Uitzendbureaus mogen geen gegevens van cv’s van jobboards overnemen zonder toestemming van kandidaten

Uitzendorganisaties hebben vaak verschillende mogelijkheden om aan cv’s van werkzoekenden en kandidaten te komen. Een bekende methode is het werven van cv’s via zogenaamde jobboards. Een jobboard is een online database die functioneert als cv-databank. Werkzoekenden kunnen hun cv en gegevens uploaden op een jobboard en werkgevers waaronder uitzendbureaus kunnen deze cv’s inzien als ze daarvoor inloggegevens hebben. Deze gegevens kunnen weliswaar ingezien worden maar mogen niet zomaar van deze jobboards worden overgenomen. Het gaat namelijk om persoonsgegevens en die zijn wettelijk beschermd.

Persoonsgegevens op jobboards

In de praktijk houdt deze privacywetgeving in dat personen toestemming moeten geven voordat hun gegevens verwerkt of gebruikt mogen worden. Als deze toestemming niet gegeven wordt of als een bedrijf moet wachten op deze toestemming mogen de persoonlijke gegevens niet worden verwerkt of opgeslagen op een andere locatie dan de locatie waar de persoon ze zelf heeft ondergebracht. Een uitzendbureau mag de gegevens die ze over een kandidaat aantreft op een board niet kopiëren plakken in haar eigen administratie.

En als een sollicitanten zelf een cv naar een uitzendbureau stuurt?
Je zou misschien denken dat gegevens van sollicitanten administratief verwerkt mogen worden als de sollicitant deze gegevens zelf naar het uitzendbureau of bedrijf stuurt. De sollicitant doet dit immers bewust waardoor duidelijk wordt dat het bedrijf of uitzendbureau de gegevens mag gebruiken? Toch mogen gegevens van cv’s die via deze weg worden verkregen niet worden overgenomen in CRM systemen en andere databanken. Wel mag een bedrijf of uitzendbureau op basis van de ontvangen cv contact opnemen met de kandidaat en deze uitnodigen voor een kennismakingsgesprek of sollicitatiegesprek.

Toestemming van sollicitant
Als een uitzendbureau of bedrijf een cv van iemand ontvangen heeft mag dit cv niet verwerkt worden in databanken en andere systemen tenzij daar uitdrukkelijk toestemming voor is gegeven vanuit de desbetreffende sollicitant of kandidaat. Uitzendbureaus laten de sollicitant of uitzendkracht meestal schriftelijk een privacy statement lezen en ondertekenen. Daarin dient de sollicitant akkoord te gaan met bemiddeling op de arbeidsmarkt door de uitzendorganisatie. Indien de sollicitant niet bereid is een dergelijk document te ondertekenen kan en mag de uitzendorganisatie de gegevens van de sollicitant niet verwerken en ook niet doorsturen naar opdrachtgevers.

Doorsturen van cv’s
Met het doorsturen van cv’s kan een uitzendbureau bedrijven op de hoogte brengen van de beschikbare kandidaten. Een mailing is hiervoor een veelgebruikt middel. Toch mag een uitzendorganisatie niet zomaar iedere sollicitant op een dergelijke mailing zetten. Op een cv staan veel persoonlijke gegevens en loopbaangegevens. Dat is privacygevoelige informatie die ook onder de privacywet valt. Daarom moeten uitzendorganisaties toestemming hebben van kandidaten, sollicitanten en uitzendkrachten voordat hun gegevens op de mailing van een uitzendbureau staan of op andere wijze worden doorgestuurd.

Privacy uitzendkracht
De privacy van de uitzendkracht/ sollicitant moet beschermd worden omdat gegevens van deze werkzoekenden in de praktijk misbruikt kunnen worden voor het commercieel belang van bedrijven en uitzendorganisaties. Uitzendbureaus moeten daarom zorgvuldig met de gegevens omgaan die ze van werkzoekenden ontvangen. Op die manier kan een goede samenwerking ontstaan en wordt bovendien voorkomen dat er onduidelijkheden veroorzaakt worden over de arbeidsbemiddeling van flexibele arbeidskrachten op de arbeidsmarkt.

Waarom BBL?

BBL oftewel de Beroeps Begeleidende Leerweg is een opleidingsvariant van het mbo. In de praktijk wordt BBL ook wel werken en leren genoemd. Deze benaming is niet verwonderlijk want in feite is een BBL-er door de week meer op zijn of haar werk te vinden dan bij het opleidingsinstituut zelf. Dat komt omdat een BBL leerling vaak 1 dag per week naar school gaat en 3 tot 4 dagen per week werkt bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-opleiding is interessant maar niet voor iedereen geschikt.

Waarom zou ik een BBL-opleiding moeten volgen?
Een BBL-opleiding is vooral interessant voor de praktisch ingestelde leerlingen. Leerlingen die een echte doenersmentaliteit hebben. Dit zijn meestal de leerlingen die het niet prettig vinden om hele dagen naar school te gaan. Ook heeft de doorsnee BBL-er minder interesse in de theorie. In plaats daarvan wil hij of zij kennis toepassen en leren door te doen. Geen wonder dat in de techniek en de bouw veel BBL-leerlingen werken en leren. Er is in de techniek volop keuze uit technische BBL-opleidingen. Deze opleidingen kunnen door heel Nederland worden gevolgd. Dit kan rechtstreeks bij een bedrijf maar kan ook in samenwerking met een technisch uitzendbureau of VCU-uitzendbureau.

Erkend leerbedrijf
Er zijn veel technische bedrijven die door de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) als erkend leerbedrijf zijn aangemerkt. Er zijn echter wel verschillen tussen de erkende leerbedrijven. Daarvan moet iemand zich goed bewust zijn voordat hij of zij een BBL traject gaat volgen en bij een erkend leerbedrijf aan de slag gaat. Er zijn grote bedrijven maar ook kleine bedrijven in de techniek. In kleine bedrijven kun je misschien wat meer allround worden dan in grote technische bedrijven die vaak productiematig werken en gestandaardiseerde procedures hebben. De keuze tussen erkende leerbedrijven is groot. Ook het aantal BBL-opleidingen dat beschikbaar is zorgt er voor dat er wat te kiezen is voor de (aankomend) BBL-er. Verschillende BBL-ers kiezen er daarom voor om hulp in te schakelen van een arbeidsbemiddelaar. Dit is meestal een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau.

BBL via een technisch uitzendbureau
Hert volgen van een BBL traject via een technisch uitzendbureau kan een uitstekende oplossing zijn voor BBL-ers die hulp nodig hebben bij het vinden van een interessant leerbedrijf dat aansluit bij hun specifieke leerbehoeften. Veel uitzendbureaus in de techniek hebben een brede kennis van de markt. Bovendien kennen ze de bedrijven vaak goed en weten ze ook welke bedrijven erkende leerbedrijven zijn en welke niet. Ook weet een uitzendbureau vaak prima te benoemen welke technieken binnen een bedrijf worden uitgevoerd en hoe de begeleiding van de BBL leerling doorgaans is geregeld. Deze informatie krijg een uitzendbureau van de bedrijven zelf maar ook dikwijls van de BBL leerlingen. Iemand die daarom een BBL traject in de techniek zou willen volgen doet er goed aan om contact op te nemen met een technische uitzendorganisatie.

BBL via Technicum
Technicum uitzendbureau is landelijk actief in het bemiddelen van technisch personeel en BBL-leerlingen. Dat betekend dat dit uitzendbureau een goed beeld heeft van de markt en een BBL leerling goed kan begeleiden naar een interessante BBL-plek bij hem of haar in de buurt. Bovendien heeft Technicum speciale begeleiders in dienst die de BBL-er ondersteunen in zijn of haar contact met school maar ook met het erkende leerbedrijf. Omdat Technicum ook nog VCU gecertificeerd is kan men er zeker van zijn dat naast kwaliteit ook veiligheid centraal staat. Als je in aanmerking wilt komen voor een BBL traject via Technicum kun je klikken op ‘contact’ en het contactformulier invullen. Ook is er een speciale knop met de tekst ‘BBL’. Als je daar op drukt kun je een rechtstreekse aanmelding voor een BBL-traject indienen. Een opleidingscoördinator of een consultant van Technicum zal dan contact met je opnemen.

Uitzendbureaus, loopbaanbegeleiding en loopbaanontwikkeling

Dat uitzendbureaus een belangrijke rol vervullen op de arbeidsmarkt is duidelijk. Een uitzendbureau is een intermediair oftewel een tussenpersoon tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Daardoor heeft een uitzendorganisatie een goed beeld van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Uitzendbureaus weten welke vacatures open worden gezet door hun opdrachtgevers en wat opdrachtgevers graag willen zien op de cv’s van beschikbare kandidaten. Omdat uitzendbureaus vaak een groot netwerk hebben van beschikbaar personeel en (potentiële) opdrachtgevers krijgen ze een veel kennis die onder andere gebruikt kan worden voor loopbaanbegeleiding.

Loopbaanbegeleiding door uitzendbureaus
Bij het woord uitzendbureau denkt men in de praktijk vaak niet aan loopbaanbegeleiding, toch hebben de werkzaamheden van intercedenten op een uitzendbureau veel overeenkomsten met de werkzaamheden die een loopbaanbegeleider doet. Intercedenten beginnen voor de arbeidsbemiddeling namelijk met het beoordelen van het cv van de werkzoekenden en daarnaast wordt een intakegesprek gehouden. Tijdens het intakegesprek wordt dieper ingegaan op de informatie die uit het cv naar voren komt. Daarnaast vraagt de intercedent vaak goed door op de werkervaring en de ambities van de werkzoekende. Hierdoor wordt duidelijk wat iemand tijdens zijn of haar loopbaan heeft gedaan en wat hij of zij in de toekomst voor werkzaamheden zoekt. Dit vormt in feite ook de basis voor het gesprek dat loopbaanbegeleiders hebben met hun cliënten.

Intakegesprek als loopbaanoriëntatie

Het intakegesprek vormt in feite een oriëntatie op de loopbaanmogelijkheden van de werkzoekende via het uitzendbureau. Het uitzendbureau maakt een inventarisatie van het opleidingsniveau en de werkervaring van de werkzoekende. Er kunnen competentieprofielen worden opgesteld en eventueel kan zelfs een portfolio worden beoordeeld. Dit alles zorgt er voor dat niet alleen het uitzendbureau een goed beeld krijgt van de capaciteiten en mogelijkheden van de werkzoekende, ook de werkzoekende zelf krijgen een goed beeld van zijn of haar kansen en perspectieven op de arbeidsmarkt. De meeste uitzendorganisaties maken tijdens het intakegesprek ook notities en noteren een profielschets van de werkzoekende en zetten dit boven het cv en in het systeem. Deze profielschets is nuttige informatie voor een uitzendbureau en de opdrachtgevers van de uitzendorganisatie. Het vormt als het ware de indruk die de werkzoekende heeft gemaakt op de intercedent. Tijdens het intakegesprek worden door de intercedent ook vragen gesteld met betrekking tot motivatie. Dit kunnen vragen zijn zoals:

  • Waarom heb je voor die opleiding gekozen?
  • Waarom heb je een opleiding niet afgemaakt?
  • Waarom besluit je verder te solliciteren?
  • Wat is de reden dat je gestopt bent om voor dat bedrijf te werken?
  • Welk werk heeft je meeste interesse?
  • Welk werk geeft je voldoening?
  • Welk werk zou je liever niet meer willen doen?
  • Waar ben je goed in?

