is het tropenrooster ook bevorderlijk voor de productiviteit van een bedrijf. Onder hoge temperaturen neemt namelijk de concentratie van mensen af en raakt men bovendien sneller vermoeit en uitgeput.

Waarom een tropenrooster invoeren?
Wettelijk is er geen verplichting die bepaald dat er een tropenrooster moet worden ingevoerd en bij welke temperaturen het werk stilgelegd moet worden. Wel komt er vanuit de Arbowetgeving duidelijk naar voren dat werkgevers en werknemers verantwoordelijkheden dragen als het gaat om veilig werken en het bevorderen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers en alle andere aanwezigen op de werkvloer of het bedrijfsterrein. Werken onder hoge temperaturen in de volle zon is zeer risicovol en moet daarom zoveel mogelijk vermeden worden. Als een tropenrooster daarbij een oplossing kan bieden dan verdient het de aanbeveling om een dergelijke roosteraanpassing in te voeren.

Technicum uitzendbureau: tips over veilig werken onder hoge temperaturen

Het klimaat verandert en dat betekent dat er grotere verschillen ontstaan in de temperatuur. Er zijn periodes waarin er sprake is van langdurige hitte. Met name in de techniek kan dat zorgen voor problemen want veel technisch werk is buiten. Bovendien moet men in de techniek in het kader van veiligheid en gezondheid persoonlijke beschermingsmiddelen, werkkleding en werkschoenen dragen die onder hoge temperaturen vaak voor een extra opwarming van het lichaam zorgen. Technicum uitzendbureau heeft in samenwerking met Technischwerken.nl de volgende tekst geschreven over veilig werken onder hoge temperaturen.

Wanneer is het te warm om te werken?
Dat is een vraag die bij Technicum regelmatig naar voren komt in de zomerperiode. Er is echter geen duidelijk antwoord op te geven want er is geen wettelijke grenswaarde die bepaald dat er vanaf een bepaalde temperatuur niet meer gewerkt hoeft te worden. Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangegeven dat werkgevers na horen te denken over maatregelen wanneer de temperatuur hoger is dan:

  • 25 graden: voor werknemers die zwaar fysiek werk doen;
  • 26 graden: voor werknemers die fysiek werk doen;
  • 28 graden: voor werknemers die licht fysiek werk of kantoorwerk doen.

Vanuit de Arbowetgeving wordt ook benadrukt dat niet alleen de omgevingstemperatuur bepalend is voor de temperatuurbeleving van werkzaamheden. Andere factoren die invloed hebben op de temperatuurbeleving zijn de relatieve luchtvochtigheid. Ook de luchtsnelheid of luchtstroming heeft invloed op de temperatuurbeleving. Het dragen van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen heeft ook een invloed. Het lichaam moet de warmte ook kwijt kunnen. Als het lichaam te veel bedekt is kan het de warmte niet kwijt.

Ook het verdampte zweet kan niet wegkomen waardoor men oververhit kan raken. Iemand die veel beweegt en zware lichamelijke arbeid verricht zal eerder problemen krijgen met de hitte dan iemand die nauwelijks beweegt en een kantoorfunctie heeft. Toch heeft ook het werk op kantoor bepaalde risico’s. direct invallend zonlicht kan de temperatuur in een ruimte behoorlijk laten stijgen. Er ontstaat veel warmteontwikkeling en bovendien kan zonlicht op glas verblindend werken en zorgen voor een gestoorde waarneming op beeldschermen.

Risico’s van het werken in de hitte
Het werken bij hoge temperaturen, vooral in de zon, brengt extra risico’s met zich mee. Werken in de zon kan de warmtebalans verstoren. Dit doet zich meestal voor bij werknemers die in de buitenlucht werken (zoals bouwvakkers, wegwerkers en hoveniers). De UV straling kan de huid verbranden dit is pijnlijk maar kan ook op termijn leiden tot huidkanker wat zeer ernstig is. Bovendien kan werken in de zon zonder hoofdbescherming leiden tot een zonnesteek.
Spieren die veel bewegen kunnen bij hoge temperaturen sneller oververhit raken. Daardoor neemt de kracht van de spieren af en neemt ook de effectiviteit af. Werknemers krijgen dan meer moeite met het verplaatsen van bepaalde gewichten terwijl ze daar onder normale temperaturen onder de 25 graden minder last mee hebben. Daarnaast zal ook de concentratie ook iets afnemen. Dit concentratieverlies treed al op als iemand langer dan een uur in de hitte werkt. Bovendien kan dit er voor zorgen dat er een grotere kans ontstaat op ongevallen.

Warmteziektes
Een te hoge omgevingstemperatuur is niet goed voor mensen als ze langdurig aan deze temperatuur worden blootgesteld. Werken onder hoge temperaturen kan zorgen voor ernstige ziekteverschijnselen. Men heeft het daarbij ook wel over warmteziektes. De volgende warmteziektes kunnen optreden:

  • Warmte-uitslag: doordat de huid langdurig vochtig is door zweet raken de zweetklieren verstopt. Dat zorgt er voor dat de huid minder goed haar warmte kwijt kan. Zweten wordt lastiger en er ontstaan blaasjes die een jeukend en brandend gevoel geven.
  • Hittekrampen: dit is een probleem dat vooral ontstaat in de spieren en gewrichten. Bij langdurige hitte ontstaan krampen in met name de benen en buikspieren. Deze krampen ontstaan niet alleen door de hitte maar vermoedelijk ook door een gebrek aan zout.
  • Hitte-uitputting: bij zware inspanning en hoge temperaturen raakt het lichaam uitgeput. Het lichaam heeft onder hoge temperaturen moeite om de bloedvoorziening naar de spieren, hersenen en huid op peil te houden. Als men stopt met werken en de inspanning dus stopt kan men ook onwel worden. Dit komt omdat de bloeddruk dan ineens te snel naar beneden gaat. Mensen die last hebben van hitte-uitputting wordt bleek in het gezicht en krijgen vaak last van hoofdpijn, duizeligheid en lopen minder stabiel (worden wankel). Kenmerken zijn onder andere bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn en een onstabiele loop.
  • Hitteberoerte: als een hitte-uitputting ernstiger wordt spreekt men van een hitteberoerte. Dan krijgt men echt last van koortsklachten en kan de lichaamstemperatuur boven de 41˚C komen. Dit zorgt er voor dat het zenuwstelsel wordt aangetast. De kenmerken van hitte-uitputting zijn merkbaar maar er komen nog meer symptomen bij. Zo kunnen mensen met een hitteberoerte ook last krijgen van een rode of hete droge huid, krampen en stuiptrekkingen. Daarnaast treed er vaak ook een gedragsverandering op. Men toont vaak ook afwijkend gedrag. Zo kan men verward, chagrijnig, prikkelbaar of agressief worden. Ook kan men last krijgen geheugenverlies. Tot slot kan men bewusteloos raken of zelfs sterven.

Risicogroepen
Het effect van warmte op het lichaam van een mens verschilt. Er zijn bepaalde risicogroepen die extra gevoelig zijn voor hitte. Vrouwen hebben over het algemeen meer last van de warmte dan mannen. Voor werknemers die vallen in de volgende categorieën is werken bij hoge temperaturen extra gevaarlijk:

  • Zwangere werknemers
  • Werknemers met een slechte conditie
  • Werknemers met een extreem laag gewicht (minder dan 50 kg)
  • Werknemers met een hoog vetgehalte
  • Werknemers met hart- en vaatziekten
  • Werknemers die geneesmiddelen gebruiken

Mensen die tot bovenstaande categorieën behoren moeten extra voorzichtig zijn. Als ze last krijgen van bepaalde symptomen die hiervoor zijn genoemd is het verstandig om even een stapje terug te doen en verkoeling op te zoeken. Uit voorzorg kunnen ze advies inwinnen bij een huisarts of bedrijfsarts over werken onder hoge temperaturen.

Maatregelen bij het werken in de hitte
Hitte vormt een extra risico op het werk. Het is belangrijk dat werkgevers zorgen voor het welzijn van werknemers en het werken bij hoge temperaturen zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Als voorkomen van werken onder hitte echt niet mogelijk is moet de werkgever de risico’s beperken door:

  • Een goede ventilatie en luchtstroom realiseren;
  • De duur van werkzaamheden in de warmte verkorten door bijvoorbeeld meer pauzes in te voeren;
  • Ook kan men juist eerder starten met werken in de koele ochtenduren zodat de werknemers ook eerder hun werkzaamheden kunnen stoppen. Hierbij kun je denken aan een zogenaamd tropenrooster.
  • Werkzaamheden moeten zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de schaduw of op andere koele plaatsen. Het is belangrijk dat de werkgever de werknemer regelmatig laat wisselen met werk op een koelere plek;

Wat kunnen werknemers zelf doen om de risico’s beperken:

  • Draag indien mogelijk zoveel mogelijk luchtige kleding.
  • Drink veel water;
  • Probeer zoveel mogelijk in de schaduw te werken:
  • Bedek je hoofd met een pet die voldoende schaduw werpt op je gezicht;
  • Smeer je in met zonnebrandcrème met een goede beschermingsfactor:
  • Zorg dat je genoeg rust krijgt en houdt pauzes in de schaduw indien mogelijk;
  • Zorg dat het zoutgehalte in het lichaam op peil blijft. Doordat je zweet verliest je lichaam (te) veel zout.

Blijf veilig werken
Werken onder hoge temperaturen is voor veel werknemers onprettig. Vooral wanneer men warme werkkleding draagt is de verleiding misschien groot om die warme lasoverall of die bedompte bouwhelm niet te gebruiken bij deze hitte. Dat is echter niet verstandig. Deze beschermingsmiddelen zijn noodzakelijk voor je eigen veiligheid en gezondheid. Door de hogere temperaturen verliest men vaak de concentratie waardoor de kans op ongevallen groter wordt. Om die reden is het belangrijk om in ieder geval de veiligheidsvoorzieningen en persoonlijke beschermingsmiddelen te benutten. Als je veel last hebt van hitte moet je overleggen met de leidinggevende. Met hem of haar kun je afspraken maken of het mogelijk is dat je:

  • Je tijdelijk ander werk kunt doen waarbij je deze PBM’s niet hoeft te dragen;
  • Je tijdelijk kunt werken in koelere omgeving;
  • Je extra pauzes mag nemen waarbij je in een koelere omgeving wat kunt afkoelen.

Taken en verantwoordelijkheden mangatwacht

Een mangatwacht of een buitenwacht is een functie die met name gericht is op het bevorderen van veilig werken en het voorkomen van ongelukken of het beperken van schade en letsel als er ongelukken plaatsvinden in besloten ruimtes die doormiddel van een mangat kunnen worden betreden. Een mangatwacht werkt meestal in een industriële omgeving. Daarbij werkt een mangatwacht meestal niet alleen. Hij werkt samen met mensen die achter het luik/ mangat werkzaam zijn.

Echter mag hij de besloten ruimte achter het luik niet betreden. In plaats daarvan heeft de mangatwacht de verantwoordelijkheid om met de persoon achter het mangat te communiceren en tijdig hulpdiensten of andere instanties in te schakelen wanneer er een ongeluk of calamiteit plaatsvind. Hoewel het wacht houden bij een mangat op het eerste oog heel passief werk lijkt moet de aandacht van een mangatwacht niet verslappen. Hij of zij moet alert blijven op eventuele problemen of misstanden en moet hier effectief op anticiperen. Daarvoor krijgen een mangatwacht vaak veiligheidstrainingen waaronder VCA. In de volgende alinea zijn de taken en verantwoordelijkheden van een mangatwacht nog even puntsgewijs genoteerd.