Veel van deze vragen worden echter ook gesteld door loopbaanbegeleiders tijdens een loopbaangesprek. Deze vragen zetten de cliënt en werkzoekende aan tot nadenken over zijn of haar eigen loopbaankeuzes en loopbaanmogelijkheden.

Uitzendbureaus als loopbaanbegeleider

Niet alleen de inventarisatie van de loopbaanmogelijkheden wordt door een uitzendbureau gedaan, In de praktijk zijn veel uitzendbureaus bewust en onbewust bezig om als loopbaanbegeleiders iemand aan het werk te helpen. Tijdens het intakegesprek of in een latere fase van de arbeidsbemiddeling worden door veel uitzendbureaus tips en adviezen gegeven waarmee de werkzoekende geholpen kan worden om zijn of haar loopbaan richting te geven. Hierbij kun je denken aan adviezen die gericht zijn op sollicitatie. Hoe kun je bijvoorbeeld je kansen vergroten tijdens een sollicitatieprocedure? Veel bedrijven laten namelijk de uitzendkrachten eerst op sollicitatiegesprek komen voordat ze deze flexkrachten aannemen.
Ook kan een uitzendbureau een werkzoekende adviseren om zich juist wel of niet in een bepaalde richting te specialiseren of te verbreden. De vraag vanuit de arbeidsmarkt vormt daarbij vaak een belangrijk uitgangspunt. Uitzendbureaus weten namelijk waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Veel loopbaanbegeleiders weten dat vaak niet en gaan puur uit van de intrinsieke motivatie van de werkzoekende. Een uitzendbureau kan daardoor niet alleen de loopbaanwens van de werkzoekende in kaart brengen maar ook de perspectieven op de arbeidsmarkt daar tegen afwegen. Dat zorgt voor een kwalitatief goed totaalbeeld voor de werkzoekende.

Loopbaanontwikkeling door uitzendbureaus
Naast de intakegesprekken die als loopbaanoriëntatie kunnen worden beschouwd kunnen uitzendbureaus ook daadwerkelijk ontwikkeltrajecten aanbieden aan werkzoekenden. Deze ontwikkeltrajecten kunnen bestaan uit het bieden van passend werk met een bepaalde opbouw. Zo kan een werkzoekende in eerste instantie bemiddeld worden richting een assistentenfunctie om vervolgens door te groeien tot een zelfstandige vakkracht. Dit gebeurd veel in de techniek. Een uitzendbureau krijgt bovendien vaak feedback van opdrachtgevers over het functioneren van de uitzendkracht en kan dit terugkoppelen aan de uitzendkracht. Daarnaast kan de feedback worden gebruikt in de verdere loopbaankeuzes van de werkzoekende of uitzendkracht. Het uitzendbureau en de uitzendkracht kunnen deze feedback bovendien in een cv verwerken waarmee de uitzendkracht verder bemiddeld kan worden naar een hogere functie of meer gespecialiseerde functie. Ook wanneer de uitzendkracht bepaalde werkzaamheden minder goed heeft uitgevoerd is er sprake van belangrijke informatie. De uitzendkracht kan dan eventueel door de uitzendorganisatie worden geholpen bij zijn of haar ontwikkeling. Dit kan doormiddel van opleidingen en trainingen.

Uitzendbureau als opleider
Opleidingen en opleidingstrajecten worden veelvuldig aangeboden door uitzendorganisaties. Veel uitzendbureaus hebben zelfs contracten en samenwerkingsverbanden gesloten met opleidingsinstituten. Dat zorgt er voor dat er een goede begeleiding is en dat er een goed opleidingsadvies mogelijk is. Vooral wanneer er een krapte aan personeel is op de arbeidsmarkt worden opleidingen belangrijker. De advisering van uitzendbureaus op het gebied van opleidingen is nuttige informatie voor de uitzendkracht ook wanneer de uitzendkracht of werkzoekende niet besluit om voor de uitzendorganisatie te gaan werken. Veel uitzendbureaus betalen echter ook de opleidingen aan de uitzendkrachten wanneer deze voor het uitzendbureau gaan werken bij een opdrachtgever.

Loopbaanbegeleiding en de flexibilisering van de arbeidsmarkt
De combinatie tussen de loopbaanoriëntatie tijdens het intakegesprek en de opleidingsmogelijkheden van een uitzendbureau vormen een totaalpakket waardoor de uitzendorganisatie niet alleen als loopbaanbegeleider kan worden beschouwd maar ook als loopbaanvormer of loopbaanontwikkelaar voor uitzendkrachten en ander flexibel personeel. Op deze manier levert een uitzendorganisatie niet een tijdelijke oplossing voor een uitzendkrachten door ze van passend werk te voorzien maar ook een structurele oplossing waarmee uitzendkrachten in de toekomst ook aan het werk kunnen blijven. Dat laatste is afhankelijk van de loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven die steeds belangrijker worden op een flexibele arbeidsmarkt. Veel werknemers werken niet voor altijd bij één opdrachtgever of werkgever maar wisselen tijdens hun loopbaan regelmatig van werkgever. Dat zorgt er voor dat de loopbaan moet worden vormgegeven en ontwikkelt. Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor het uitzendbureau.

CO2 neutraal uitzendbureau

CO2 neutraal werken is de bedrijfsvoering zo inrichten dat men zo weinig mogelijk CO2 uitstoot en in er voor zorgt dat men zelf zoveel energie opwekt dat men in de eigen energiebehoefte kan voorzien. Veel bedrijven in Nederland zijn bezig met CO2 neutraal werken en produceren. Uitzendbureaus leveren flexibel personeel aan vrijwel alle sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven en de non-profitsector. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus indirect betrokken zijn bij de verduurzaming van hun opdrachtgevers.

Opdrachtgevers zijn bezig met energietransitie De rol van uitzendbureaus zal in de toekomst belangrijker worden omdat de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt. Uitzendbureaus zullen echter hun dienstverlening moeten uitbreiden om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Er zijn namelijk nogal wat uitzendbureaus in Nederland gevestigd. Naast een goede bemiddeling en scherpe tarieven voor het inlenen van uitzendkrachten zullen ook andere aspecten een rol gaan spelen bij de keuze van een potentiële inlener om juist wel of juist niet zaken te doen met een uitzendbureau. Het maatschappelijk verantwoord ondernemen is daar een belangrijk onderdeel van.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Maatschappelijk verantwoord ondernemen beperkt zich niet alleen tot producenten en leveranciers. Ook dienstverleners zullen een steeds grotere druk ervaren om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit houdt niet alleen in dat men ethisch moet handelen maar ook dat men verantwoord moet omgaan met milieu en leefomgeving. Juist deze laatste aspecten krijgen de afgelopen jaren meer aandacht. De emissie van broeikasgassen waaronder CO2 zorgt er voor dat veel bedrijven verantwoord omgaan met hun energieverbruik ook met grondstoffen en afval wordt zorgvuldiger omgegaan dan jaren geleden.

Het hergebruiken van goederen en verpakkingen zorgt er voor dat bedrijven zowel bij de productie als bij het daadwerkelijk afvoeren van producten een belangrijke rol op zich nemen. Uitzendondernemingen leveren uitzendkrachten aan bedrijven die midden in een energietransitie zitten en midden in processen waarin afval wordt beperkt, gerecycled en hergebruikt. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus in de toekomst ook verantwoordelijkheid moeten nemen met betrekking tot de voorlichting van uitzendkrachten op het gebied van maatschappelijk verantwoord werken of milieuverantwoord handelen.

Doorgeleidingsplicht met betrekking tot veiligheid
Vanuit de Arbowetgeving in Nederland zijn uitzendondernemingen al verplicht om hun uitzendkrachten op een duidelijke wijze voor te lichten over de aspecten met betrekking tot veiligheid en gezondheid waar ze mee te maken krijgen als ze tewerk worden gesteld bij een bepaalde inlener. VCA gecertificeerde bedrijven zetten vaak hun uitzendopdrachten uit bij VCU gecertificeerde uitzendondernemingen om dat een VCU uitzendbureau VIL-VCU gecertificeerde intercedenten heeft die door het behalen van het VIL-VCU certificaat goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten die bij bepaalde bedrijven een rol spelen.

Bij VCA en VCU spelen ook milieuaspecten een grote rol. Deze aspecten zijn echter met name gericht op het voorkomen van schade en ongelukken aan mens, materieel, gebouwen en milieu. De focus ligt zeker niet op het beperken van energieverspilling en afvalverspilling. Deze aspecten zullen echter wel een grotere rol krijgen in de bedrijfsvoering dan tot op heden het geval was. Er ontstaat behoefte aan een energiecertificaat voor uitzendbureaus en intermediairs.

Energiezuinigheid en VIL-VCU certificaat voor uitzendbureaus
Het klinkt misschien wat vergezocht een milieucertificaat of een energiecertificaat voor uitzendbureaus maar dit zal naar alle waarschijnlijkheid wel realiteit worden de komende jaren of misschien zelfs al de komende maanden. Het VIL-VCU certificaat en het VCU certificaat zijn al voorbeelden van certificeringen waarbij het uitzendwezen haar dienstverlening heeft aangepast aan de richtlijnen waar hun inleners aan zijn onderworpen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM).

Het is goed denkbaar dat men binnen het VCA een extra onderdeel opneemt dat gericht is op energiebesparing, afvalbeperking en hergebruik van materialen. Als dat het geval is dan zal men binnen het VIL-VCU certificaat ook aandacht moeten hebben voor het beperken van energieverspilling en het juist verwerken en hergebruiken van afval. Dan zullen uitzendbureaus die mogelijk ook moeten meenemen in hun doorgeleiding van deze richtlijnen aan hun uitzendkrachten. Dan weten de uitzendkrachten waar ze op moeten letten als ze aan de slag gaan bij de inlener.

Doorgeleidingsplicht in milieuvriendelijk werken
Uitzendbureaus zijn voornamelijk commerciële dienstverleners die over het algemeen de focus hebben op het behalen van omzet en marge. Uiteraard willen ze daarbij wel dat hun naamsbekendheid vergroot wordt en indien mogelijk verbeterd wordt. Dat is nodig omdat de concurrentie steeds groter wordt tussen uitzendbureaus. De meeste uitzendbureaus voldoen aan de wettelijke regels dus het naleven van de wettelijke verplichting zorgt er niet voor dat uitzendbureaus zich van elkaar onderscheiden. Daarom moeten uitzendbureaus bijvoorbeeld meer doen dan de huidige doorgeleidingsplicht op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.

Uitzendbureaus die nu al de focus leggen op maatschappelijk verantwoord ondernemen en daarbij hun dienstverlening aanpassen aan de energietransitie die bij hun opdrachtgevers aan de orde is, zullen in de toekomst hun naam in de uitzendmarkt nog steviger kunnen vestigen. In de praktijk betekend dit dat ze meer moeten doen dan de huidige doorgeleidingsplicht. Ze zullen ook aandacht moeten hebben voor welke milieuaspecten een rol spelen bij hun opdrachtgevers. Deze aspecten zullen ze moeten inventariseren en formuleren op instructieformulieren die ze verstrekken aan hun uitzendkrachten.

CO2 neutraal uitzenden is mogelijk
Uitzendbureaus zullen niet alleen naar de bedrijfsvoering van hun opdrachtgevers moeten kijken, ook hun eigen bedrijfsvoering moet voortdurend beoordeeld worden op het gebied van energiezuinigheid en milieuvriendelijkheid. Veel uitzendbureaus hebben schriftelijke processen gedigitaliseerd waardoor er veel papier wordt bespaard. Dit zorgt natuurlijk ook voor een koste besparing. Er hoeft minder papier te worden ingekocht en opgeslagen. Ook hoeft er minder post te worden verzonden want veel communicatie vind al plaats via E-mail. Dit is al een behoorlijke verbetering maar uitzendbureaus kunnen veel meer doen.

Elektrische lease-auto’s
Zo kunnen uitzendbureaus hun intercedenten laten rijden in elektrische auto’s en ze kunnen ook contracten sluiten met leasemaatschappijen over het ter beschikking stellen van elektrische leaseauto’s aan uitzendkrachten. Uitzendondernemingen die nog ambitieuzer zijn kunnen ook investeren in het netwerk van laadpalen door op bepaalde locaties laadpalen te plaatsen. Veel uitzendbureaus verhuizen namelijk van de binnenstad naar industriegebieden waardoor het plaatsen van laadpalen interessanter en effectiever is.

CO2 neutrale materialen
Verder kunnen uitzendbureaus die kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken aan uitzendkrachten deze kleding en pbm’s bij bedrijven kopen die maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit houdt in dat de kleding en pbm’s (zo veel mogelijk) CO2 neutraal geproduceerd en getransporteerd moet zijn.

Uitzendbureaus kunnen ook met het vertrekken van hun promotiemateriaal rekening houden met de herkomst van de materialen die voor de marketingproducten zijn gebruikt. Hierbij kan ook de aandacht worden gelegd op herbruikbare materialen en duurzame producten. Wegwerpgoederen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Investeren in energietransitie
Uitzendbureaus kunnen ook zelf energie opwekken door zonnepanelen te plaatsen op de daken van hun vestigingen. Vooral uitzendbureaus die op industrietereinen gevestigd zijn zouden dit kunnen doen. Daarnaast zouden uitzendbureaus ook met opdrachtgevers van energieprojecten (zoals windmolenparken en zonnevelden) afspraken kunnen maken over het leveren van uitzendkrachten en het tevens investeren van geld door het uitzendbureau in het energieproject. Verduurzamen vereist creativiteit en ondernemerschap. Het investeren in energietransitie hoort daar bij.

Uitzendbureaus en inleners werken samen aan duurzaamheid
Uitzendbureaus zijn intermediairs dat wil zeggen dat ze tussenpersonen zijn. Een uitzendbureau is een schakel tussen personeel en bedrijven. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus veel informatie kunnen inwinnen maar ook veel informatie kunnen verstrekken ook op het gebied van duurzaamheid. Uitzendbureaus die hun taak als intermediair en consultant heel serieus nemen op dit gebied kunnen bedrijven goed ondersteunen om nog duurzamer te worden. Door het gebruik van elektrische auto’s kan de emissie van CO2 worden beperkt.

Als men het over duurzaamheid heeft kan men ook denken aan het duurzaam inzetten van personeel en de duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten. Daarbij komt ook loopbaanontwikkeling aan de orde. Duurzaamheid is een breed begrip dat dus niet alleen met het milieu te maken heeft maar ook met het verduurzamen van het personeelsbestand. Bedrijven en uitzendbureaus kunnen ook op dit gebied intensief samenwerken om het arbeidsklimaat in Nederland te verduurzamen. 

Wat is een jobhopper?

Jobhopper is een populaire Engelse benaming voor werknemers die voortdurend van baan wisselen. Een jobhopper wordt door een bedrijf over het algemeen niet beschouwd als een loyale arbeidskracht maar veel meer als een opportunist die zijn of haar ogen open houdt voor ander werk om er zelf beter van te worden. Het cv van een echte jobhopper bestaat daarom uit een opsomming van verschillende korte dienstverbanden bij diverse werkgevers. Vaak is er tussen die verschillende werkervaringen een duidelijke lijn zichtbaar van een lagere functie naar een steeds hogere functie. Als dit het geval is kan men zeggen dat de jobhopper in zijn opzet geslaagd is om door te groeien. Toch is dit een voorbarige conclusie.

Risico’s jobhoppen
Veel jobhoppers falen in hun opzet. Omdat ze vaak korte perioden bij bedrijven hebben gewerkt zijn ze vaak niet voldoende ingewerkt en hebben ze nauwelijks op het functieniveau begeven dat op hun cv staat. Ze gebruiken de nieuwe functie vaak om ergens anders een hogere functie te bemachtigen. Al snel komen ze er achter dat de nieuwe functie te zwaar is voor ze en dan zijn ze genoodzaakt om ander werk te zoeken. In dat geval gaat de jobhopper ten onder aan zijn of haar eigen succes. Het resultaat is een cv met heel veel verschillende werkgevers en als ze pech hebben ook nog een slechte referentie. Dat zorgt er voor dat sommige jobhoppers moeilijk aan een andere baan komen nadat ze een paar keer hebben kunnen profiteren van een overstap naar een hogere functie in andere organisatie.

Is jobhoppen verstandig?
De vraag is dan of jobhoppen verstandig is of niet. Dit kan echter alleen per situatie worden bekeken en beoordeeld. In sommige gevallen is het overstappen naar een andere baan of naar een andere werkgever verstandig zijn. In andere gevallen kan men dat juist beter niet doen. Het belangrijkste dat men in deze overweging mee moet nemen is de toekomst en toekomstplannen van de werknemer of sollicitant.

Als het nieuwe bedrijf en de nieuwe functie beter aansluiten bij de opleiding en loopbaanwensen dan is het overstappen wellicht verstandig. Alleen overstappen voor een iets hoger salaris of iets betere arbeidsvoorwaarden is dikwijls niet verstandig. Meestal blijkt pas na de ondertekening van het nieuwe contract dat ook bij de nieuwe werkgever ook aspecten aan de orde komen die minder naar wens zijn. De uitdrukking ‘het gras is altijd groener bij de buren’ is hier dan op zijn plaats.

Flexibele schil of langdurig dienstverband?
De meeste bedrijven willen graag een stabiel personeelsbestand naast een zogenaamde flexibele schil die onder andere bestaat uit uitzendkrachten. Voor veel bedrijven is het geen probleem als er jobhoppers in de flexibele schil van het bedrijf zitten. De meeste werknemers in de flexibele schil werken namelijk voor korte periode bij het bedrijf en zullen daarom vaker om hun heen kijken naar ander werk. Dit wordt ook van flexkrachten geaccepteerd maar van vaste krachten verwachten de meeste bedrijven dat ze niet om zich heen kijken naar ander werk.

Een vaste kracht heeft een contract voor onbepaalde tijd en is in de praktijk meestal doorgegroeid van een bepaalde tijdscontract naar een onbepaaldetijdcontract. Een vast contract biedt zekerheid en werknemers die een dergelijk contract hebben stappen niet snel over op een andere baan. Dat zorgt er voor dat werknemers met een contract voor onbepaalde tijd meestal geen jobhoppers zijn. Werknemers uit de flexibele schil kunnen bij sommige bedrijven doorstromen naar een langdurig dienstverband met vast contract. Daarom is het ook voor uitzendkrachten en andere flexwerkers niet altijd verstandig om op elk aanbod van werk in te gaan als ze al een tijd als flexwerker werkzaam zijn bij een bedrijf.

Hoe bouw je een flexpool of arbeidspool op?

Een flexpool of arbeidspool is in feite beschikbaar arbeidspotentieel. Dit arbeidspotentieel kan worden ingezet als een aangesloten organisatie daar behoefte aan heeft. Een flexpool is daardoor een flexibele schil met flexkrachten die als oproepkrachten kunnen worden ingezet. Het opbouwen van een flexpool lijkt misschien eenvoudig maar dat is het in de praktijk niet. Een flexpool bestaat uit medewerkers met een specifieke loopbaanachtergrond en opleidingsachtergrond die ze geschikt maken voor het uitoefenen van bepaald werk. Men heeft het dus in feite over een personeelsbestand met beschikbare flexwerkers en potentieel beschikbare arbeidskrachten.

Opbouw flexpool
Voor de opbouw van een flexpool doet men er verstandig aan om eerst een plan te schrijven. Hierin moet staan voor welke functies men een bestand van flexibele arbeidskrachten wil aanleggen. Hiervoor kan men functieprofielen opstellen met daarin de gewenste opleidingsachtergrond en werkervaring. Hierbij dient men ook te kijken naar de manier waarop men tracht deze krachten te werven en te selecteren. Men kan de opbouw van de flexpool in eigen beheer doen maar men kan ook een intermediair in de arm nemen om hierbij ondersteuning te bieden of om dit geheel op zich te nemen. Als men voor het laatste kiest hoeft men verder niet heel veel inspanning te verrichten maar zal men wel rekening moeten houden met extra kosten want de intermediair wil haar kosten ook afdekken en vaak ook een bepaalde winstmarge behalen.

Als men de opbouw en het onderhouden van een arbeidspool niet wil uitbesteden zal men binnen het bedrijf extra capaciteit beschikbaar moeten stellen. Zo zal men bijvoorbeeld een personeelsfunctionaris de taak moeten geven om een flexpool op te bouwen. Deze kan bijvoorbeeld bestaan uit zzp’ers. Een personeelsfunctionaris kan echter ook ondersteuning vragen van verschillende uitzendbureaus en de beschikbare uitzendkrachten in een bestand bijhouden zodat deze ingezet kunnen worden wanneer dat nodig is. Een personeelsfunctionaris kan echter ook  tijdelijke contracten verstrekken voor minimaal 3 arbeidsuren per week. Deze flexibele contracten zijn arbeidsovereenkomsten waarbij geen vaste werkuren of dienstroosters zijn vastgelegd. Dat biedt bedrijven meer vrijheden zodat ze flexibel kunnen omgaan met personeel.  Uiteraard dient een personeelsfunctionaris deze contracten op te stellen en te beheren. Daar komt ook veel kennis bij kijken zoals kennis van wet en regelgeving omtrent flexibele contracten zoals de Wet werk en zekerheid (Wwz), de arbeidstijden wet enzovoort.

Onderhouden flexpool
Zodra het arbeidspotentieel in kaart is gebracht in de flexpool. Kunnen andere personeelsplanners, teamleiders en voormannen kijken wanneer de flexwerkers nodig zijn. Een personeelsfunctionaris of ander coordinator dient er op toe te zien dat de flexwerkers uit de flexpool goed op de hoogte zijn van de werkzaamheden en de arbeidsduur. Deze verstrekt zelf de instructies aan de flexwerker of zorgt er voor dat een andere persoon dat doet. Uiteraard dienen de gewerkte uren bijgehouden te worden en te worden verloond. Ook is er voor flexwerkers in de flexpool een aanspreekpunt nodig. Dit is ook vaak de personeelsfunctionaris of coördinator van de flexpool.

Wat is werk voor langere tijd?

Veel uitzendkrachten en andere flexkrachten krijgen te horen dat een uitzendbureau of werkgever “werk voor langere tijd” heeft. Dit “werk voor langere tijd” wordt meestal niet duidelijk gedefinieerd. Men weet dus vaak niet hoe lang een klus precies duurt als men te horen krijgt dat het werk is voor langere tijd. Deze onduidelijkheid kan bij uitzendkrachten voor onzekerheid zorgen. Er zullen uitzendkrachten zijn die uitgaan van het beste scenario en dat is dat ze uiteindelijk overgenomen zullen worden door het bedrijf waar ze werken.