Wat doet een mangatwacht?
Een mangatwacht heeft een aantal taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn meestal vastgelegd in een werkinstructie of personeelsinstructieformulier. Op deze documenten zijn meestal de volgende taken duidelijk aangegeven:

  • Is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen veiligheid en de veiligheid van de collega’s die achter een ‘mangat’ werken.
  • Een mangatwacht mag nooit de werkplek verlaten wanneer er nog een werknemer of meerdere werknemers achter het mangat in de al dan niet afgesloten ruimte werken.
  • Een mangatwacht dient contact te houden met de werknemers die in de afgesloten ruimte werken. Daarvoor dient de mangatwacht de voorgeschreven communicatiemiddelen te gebruiken.
  • Een mangatwacht dient de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.
  • Bij calamiteiten in de afgesloten ruimte of op in de algehele werkomgeving draagt de mangatwacht er zorg voor dat de werknemers die achter het mangat werken zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht.
  • Een mangatwacht moet bij calamiteiten zo snel mogelijk contact opnemen met de veiligheidsfunctionaris of een andere functionaris die verantwoordelijk is voor de coördinatie van calamiteitenplan/ ontruimingsplan. Deze melding moet gedaan worden zonder het mangat te verlaten.
  • Een mangatwacht mag de besloten ruimte niet betreden, hij of zij dient buiten het mangat te communiceren met de werknemers en andere partijen.
  • De communicatie apparatuur die de mangatwacht ter beschikking krijgt dient alleen voor het werk en de veiligheid van de werknemers gebruikt te worden. Daarom dienen de communicatielijnen zoveel mogelijk vrij te zijn.

OHSAS 18001-certificaat

OHSAS 18001 is een Britse certificering voor een Arbomanagementsystemen die internationaal wordt toegepast. De afkorting OHSAS staat voor “Occupational Health and Safety Assessment Series” maar officieel noemt men deze certificering BS OHSAS 18001. De OHSAS 18001 bevat normen met betrekking tot arbeidsomstandigheden die internationaal zijn overeengekomen en ook aansluiten bij de regelgeving in de Europese Unie op het gebied van arbeidsomstandigheden. De OHSAS 18001 certificaten worden afgegeven certificerende instellingen die onafhankelijk zijn. Deze instellingen zijn door Raad voor Accreditatie geaccrediteerd. Hieronder staat meer informatie over OHSAS 18001.

Waarom een OHSAS 18001-certificaat?
OHSAS 18001 is de wereldwijd geaccepteerde norm waarin eisen zijn vastgelegd met betrekking tot een arbomanagementsysteem. Het arbo-managementsysteem maakt inzichtelijk hoe de arbeidsomstandigheden in de organisatie worden geïnventariseerd, geëvalueerd en geoptimaliseerd. Op die manier worden de veiligheid en de gezondheid van de werknemers beter beschermd en wordt bovendien het arbeidsklimaat van de organisatie geoptimaliseerd. De arbeidsomstandigheden verschillen echter per sector en per bedrijf.

Arbomanagementsysteem is maatwerk
Dat zorgt er voor dat een arbomanagementsysteem maatwerk is. Met een arbomanagementsysteem worden de mogelijke gevaren en risico’s die binnen de organisatie aanwezig (kunnen) zijn geïdentificeerd en geëvalueerd zodat deze effectief kunnen worden bestreden en de veiligheid kan worden geoptimaliseerd. Bij het arbomanagementsysteem kijkt men overigens niet alleen naar de fysieke belasting en de fysische omstandigheden. Er wordt ook aandacht besteed aan psychosociale arbeidsbelasting en machineveiligheid.

Eisen vanuit de OHSAS 18001
Voor een arbomanagementsysteem kan men de ‘plan-do-check-act’ cyclus (PDCA) gebruiken. Naast deze uitvoeringscyclus worden door de OHSAS 18001 ook eisen gesteld aan de resultaten van het managementsysteem. Een belangrijke eis is dat het arbomanagementsysteem gericht moet zijn op een voortdurende verbetering van de arbeidsomstandigheden. Daarnaast moet het systeem er voor zorgen dat de arborisicico’s worden beheerst door de toepassing van plannen en acties van het bedrijf. Verder moet het arbomanagementsysteem voldoen aan alle wettelijke eisen die hierop van toepassing zijn.

OHSAS 18001 en de ISO 45001
OHSAS 18001 is internationaal dat houdt in dat verschillende landen over de gehele wereld de OHSAS 18001 hebben overgenomen als nationale norm voor het arbomanagementsysteem. Deze norm sluit met betrekking tot de opzet goed aan bij de ISO 14001-norm. Op het niveau van ISO wordt op dit moment gewerkt aan de ontwikkeling en formulering van een ISO-norm voor arbomanagementsystemen. Dit zal de ISO 45001 worden.
Wanneer de ISO 45001 standaard is aanvaard als een officiële norm zullen organisaties een aparte certificering voor ISO 45001, ILO-OSH of andere erkende certificeringen moeten aanvragen zodra hun bestaande certificering is verstreken. Ook de organisaties die gecertificeerd zijn voor OHSAS 18001 zullen dan moeten overgaan op een ISO 45001 certificering. Deze organisaties zullen dan geen OHSAS certificaat meer hebben maar een ISO 45001 certificaat nadat ze natuurlijk succesvol zijn gecertificeerd door een speciale ISCO 45001 geaccrediteerde keurinstantie.

Wat is lockout-tagout (LOTO)?

Lockout-tagout (LOTO) wordt ook wel lock en tag genoemd en is een veiligheidsprocedure die wordt gebruikt om gevaarlijke machines afgesloten te houden wanneer er onderzoek en reparaties aan de machines wordt verricht. door het lockout-tagout systeem kunnen machines niet zomaar weer worden opgestart omdat de machine op slot is gezet.

Werking lockout-tagout
Lockout-tagout is een veiligheidsprocedure waarbij gebruik wordt gemaakt van een speciaal soort slot. Dit slot bestaat uit een oogvormig slot met daaraan twee labels die voorzien zijn van gaatjes. Wanneer de klem van het slot gesloten wordt vallen de gaatjes precies over elkaar heen. Dat zorgt er voor dat er opening ontstaan waarin hangsloten geplaatst kunnen worden. Als er een hangslot in de gaatjes is aangebracht kan de lockout-tagout klem niet open. Het lockout-tagout systeem is een ideaal systeem voor het veilig werken aan machines. Vooral wanneer meerdere mensen werkzaamheden moeten uitvoeren aan dezelfde machine is het lockout-tagout systeem een effectieve veiligheidsprocedure.

In dat geval zal elke monteur zijn hangslot in de lockout-tagout labels hangen wanneer de machine is uitgeschakeld. De lockout-tagout klem hangt om de krachtbron van de machine waardoor de machine niet aangezet kan worden zonder dat de lockout-tagout klem is verwijderd. Elke monteur heeft 1 sleutel van het persoonlijke hangslot en houdt deze bij zich. Pas wanneer de monteur klaar is met zijn of haar werkzaamheden wordt het slot verwijderd uit het lockout-tagout label. Wanneer de laatste monteur zijn of haar persoonlijke slot heeft verwijderd kan de machine na toestemming van de verantwoordelijke weer worden aangezet. Dan wordt de lockout-tagout procedure afgesloten en de klem verwijderd.

Toepassing lockout-tagout
De lockout-tagout procedure wordt in verschillende landen als verplichte veiligheidsmethode gehanteerd voor het werken met gevaarlijke machines. In sommige landen is het gebruik van lockout-tagout zelfs wettelijk vastgelegd. Het lockout tagout systeem wordt in verschillende situaties voorgeschreven en gebruikt. Omdat de krachtbron wordt uitgeschakeld en afgesloten kunnen gevaren worden voorkomen zoals:

  • elektrificatie,
  • Contact met gevaarlijke stoffen,
  • Gevaren die ontstaan door hydraulische druk,
  • Gevaren die ontstaan door pneumatische druk/ luchtdruk,
  • Gevaren met betrekking tot draaiende delen van machines,

Wanneer een lockout-tagout veiligheidsprocedure toegepast wordt zullen de werknemers hiervan op de hoogte worden gebracht doormiddel van een veiligheidsinstructie, werkinstructie en een toolboxmeeting. Werknemers zijn verplicht om de werkzaamheden conform deze veiligheidsinstructie uit te voeren. Wanneer werknemers te weinig kennis hebben van de veiligheidsvoorschriften dan dienen ze dit vóór de aanvang van de werkzaamheden kenbaar te maken bij een leidinggevende. De werkzaamheden mogen pas worden gestart als de werknemer daadwerkelijk de juiste veiligheidsinstructie heeft ontvangen en de werkzaamheden veilig kan en mag uitvoeren.

VCA examens veranderen per 1 september 2017

VCA staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers en is een veiligheidscertificaat dat bij veel bouwbedrijven en bouwprojecten een vereiste is. Hoewel het behalen van een VCA certificaat geen wettelijke verplichting is zullen veel bedrijven in de bouw en techniek wel van hun leidinggevenden en uitvoerend personeel vereisen dat ze over een geldig VCA certificaat beschikken. DE vraagstelling en de vorm van examens en examinering kan verschillen. Daarom zijn hieronder een aantal veranderingen genoemd die van toepassing zijn vanaf 1 september 2017.

Wijzingen per 1 september 2017
Vanaf 1 september 2017 gaan een aantal wijzigingen plaatsvinden in het VCA stelsel. Het is niet meer mogelijk om schriftelijke examens af te nemen en de vraagvormen worden veranderd. Alle examens gaan voortaan via CBT (Computer-based testing)  verandert er heel wat aan de vraagvormen.  Er zijn een aantal nieuwe standaard talen (Bulgaars, Kroatisch en Russisch) en alle standaardtalen zijn nu ook mogelijk als voorlees examen, uitzonderingen zijn Litouws en Bulgaars.

Nieuwe vraagvormen voor VCA
Er komen een aantal nieuwe vraagvormen op het VCA examen. Dit zijn de volgende:

  • De meervoudig-antwoordvraag
    De kandidaat moet uit 4, 5 of 6 alternatieven meerdere juiste antwoorden selecteren.
  • De matrixvraag
    De kandidaat moet voor 3 of 4 beweringen, per bewering aangeven of deze juist is of onjuist.
  • De rangschikvraag
    De kandidaat moet 3 of 4 elementen in de juiste volgorde zetten.
  • De koppel- of matchingvraag
    De kandidaat moet 3 of 4 elementen uit het ene rijtje koppelen aan het juiste begrip in het andere rijtje.

In de nieuwe examens wordt meer gewerkt met tekstarme items. Dit houdt in dat afbeeldingen een deel van de tekst vervangen. Dit zorgt er voor dat voor de beantwoording van de vraag een foto goed bekeken moet worden. Het begrijpend lezen wordt daardoor minder belangrijk maar het juist inschatten van een situatie op het gebied van veiligheid neemt een belangrijkere plaats in. De nieuwe vraagvormen van het VCA kunnen worden gevonden in het nieuwe proefexamen dat voor het VCA is ontwikkeld.

Cesuur examen VCA:
De cesuur wordt aangepast vanwege de nieuwe vraagvormen die in de examens VCA voorkomen. Voor een voldoende moet een kandidaat onderstaande punten behalen:

  • B-VCA                        26 punten of meer van de 40
  • VOL-VCA                   45 punten of meer van de 70
  • VIL-VCU                    45 punten of meer van de 70

Deelscores examens VCA
Bij enkele nieuwe vraagvormen wordt gewerkt met deelscores. Dat geldt voor onderstaande vraagvormen:

  • Meervoudig-antwoordvraag.
  • Matrixvraag. Voor elk juist deelantwoord krijgt de kandidaat de bijbehorende deelscore.
  • Bij een vraag waarbij 4 juiste antwoorden gegeven kunnen worden, kun je 25 punten behalen per goed    antwoord.
  • Bij een vraag waarbij 3 juiste antwoorden gegeven kunnen worden, kun je 33 punten behalen per goed antwoord.
  • Per fout deelantwoord ook weer de proportie af, met een ondergrens van 0. Je kunt dus nooit negatief scoren.