Andere uitzendkrachten hechten geen waarde aan de opmerking dat het werk voor langere tijd is. Deze groep ziet wel hoe lang de klus daadwerkelijk duurt. De groep uitzendkrachten die deze houding heeft ten opzichte van het uitzendwerk spreekt vaak uit ervaring. Het komt in de praktijk namelijk helaas vaak voor dat uitzendkrachten wel de belofte krijgen dat ze voor langere tijd kunnen werken maar dat ze na een paar weken te horen krijgen dat de klus bijna is afgerond. Uitzendkrachten kunnen door deze ervaringen teleurgesteld en wantrouwend worden naar uitzendbureaus en opdrachtgevers.

Als je dus hoort dat er werk wordt geboden voor langere tijd dan is het belangrijk dat je duidelijk krijgt hoe lang het werk precies duurt tenzij je deze onzekere factor accepteert. Als je geen genoegen neemt met de uitdrukking “werk voor langere tijd” dan zal je moeten proberen om een bepaalde tijdsduur vast te leggen op papier. Dat doen ze meestal niet voor uitzendkrachten maar als je overtuigd bent dat jij een grote toegevoegde waarde hebt voor het bedrijf en dat de vacature moeilijk met iemand anders ingevuld kan worden dan heb je een goede onderhandelingspositie.

Je kunt dan trachten zekerheid af te dwingen bij het uitzendbureau of het inlenende bedrijf vooral wanneer je meerdere aanbiedingen van andere uitzendbureaus en andere werkgevers hebt gekregen. In dat geval kun je proberen om in een detacheringscontract voor bepaalde tijd de arbeidsduur vast te leggen. Dan heb je zekerheid voor een bepaalde periode. Voor de meeste flexkrachten is deze zekerheid een zeer welkome factor.

Solliciteren bij technische uitzendbureau’s begint met oriënteren

Er zijn veel verschillende uitzendbureau’s in Nederland gevestigd.  Naast algemene uitzendbureau’s die uitzendpersoneel in verschillende marktsegmenten te werk stellen zijn er ook specifieke uitzendbureau’s die zich richten op een bepaald marktsegment.  Een voorbeeld hiervan zijn de technische uitzendbureau’s. Deze bureaus bemiddelen technisch personeel. De techniek is echter enorm breed daarom zijn veel uitzendbureau’s gespecialiseerd in een aantal marktsegmenten zoals de bouw, elektrotechniek,  werktuigbouwkunde, civiele techniek of de offshore.  Voor mensen die werk zoeken is het echter lastig om het juiste technische uitzendbureau te vinden.

Welk technisch uitzendbureau moet je kiezen? 

Deze vraag kan niet met een eenduidig antwoord beantwoord worden omdat het antwoord voor iedereen verschillend is. Je juiste uitzendbureau voor een werkzoekende is het bureau dat hem of haar het beste en snelste aan een passende baan kan helpen. Daarvoor is ervaring nodig, deze ervaring dient bij de intercedenten aanwezig te zijn.

Intercedent vervult een sleutelrol

Omdat veel intercedenten een administratieve of commerciële opleiding hebben gevolgd ontbreekt het hen vaak aan technische kennis. Door lang in een technisch werkveld personeel te bemiddelen neemt de technische kennis over het algemeen toe. Toch zijn er intercedenten bij technische uitzendbureau’s die ondanks een lang dienstverband nauwelijks technische kennis hebben.

Een techneut die werk zoekt kan zijn of haar cv aan een intercedent overhandigen om tijdens een intakegesprek kennis te maken met de intercedent en het desbetreffende uitzendbureau.  Op basis van de vragen die de intercedent stelt over het cv kan de techneut de conclusie trekken of de intercedent capabel genoeg is om passend werk te vinden.

Oriënteren op internet

Meestal gaan aan het bezoeken van een uitzendbureau een aantal stappen vooraf. Een werkzoekende begint met zijn of haar oriëntatie meestal via internet. Op de website van uitzendbureau’s krijgt men een indruk van de technische segmenten waar het desbetreffende uitzendbureau zich op richt. Naast de omschrijving die het uitzendbureau meestal op de homepagina over zichzelf geeft is er meer informatie te vinden die een beeld schetsen van de kwaliteit van het uitzendbureau.

Een voorbeeld hiervan zijn de vacatureteksten. Uit de manier waarop de vacatures zijn omschreven kan men een duidelijke indruk krijgen of het uitzendbureau verstand heeft van techniek. Vakjargon is daarbij een belangrijke indicator.  Veel technische segmenten hebben hun eigen vakjargon of vaktaal. Een uitzendbureau die dezelfde vaktaal spreekt of in hetzelfde vakjargon schrijft toont daarmee aan dat ze dezelfde taal spreken als de technici die ze bemiddelen.

Als men dezelfde taal spreekt bevordert dat de communicatie.  Een uitzendbureau die dezelfde technische vaktaal spreekt als de techneut begrijpt hem of haar sneller en kan daardoor ook sneller het juiste werk vinden voor de desbetreffende persoon.

Solliciteren

Als je gaat solliciteren bij een yechnisch uitzendbureau hoef je niet in een driedelig pak naar je intakegesprek te gaan. In plaats daarvan is het vooral belangrijk dat je kunt aantonen over welke technische competenties en vaardigheden je beschikt. Als je bijvoorbeeld ervaring hebt met TIG lassen dan moet je niet alleen je lasdiploma’s en lascertificaten meenemen, je laservaring kun je ook aantonen door foto’s van producten en werkstukken die je hebt gelast. Benoem bedrijven waar referenties kunnen worden ingewonnen die aantonen over welke kwaliteiten je beschikt. Uitzendbureau’s bellen vaak referenties na om een goed beeld te krijgen van de sollicitant. Van te voren referenties noteren op je cv is een goede voorbereiding op je intakegesprek.

Goed cv is belangrijk

Uiteraard is een goed cv ook belangrijk. Zet niet alleen de functienamen op je cv maar omschrijf ook wat je gedaan hebt. Als je bijvoorbeeld alleen de functie ‘lasser’ neer zet dat zegt dat weinig. Alleerst is de vraag welke lasprocessen je hebt uitgevoerd bijvoorbeeld MIG/MAG, BMBE of TIG. Vervolgens kun je vragen verwachten over plaatdiktes, positie en lasdraad. Ook kan men vragen stellen of de lasser alleen heeft afgelast of ook heeft samengesteld.  In dat laatste geval kan de lasser ook tekeninglezen. Als een sollicitant van te voren deze vaardigheden uitschrijft op zijn of haar cv dan kan men tijdens een intakegesprek duidelijker aan de intercedent de werkervaring aantonen. Dat biedt een belangrijke ondersteuning voor een degelijk intagesprek.

Als er periodes zijn waarin men niet heeft gewerkt en geen opleiding heeft gevolgd wordt meestal door een intercedent naar de reden gevraag voor dit spreekwoordelijke ‘gat’ op het cv. Het is belangrijk dat je daar een antwoord op kunt geven dat naast juist ook logisch is. Ook als opleidingen voortijdig zijn afgebroken worden daar vask vragen over gesteld.  Die vragen kun je dus verwachten en de intercedent verwacht een goed antwoord.  Ook deze antwoorden kun je van te voren bedenken zodat je tijdens het gesprek goed voorbereid bent. Een goede voorbereiding is van groot belang als je gaat solliciteren of dat nu bij een uitzendbureau is of bij een reguliere werkgever.

Wat is een perspectiefverklaring en hoe kan deze worden gebruikt voor het aanvragen van een hypotheek?

De term perspectiefverklaring wordt tegenwoordig in het nieuws regelmatig genoemd. Een perspectiefverklaring kan worden gebruikt om een hypotheek aan te vragen voor een flexibele arbeidskracht. Flexibele arbeidskrachten merken dat ze moeilijk een hypotheek kunnen aanvragen bij een hypotheekverstrekker omdat ze geen vast contract hebben. De meeste hypotheekverstrekkers hebben behoefte aan duidelijke gegevens over de inkomenszekerheid van de hypotheekaanvrager. Een vast contract wordt door veel hypotheekverstrekkers geaccepteerd maar een tijdelijk contract of een tijdelijk dienstverband op uitzendbasis via een uitzendbureau zorgt bij de meeste hypotheekverstrekkers voor terughoudendheid.

Flexwerkers krijgen moeilijk een hypotheek
Hypotheekverstrekkers zijn bang dat uitzendkrachten en andere flexwerkers door het wegvallen van de uitzendarbeid of na de einddatum van hun tijdelijke contract geen inkomen meer hebben. Daardoor zou deze groep niet meer aan hun betalingsverplichting voor de hypotheek kunnen voldoen. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat de hypotheekverstrekker langer op het geld moet wachten of uiteindelijk de woning te koop moet laten zetten.

Wat is de perspectiefverklaring?
Bovenstaande situatie is niet ideaal omdat veel hardwerkende flexibele arbeidskrachten lange tijd aan het werk zijn via uitzendbureaus. Er zijn flexwerkers die helemaal nooit in de WW zitten omdat ze goede perspectieven hebben op de arbeidsmarkt. Daarom heeft uitzendorganisatie Randstad de  perspectiefverklaring ontwikkelt. In deze verklaring wordt duidelijk aangeven wat de perspectieven zijn van de desbetreffende flexkracht op de arbeidsmarkt. Deze perspectieven zijn gebaseerd op wat men redelijkerwijs kan verwachten als men naar de volgende eigenschappen kijkt van de flexkracht:

  • Werkervaring
  • Opleidingsniveau
  • Functie
  • Arbeidsmarktsituatie in de regio
  • Mobiliteit (eigen vervoer)
  • Competenties

Doormiddel van een omschrijving van bovenstaande eigenschappen van de flexkracht tracht het uitzendbureau aan de hypotheekverstrekker duidelijk te maken hoe groot de kans is dat de flexkracht de in de toekomst bestendige inkomsten uit arbeid kan verwerven. Hierbij wordt het actuele inkomensniveau van de flexkracht als het minimale uitgangspunt genomen.

Wat kan een flexwerker met de perspectiefverklaring?
De perspectiefverklaring moet een steeds belangrijker document worden bij het aanvragen van een hypotheek. Banken zijn hierin geïnteresseerd maar  het is nog wel even afwachten of het document net zo waardevol wordt geacht als een werkgeversverklaring waarmee wordt aangeduid dat de werknemer een vast contract heeft. Verschillende hypotheekverstrekkers moeten wennen aan het idee dat de perspectieven die iemand op de arbeidsmarkt heeft in veel gevallen belangrijker zijn dan een vast contract bij een werkgever. Veel ervaren werknemers hebben ontslag gekregen tijdens de economische crisis omdat het bedrijf waarvoor ze werkten failliet ging. Werknemers die jaren lang een vast contract hebben gehad maar nauwelijks een ontwikkeling hebben doorgemaakt in hun werk hebben niet altijd een goed perspectief op werk.

Een vast contract is dus niet een garantie dat men altijd aan het werk zal blijven en aan de verplichtingen van een hypotheek kan voldoen. Veel uitzendkrachten hebben tijdens hun loopbaan bij verschillende bedrijven gewerkt. Ze zijn gewend aan diverse opdrachtgevers en kunnen een breed scala aan werkzaamheden uitvoeren. Deze flexwerkers zijn flexibel en passen zich makkelijk aan. Daarom krijgen ze meestal ook sneller een nieuwe baan. Geen wonder dat na de economische crisis vooral uitzendkrachten als eerste profiteren van een stijgende productie.

Wanneer moet een uitzendbureau de inlenersbeloning toepassen?