Wat is het SKG keurmerk voor hang- en sluitwerk?

SKG staat voor Stichting Kwaliteit Gevelbouw. Dit is een onafhankelijke stichting die het SKG-keurmerk uitbrengt. Dit is een keurmerk waarmee de inbraakveiligheid van hang- en sluitwerk in kaart wordt gebracht. Het SKG-keurmerk is gebaseerd op de NEN-norm 5089 en is gericht op de sterkte en de duurzaamheid van hang- en sluitwerk. Doormiddel van steekproeven wordt door de Stichting Kwaliteit Gevelbouw gecontroleerd wat de kwaliteit is van de producten die het SKG-keurmerk bevatten. De kwaliteit van hang- en sluitwerk verschilt daarom heeft de Stichting Kwaliteit Gevelbouw verschillende klassen opgesteld waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe inbraakveilig een product is.

SKG-keurmerk klassen
SKG test het hang- en sluitwerk en gaat op basis van de testresultaten een indeling maken. Deze testen zijn streng. Na afloop kan het beoordeelde hang- en sluitwerk ingedeeld worden in drie verschillende klassen die met sterren worden aangeduid. Een product kan door de SKG 1, 2 of 3 sterren ontvangen. De hoogste score is drie sterren. De score houdt onder andere verband met de zogenaamde vertraging die inbrekers oplopen bij het inbreken in een woning. Inbrekers willen over het algemeen zo snel mogelijk een woning binnen treden en deze zo snel mogelijk weer verlaten met de buit. Wanneer hang- en sluitwerk te complex is en dus te veilig is zullen inbrekers sneller kiezen voor woningen waar ze makkelijker binnen kunnen komen. Daarom heeft de SKG de verschillende keurmerkklassen voor een deel gebaseerd op de zogenaamde vertraagtijd. Hieronder staan de verschillende klassen met daarbij de vertraagtijd:

  • Risicoklasse 1 SKG * levert gemiddeld 3 minuten vertraging op voor inbrekers en is een standaard inbraakwerend product.
  • Risicoklasse 2 SKG ** levert gemiddeld 5 minuten vertraging op voor inbrekers en is zwaar inbraakwerend product.
  • Risicoklasse 3 SKG *** levert gemiddeld 10 minuten vertraging op voor inbrekers en is een extra zwaar inbraakwerend product.

SKG-keurmerk en inboedelverzekering
Goed hang- en sluitwerk geeft de bewoners van een woning niet alleen een gevoel van veiligheid, het is ook van belang voor verzekeringen. In Nederland moet nieuw hang- en sluitwerk tenminste SKG-keurmerk klasse 2 om te kunnen voldoen aan de eisen die de meeste verzekeraars stellen aan de inbraakveiligheid van een woning. Vaak worden door verzekeraars voorwaarden gesteld met betrekking tot het SKG-keurmerk van het hang- en sluitwerk. Deze voorwaarden hebben gevolgen voor het afsluiten een inboedelverzekering.

VIL VCU intercedent

VIL VCU is een speciale opleiding die intercedenten van een VCU gecertificeerd uitzendbureau zullen moeten volgen om hun werkzaamheden bij dit gecertificeerde uitzendbureau te mogen uitvoeren indien dit bureau haar VCU certificering wenst te behouden. De afkorting VIL VCU en VCU houden verband met de afkorting VCA. Dit is een algemeen bekend veiligheidscertificaat waarbij aannemers op de bouw aangesloten kunnen zijn. Naast aannemers zijn ook verschillende andere technische bedrijven aangesloten bij de VCA certificering.

Dit heeft er voor gezorgd dat ook uitzendbureaus en andere intermediairs een VCU certificering moesten ondergaan om de VCA gecertificeerde opdrachtgevers zo goed mogelijk van dienst te zijn in de zoektocht naar VCA gecertificeerde vakkrachten. Daarvoor is echter VIL VCU gecertificeerd intern personeel nodig zoals intercedenten en leidinggevenden. Nu zijn in deze alinea verschillende afkortingen benoemd. Deze aan VCA gerelateerde afkortingen zijn in de volgende alinea’s nader omschreven. Het wordt in deze alinea’s duidelijk dat het VIL VCU dat door een intercedent van bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau behaald moet worden niet zomaar een certificaat is. Er zit een heel VCA systeem achter deze certificering.

Wat is VCA?
Laten we beginnen met VCA, dit is het certificaat waar het in feite allemaal om draait. De afkorting VCA staat voor VGM Checklist Aannemers. Deze omschrijving bevat echter ook weer een afkorting ‘VGM’. De letters VGM worden voluit geschreven met de woorden: Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Dit zijn een aantal kernbegrippen die een grote rol spelen in de bouwsector en de techniek. Daardoor leggen steeds meer bedrijven de nadruk op deze begrippen en proberen ze deze in hun bedrijfsvoering te implementeren. De termen veiligheid en gezondheid zijn vooral gericht op de werknemers en alle andere personen die op de werkplek aanwezig zijn.

Het feit dat VCA specifiek aandacht besteed aan het beschermen van de veiligheid van alle personen op de werkplek maakt duidelijk dat de VCA certificering rechtstreeks in lijn is met de Arbowetgeving die in Nederland is vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel de Arbowet wordt genoemd. VCA is echter nog breder dan wat deze wetgeving vereist. Binnen het VCA worden namelijk wetten en regels omtrent veilig en gezond werken veel nauwer omschreven dan in de Arbowet gebeurd. De Arbowet is echter een kaderwet. Overigens is VCA geen wettelijke verplichting en ook geen wettelijk voorschrift. Wel is het VCA een effectieve Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist voor Aannemers. Men zou het VCA dus kunnen beschouwen als een belangrijke ondersteuning op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu voor bedrijven met verhoogde veiligheids- en gezondheidsrisico’s.

VCA voor bedrijven
Het is voor de duidelijkheid belangrijk om te vermelden dat zowel bedrijven als werknemers VCA gecertificeerd kunnen zijn. Voor bedrijven bestaan er verschillende VCA-bedrijfscertificaten namelijk

  • VCA * (één ster),
  • VCA ** (twee sterren)
  • VCA Petrochemie.

De indeling van een bedrijf in bovengenoemde VCA categorie maakt duidelijk welke veiligheidsaspecten bij een bedrijf aan de orde zijn. Deze houden ook verband met de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) die binnen het bedrijf is uitgevoerd in het kader van de Arbowet.

VCA voor werknemers
Veiligheid is een aspect van het werk dat zo breed mogelijk gedragen moet worden binnen een bedrijf en op de werkvloer. Hoe beter iedereen op de hoogte is van de veiligheidsvoorschriften hoe veiliger de werkplek wordt. Veiligheid draait namelijk voor een groot deel om bewustwording van de gevaren op de werkplek en het toepassen van bronmaatregelen en beheersmaatregelen om de risico’s op de werkplek te elimineren, te verwijderen of te beperken. Daarvoor is uiteraard medewerking nodig van personeel. Het personeel moet daarom net als het bedrijf VCA gecertificeerd worden. Dit houdt in dat het personeel VCA gecertificeerd moet worden.

Daarbij wordt echter onderscheid gemaakt tussen VCA voor operationeel leidinggevenden en VCA voor uitvoerende werknemers. Voor operationeel leidinggevenden is het VCA VOL certificaat ingevoerd, hierbij staan de letters VOL voor Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden. Voor uitvoerende werknemers in een uitvoerende functie is VCA basis voldoende. Het verschil tussen VCA VOL en Basis VCA zit in het feit dat bij VCA VOL veel meer aandacht wordt besteed aan het aansturen van personeel op het gebied van veiligheid en gezondheid. VCA Basis is meer gericht op het opvolgen van veiligheidsinstructies.

Wat is VCU?
Vanuit de VCA certificering zijn verschillende andere certificeringen voort gekomen. Het VCU is hiervan een bekend voorbeeld. Waar de afkorting VCU voor staat laat zich raden aangezien dit een certificaat is voor uitzendondernemingen. Deze afkorting staat namelijk voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Niet elk uitzendbureau in Nederland is een VCU uitzendonderneming alleen de uitzendbureaus die gecertificeerd zijn voor de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties behoren tot de VCU uitzendbureaus. Van deze uitzendbureaus kunnen VCA gecertificeerde bedrijven verwachten dat de intercedenten en leidinggevenden extra aandacht besteden aan de wettelijke doorgeleidingsplicht die uitzendbureaus hebben op het gebied van veilig en gezond werken.

In deze doorgeleidingsplicht wordt extra aandacht besteed aan de risico’s die naar voren zijn gekomen uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie van de opdrachtgever. De meeste VCA gecertificeerde opdrachtgevers eisen ook dat het uitzendpersoneel oftewel de uitzendkrachten van een VCU gecertificeerde uitzendonderneming in bezit zijn van een geldig VCA certificaat. Dit kan een Basis VCA certificaat zijn maar ook een VCA VOL indien de uitzendkracht in zijn of haar werkzaamheden belast zal worden met leidinggevende taken en verantwoordelijkheid voor ander (uitzend) personeel.

Wat is VIL VCU?
VIL VCU is weer afgeleid van VCU. Waar de letters VCU voor staan is reeds duidelijk gemaakt in de vorige alinea. De letters VIL staan voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden in dit verband gaat het dan om het interne personeel van een uitzendbureau. Dit zijn de werknemers van het uitzendbureau die daadwerkelijk de VCA gecertificeerde opdrachtgevers te woord staan en die uitzendkrachten voor deze bedrijven werven en selecteren. Tijdens het werven en selecteren zullen de intercedenten en hun leidinggevenden daadwerkelijk ook de veiligheidsrichtlijnen vanuit het VCA moeten hanteren. Daarnaast moeten deze intercedenten net als alle intercedenten hun doorgeleidingsplicht met betrekking tot werkzaamheden en veiligheidsaspecten waarmee uitzendkrachten te maken krijgen uitvoeren. Het VIL VCU is een persoonsgebonden certificaat net als VCA Basis en VVCA VOL.

Geldigheid VCA en VIL VCU
De persoonsgebonden VCA certificaten VCA Basis, VCA VOL en VIL VCU zijn tien jaar geldig. Daarna zal de werknemer, leidinggevende, uitzendkracht, intercedent of leidinggevende van het uitzendbureau het bijbehorende certificaat opnieuw moeten behalen.

Wat zijn VCU gecertificeerde uitzendbureaus?

VCU gecertificeerde uitzendbureaus zijn uitzendondernemingen die gecertificeerd zijn op het gebied van veiligheid en gezondheid voor uitzendorganisaties en kunnen als toeleverancier dienen van tijdelijk personeel voor opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. VCU staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. De letters VCA staan voor VGM Checklist voor Aannemers, waarbij VGM staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Een hoop afkortingen die duidelijk maken dat het veiligheidsaspect en gezondheidsaspect centraal staan in zowel de VCA certificering als de VCU certificering.

VCA en VCU
De VCA certificering is echter voor aannemers bestemd en de VCU certificering voor uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel beschikbaar stellen aan andere bedrijven. Deze uitzendondernemingen of intermediairs vallen onder de WAADI oftewel de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Omdat intermediairs wel de feitelijke werkgever zijn van uitzendkrachten en andere uitleenkrachten maar niet belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze flexkrachten heeft de overheid voor deze ondernemingen specifieke richtlijnen opgesteld met betrekking tot de veiligheid en gezondheid voor deze groep werknemers. Deze richtlijnen zijn terug te vinden in de WAADI en in Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Omdat deze wetsartikelen van groot belang zijn voor zowel het VCA als het VCU worden ze in de volgende alinea’s behandeld.