De inlenersbeloning is een veelbesproken onderwerp bij uitzendbureaus. Tot januari hadden uitzendbureaus de mogelijkheid om uitzendkrachten de eerste 26 gewerkte weken conform de ABU-cao te belonen. Uitzendkrachten moesten na 26 werkweken bij dezelfde klant beloond worden conform de cao van de klant. Wanneer een uitzendkracht echter kan worden aangemerkt als vakkracht zal hij of zij vanaf zijn eerste werkdag conform de beloningsmethodiek van de inlener moeten worden beloond.

Vakkrachten en vakkrachtenregeling?
Een uitzendkracht kan als vakkracht worden aangemerkt wanneer hij of zij onder de vakkrachtenregeling valt. Deze regeling is opgenomen in artikel 20 van de CAO-ABU en artikel 37/ bijlage 10 van de NBBU cao. In dit artikel is omschreven aan welke voorwaarden een uitzendkracht moet voldoen als hij of zij als vakkracht moet worden aangemerkt. Daarbij is ook aangegeven wat dit betekent voor de beloning van de uitzendkracht.

Hieronder volgt een citaat van de: ‘cao voor uitzendkrachten 2012-2017, november 2012’.

Artikel 20 Vakkrachten

1. De CAO van de opdrachtgever kan specifieke bepalingen bevatten met betrekking tot de belo­ning van vakkrachten.

2. Partijen betrokken bij de CAO van de opdrachtgever kunnen aan de Beloningscommissie bij deze CAO verzoeken die bepalingen omtrent vakkrachten vanaf de aanvang van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming van toepassing te verklaren op uitzend­overeenkomsten. Deze bepalingen treden pas in werking na goedkeuring en publicatie door de Beloningscommissie.

3. De Beloningscommissie toetst of:

a. vakkrachten zijn gedefinieerd in termen van het behalen van een diploma en/of voor de functie relevante vakkennis en/of vakervaring in een sector;

b. de beloning voor vakkrachten is samengesteld uit niet meer dan de zes beloningselementen van de inlenersbeloning zoals bedoeld in artikel 19 lid 5 onder b. van de CAO;

c. de elementen van de aangemelde bepalingen omtrent vakkrachten tezamen dusdanig hoger in waarde zijn dan de elementen van de beloningsregeling van onderhavige CAO dat zij in redelijkheid moeten worden toegepast.

4. Indien de Beloningscommissie overweegt om de aangemelde bepalingen omtrent vakkrachten niet te accepteren zal zij in overleg treden met de partijen die de bepalingen hebben aangemeld.

5. De commissie neemt binnen zes weken een schriftelijk gemotiveerd besluit over het ingediende verzoek, behoudens de situatie zoals genoemd in lid 4. In dit artikel wordt onder schriftelijk verstaan: ‘per brief of per e-mail verzonden’.

6. Nadat de Beloningscommissie de vakkrachtenmelding heeft goedgekeurd, zal de vakkrachten­melding worden gepubliceerd op www.sncu.nl.

7. Na publicatie is de vakkrachtenmelding direct van toepassing op nieuwe en lopende terbeschik­kingstellingen. Het besluit van de Beloningscommissie heeft geen terugwerkende kracht.

8. De Beloningscommissie is paritair samengesteld en bestaat uit drie vertegenwoordigers van werknemerszijde en drie vertegenwoordigers van werkgeverszijde en stelt haar eigen reglement vast. De Beloningscommissie heeft als opdracht te oordelen over zaken aangaande de leden 1 en 2 van dit artikel.

Welke uitzendkrachten zijn vakkrachten?
Elk cao-partij kan in de praktijk een vakkrachtenmelding doen. Deze vakkrachtenmeldingen kunnen worden gedaan bij de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). Deze stichting publiceert de vakkrachtenmelding op hun website zodat alle werkgevers de vakkrachtenmelding kunnen lezen. Bedrijven en uitzendbureaus doen er verstandig aan om regelmatig de website van de SNCU te bekijken of er nieuwe relevante vakkrachtenmeldingen zijn gedaan. In deze vakkrachtenmelding staat aan welke eisen de werknemer moet voldoen indien hij als vakkracht aangemerkt moet worden. Deze eisen zijn gericht op relevante werkervaring, opleidingsrichting en opleidingsniveau.

De vakkrachtenmelding is opgenomen in een cao. De cao’s zijn gekoppeld aan bedrijven of bedrijfstakken. De medewerkers die in de ene cao als vakkrachten worden aangemerkt kunnen mogelijk in een andere cao niet als vakkracht worden aangemerkt. Een vakkracht heeft namelijk relevante werkervaring en een relevante opleiding nodig die gericht is op het desbetreffende bedrijf of bedrijfstak.

Wat moet een uitzendbureau met de vakkrachtenmelding doen?
Uitzendbureaus moeten bij de inlener navragen onder welke cao het bedrijf valt. Vervolgens moet het uitzendbureau in de desbetreffende cao nagaan of er een vakkrachtenmelding is opgenomen. Dit kan ook worden bekeken op de website van de SNCU. Als een uitzendbureau uitzendkrachten bemiddelt bij een inlener die onder een cao valt met een vakkrachtenmelding, dient het uitzendbureau goed na te gaan of de uitzendkrachten die het uitzendbureau bemiddelt als vakkrachten kunnen worden aangemerkt. Als dat wel het geval is zullen de uitzendkrachten conform de beloningsmethodiek van de inlener beloond moeten worden. De inlenersbeloning dient te worden toegepast ten gunste van de uitzendkracht. Als de uitzendkracht bijvoorbeeld een contract voor bepaalde tijd heeft via het uitzendbureau kan hij of zij niet meer in salaris worden teruggezet.

Let op vanaf 1 januari 2015 moeten alle uitzendkrachten vanaf de eerste werkdag op basis van inlenersbeloning worden beloond.

Wat is een vakdiploma en wat kun je er mee?

Een vakdiploma heeft meerwaarde op de arbeidsmarkt. Doormiddel van een vakdiploma kan een werknemer of sollicitant aantonen dat hij of zij over een bepaald opleidingsniveau beschikt in een specifieke opleidingsrichting. Een vakdiploma is gekoppeld aan een bepaald beroep of beroepsgroep. Met een vakdiploma kan een werkzoekende of uitzendkracht aanspraak maken op een vakkrachtenregeling in een cao. Daarover hieronder meer.

Vakkrachtenregeling
De overheid van Nederland wil dat werknemers die hetzelfde werk doen ook hetzelfde worden beloond. De vakkrachtenregeling is een middel om deze gelijkheid te bewerkstelligen. In verschillende cao’s is een artikel opgenomen met betrekking tot vakkrachten. In de ABU-cao is dit bijvoorbeeld artikel 20. Ook in de NBBU cao artikel 37/ bijlage 10 is het onderwerp vakkrachten beschreven.

Verder is in sommige cao’s beschreven welke werknemers onder de vakkrachtenregeling vallen. De aanmerking van een bepaalde groep werknemers als vakkracht heeft gevolgen voor de bedrijven die de vakkrachten tewerk stellen. Daarnaast zullen ook uitzendbureaus zich moeten houden aan de richtlijnen met betrekking tot vakkrachten wanneer ze deze bij bedrijven voorstellen die in hun cao speciale richtlijnen omtrent deze groep arbeidskrachten hebben opgenomen. Uitzendbureaus dienen bijvoorbeeld uitzendkrachten die behoren tot de vakkrachten vanaf de eerste dag conform de inlenersbeloning te belonen. De vakkrachten krijgen daardoor dezelfde beloning als personeel dat rechtstreeks bij de organisatie werkzaam is.

De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) ziet toe op het naleven van onder andere de vakkrachtenregeling. Daarnaast kunnen cao-partijen bij de SNCU een vakkrachtenmelding indienen. Dit is een schriftelijke omschrijving van wat een bepaalde beroepsgroep onder vakkrachten verstaat. Deze vakkrachtenmeldingen worden op de website van de SNCU gepubliceerd. Het is verstandig dat uitzendbureaus regelmatig de website van de SNCU bekijken zodat ze weten welke werknemers onder vakkrachten vallen en welke werknemers de eerste 26 weken conform de ABU-cao kunnen worden beloond. Na 1 januari 2015 dient elke uitzendkracht op de eerste werkdag en daarna conform de inlenersbeloning te worden beloond.

Vakdiploma en vakkrachtenregeling
De vakkrachtenregeling is een regeling ten gunste van de arbeidskracht die als vakkracht kan worden aangemerkt. Hij of zij kan door de vakkrachtenregeling een gelijkwaardige beloning krijgen als andere werknemers die conform de cao van de inlener worden beloond. Bij een nadere bestudering van de vakkrachtenmeldingen blijkt in veel gevallen een bepaald diploma vereist te zijn. Dit is meestal een diploma in een specifieke beroepsrichting zoals: schilderen, timmeren en installatietechniek.

Beoordeling vakkracht
Het behalen van een vakdiploma is daarom van groot belang voor de ‘waarde’ van een arbeidskracht op de arbeidsmarkt. Een vakdiploma is echter niet het enige aspect waarop wordt beoordeeld of een arbeidskracht een vakkracht is of niet. In sommige cao’s zoals de cao voor Bouwnijverheid wordt een arbeidskracht ook beoordeeld op relevante werkervaring in een bepaalde sector in dit geval de bouw. Ook het volgen van een vakopleiding kan in sommige gevallen al voldoende zijn om iemand aan te merken als vakkracht.

Wat zijn vakkrachten en wat is de vakkrachtenregeling?

Voor het vaststellen van de beloning van werknemers is het onder andere van belang om te weten of de desbetreffende werknemer een vakkracht is of niet. Dit is onder andere van belang voor uitzendbureaus die werknemers conform de inlenersbeloning moeten inschalen. Uitzendbureaus dienen vanaf de eerste werkdag uitzendkrachten die onder de categorie vakkrachten vallen te belonen conform de cao van het bedrijf waar de uitzendkracht tewerk wordt gesteld. Uitzendbureaus dienen na 1 januari 2015 alle uitzendkrachten op de eerste werkdag en daarna conform de beloningsmethodieken  van de inlener te belonen. Voor vakkrachten is dient dit dus al te gebeuren voor 1 januari 2015.

Doel vakkrachtenregeling
De doelstelling van deze vakkrachtenregeling is dat uitzendkrachten die onder de categorie vakkrachten vallen op dezelfde wijze worden beloond als de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de inlener. Over deze vakkrachtenregeling is een artikel opgenomen in de ABU-cao dit is artikel 20. Ook in  artikel 37/ bijlage 10 NBBU cao wordt naar de vakkrachtenregel gerefereerd.

Vakkrachtenregeling voor verschillende sectoren
In de vakkrachtenregeling zijn duidelijke voorwaarden beschreven waaraan een uitzendkracht moet voldoen om als een vakkracht te kunnen worden aangemerkt. Daarnaast is ook aangegeven wat de aanmerking vakkracht betekend voor de beloning van de uitzendkracht. De aanmerking vakkracht is niet alleen van toepassing in de bouw. Ook in andere sectoren wordt de aanduiding vakkracht gebruikt voor personeel. Het is voor een cao-partij mogelijk om een vakkrachtenmelding te doen. Deze melding wordt gedaan bij SNCU.

SNCU
De SNCU is een afkorting die voluit als volgt wordt geschreven: Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten. Deze stichting is gericht op het geven van voorlichting over de inhoud van collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarnaast bevordert de SNCU het naleven van de arbeidsovereenkomsten. Hierbij is de SNCU met name gericht op de uitzendbranche. De SNCU is een stichting waar ook duidelijk informatie kan worden ingewonnen over vakkrachtenmeldingen.

Vakkrachtenmelding
De SNCU meld op haar website in welke cao’s vakkrachtenmeldingen zijn opgenomen. Deze meldingen geven duidelijk aan wanneer een uitzendkracht onder een vakkracht kan worden aangemerkt en aan welke voorwaarden de uitzendkracht dan moet voldoen. Deze voorwaarden houden over het algemeen verband met het opleidingsniveau en de opleidingsrichting. Op de website staan verschillende vakkrachtenmeldingen die van toepassing zijn op verschillende sectoren. Het uitzendbureau waarvoor de vakkracht als uitzendkracht aan het werk is dient de beloningsmethodiek van de opdrachtgever/inlener  toe te passen.

Waaruit bestaat de inlenersbeloning?

De inlenersbeloning is in feite het afstemmen van de beloning van een uitzendkracht op de beloningsmethodiek van de inlener waar de uitzendkracht aan tewerk wordt gesteld. In het verleden diende een uitzendbureau de inlenersbeloning verplicht toe te passen nadat de uitzendkracht 26 weken had gewerkt bij dezelfde opdrachtgever. Het uitzendbureau diende dan het salaris van de uitzendkracht aan te passen aan het salaris van de werknemers die reeds bij het bedrijf in dienst waren.

De aanpassing in het salaris vond alleen plaats wanneer deze aanpassing ten gunste was van de uitzendkracht. Als de uitzendkracht geen voordeel ondervond van de nieuwe inschaling bleef zijn of haar salaris staan.

Uitzendbureaus konden er in het verleden voor kiezen om vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht de inlenersbeloning te hanteren bij het bepalen van het salaris van de uitzendkracht. Dit was echter niet verplicht. Vanaf 1 januari 2015 hebben uitzendbureaus wel de verplichting om uitzendkrachten direct te belonen volgens de beloningsmethodiek van de inlener. De beloningsmethodiek is echter meer dan alleen het brutoloon van de werknemers.

Onderdelen van de beloningsmethodiek
Een uitzendbureau dient bij de inlenersbeloning de beloningsmethodiek van de inlener over te nemen. Het uitzendbureau moet voor een juiste salarisinschaling van de uitzendkracht weten onder welke cao de inlener of opdrachtgever valt. Op basis daarvan kan het uitzendbureau de uitzendkracht inschalen. Bij de inschaling zijn meestal een aantal aspecten van belang waaronder:

  • De leeftijd van de uitzendkracht
  • De diploma’s van de uitzendkracht
  • Het aantal jaren relevante werkervaring van de uitzendkracht

De bovengenoemde aspecten zijn van invloed op het brutoloon van de uitzendkracht. Meestal rekent een uitzendbureau dit brutoloon om naar een bruto uurloon. Het bruto uurloon is echter slechts een onderdeel van de totale beloningsmethodiek die het uitzendbureau over dient te nemen.

Volgens de de ABU-cao (artikel 19, lid 5b, cao 2012- 2017) en NBBU-cao (artikel 22, lid 2, cao 2014 – 2019) bestaat de inlenersbeloning uit zes componenten. Deze componenten zijn als volgt:

  • Het geldende periodeloon in de schaal.
  • De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting in een bepaalde periode.
  • Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, feestdagentoeslag en ploegentoeslag.
  • Initiële loonsverhogingen waarvan de hoogte en het moment bepaald zijn door de opdrachtgever.
  • Kostenvergoedingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de functie.
  • Periodieken. De hoogte en het moment waarop de periodiek wordt ingevoerd wordt door de opdrachtgever bepaald.

De inlenersbeloning is volgens de ABU-cao en de NBBU-cao veel breder dan alleen het afstemmen van het brutoloon. De arbeidsduurverkorting dient ook meegenomen te worden in de bepaling van de beloning van de uitzendkracht. Als een uitzendkracht 38 uur bij een inlener werkzaam is zal zijn of haar brutoloon per maand moeten worden teruggerekend naar 38 uur in plaats van 40 uur. Hierdoor zal het bruto uurloon hoger zijn.

Voor overwerk zal de uitzendkracht gelijkwaardig beloont moeten worden als de werknemers die rechtstreeks bij het bedrijf in dienst zijn. Hierbij dient rekening gehouden te worden met overwerktoeslagen die meestal in percentages worden uitgedrukt.

Soms voeren inleners initiële loonsverhogingen door voor hun werknemers. Uitzendkrachten die bij deze inleners werkzaam zijn zullen hiervan ook moeten meeprofiteren.

Dat is ook het geval met kostenvergoedingen voor bijvoorbeeld overnachting, reiskosten en kosten voor het gebruik van eigen kleding en gereedschap.

Wat is inlenersbeloning en moet een uitzendbureau de inlenersbeloning naleven?

Inlenersbeloning is een term die regelmatig wordt genoemd in de uitzendbranche bij de bemiddeling van personeel. De term ‘Inlenersbeloning’ is beschreven in de ABU cao voor uitzendkrachten. In het verleden had het uitzendbureau de mogelijkheid om bij de bemiddeling van uitzendkrachten de eerste 26 weken de uitzendkracht te belonen volgens de ABU cao.

Het uitzendbureau kon er echter ook voor kiezen om meteen vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht de cao van de inlener te gebruiken bij het vaststellen van de beloning voor de arbeid. In ieder geval moest het uitzendbureau in de oude situatie de inlenersbeloning toepassen na 26 weken.

Deze situatie is veranderd met ingang van 1 januari 2015. Vanaf 1 januari 2015 is een uitzendbureau verplicht om de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht toe te passen. De regering heeft dit besluit in de wet vastgelegd om het verschil in beloning tussen uitzendkrachten en personeel met een rechtstreeks dienstverband tegen te gaan.

Wat is inlenersbeloning?
De inlenersbeloning wordt genoemd in de ABU- en NBBU-cao. Dit onderdeel is gericht op het toepassen van de beloningsmethodiek van de inlenende partij. De inlener of inlenende partij is de klant van het uitzendbureau. Deze klant neemt de uitzendkracht in dienst via een uitzendbureau en betaald aan het uitzendbureau een tarief voor de uitzendkracht. Dit tarief is onder andere gebaseerd op het uurloon en het gewerkte aantal uren van de uitzendkracht.

De inlenersbeloning is er op gericht dat de uitzendkracht hetzelfde salaris verdient en ook daadwerkelijk ontvangt als de overige personeelsleden van de inlener die dezelfde werkzaamheden uitvoeren en volgens de cao van de inlener worden betaald.

Uitzendbureaus dienen alleen de arbeidsvoorwaarden van de inlener te hanteren die onder de beloningsmethodiek van de inlener vallen. De overige arbeidsvoorwaarden die onder de cao van de inlener vallen hoeven niet te worden overgenomen. Dit houdt in dat de rest van de arbeidsvoorwaarden nog conform de ABU cao zijn.

Uitzendbureaus kunnen uitzendkrachten doorplaatsen van de ene opdrachtgever/ inlener naar de andere inlener. Als een uitzendkracht een fase B of fase C contract heeft bij het uitzendbureau staat daarin een salaris dat de uitzendkracht is overeengekomen met het uitzendbureau. Indien de uitzendkracht door het uitzendbureau bij een inlener wordt bemiddeld waar een lager cao-salaris gehanteerd wordt, zal het salaris van de desbetreffende uitzendkracht niet naar beneden worden bijgesteld.

De aanpassing in de beloningssystematiek zal alleen worden doorgevoerd wanneer de uitzendkracht daardoor voordeel behaald.

Inlenersbeloning als het bedrijf geen cao heeft
Sommige bedrijven hebben geen cao. In dat geval zal de uitzendorganisatie ook de beloningsmethodiek moeten toepassen van het bedrijf waar de uitzendkracht tewerk wordt gesteld. Hierbij wordt gekeken naar de salarissen van medewerkers van het bedrijf die dezelfde functie vervullen en dezelfde werkzaamheden verrichten. Ook hierbij geldt dat het salaris van de uitzendkracht alleen wordt aangepast ten gunste van de uitzendkracht.

Wat is arbeidsrecht en wat is hierin vastgelegd?

Arbeidsrecht is een onderdeel van het recht dat gericht is op de arbeidsrelaties tussen werkgevers en werknemers. Iemand is een werknemer of werkneemster wanneer hij of zij zich of haar doormiddel van een arbeidsovereenkomst verbindt aan een werkgever, om onder zijn of haar gezag werkzaamheden te verrichten in ruil voor een beloning. Arbeidsrecht is een integraal onderdeel van het sociaal recht en kan worden opgedeeld in individueel en het collectief arbeidsrecht.

Waarom arbeidsrecht?
Aan het begin van de twintigste eeuw was de positie van de werknemer zwak ten opzichte van de werkgever. De contractpartijen konden in die tijd onderling de contractvoorwaarden bepalen. Dit betekende in de praktijk vaak dat de werkgevers de voorwaarden bepaalden waaronder de werknemers de werkzaamheden moesten verrichten.  Dit zorgde voor mistanden op de arbeidsmarkt. Grote industriële bedrijven gebruikten hun invloed om werknemers tegen zo weinig mogelijk loon aan het werk te zetten. Vanuit de werknemers ontstond kritiek en de werknemers gingen zich met elkaar verenigen in vakbonden. De vakbonden kregen meer invloed en zorgden en probeerden meer rechten voor werknemers vast te leggen in de wet. De wetgeving zorgde er in Nederland voor dat de werkgevers zich aan richtlijnen moesten houden. Het arbeidsrecht kreeg door de jaren heen een steeds duidelijker vorm.

In de 21ste eeuw is er maar weinig contractvrijheid. De werknemers krijgen veel bescherming door het arbeidsrecht. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan sociale zekerheid, arbeidsongevallenverzekering en ontslagbescherming.

Wat staat er in het arbeidsrecht?
Iedereen die in Nederland een arbeidsovereenkomst heeft gesloten krijgt te maken met rechten en plichten. Deze rechten en plichten zijn vastgelegd in het arbeidsrecht. Ambtenaren en uitzendkrachten krijgen eveneens te maken met aspecten die uit het arbeidsrecht naar voren komen.

De kern van het arbeidsrecht is boek 7 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek betreffende Bijzondere overeenkomsten, onder titel 10 de Arbeidsovereenkomst. Onder deze titel staan in afdeling 11 een aantal bijzondere bepalingen die betrekking hebben tot de uitzendovereenkomst.

Een aantal belangrijke antwoorden met betrekking tot vragen over het arbeidsrecht kunnen in boek 7 van het BW worden gevonden. Voorbeelden van deze vragen zijn:

  • Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
  • Wanneer is de proeftijd van toepassing?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werknemer?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werkgever?
  • Welke verplichtingen heeft een werkgever met betrekking tot de loonbetaling?
  • Welke regels zijn er met betrekking tot verlof?
  • Wat is er vastgelegd over gelijke behandeling van werknemers?
  • Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd?
  • Wat zijn de-integratieverplichtingen van de werknemer?

Wat is een flexwerk en wanneer ben je flexwerker?

De arbeidsmarkt in Nederland bevat medewerkers met een vast contract en zogenoemde flexwerkers. De laatste groep arbeidskrachten zijn medewerkers die op basis van een flexibel arbeidsverband werkzaamheden verrichten bij een bedrijf of op een project. Flexwerkers hebben ook contracten net als vaste arbeidskrachten alleen zijn deze contracten voor bepaalde tijd en kunnen bedrijven over het algemeen deze medewerkers makkelijker ontslaan dan arbeidskrachten met een vast contract.