VCU en Artikel 11 WAADI
De VCU heeft veel te maken met Artikel 11 van de WAADI. De WAADI is een wet die voluit wordt geschreven als Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Dit betekend dat deze wet gericht is op ondernemingen die werknemers beschikbaar stellen aan opdrachtgevers die als inleners functioneren in de arbeidsbemiddelingsproces. De uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij opdrachtgevers zijn de feitelijke werkgevers van deze personeelsleden. Deze ondernemingen die personeel uitlenen hebben dit personeel op de loonlijst staan.

Dat zorgt voor een aantal verantwoordelijkheden. Omdat deze feitelijke werkgevers in de dagelijkse praktijk de werknemers niet instrueren op de werkplek en geen toezicht hebben op deze werkplek moeten deze uitzendbureaus hun uitzendkrachten en gedetacheerden voor de aanvang van de uitzendwerkzaamheden goed instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en de inhoud en aard van het werk. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. Deze doorgeleidingsplicht is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI.

In Artikel 11 van de WAADI is door de overheid vastgelegd dat de organisatie die de arbeidskrachten ter beschikking stelt informatie moet verschaffen aan deze arbeidskrachten met betrekking tot de beroepskwalificatie die door de opdrachtgever wordt verlangd. Daarnaast wordt in Artikel 11 van de WAADI ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarover wordt in de volgende alinea meer informatie gegeven. Het VCU certificaat maakt duidelijk dat de informatie waarover Artikel 11 van de WAADI gaat meer is dan alleen de beroepskwalificatie. Het gaat ook om veiligheidsvoorschriften, de aanwezige risico’s en de beheersmaatregelen die genomen dienen te worden door de uitzendkracht met betrekking tot deze risico’s. Daarbij komt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de orde maar ook het naleven van speciale veiligheidsvoorschriften. Verder controleert het uitzendbureau ook of de uitzendkracht in bezit is van een geldig VCA certificaat want dit wordt (vrijwel) altijd geëist door een opdrachtgever die zelf VCA gecertificeerd is. De opdrachtgever is zelf ook wettelijk verplicht om informatie te verschaffen aan de uitzendonderneming. Dit is bepaald in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet.

VCU en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een Nederlandse wet die gericht is op het optimaliseren van de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven en het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers. De werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemer. Daarvoor moet een bedrijf de risico’s, die op de werkplek aanwezig (kunnen) zijn, inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Uit dit RI&E komt een inventarisatie van de risico’s naar voren. Daarnaast vormt het plan van aanpak voor de geïnventariseerde risico’s ook een wezenlijk onderdeel van het RI&E.

In dit plan van aanpak omschrijft een bedrijf hoe het de risico’s op de werkplek wil verwijderen (bronbestrijding) of beperken. Ook beheersmaatregelen zijn hierbij een belangrijk aspect. Het beheersen van risico’s kan onder andere door het duidelijk instrueren van werknemers op het gebied van veiligheid. De werkgever die personeel inleent is echter niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid voor zijn of haar eigen werknemers. Ook de veiligheid en gezondheid van de ingeleende werknemers valt onder de verantwoordelijkheid van de inlener. Daarom moet de inlener ook deze werknemers instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast moeten de ingeleende werknemers ook duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. In deze instructies moet onder andere aandacht worden besteed aan de manier waarop machines, gereedschappen en werktuigen dienen te worden gebruikt en welke veiligheidsvoorzieningen daarbij in acht worden genomen.

Een uitzendonderneming dient de hierboven genoemde informatie ook aan de uitzendkracht te verstrekken. Deze informatie kan de uitzendkracht echter alleen ontvangen van de inlener. Daarom heeft de inlener conform artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om voor de aanvang van de werkzaamheden de uitlener of uitzendbureau op de hoogte te brengen van:

  • De gevaren en risico’s op de werkvloer die uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie naar voren komen.
  • De manier waarop de werkgever deze risico’s bestrijd.
  • De verwachtingen die de werkgever op dit gebied heeft van de werknemer/inleenleenkracht.
  • Eventuele bijzondere aspecten omtrent de risico’s waar de werknemer/inleenkracht rekening moet houden bijvoorbeeld aanmelden en afmelden op de werkplek.
  • De benodigde veiligheidsopleidingen, veiligheidstraingen en aanverwante cursussen waarover de werknemer moet beschikken om zijn of haar werk veilig te kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan VCA, Veilig Hijsen en Veilig werken met een vorkheftruck.

Deze informatie moet door de (potentiële) inlener worden verstrekt aan de uitzendonderneming zodat deze kan voldoen aan de doorgeleidingsplicht welke is benoemd in Artikel 11 van de WAADI. VCU gecertificeerde uitzendbureaus leven uiteraard de doorgeleidingsplicht na in de volgende alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Wat kan je van een VCU gecertificeerd uitzendbureau verwachten?
Een VCU gecertificeerd uitzendbureau is een uitzendbureau die voldoet aan de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Deze uitzendondernemingen zijn goed op de hoogte van de veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op bedrijven die actief zijn in de bouw, techniek, petrochemie, civiele techniek en andere sectoren waarbij er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico op de werkvloer. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen zijn in de praktijk meestal gespecialiseerd in een bepaalde sector bijvoorbeeld werktuigbouwkunde of installatietechniek en elektrotechniek. Door deze specialisatie hebben VCU gecertificeerde uitzendbureaus in de praktijk meestal branchespecifieke informatie met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde (kunnen) komen. Door deze kennis kunnen de VCU uitzendbureaus de klant effectief ondersteunen bij personeelsvraagstukken. Daarnaast kunnen VCU uitzendbureaus ook goed inschatten wat de kwaliteiten zijn van potentiële uitzendkrachten. De zogenaamde ‘match’ of overeenstemming tussen de vereiste kwaliteiten van de opdrachtgever en de capaciteiten van de uitzendkracht kunnen daardoor beter worden gemaakt.

Dit zorgt er niet alleen voor dat opdrachtgevers of inleners beter worden begrepen het draagt ook in belangrijke mate bij aan de veiligheid op de werkvloer. Als een werknemer een voldoende onderricht persoon is of een vakbekwaam persoon dan weet een VCU uitzendbureau wat dit in de praktijk inhoudt en welke klussen wel en welke uitzendwerkzaamheden niet aan de uitzendkracht kunnen worden aangeboden. Tijdens het inventariseren van de opdracht kan een intercedent van VCU gecertificeerde uitzendonderneming vaak door zijn of haar kennis over de (technische) branche goed doorvragen waardoor zowel het inwinnen als het verstrekken van relevante informatie aan de uitzendkracht zo volledig mogelijk kan gebeuren. De intercedent van een VCU gecertificeerd uitzendbureau heeft ook een speciaal certificaat, dit is het VIL VCU certificaat en wordt behandeld in de volgende alinea.

Wat is VIL VCU?
Uitzendondernemingen en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij VCA gecertificeerde ondernemingen zullen VCU gecertificeerd moeten zijn. Echter is het VCU certificaat verbonden aan een organisatie bijvoorbeeld een uitzendbureau of detacheringsbureau. De interne werknemers binnen deze onderneming dienen echter ook persoonlijk gecertificeerd te zijn. VIL is Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden terwijl VCU de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties is. De intercedenten, consultants, vestigingsmanagers en andere personen die zich bezig houden met het bemiddelen van uitzendkrachten en andere flexkrachten leren tijdens een VIL VCU cursus wat er van hen verwacht wordt in het VCA-VCU proces. Dit is belangrijk wat uiteindelijk zijn intercedenten en hun collega’s het contactpunt voor VCA bedrijven en (potentiële) uitzendkrachten. Binnen een VCU organisatie is door de VIL VCU certificering van de interne medewerkers voldoende kennis aanwezig om VCA gecertificeerde bedrijven te voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel.  

Is een RI&E verplicht?

Een Risico Inventarisatie en Evaluatie wordt afgekort met RI&E en is een verplicht onderdeel van het Arbobeleid dat een organisatie moet voeren op basis van de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. De doelstelling van het RI&E is bestrijden van risico’s op de werkplek door:

  • Het inventariseren van risico’s.
  • Het beoordelen en rangschikken van risico’s.
  • Het maken van een plan van aanpak waarmee risico’s bestreden kunnen worden.
  • Het uitvoeren van het plan van aanpak.
  • Het evalueren van het plan van aanpak.
  • Inventariseren van de risico’s die nog aanwezig zijn (vanaf deze stap lopen de hiervoor genoemde stappen weer van boven naar beneden).

Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 1994 in Nederland.

Voor welke bedrijven is een RI&E verplicht?
In de inleiding werd aangegeven dat een Risico Inventarisatie en Evaluatie volgens de Arbowet verplicht moet worden uitgevoerd. Deze verplichting is van toepassing op alle bedrijven behalve voor zelfstandigen die geen personeel in dienst hebben. Deze laatste groep wordt ook wel freelancer genoemd of zzp’ers. De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Omdat zzp’ers geen personeel in dienst hebben hoeven ze geen Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. In de praktijk worden zzp’ers vaak ingeleend of ingezet door grotere bedrijven die wel meerdere personeelsleden in dienst hebben. Vanwege het feit dat deze inleners wel meerdere personeelsleden in dienst hebben moeten zij een Risico Inventarisatie en Evaluatie uitvoeren. Daardoor zal de zzp’er in de praktijk vaak werken binnen een bedrijf waar wel degelijk een Arbobeleid wordt gevoerd met een RI&E als onlosmakelijk onderdeel daarvan.

Wat is een RI&E?
Een Risico Inventarisatie en Evaluatie is een middel waarmee de risico’s binnen een bedrijf in kaart moeten worden gebracht. Het in kaart brengen van deze risico’s is van groot belang omdat bedrijven de wettelijke en morele plicht hebben om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun personeel te realiseren. Dit kunnen werkgevers zullen voor de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie bepaalde expertise nodig hebben. Daarom moeten ze een gecertificeerde arbodienst of deskundige preventie inschakelen om dit proces te begeleiden.

Het RI&E moet schriftelijk worden vastgelegd. In de analyse en inventarisatie van de risico’s moet ook duidelijk worden aangeven wat de kans is dat een bepaald gevaar daadwerkelijk zal plaatsvinden. Verder is het plan van aanpak een wezenlijk onderdeel van het RI&E. Risico’s moeten namelijk niet alleen worden geïnventariseerd maar ook worden aangepakt en bestreden. Het plan van aanpak moet duidelijk zijn beschreven en daarnaast ook voorzien zijn van deadlines en/of een tijdsplanning. Verder moet in een RI&E duidelijk naar voren komen wie voor welke taak verantwoordelijk is.

Na de uitvoering van het plan van aanpak stopt het inventariseren en evalueren van risico’s niet. Dit proces blijft continue doorgaan. Bedrijven zullen altijd te maken krijgen met veranderingen en dynamiek. Dat zorgt er voor dat er ook weer nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van nieuwe machines, werktuigen en andere productiemiddelen. Ook de uitbereiding van een fabriekspand of utiliteitscomplex kan er voor zorgen dat er weer andere risico’s ontstaan. Dat zorgt er voor dat de risico’s steeds weer opnieuw moeten worden geïnventariseerd, geëvalueerd en bestreden.  

Wat is een Risico Inventarisatie en Evaluatie RI&E?

Risico-Inventarisatie en Evaluatie is een verplicht onderdeel van het arbobeleid van een bedrijf waarmee op een gestructureerde wijze periodiek de risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid worden geïnventariseerd, beschreven en geëvalueerd. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun werknemers te creëren.

Daarnaast moet de werkplek en de atmosfeer op en rondom de werkplek ook geen schade opleveren voor de gezondheid van werknemers, bezoekers van de werkplek en andere personen die aanwezig kunnen zijn binnen het bedrijf of in de directe omgeving van het bedrijf. Het is echter van belang dat bedrijven een goed beeld hebben van de aanwezige risico’s. Pas wanneer de risico’s goed in kaart zijn gebracht en duidelijk zijn omschreven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie kunnen de risico’s effectief worden bestreden. Dit laatste gebeurd in het plan van aanpak dat de organisatie moet opstellen op basis van de risico’s.

Onderdelen van een Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een Risico Inventarisatie & Evaluatie moet uit een aantal onderdelen bestaan. Dit is van belang omdat dit RI&E volledig moet zijn. De Arbeidsomstandigheden wet geeft duidelijkheid over de inhoud van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. We noemen een aantal voorbeelden van richtlijnen die worden geboden door de Arbowet over de inhoud van de RI&E:

  • In de RI&E moeten rol en taken en het gewenste niveau van de preventiemedewerker zijn omschreven. Ook moet het aantal preventiemedewerkers duidelijk in kaart zijn gebracht. Deze informatie is gebaseerd op de uitkomsten van de RI&E. Voor meer informatie Arbowet art. 13.
  • Artikel 5 van de Arbeidsomstandigheden bepaald dat de werkgever voor het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk moest vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie zal ook een beschrijving moeten bevatten van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen die worden genomen.
  • Er moet een plan van aanpak worden opgesteld waarin door het bedrijf is aangegeven welke maatregelen genomen zullen worden om de risico’s te bestrijden. Daarnaast moet ook duidelijk worden gemaakt wanneer de maatregelen worden uitgevoerd en hoe. Dit staat in de Arbeidsomstandigheden wet Artikel 5 lid 3.
  • Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever mee te werken aan de doorgeleidingsplicht die op basis van de WAADI aan uitzendbureaus is opgelegd. Werkgevers moeten namelijk conform Artikel 5 lid 5 van de Arbowet tijdig aan de intermediair of het uitzendbureau relevante informatie uit de risico-inventarisatie en -evaluatie verstrekken met betrekking tot de gevaren op de werkvloer en risicobeperkende maatregelen die hiervoor zijn getroffen. Ook de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats moeten aan het uitzendbureau bekend worden gemaakt. de doorgeleidingsplicht die het uitzendbureau op basis van de WAADI heeft zorgt er voor dat de uitzendonderneming deze relevante informatie aan de uitzendkracht verstrekt. Zie voor meer informatie het hoofdartikel “ wat is doorgeleidingplicht?” op technischwerken.nl.

Aan de hierboven richtlijnen moeten bedrijven zich houden. Toch hebben bedrijven wel een bepaalde vrijheid met betrekking tot de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed inzicht krijgen in de risico’s die op en rondom de werkvloer aanwezig (kunnen) zijn. Een RI&E moet daar een zo goed mogelijk beeld van geven. Daarom moeten de risico’s zo duidelijk mogelijk worden beschreven. Daarbij moet de aard van het risico in kaart zijn gebracht maar ook de omvang van het risico en de mogelijke gevolgen. Er dient een rangschikking te zijn tussen de risico’s en er moet een duidelijke prioriteit in deze rangschikking zijn aangebracht. Verder dienen bedrijven ook een plan van aanpak vast te stellen waarmee het bedrijf de aanwezige risico’s wil wegnemen, beperken of beheersen. De informatie die moet worden genoteerd en verwerkt wordt duidelijk als men kijkt naar de verschillende stappen die een bedrijf moet uitvoeren tijdens de RI&E. In de volgende alinea is het stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie weergegeven.

Stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een RI&E moet door een bedrijf gestructureerd uitgevoerd moeten worden. Daarbij is een planmatige aanpak belangrijk. Het inventariseren van risico’s en het evalueren daarvan evenals het bestrijden van risico’s met een planmatige aanpak is iets waar bedrijven voortdurend mee bezig moeten zijn. Er kunnen namelijk weer nieuwe risico’s op de werkplek ontstaan als er nieuwe machines worden geplaatst, andere werkzaamheden worden verricht, met meer of juist met minder personeel wordt gewerkt of door slijtage aan machines, constructies en gebouwen. Een bedrijf is daarom nooit klaar met het inventariseren van risico’s. Juist daarom is het belangrijk dat het RI&E proces geconditioneerd wordt. De volgende stappen worden tijden het RI&E door een bedrijf uitgevoerd:

Stap 1: Inventarisatie
In deze eerste stap gaat het bedrijf alle risico’s die in het bedrijf aanwezig zijn in kaart brengen. De risico’s moeten duidelijk worden omschreven. Aan het einde van deze stap zullen alle risico’s in een duidelijke lijst zijn opgesteld. Deze lijst is een belangrijk uitgangspunt voor stap twee.

Stap 2: Evaluatie van de risico’s
Nadat het aantal risico’s is geïnventariseerd zullen bedrijven de risico’s moeten evalueren. Daarbij wordt gekeken naar de waarschijnlijkheid dat een bepaald incident plaats zal vinden en de omvang van de gevolgen als het risico daadwerkelijk zal plaatsvinden. Op basis van de risico evaluatie zal een rangschikking worden gemaakt van de risico’s. Uit deze rangschikking moet naar voren komen welke risico’s het belangrijkste zijn. Dit zijn de risico’s die het grootste gevaar vormen en de grootste kans hebben op het daadwerkelijk plaatsvinden van een incident. Deze rangschikking van risico’s dient eveneens schriftelijk te worden vastgelegd.

Stap 3: Plan van aanpak
Het inventariseren en evalueren van de risico’s vormen de basis voor een effectieve aanpak van de risico’s. Deze aanpak moet planmatig zijn en gestructureerd daarom moet er een duidelijk plan van aanpak worden opgesteld. In het plan van aanpak moet worden beschreven welke maatregelen worden genomen om het risico weg te nemen doormiddel van bronbestrijding. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal het bedrijf technische voorzieningen moeten treffen om de mens zoveel mogelijk van de bron van het gevaar te scheiden. Ook beheersmaatregelen kunnen aan de orde komen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het verstrekken en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). De maatregelen moeten duidelijk worden beschreven en er moet aangegeven worden wanneer de maatregelen worden ingevoerd. Verder moet duidelijk zijn wie voor de invoering van de maatregelen verantwoordelijk is en wie de implementatie controleert.

Stap 4: Toetsen van de RI&E
De Risico Inventarisatie & Evaluatie moet worden getoetst door een arbodienst of arbodeskundige. Deze toetsing is niet verplicht bij bedrijven die minder dan 26 werknemers aan het werk hebben als die gebruik maken van een erkend Branche RI&E instrument. Het uiteindelijke doel is dat er een duidelijke RI&E door het bedrijf is opgesteld dat voldoet aan de wettelijke eisen.

Stap 5: Aan de slag
De laatste stap is de daadwerkelijke uitvoering van het plan van aanpak. Dit houdt in dat de hiervoor genoemde stappen ten uitvoering moeten worden gebracht. Het plan van aanpak moet in de praktijk worden uitgevoerd door de personen en de afdeling(en) die hiervoor verantwoordelijk zijn. Tijdens de uitvoering van het plan van aanpak is het goed mogelijk dat men tegen problemen aanloopt. Bepaalde methoden om risico’s aan te pakken of te beperken kunnen in de praktijk wel moeilijk uitvoerbaar zijn. Daarom moet er ook tijdens het plan van aanpak voortdurend controle worden gehouden en geëvalueerd. Indien bijsturing nodig is zal dit met de verantwoordelijke personen en de preventiemedewerker moeten worden overlegd. Op die manier blijft een plan van aanpak actueel en praktisch toepasbaar.

Wat is doorgeleidingsplicht?

Doorgeleidingsplicht is de wettelijke verplichting die een uitzendbureau op basis de WAADI heeft met betrekking tot het inwinnen en het verstrekken van alle relevante informatie aan een uitzendkracht zodat deze zijn of haar uitzendwerk zo veilig en goed mogelijk kan uitvoeren zonder dat de uitzendkracht daarbij de veiligheid en gezondheid van zichzelf, de collega’s, de bezoekers en de omwonenden van werkplek wordt geschaad.

Doorgeleidingsplicht WAADI
De doorgeleidingsplicht wordt niet voor niets en plicht genoemd. Het is een wettelijke verplichting waar uitzendondernemingen zich aan moeten houden. Niet alleen uitzendbureaus moeten zich houden aan de doorgeleidingsplicht, alle intermediairs waarop de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs van toepassing is moeten zich houden aan de doorgeleidingsplicht. Deze Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs is ook wel bekend onder de afkorting WAADI die u zich misschien herinnerd van de inleiding van deze tekst.

Voor wie is de doorgeleidingsplicht?
De WAADI is van toepassing op alle bedrijven die uitzendkrachten en andere tijdelijke krachten beschikbaar stellen om voor andere bedrijven, de inleners, werkzaamheden uit te voeren. Omdat deze intermediairs wel feitelijk de werkgevers zijn van deze inleenkrachten maar niet daadwerkelijk belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze krachten moeten ze er voor zorgen dat de inleenkrachten worden voorzien van de juiste instructies met betrekking tot de veiligheid en de aard van de werkzaamheden.

De uitzendonderneming of intermediair moet deze informatie in duidelijke en begrijpelijke taal verstrekken aan de uitzendkracht. Uiteraard dient de uitzendonderneming eerst de juiste informatie in te winnen, dit is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI. Dit is de rol van de uitzendonderneming uiteraard heeft de inlener ook een rol. De rol van de inlener komt naar voren in Artikel 5, lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Deze twee artikelen zijn in de onderstaande alinea’s geciteerd en toegelicht.

Doorgeleidingsplicht op basis van Artikel 11 WAADI
De doorgeleidingsplicht is wettelijk vastgelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Uitzendbureaus en andere intermediairs zijn namelijk als feitelijk werkgever in belangrijke mate verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht of inleenkracht. Een intermediair is echter niet in staat of niet in de mogelijkheid om dagelijks toezicht te houden op de werkzaamheden van de inleenkracht. Dit doet de operationeel leidinggevende van de inlenende werkgever. Een uitzendonderneming / intermediair heeft echter wel de verplichting om hun uitleenpersoneel zo goed mogelijk te instrueren. Dit is in de WAADI vastgelegd onder Artikel 11. De letterlijke tekst van WAADI Artikel 11 is als volgt:

Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt verschaft aan degene die ter beschikking wordt gesteld, informatie over de verlangde beroepskwalificatie en verstrekt aan die persoon de beschrijving, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt”. Einde citaat Artikel 11 WAADI.

Uit dit citaat van Artikel 11 van de WAADI komt duidelijk de verplichting naar voren die intermediairs, of bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen, hebben indien zijn hun personeel laten werken bij andere organisaties. Het gaat hierbij om de beroepskwalificatie. Dit is een vrij algemene term die men zou kunnen omschrijven als alle eisen en kwalificaties waaraan een arbeidskracht moet voldoen om de werkzaamheden te kunnen en te mogen uitvoeren. Dit zijn dus ook in belangrijke mate de selectiecriteria voor een uitzendonderneming. In Artikel 11 van de WAADI wordt ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet. Als men dit artikel leest komt duidelijk naar voren dat de inlenende werkgever ook verplichtingen heeft naar de uitzendonderneming toe met betrekking tot de instructie voor de uitzendkracht/ inlener op het gebied van veiligheid en gezondheid. In de volgende alinea kan hier meer over gelezen worden.