Voorbeelden van flexwerk
Kenmerkend voor flexwerk is de grote mate van flexibiliteit die zowel de werknemers als de werkgevers hebben gedurende arbeidsduur van het flexibel arbeidscontract. Deze flexibiliteit heeft in de praktijk meestal te maken met het aantal uren dat de medewerker werkt en de opzegtermijn. Een flexwerker kan in de praktijk werkzaam zijn als:

  • een uitzendkracht
  • een gedetacheerde
  • een payroller
  • een seizoensarbeider
  • een werknemer met nulurencontract.

Een flexwerker heeft geen vast arbeidscontract met de werkgever maar dat kan in de praktijk vaak wel veranderen. Naarmate de flexwerker langer voor een uitzendbureau, detacheringsbureau of regulier bedrijf werkt nemen ook zijn of haar arbeidsrechten meestal toe. Zo krijgen uitzendkrachten na 78 gewerkte weken, als er geen onderbreking is geweest van 26 weken of meer, een bepaalde tijdscontract bij een uitzendbureau als het dienstverband wordt voortgezet. Ook bedrijven zullen op een gegeven moment werknemers die langdurig op flexbasis hebben gewerkt meer zekerheid moeten bieden.

Flexwerk en de wet
In Nederland is vanaf 1998 de Wet Flexibiliteit en Zekerheid van toepassing voor felxibele arbeidscontracten. Deze wet wordt ook wel de Flexwet genoemd. In deze wet zijn verschillende regels opgenomen waarmee flexwerkers worden beschermd tegen misbruik. Daarnaast is er een collectieve arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten. De ze cao is tot stand gekomen na afspraken tussen de cao-partijen. In de cao voor uitzendkrachten  zijn alle arbeidsvoorwaarden opgenomen die van toepassing zijn op uitzendwerk.

Wet Werk en Zekerheid vanaf 2015
De Nederlandse overheid wil de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt verbeteren. Daarom heeft het kabinet een nieuwe wet ontwikkelt in overleg met de sociale partners. Dit is de Wet Werk en Zekerheid. Deze wet treed in werking in 2015. In de Wet Werk en Zekerheid staan verschillende maatregelen die er voor moeten zorgen dat het oneigenlijk en langdurig gebruik van flexibele arbeidsrelaties wordt ontmoedigd. Bedrijven worden door deze wet verplicht om flexwerkers na twee jaar aaneengesloten dienstverband een vast contract aan te bieden. De Wet Werk en Zekerheid zal grote gevolgen hebben voor zowel bedrijven als werknemers op de arbeidsmarkt.

Technische uitzendbranche begin april 2014

De eerste drie maanden van 2014 verliepen goed voor uitzendbureaus in de techniek. Er blijkt een groeiende vraag naar technisch personeel op de arbeidsmarkt aanwezig te zijn. Dit heeft vooral te maken met de toenemende drukte bij technische bedrijven. De toenemende drukte en het stijgende  productieniveau is echter niet bij elk bedrijf aanwezig. Met name specialistische bedrijven in de techniek merken een toenemende vraag. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan bedrijven die machines en apparaten ontwerpen en bouwen voor sectoren zoals ziekenhuizen en de procesindustrie. Deze sectoren blijven altijd aanwezig in de maatschappij daarom zullen bedrijven die producten en technische oplossingen bedenken voor deze sectoren met regelmaat nieuwe opdrachten krijgen.

Er ontstaat een kettingreactie in de techniek omdat de meeste machinebouwers samenwerkingsverbanden hebben met andere bedrijven. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld plaatbewerking, verspaning en constructie voor een deel uitbesteden. Dit zorgt er voor dat specialistische bedrijven in de techniek geen enorme investeringen hoeven te doen in een machinepark dat ze nauwelijks gebruiken. Daarvoor kunnen ze de samenwerking met toeleveranciers benutten.

De bouwsector krabbelt aan het begin van 2014 langzamerhand overeind. Deze sector is echter nog niet hersteld van de schade die de economische crisis heeft veroorzaakt. Het stijgende consumentenvertrouwen zorgt er voor dat de woningmarkt verbetert. Er worden meer huizen verkocht. Dit resulteert niet direct in een toename van het aantal nieuwbouwprojecten. Over het algemeen ijlt de woningbouw na op de huizenverkoop. Toch kan ook de bouwsector de rest van 2014 en 2015 met een toenemend vertrouwen tegemoet zien.

Technisch recruitment en technisch uitzenden
Uitzendbureaus en recruitmentbureaus in de techniek merken een stijgende vraag naar technisch personeel. Aan dit personeel worden zeer hoge eisen gesteld. Veel bedrijven aarzelen om technisch personeel aan te nemen. Ze besluiten meestal op het allerlaatste moment om externe technici in te zetten. Dit zorgt er voor dat uitzendkrachten en detacheringspersoneel weinig mogelijkheden en weinig tijd krijgen om goed ingewerkt te worden. Ze moeten meteen volledig inzetbaar zijn. Professioneel recruitment in de techniek krijgt bij technische uitzendbureaus en andere bureaus die gericht zijn op technisch recruitment de volle aandacht.

Met name ervaren technische arbeidsbemiddelingsbureaus weten de kansen in de technische branche goed te benutten. Kennis van de klantenkring en een goed personeelsbestand met gekwalificeerde technici is van groot belang om snel een goede ‘match’ te maken tussen vraag en aanbod op de technische arbeidsmarkt in 2014. Net als reguliere bedrijven staan ook technische uitzendbureaus en technische recruitmentbureaus onder druk. Ze moeten zo snel mogelijk goed gekwalificeerd personeel leveren. Een zogenoemde ‘mis-match’ moet zoveel mogelijk worden uitgesloten. Bedrijven willen over het algemeen een korte sollicitatieronde met goede kandidaten. De reden hiervoor is dat bedrijven over het algemeen willen dat het nieuwe technische personeel zo snel mogelijk aan de slag gaat.

Zoeken naar technisch personeel
Technisch recruitment vindt overal plaats. Niet alleen op vacaturebanken zoeken technische arbeidsbemiddelaars naar personeel ook social media wordt regelmatig als bron aangeboord.  Daarnaast maken veel uitzendbureaus en recruitmentbureaus in de techniek ook gebruik van hun eigen klantenbestand en kennissenkring. Een ervaren technische arbeidsbemiddelaar heeft hierbij een voordeel ten opzichte van onervaren medewerkers bij technische uitzendbureaus en recruitmentbureaus. Hoe sneller iemand kan ‘schakelen’ op een bureau hoe beter het is. Ervaren technisch personeel is in de meeste gevallen aan het werk. Daarom zoeken met name headhunters bij veel bedrijven naar geschikte kandidaten. Dit wordt meestal niet in dank afgenomen door bedrijven die het personeel zien vertrekken door de bemiddeling van headhuntersbureaus. Daarnaast zorgt deze ontwikkeling er wel voor dat bedrijven er alles aan zullen doen om waardevolle technici binnen het bedrijf te houden.

Ontwikkelingen in de techniek
De techniek neemt een steeds belangrijker plaats in op de wereldmarkt. Bedrijven concurreren met elkaar op het gebied van technologie. De prijs speelt nog wel een belangrijke rol maar de prijsverschillen zullen in de toekomst steeds kleiner worden. Oost-Europese landen en landen zoals China en India ontkomen er niet aan om god gekwalificeerd technisch personeel een degelijk salaris te geven. De arbeidsmarkt kent namelijk geen fysieke grenzen meer. Dit houdt in dat veel goed opgeleide technici bereid zijn om te emigreren wanneer ze in andere landen wel een goed salaris kunnen verdienen en een uitdagende baan kunnen krijgen.

In Nederland is er ook een groeiende vraag naar technische personeel dat in staat is om nieuwe producten te bedenken en te ontwerpen. De maakindustrie van Nederland moet een nieuwe impuls krijgen. Op scholen probeert men in Nederland het kennisniveau van de leerlingen omhoog te krijgen. Er wordt de nadruk gelegd op exacte vakken. De zogenoemde bètavakken worden op scholen meer gepromoot.  In het verleden studeerde men vooral in een richting die men ‘leuk’ vond. Tegenwoordig ligt de nadruk vooral op het ontwikkelen van jezelf door nieuwe producten en technologieën te ontwikkelen.

Duurzame energie zal een belangrijk rol gaan spelen bij de technologische ontwikkelingen in de toekomst. We zijn in Nederland nog sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen. Deze brandstoffen haalt Nederland vooral uit het buitenland. Dit staat de zelfvoorziening in de weg en maakt Nederland afhankelijk van het buitenland. Op zich is het niet verkeerd om brandstoffen van andere landen in te kopen en te transporteren naar eigen bodem. Toch wijzen de recente politieke ontwikkelingen Nederland weer op de feiten. Veel fossiele brandstoffen worden gewonnen in landen die politiek instabiel of riskant zijn. Door afhankelijk te zijn van riskante landen met autoritaire regimes gaat Nederland een risico aan.

Dit kan beter uit de weg worden gegaan door zelf voldoende voorzieningen te hebben op het gebied van energiewinning. Duurzame energie is hierbij de meest ideale oplossing. Nederland dreigt op dit gebied achter te lopen op andere landen. Door samenwerkingsverbanden tussen landen aan te gaan kunnen landen van elkaars ontwikkelingen gebruik maken. Nederland heeft op dat gebied veel te bieden. De technische universiteiten van Nederland zijn druk bezig met het verbeteren van technieken in samenwerking met bedrijven. Deze ontwikkelingen zijn zeer belangrijk voor de toekomst van Nederland. Geen wonder dat veel bedrijven personeel werven van technische universiteiten. Deze vorm van technisch recruitment is zeer effectief. Het is wel belangrijk dat Nederlandse bedrijven voldoende uitdaging kunnen blijven bieden voor ingenieurs, constructeurs en engineers. Anders loopt ook Nederland de kans dat buitenlandse bedrijven succesvol technici gaan werven van Nederlandse technische universiteiten. Hierdoor stroomt de technische kennis naar het buitenland. Deze ontwikkeling is erg schadelijk voor de positie van Nederland in de wereldwijde kenniseconomie.

Uitzendsector krimpt minder sterk

De ABU de brancheorganisatie van uitzendondernemingen maakte dinsdag 29 oktober 2013 bekend dat de werkgelegenheid voor uitzendkrachten is afgenomen. Voor uitzendpersoneel was er in de maand september minder werk dan de periode daarvoor. De krimp in de werkgelegenheid in de maand september viel ten opzichte van voorgaande maanden mee.

Daling van omzet uitzendbureaus
In de periode van negen september tot zes oktober daalde het aantal gewekte uren door uitzendkrachten met twee procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Door de daling in de werkgelegenheid daalde de omzet van uitzendondernemingen gemiddeld met één procent. Deze daling is sinds februari 2013 niet meer zo laag geweest. De daling in de omzet is daarmee minder sterk dan daarvoor.

Verschillende sectoren voor uitzendbureaus
Uitzendbureaus zijn in verschillende sectoren van de markt actief. De daling in werkgelegenheid voor uitzendkrachten kan verschillen per sector. In de zorg daalde het aantal uren dat uitzendkrachten hebben gewerkt met ongeveer vijfentwintig procent ten opzichte van het jaar dar voor.  De daling van werkzaamheden voor administratief uitzendpersoneel was één procent gedaald. In de industrie daalde het werk voor uitzendkrachten met drie procent. De overige technische sectoren maakten een krimp door van één procent. De omzet van uitzendbureaus in de industrie en techniek daalde met één procent.