Doorgeleidingsplicht en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
Inlenende bedrijven hebben ook verantwoordelijkheden met betrekking tot de informatieverschaffing aan de uitzendonderneming/ intermediair en de inleenkracht/ uitzendkracht. De Arbeidsomstandighedenwet is er primair op gericht dat werkgevers een zo gezond en veilig mogelijk werkklimaat creëren voor hun werknemers. Daarbij gaat het niet alleen om werknemers die op contactbasis, rechtstreeks in dienst zijn bij de werkgever ook tijdelijke krachten en flexkrachten dienen door de werkgever conform de Arbeidsomstandighedenwet te worden beschermd tegen risico’s, onveilige situaties en arbeidsomstandigheden die de veiligheid en gezondheid kunnen schaden. Tijdelijke krachten moeten goed op de hoogte worden gebracht van de arbeidsomstandigheden waarin ze terecht zullen komen als ze bij de inlener aan de slag gaan. Daarom is in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet het volgende vastgelegd:

Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden aan degene, die de werknemer ter beschikking stelt, de beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren en risico beperkende maatregelen en van de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt aan de betrokken werknemer.

Dit artikel uit de Arbeidsomstandighedenwet maakt duidelijk dat de werkgever die als inlener optreed ook duidelijk verplichtingen heeft als hij werknemers wil inlenen. Het bedrijf is volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om de aanwezige risico’s in het bedrijf te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Daarnaast moet een bedrijf conform deze Arbowet ook deze risico’s trachten weg te nemen, te beperken en te beheersen. Daarvoor stelt het bedrijf een plan van aanpak op. Daaruit vloeien echter weer veiligheidsprocedures en veiligheidsinstructies voort. Ook werkinstructies zijn een gevolg van Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is echter van belang dat niet alleen de eigen personeelsleden deze instructies krijgen maar alle werknemers die binnen het bedrijf werkzaam zijn dus ook de inleenkrachten. Daarom moet een (potentiële) inlener aan de uitlener van personeel tijdig de benodigde informatie verstrekken met betrekking tot de werkzaamheden, kwalificaties, veiligheidsrisico’s en beheersmaatregelen.

Doorgeleidingsplicht tot slot
Artikel 11 van de WAADI en Artikel 5 lid 5 van de Arbowet vormen gezamenlijk de wettelijke basis van de doorgeleidingsplicht. Bedrijven die tijdelijke krachten willen inlenen moeten aan de uitleners duidelijke informatie verschaffen met betrekking tot de aard van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde komen. Ook de beheersmaatregelen en benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden benoemd (en verstrekt). Het verstrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen moet gedaan worden door de inlener en het toezicht op het gebruik van deze pbm’s moet worden gedaan door de operationeel leidinggevende van de inlener. De intermediair of de uitzendonderneming dient door te vragen tijdens de ontvangst van een vacature of opdracht. In dit doorvragen moet duidelijk naar voren komen wat de risico’s daadwerkelijk zijn en wat de uitzendkracht moet doen of moet laten om de risico’s te beperken of beheersbaar te maken. De uitzendonderneming zal deze informatie aan de uitzendkracht moeten overbrengen. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een personeelsinstructieformulier.

Wat is VCA?
Uitzendbureaus in de techniek en de bouw krijgen dikwijls te maken met opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. Deze VCA certificering is niet wettelijk verplicht maar is vaak wel sterk branche gebonden. Een VCA gecertificeerde onderneming moet aan bepaalde eisen voldoen om het VCA certificaat te ontvangen en te behouden. VCA staat voor VGM Checklist voor Aannemers. De letters VGM staan voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Dit zijn drie belangrijke kernonderwerpen in het VCA beleid van bedrijven. Bedrijven die VCA gecertificeerd zijn moeten hun personeel ook VCA certificeren. Op die manier wordt het naleven van het VCA niet alleen gedaan op basis van beleidsmatige theorie maar ook in de praktijk. VCA certificaten voor personeel zijn er in twee soorten:

  • Basis VCA: dit VCA certificaat is voor uitvoerende personeelsleden.
  • VOL VCA: dit VCA is voor operationeel leidinggevenden (VOL = Veiligheid Operationeel Leidinggevenden.

Ook uitzendkrachten die bij een VCA gecertificeerde onderneming aan de slag gaan dienen in bezit te zijn van een VCA certificaat. Uitzendondernemingen die deze uitzendkrachten bemiddelen moeten echter ook gecertificeerd zijn. Dit gebeurd doormiddel van het VCU certificaat dat een afgeleide is van het VCA certificaat. Over VCU kun je meer lezen in de volgende alinea of in de specifieke teksten op technischwerken.nl die dit onderwerp behandelen.

Wat is VCU?
VCU is het VCA certificaat voor uitzendbureaus. De letters VCU staan daarom ook niet voor niets voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Uitzendorganisaties kunnen een VCU certificering aanvragen. Deze certificering is net als het VCA ondergebracht bij de SSVV dit is de onafhankelijke Stichting Samenwerken Voor Veiligheid. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen leggen extra de nadruk op veiligheid en gezondheid van hun uitzendkrachten. Dit uit zich ook in de doorgeleidingsplicht. Daarbij wordt in de werkinstructie duidelijk gevraagd of de uitzendkracht in bezit moet zijn van basis VCA of VCA VOL.

Wat is VIL VCU?
Naast de uitzendonderneming als organisatie wordt ook het interne personeel van de uitzendonderneming als het goed is gecertificeerd. Het is immers het personeel van het uitzendbureau dat de daadwerkelijke doorgeleidingsplicht ten uitvoering moet brengen door het verstrekken van een personeelsinstructie aan de uitzendkracht. Daarvoor is basiskennis nodig. Deze wordt geboden door het VIL VCU. Daarbij staat VIL voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden en VCU staat voor het eerder genoemde Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Een VIL VCU certificaat is net als een VCA certificaat tien jaar geldig en is persoonsgebonden.

Wat is een VCU gecertificeerde uitzendorganisatie?

Een VCU gecertificeerde uitzendorganisatie is een uitzendorganisatie die gecertificeerd is op het gebied van de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Het VCU is ondergebracht bij de SSVV oftewel de onafhankelijke Stichting Samenwerken Voor Veiligheid. Bij deze stichting is ook het de VGM Checklist voor Aannemers ondergebracht die beter bekend staat onder de afkorting VCA. Het SSVV heeft twee organen die er voor zorgen dat de procedures met betrekking tot VCA en VCU correct worden uitgevoerd. Dit is het Centraal College van Deskundigen VCA en de Werkgroep VCU. Het VCU is bestemd voor uitzendondernemingen die uitzendkrachten en ander (flexibel) personeel uitzenden naar VCA-gecertificeerde opdrachtgevers die ook wel de inleners worden genoemd van uitzendpersoneel.

Voor welke uitzendbureaus is VCU?
VCU is een certificering die voor bepaalde uitzendondernemingen van toepassing zal zijn. Niet elke uitzendonderneming levert immers personeel aan VCA-gecertificeerde bedrijven. De uitzendbureaus die dit echter wel doen zullen er verstandig aan doen om zich VCU te laten certificeren. Opdrachtgevers die namelijk VCA gecertificeerd zijn zullen van hun toeleveranciers van personeel verwachten dat het personeel van zowel de uitzendonderneming intern als het externe personeel van de uitzendonderneming op de hoogte zijn van de veiligheidsrichtlijnen die zijn omschreven in de VGM Checklist voor Aannemers. De letters VGM staan overigens voor Veiligheid Gezondheid en Milieu. Bedrijven die VCA gecertificeerd zijn besteden extra aandacht aan:

  • de veiligheid van het personeel en andere aanwezigen, omwonenden op en rondom de werkplek,
  • de gezondheid van zowel werknemers, bezoekers en omwonenden.
  • het milieu oftewel de omgeving rondom de werkplek.

 Deze aspecten komen naar voren in het VGM beleid van een VCA gecertificeerde onderneming. Daaronder valt ook het Arbobeleid dat ook wel het Arbeidsomstandighedenbeleid wordt genoemd. Dit beleid is een wettelijke verplichting vanuit de Arbowet. VCA is echter niet een wettelijke verplichting maar is wel een belangrijke methode om het VGM beleid uit te dragen.

Uitzendondernemingen die aan VCA gecertificeerde bedrijven (tijdelijk) personeel leveren moeten goed op de hoogte zijn van de eisen die aan dit personeel worden gesteld op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarom moeten uitzendkrachten die bij VCA gecertificeerde bedrijven tewerk worden gesteld in bezit zijn van Basis VCA als ze een uitvoerende functie gaan bekleden en VOL VCA als ze worden ingezet als operationeel leidinggevende (VOL is Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden).

Uitzendbureaus zelf moeten VCU gecertificeerd zijn en moeten begrijpen wat er voor risico’s aanwezig zijn op de werkplek van de opdrachtgever en inlener. Deze risico’s hoeven uitzendondernemingen niet zelf te inventariseren. De opdrachtgever is zelf verantwoordelijk voor het houden van een Risico Inventarisatie en Evaluatie en de beschrijving van een plan van aanpak waarmee de risico’s op de werkplek worden bestreden of beheerst. De uitzendonderneming moet echter wel van de opdrachtgever te horen krijgen welke risico’s op de werkplek aanwezig zijn en hoe de uitzendkracht zich tegen deze risico’s dient te beschermen. Daarbij kunnen veiligheidsprocedures een rol spelen maar ook het dragen van bijvoorbeeld persoonlijke beschermingsmiddelen.

Doorgeleidingsplicht
Uitzendbureaus zijn de formele werkgever van uitzendkrachten toch zijn uitzendbureaus niet belast met het dagelijkse toezicht op uitzendkrachten. Dat laatste doet namelijk de operationeel leidinggevende van de inlenende partij die ook wel de materiele werkgever wordt genoemd. De uitzendonderneming dient echter alle relevante informatie met betrekking tot de veiligheid en gezondheid op de werkvloer te verstrekken aan de uitzendkracht.

Deze informatie moet de uitzendonderneming dus eerst ontvangen van de inlenende partij. Dit moet gebeuren voordat de uitzendkracht te werk wordt gesteld. De uitzendonderneming zal de informatie duidelijk aan de uitzendkracht moeten overbrengen. Dit gebeurd in de praktijk meestal doormiddel van een personeelsinstructieformulier die door de uitzendonderneming aan de uitzendkracht wordt verstrekt en meestal mondeling wordt toegelicht door de intercedent of vestigingsmanager van het uitzendbureau. Op die manier voldoet de uitzendonderneming aan de doorgeleidingsplicht.

Wat is VIL VCU?
VIL VCU is een afkorting die ook vaak wordt benoemd in het uitzendwezen. Wat VCU is stond in de alinea’s hierboven al vermeld. VIL staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden. De combinatie tussen VIL en VCU maakt duidelijk dat VIL VCU staat voor de daadwerkelijke certificering van de interne werknemers van het uitzendbureau oftewel de intercedenten, consultants en de leidinggevenden die in de praktijk vaak de vestigingsmanager of regiomanager zijn. Deze personen dienen allemaal een VCU certificaat te behalen. Kortom het uitzendbureau is VCU gecertificeerd en de werknemers van de VCU gecertificeerde uitzendonderneming dienen VIL VCU gecertificeerd te zijn.

Wat is VIL VCU?

VIL VCU is een speciaal certificaat voor uitzendorganisaties die personeel leveren aan VCA-certificeerde bedrijven en daardoor aan bepaalde kwaliteitseisen en veiligheidseisen moeten voldoen. VIL VCU is een samenvoeging die bestaat uit twee afkortingen die als volgt kunnen worden verklaard:

  • VIL: staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden,
  • VCU: staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties

Het VIL VCU is een speciale certificering die is voortgekomen uit het VCA. Het VCA is een certificering voor aannemers maar ook voor verschillende andere technische bedrijven en bouwbedrijven. De afkorting VCA staat voor VGM Checklist Aannemers. Om de reeks afkortingen geheel te verklaren staat VGM voor Veiligheid Gezondheid en Milieu. Juist deze laatste verklaring van de afkorting VGM maakt duidelijk waar het in deze certificering om gaat namelijk het:

  • bevorderen van de veiligheid op de werkvloer,
  • het beschermen van de gezondheid van de werknemers en andere aanwezigen op de werkvloer,
  • het zoveel mogelijk beperken van de schadelijke effecten van de bedrijfsvoering voor het milieu.

Verklaring VIL VCU
Zoals hiervoor is aangegeven staat VCU voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties dit maakt duidelijk dat VCU specifiek voor uitzendondernemingen oftewel uitzendbureaus is ingevoerd. Uitzendbureaus die uitzendkrachten leveren voor klanten die VCA gecertificeerd zijn zullen goed moeten weten welke risico’s bij hun (potentiële) opdrachtgevers of inleners aan de orde (kunnen) komen. Allereerst is het natuurlijk van belang om te weten waarom het VCA is ingevoerd en wat het VCA precies voor rol speelt in technische sector, de petrochemie en de bouw. Daarover gaat de volgende alinea.

VCA: VGM Checklist Aannemers
Er zijn verschillende uitzendbureaus in Nederland actief. Er zijn uitzendondernemingen die zich richten op alle markten en sectoren maar er zijn ook uitzendbureaus die zich alleen richten op de techniek, offshore of de bouw. Dit zijn technische sectoren waarbij werknemers, dus ook uitzendkrachten, onder andere te maken krijgen met machines, elektrische spanning, grote constructies en alle risico’s die daarbij horen.

Werkgevers hebben in Nederland de wettelijke plicht om contactwerknemers en uitzendkrachten zo goed mogelijk te instrueren over de werkzaamheden en bijbehorende risico’s. Deze plicht hebben werkgevers op basis van de Arbowet. Een goede veiligheidsinstructie is gebaseerd op een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Doormiddel van dit RI&E brengen bedrijven risico’s op en rondom de werkvloer in kaart.

Doormiddel van een plan van aanpak trachten bedrijven de risico’s bij de bron te bestrijden door bronbestrijdingsmaatregelen. Dit is echter lang niet altijd mogelijk daarom ondernemen bedrijven verschillende maatregelen om de mensen van de bron van het gevaar te scheiden. Dit kan door technische maatregelen en beheersmaatregelen. Als de risico’s niet (geheel)  weggenomen kunnen worden zullen de risico’s moeten worden beheerst. Daarvoor is een duidelijke werkinstructie noodzakelijk en zullen bedrijven ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verstrekken aan hun personeel indien dit de veiligheid en gezondheid van de werknemers beschermd tegen schadelijke effecten van de werkzaamheden of de werkomgeving. 

Personeel moet dus duidelijke instructies krijgen. Deze instructies krijgt het personeel uiteraard ook mondeling bij de aanvang van de werkzaamheden. Er zijn echter op de bouw zo enorm veel algemene veiligheidsinstructies die aan de orde komen dat een direct leidinggevende bijna onmogelijk tijd kan besteden aan het benoemen van alle risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. Daarom is basiskennis op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu belangrijk. Deze basiskennis leren de werknemers en dus ook uitzendkrachten in een Basis VCA cursus. Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Dit lees je in de volgende alinea.

Verschillende soorten VCA
Op de bouw en in de techniek zijn verschillende ‘spelers’ actief. Deze ‘spelers’ zijn bedrijven en organisaties. Men maakt wel de onderverdeling tussen opdrachtgevers, hoofdaannemers en onderaannemers. De opdrachtgever geeft de opdracht voor bijvoorbeeld het bouwen van een constructie, woning, utiliteitscomplex of fabriek. De aannemer neemt de opdracht aan en zet vaak verschillende onderaannemers in om bepaalde gedeelten van het project af te ronden.

Zo kan een grote bouwonderneming de hoofdaannemer zijn en kan deze installatiebedrijven, stukadoors en tegelzetters als onderaannemer een deel van het project laten uitvoeren. Het spreekt echter voor zich dat ook deze bedrijven zich moeten houden aan de regels met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu. Om die reden zijn er verschillende soorten VCA certificaten ontstaan. We noemen de belangrijkste VCA certificeringen:

  • Uitvoerend personeel en uitzendkrachten dienen in bezit te zijn van een VCA basis of een VCA B als ze werkzaamheden uitvoeren bij een werkgever die VCA gecertificeerd is. Ook uitzendkrachten dienen over een basis VCA te beschikken als ze werkzaamheden uitvoeren voor inleners die VCA gecertificeerd zijn.
  • Voor leidinggevenden is er een VOL VCA. De letters VOL staan Veiligheid voor Operationeel leidinggevenden. Dit maakt duidelijk dat operationeel leidinggevenden in deze VOL VCA cursus extra informatie krijgen over hun verantwoordelijkheden en hun rol op het gebied van Veiligheid Gezondheid en Milieu op de werkvloer.
  • Voor opdrachtgevers is er het VCO de afkorting VCO staat voor Veiligheids, Gezondheid en Milieu Checklist Opdrachtgevers. Het VCO is bedoeld voor opdrachtgevers die opdrachten willen laten uitvoeren door (andere) bedrijven waarbij het uitvoeren van de opdracht bepaalde risico’s voor de veiligheid, gezondheid en het milieu meebrengen.

Naast bovenstaande VCA certificaten is er natuurlijk ook nog het VIL VCU. Dit is een bijzonder VCA certificaat en wordt in de volgende alinea’s behandeld.

Waarom VCU?
VCU staat zoals eerder benoemd voor
Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties en is ontstaan uit VCA. Uitzendorganisaties hebben als intermediair een bijzondere positie als het gaat om de veiligheid, gezondheid en het milieu op de werkplek. Uitzendbureaus zijn immers tussenpersonen, de uitzendkracht zelf werkt niet onder rechtstreeks toezicht van de uitzendonderneming. In plaats daarvan werkt de uitzendkracht onder toezicht van de direct leidinggevende van de inlener. Deze direct leidinggevende wordt ook wel de operationeel leidinggevende genoemd. In de vorige alinea heb je gelezen dat deze operationeel leidinggevende in bezit moet zijn van een VOL VCA.

Deze operationeel leidinggevende is verantwoordelijk voor het verstrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen en het instrueren van de uitzendkracht als het gaat om het gebruik van machines, werktuigen en andere middelen waarmee de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De uitzendkracht zal ook de operationeel leidinggevende van de inlener hanteren als eerste aanspreekpunt voor onveilige situaties. Tijdens een toolboxmeeting geeft een direct leidinggevende specifieke informatie over een bepaald veiligheidsaspect op de werkvloer. Een toolboxmeeting wordt conform VCA minimaal 10 keer per jaar gehouden. Net als het reguliere personeel is ook een uitzendkracht verplicht om bij een toolboxmeeting aanwezig te zijn. Tijdens deze meeting worden ook wel incidenten benoemd zoals bijna-ongevallen en ongevallen. Door het personeel tijdens de toolboxmeeting te betrekken bij het probleem kan het bedrijf het bewustzijn van het personeel met betrekking tot de veiligheid bevorderen.

Maar wat is dan de rol van het uitzendbureau? Het uitzendbureau heeft wel degelijk een rol in dit geheel. De uitzendonderneming heeft namelijk een doorgeleidingsplicht. Dit houdt in dat het uitzendbureau voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte moet zijn van de specifieke veiligheidseisen die door de inlener zijn gesteld. Daarbij gaat het niet alleen over het feit of de uitzendkracht in bezit is van een basis VCA of niet. Er wordt ook gekeken naar andere aspecten zoals het werken met een heftruck, werken op hoogte, gebruik van bovenloopkranen en andere hijs en hefmiddelen enzovoort. Door goed door te vragen kan een intercedent een goed beeld krijgen van de arbeidsomstandigheden. Nog veel beter is het wanneer de intercedent eerst langs gaat op de werkplek waar de uitzendkracht zal moeten komen te werken om tijdens een werkplekinspectie een goed beeld te krijgen van de specifieke aspecten met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu.

Uitzendbureaus winnen deze informatie niet voor niets in. Deze informatie wordt gebruikt om de juiste kandidaat uitzendkracht te selecteren voor de vacature van de inlener. Nadat deze selectie is geweest worden de kandidaten goed op de hoogte gebracht van de veiligheidsaspecten waar ze rekening mee dienen te houden. Deze voorlichting kan het beste plaatsvinden voordat de uitzendkracht op gesprek gaat bij de inlener. Het is namelijk belangrijk dat een uitzendkracht weet in wat voor soort bedrijf het gesprek wordt gevoerd en welke veiligheidsaspecten daarbij aan de orde komen. Zo kan een kandidaat uitzendkracht bijvoorbeeld werkschoenen meennemen voor het sollicitatiegesprek als hij of zij van het uitzendbureau te horen heeft gekregen dat er een rondleiding wordt gegeven over de werkplek. Als een bouwhelm daarbij benodigd is omdat het een bouwplaats betreft is het verstandig dat het uitzendbureau een bouwhelm aan de kandidaat verstrekt. Indien het uitzendbureau deze mogelijkheid niet heeft zal het uitzendbureau hierover afspraken moeten maken met de inlener zodat deze tijdig een bouwhelm aan de solliciterende uitzendkracht verstrekt.

Doorgeleidingsplicht
De doorgeleidingsplicht speelt een belangrijke rol bij het VIL VCU. Deze doorgeleidingsplicht houdt in dat uitzendondernemingen de plicht hebben om alle relevante informatie met betrekking tot veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht tijdig bij de uitzendkracht onder de aandacht te brengen. De meeste uitzendondernemingen gebruiken hiervoor een personeelsinstructieformulier waarin de risico’s staan beschreven, de beheersmaatregelen, de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn en de contactpersoon van de uitzendkracht.

Uiteraard dient een intercedent of leidinggevende op een uitzendbureau goed op de hoogte te zijn van de veiligheidsaspecten die aan de orde kunnen komen op de bouw en de techniek. Daarom heeft men het ook over VIL oftewel Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden en VCU dat staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Zowel intercedenten als leidinggevenden bij uitzendondernemingen dienen goed op de hoogte te zijn van de veiligheidsaspecten zodat ze deze door kunnen geven aan uitzendkrachten en daarmee voldoen aan goed werkgeverschap en aan de doorgeleidingsplicht.

VIL VCU tot slot
In de alinea’s hierboven is een duidelijk beeld geschetst van de rol van VIL VCU binnen de technische sector, de bouw en de uitzendbranche. Het is duidelijk dat VIL VCU veel meer is dan een formaliteit. Het gaat om een belangrijke rol die voor uitzendondernemingen is weggelegd om hun uitzendkrachten zo goed mogelijk op de hoogte te brengen van de veiligheidsaspecten waarmee de uitzendkracht te maken (kan) krijgen. Uitzendkrachten die in bezit zijn van basis VCA weten zelf de nodige basisaspecten met betrekking tot veilig werken.

Toch hebben ze doormiddel van een personeelsinstructieformulier met een mondelinge toelichting baat bij specifieke veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op de arbeidsomstandigheden van de inlener. Arbeidsomstandigheden en werkplekken verschillen namelijk onderling sterk. Daarom moet bij iedere uitzending van uitzendkrachten een nieuwe personeelsinstructie worden gegeven aan uitzendkrachten. Een bedrijf geeft als het goed is 10 keer per jaar een toolboxmeeting. Uitzendbureaus dienen ook hiervan op de hoogte te zijn zodat ze hun uitzendkrachten kunnen wijzen op het belang van deze toolboxmeeting. De uiteindelijke doelstelling van VCA en VIL VCU is het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers en dus ook van uitzendkrachten. Het uitzendbureau is hierin de formele werkgever en de inlener is de materiële werkgever. Door goed met elkaar samen te werken kan de doelstelling voor het bereiken van een zo veilig mogelijke werkplek worden gerealiseerd.

Wat is gelaatsbescherming?

Gelaatsbescherming is een verzamelnaam voor verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen die speciaal zijn ontwikkeld voor het beschermen van de ogen en het gezichtsvermogen van de drager. Er zijn verschillende soorten gelaatsbescherming. Daarom kan men niet zeggen dat elke vorm van gelaatsbescherming de gewenste bescherming biedt tegen het mogelijke gevaar voor de ogen. Hieronder is een overzicht gegeven van een aantal soorten gelaatsbescherming. Daarnaast is per soort gelaatsbescherming aangegeven voor welk doel de gelaatsbescherming ontwikkeld is en gebruikt moet worden.

Belang van gelaatsbescherming
Gelaatsbescherming is belangrijk en kan letterlijk de ogen van de werknemer redden van blindheid of andere ernstige schade aan het gezichtsvermogen. Het dragen van gelaatsbescherming is daarom een verplichting waar werknemers zeker niet te makkelijk over moeten denken. Overigens wordt gelaatsbescherming als het goed is door de werkgever verstrekt. De werkgever is dit namelijk volgens de Arbowet verplicht wanneer er een kans bestaat dat de werknemer zijn of haar ogen tijdens het verblijf binnen het bedrijf beschadigd raken. De werknemer is volgens dezelfde Arbowet verplicht om de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen en naar behoren te onderhouden.

Verschillende soorten gelaatsbescherming
Er zijn verschillende soorten gelaatsbescherming. Elke soort gelaatsbescherming is specifiek ontworpen om een bepaald soort risico voor het gezichtsvermogen te beperken. We noemen hieronder een aantal voorbeelden van algemene gelaatsbescherming zoals de veiligheidsbril maar er worden ook specifieke soorten gelaatsbescherming benoemd zoals een laskap.

Veiligheidsbril
Veiligheidsbillen zijn stevige brillen die vaak naast een doorzichtige glazen ook een doorzichtige montuur hebben. Deze brillen zijn gemaakt van onbrandbaar materiaal. De glazen zijn gemaakt van kunststof of gehard glas. Veiligheidsbrillen kunnen worden uitgevoerd met of zonder zijkapjes. De zijkapjes aan de zijkant van de brillenglazen bieden extra bescherming. Een veiligheidsbril is ontwikkeld om de ogen te beschermen tegen rondvliegende harde deeltjes zoals houten spaantjes die tijdens het beitelen kunnen wegschieten.

Ruimzichtbril
Een ruimzichtbril een veiligheidsbril alleen bevat deze een beschermrand die er voor zorgt dat de bril geheel tegen het gezicht kan worden gedrukt. Met andere woorden er zit geen ruimte tussen de randen van de ruimzichtbril en het gezicht van de drager. Er zijn echter wel volledig stofdichte ventilatieopeningen in de opstaande rand aangebracht. Ruimzichtbrillen bieden bescherming tegen spaantjes, stof, vloeistofspatten en slijpsel. Ruimzichtbrillen worden onder andere veel gebruikt in een stoffige omgeving.

Gelaatscherm/ gelaatsscherm
Een gelaatscherm wordt ook wel geschreven als gelaatsscherm (met dubbel ‘s’) en is groot scherm van kunststof of metaalgaas. Het materiaal waarvan het gelaatsscherm is gemaakt is afhankelijk van de bescherming die het gelaatsscherm moet bieden. Metaalgaas bied bijvoorbeeld nauwelijks bescherming tegen spatten van gevaarlijke vloeistoffen maar is wel sterker dan de meeste kunststof gelaatsschermen en kan daardoor zeer effectief worden gebruikt door werknemers die hout verzagen met bijvoorbeeld kettingzagen. Gelaatschermen die bestaan uit een dicht maar wel doorzichtig scherm van kunststof zijn heel geschikt om als men moet werken met bepaalde soorten gevaarlijke vloeistoffen. Ook zijn deze gelaatschermen een goede bescherming voor het werken met hoge drukreinigingsapparatuur en in een omgeving waar stofdeeltjes in het gezicht kunnen springen. Een gelaatsscherm biedt echter geen bescherming tegen stofdeeltjes die onder het masker schieten ook bied teen gelaatsscherm geen bescherming tegen schadelijk nevel of dampen die vrijkomen bij bepaalde stoffen. Als deze risico’s op de werkplek aanwezig zijn zal men daarvoor een passende gelaatsbescherming moeten gebruiken.

Laskap en lasmasker
Laskappen en lasmaskers bieden bescherming tegen elektrisch lassen en tegen ultraviolette en infrarode straling, warmte en rondvliegende metaaldeeltjes en vonkjes. Er zijn verschillende soorten laskappen en lasmaskers die in de praktijk worden gebruikt. Zo is een handlaskap. Een handlaskap wordt met één hand vastgehouden. Dit beperkt de bewegingsvrijheid van de lasser. Daarnaast is een handlaskap alleen geschikt als men met lassen maar 1 hand hoeft te gebruiken zoals bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen het geval is.

Naast de handlaskap is er ook een laskap die op het hoofd gedragen kan worden en voor het gezicht kan worden gedraaid. Verder zijn er laskappen onder de naam Speedglas™ deze hebben bijzondere lasglaasjes die verdonkeren en de ogen beschermen zodra de lastoorts aan schiet. Als de lastoorts wordt uitgeschakeld zal het lasgaasje weer goed doorzichtig worden zodat men niet telkens de laskap omhoog en omlaag hoeft te doen. Een Speedglas™ wordt ook wel een flitskap genoemd omdat deze verdonkert door de lichtflits van het lasproces. Deze laskappen worden ook wel geleverd met een beademingssysteem waarbij de lasser frisse schone lucht toegediend krijgt in de laskap en daardoor veel minder schadelijke lasdampen inademt.

Beeldschermbril
Ook een beeldschermbril is een beschermingsmiddel voor de ogen. Deze brillen zijn over het algemeen gemaakt van kunststof. Een beeldschermbril speciaal ontwikkeld om ogen minder zwaar te belasten als mensen veelvuldig gebruik maken van beeldschermen. Wanneer men namelijk veel gebruik maakt van beeldschermen kunnen ogen vermoeit en geïrriteerd raken. Beeldschermbrillen worden vooral gebruikt in kantoorfuncties en ICT-functies. Deze brillen bieden verder geen bescherming die in de techniek van pas kan komen en zijn dus alleen geschikt als ‘veiligheidsbril’ bij beelschermgebruik.

Wat is statische elektriciteit?

Statische elektriciteit is een benaming die wordt gebruikt voor de opbouw van elektrische spanning in slecht- of niet-geleidende stoffen en niet voorkomt uit gewone elektriciteitssystemen. Statische elektriciteit komt dus niet uit het stopcontact maar ontstaat in stoffen die elektriciteit niet of nauwelijks geleiden. Deze stoffen worden ook wel isolatoren genoemd. In isolatoren kan elektrische lading worden geïnduceerd. Deze elektrische lading blijft in rust bestaan omdat door de isolatoren geen elektrische stroom kan lopen. Er loopt geen elektrische stroom zoals het geval is bij dynamische elektriciteit. Bij dynamische elektriciteit beschrijft de inductie het verband tussen elektrische stroom en magnetisme. Statische elektriciteit ontstaat echter bij een ander proces.

Statische elektriciteit
Bij statische elektriciteit is er geen sprake van magnetisme omdat er feitelijk geen stroom loopt. Er is echter wel sprake van een uitoefening van krachten. Dit komt omdat materialen die gelijk geladen zijn elkaar afstoten. Materialen en voorwerpen die ongelijk geladen zijn trekken elkaar juist aan. Door wrijving tussen voorwerpen die uit verschillende materialen bestaan kan inductie van statische elektriciteit worden veroorzaakt. Deze wrijving kan plaatsvinden door verschillende soorten stoffen en toestanden waarin stoffen zich bevinden. We noemen een aantal voorbeelden van stoffen waarbij statische elektriciteit kan ontstaan:

  • Wrijven over kunststof
  • Opstijgende gasbellen of dampbellen, die turbulentie veroorzaken
  • Pneumatisch transport van korrels en poeders en in mengers,
  • Door pneumatisch transport door doseersluizen van weegbunkers en tankauto’s
  • Verfspuiten of gelijksoortige activiteiten
  • Wrijving van synthetische kleding over de huid
  • Stromen van sommige vloeistoffen door een kunststof leiding of bij het roeren
  • Lopen over een kunststof vloerbedekking

Er zijn zoals je kunt lezen verschillende materialen waarbij statische elektriciteit kan ontstaan. Het is afhankelijk van het soort materiaal of een voorwerp bij wrijving positief of negatief wordt geladen. Daarnaast hangt ook de sterkte waarmee de inductie in de lading optreed af van het materiaal.

Ontlading van statische elektriciteit
Statische elektriciteit lijkt ongevaarlijk en is dat meestal ook toch zijn er ook gevaren waarmee men rekening moet houden. Statische elektriciteit kan ook zorgen voor ontlading. In dat geval kan er een vonkoverslag plaatsvinden wat men soms in het donker bijvoorbeeld kan zien als men synthetische kleding snel tegen elkaar aan wrijft. Deze vonkoverslag kan gevoelige elektronische apparatuur en gevoelige mechatronica beschadigen. Daarnaast moet men met deze vonkoverslag goed rekening houden in een explosiegevoelige en brandgevoelige werkomgeving. Daar mag men beslist geen kleding dragen die statische elektriciteit kan veroorzaken. In deze ruimte is antistatische werkkleding verplicht!

Beperken van statische elektriciteit
Statische elektriciteit kan voor gevaar zorgen zoals je hebt kunnen lezen in de vorige alinea. Het gevaar van statische elektriciteit kan worden beperkt door maatregelen te nemen. We noemen een aantal voorbeelden:

  • De stroomsnelheid van stoffen en gassen beperken zodat er minder wrijving optreed,
  • Het aarden van pijpleidingen, buizen, tanks en andere installaties waar stoffen doorheen stromen.
  • Het dragen van antistatische kleding en antistatische schoenen/ laarzen.
  • De aarding kan men zoveel mogelijk proberen aan te sluiten op het aardleidingnet dat reeds aanwezig is.

Wat is veiligheidsaarding?

Veiligheidsaarding is een extra aarding in de vorm van een geleidende verbinding die wordt aangebracht tussen uitwendige metalen delen van elektrische toestellen en de aarde. Veiligheidsaarding wordt echter niet alleen op elektrische toestellen aangebracht. Ook voor steigers is het aanbrengen van veiligheidsaarding verplicht. Dit is om te voorkomen dat steigers langdurig onder elektrische spanning komen te staan wanneer ze in contact komen met ongeïsoleerde elektrische installaties of getroffen worden door de bliksem.

Veiligheidsaarding en dubbele isolatie
Apparaten hebben een veiligheidsaarding om te voorkomen dat bij een elektrotechnisch defect de behuizing van de apparaten onder spanning komen te staan. Daarmee wordt dus mede voorkomen dat de gebruiker van het apparaat een elektrische schok kan krijgen. Een dubbele isolatie van het apparaat is echter nog beter en veiliger. Daarom is het wettelijk verplicht dat elektrische gereedschappen die werken op 220 Volt of meer dubbel geïsoleerd zijn.

Veiligheidsaarding bij zeecontainers
Ook bij grote metalen zeecontainers is aarding verplicht. Dit komt omdat er in zeecontainers meestal verlichting is aangebracht. Soms werkt men ook wel met elektrische apparaten in zeecontainers. Mocht de zeecontainer in contact komen met een ongeïsoleerd deel van een elektrische installatie dan zal de elektrische stroom door de veiligheidsaarding wegvloeien naar de aarde.