Reactie van Technisch Werken
De uitzendbranche is een belangrijke graadmeter economie. Wanneer de uitzendbranche een herstel lijkt te vertonen is dat goed nieuws voor de werkgelegenheid in Nederland. Veel bedrijven nemen namelijk eerst uitzendkrachten en andere tijdelijke krachten in dienst voordat ze rechtstreeks contracten bieden aan sollicitanten. Een stijging van het aantal uitzenduren toont aan dat bedrijven meer productie draaien.

Op dit moment is er echter nog geen sprake van een stijging van de omzet en het aantal uitzenduren voor uitzendbureaus. Wel is de daling op deze gebieden minder groot dan de voorliggende periode. Er hangt een stabilisatie in de lucht. Dat is goed nieuws. Toch moet deze prille stabilisatie verder worden uitgebouwd. Het investeringsklimaat voor bedrijven moet aanzienlijk worden verbeterd. Vanochtend was er een positief bericht over het ondernemingsklimaat in Nederland. Volgens de Wereldbank is het klimaat voor ondernemers in Nederland aan het verbeteren. Desondanks daalt het aantal kredieten dat door banken en andere investeerders aan bedrijven worden verstrekt. Het ondernemersklimaat waarover de Wereldbank in haar rapport informatie publiceert richt zich met name op het oprichten van ondernemingen.

Uitzendbureaus  komen bij startende ondernemingen niet snel aan bod. Pas wanneer de productie wordt verhoogd worden uitzendbureaus benadert voor flexkrachten. De markt moet in Nederland meer aantrekken om een structurele verbetering te laten zien. De hoop is voor een deel op de regering in Nederland gevestigd die het prille herstel van de economie niet doormiddel van steviger bezuinigingen in de kiem moet smoren. Daarnaast zullen de banken ook meer bereid moeten zijn om te investeren in bedrijven. Zonder investeringen zal een groeiproces moeizaam verlopen. Uitzendbureaus zijn zich bewust van hun positie op de markt. De tarieven van uitzendbureaus staan onder druk. Een uitzendbureau neemt als intermediair een bijzondere positie in op de markt. Veel werkzoekenden vestigingen hun hoop op uitzendbureaus.

Wanneer een werkzoekende een goed cv heeft en flexibel is ingesteld zijn er nog steeds grote kansen op werk op de arbeidsmarkt. Een goed uitzendbureau met een groot netwerk en specifieke kennis van de markt en functies kan zowel voor een werkzoekende als voor een bedrijf een belangrijke meerwaarde opleveren in de arbeidsbemiddeling.

Voordelen van uitzendwerk en het werken als uitzendkracht

Uitzendwerk heeft een hoop voordelen ten opzichte van een rechtstreeks contract bij een bedrijf. Ondanks dat geven veel werkzoekenden op de arbeidsmarkt de voorkeur aan een rechtstreeks dienstverband bij een bedrijf. Men heeft de indruk dat een rechtstreeks contract bij een bedrijf meer zekerheid bied dan uitzendwerk. Bij vrijwel alle rechtstreekse arbeidscontracten die tussen een bedrijf en een werknemer worden gesloten is er sprake van een proeftijd. Daarnaast zijn de arbeidscontracten die de laatste jaren door bedrijven worden verstrekt meestal tijdelijke contracten waardoor het risico van een bedrijf beperkt blijft. Naast jaarcontracten wordt door bedrijven in toenemende mate gekozen voor halfjaar contracten of contracten met een duur van een aantal maanden.

Waarom kiezen bedrijven voor bepaalde tijd contracten?
Bedrijven maken deze keuze om verschillende redenen. Veel bedrijven hebben geen zicht op de opdrachten die ze krijgen van hun klanten en willen daarom medewerkers niet een contract geven dat veel langer duurt dan de opdrachten die ze verwachten. Daarnaast willen bedrijven de juiste medewerker op de juiste plaats. Sollicitatieprocedures nemen meer tijd in beslag dan een paar jaar geleden. Bedrijven willen zekerheid. Ze willen van te voren weten of een medewerker datgene gaat waarmaken wat het bedrijf verlangd en wat de medewerker heeft aangegeven in zijn of haar cv en sollicitatiebrief.

Proeftijd
Garanties zijn er echter nooit. Bedrijven kunnen nooit zeker zijn van de kwaliteit, productiviteit houding en gezondheid van een medewerker. Daarom willen bedrijven bij het bieden van een rechtstreeks contract graag een zo lang mogelijke proeftijd. Deze is echter volgens de wet bij een bepaalde tijd contract op een maximum van een maand gezet. In die eerste maand kijkt het bedrijf of de medewerker geschikt is voor het werk waarvoor hij of zij is aangenomen. De medewerker kan in die proeftijd kijken of het bedrijf, de werksfeer en de werkzaamheden bij hem of haar passen. Wanneer dit niet het geval blijkt te zijn kan binnen deze proefmaand het arbeidsverband zonder kantonrechter alsnog worden beëindigd.

Einddatum contract voor bepaalde tijd
Wanneer de proeftijd succesvol wordt afgerond wordt het bepaalde tijd contract over het algemeen tot de einddatum uitgediend. Alleen in bijzondere situaties kan het contract eerder met wederzijds goed vinden of door een kantonrechter bij ontslag (op staande voet) worden beëindigd. Tegen de einddatum van een bepaalde tijd contract ontstaat voor de medewerker een spannende tijd. Hij of zij wil graag weten of er een nieuw (bepaalde tijd) contract wordt verstrekt. Wanneer dat niet het geval is, zal de medewerker verder moeten solliciteren en gebruik kunnen maken van een opzegtermijn. De medewerker blijft met een bepaalde tijd contract afhankelijk van het bedrijf en de financiële ontwikkelingen die daar plaatsvinden.

Geen vast contract
Bedrijven aarzelen vaak om een vast contract te verstrekken aan een medewerker. Een vast contract geeft, in tegenstelling tot een tijdelijk contract, wel zekerheid aan een medewerker. Voor een bedrijf is zeker dat hij de medewerker met het vast contract, met het oog op de huidige wet en regelgeving, moeilijk kan ontslaan. Bedrijven maken onzekere tijden door. Daarom zijn bedrijven er toe geneigd om een medewerker tijdelijk de organisatie te laten verlaten op het moment dat deze in de buurt komt van de datum waarop een vast contract dient te worden verstrekt door de werkgever. Een medewerker kan dan na verloop van drie maanden of meer weer terugkeren naar de voormalig werkgever wanneer deze voldoende werk heeft om de medewerker weer een nieuw tijdelijk contract te verstrekken. Deze situatie komt in de praktijk regelmatig voor en zorgt voor onzekerheid bij de medewerker. Daarnaast hebben medewerkers die de organisatie verplicht drie maanden moeten verlaten het gevoel dat ze ‘aan het lijntje worden gehouden’.

Wat is een tijdelijk contract waard?
Bovenstaande vraag zouden werkzoekenden op de arbeidsmarkt aan zichzelf en aan het bedrijfsleven moeten stellen. Een tijdelijk contract met een proeftijd biedt in feite maar een tijdelijke zekerheid. Wanneer je niet goed functioneert of externe factoren, zoals een terugloop van opdrachten en werkzaamheden, een rol gaan spelen wordt het tijdelijke contract in veel gevallen niet verlengd. Dan kom je als medewerker alsnog op ‘straat’ te staan, met een korte loopbaan bij een bedrijf achter de rug. Daarnaast heb je vaak ook een behoorlijke sollicitatieprocedure gehad en heb je in het bedrijf geïnvesteerd met de hoop dat je er kon blijven. Als je de werkzaamheden bij een bedrijf goed hebt uitgevoerd en je goed met het personeel / de collega’s om bent gegaan, krijg je vaak wel een positieve referentie mee. Die heeft zeker waarde op de arbeidsmarkt maar dat verandert niets aan het feit dat je weer werk moet zoeken als je tijdelijke contract niet wordt verlengd.

Wat is uitzendwerk?
Uitzendwerk doe je via een uitzendbureau bij een bedrijf dat tijdelijk een extra kracht nodig heeft. Bedrijven kunnen een piek hebben in de productie of tijdelijk een kracht nodig hebben in verband met ziekteverzuim of zwangerschapsverlof. Daarnaast maken veel bedrijven die projectmatig werken, bijvoorbeeld op de bouw, ook gebruik van uitzendkrachten. Een uitzendkracht is officieel in dienst van het uitzendbureau maar is fysiek werkzaam bij een inlener. De inlener is het bedrijf dat de uitzendkracht heeft ingeleend. Deze inlener geeft de uitzendkracht de instructies over het uitvoeren van de werkzaamheden. Ook is de inlener verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving. De inlener heeft de uitzendkracht niet zelf in dienst. De uitzendkracht vult na een werkweek (eventueel digitaal) een urenbriefje in en laat deze ondertekenen door de opdrachtgever. Daarna wordt het briefje door de uitzendkracht (eventueel digitaal) gestuurd naar het uitzendbureau die de uitzendkracht vervolgens verloont. Het uitzendbureau declareert de door de uitzendkracht gewerkte uren vervolgens doormiddel van een factuur bij de inlener. De inlener betaald het uitzendbureau.

Biedt uitzendwerk zekerheid?
Uitzendwerk biedt net als een tijdelijk contract geen baangarantie voor langere tijd. Net als bij een rechtstreeks (tijdelijk) contract bij een bedrijf zal een uitzendkracht zijn best moeten doen om zo lang mogelijk bij een bedrijf te blijven werken. Bij goed functioneren kan een uitzendperiode heel lang duren. Na 78 gewerkte weken (zonder een aaneengesloten onderbreking van 26 weken of meer) bij één uitzendbureau gewerkt te hebben krijgt een uitzendkracht wanneer zijn of haar dienstverband wordt voortgezet een tijdelijk contract bij een uitzendbureau. Vanaf dat moment wordt ook wel gesproken van detachering. De uitzendkracht heeft dan de zekerheid dat hij of zij salaris ontvangt in de periode dat het detacheringscontract duurt. Daar tegenover staat wel de verplichting dat de uitzendkracht passende werkzaamheden moet aanvaarden en moet trachten deze zo succesvol mogelijk uit te voeren.

Wat zijn nu de voordelen van uitzendwerk?
In de tekst hiervoor werd duidelijk dat een rechtstreeks tijdelijk contract bij een bedrijf niet veel meer zekerheid bied dan uitzendwerk. Uitzendwerk heeft voordelen ten opzichte van andere dienstverbanden die op de arbeidsmarkt tot stand kunnen komen. Hieronder staat een opsomming van een aantal belangrijke voordelen van het werk als uitzendkracht:

  1. Meer salaris. Uitzendkrachten verdienen vaak meer salaris dan het personeel dat rechtstreeks in dienst is bij een bedrijf. Een bedrijf wil een uitzendkracht vaak voor korte duur inzetten om een project of een piek in de productie op te vangen. Bedrijven zijn dan vaak bereid om meer te betalen voor een goede medewerker.
  2. Werkervaring. Wanneer je een aantal jaar voor een uitzendbureau hebt gewerkt heb je vaak verschillende projecten afgerond. Hierdoor ontwikkel je werkervaring en leer je vaak ook nieuwe vaardigheden en technieken aan die je in je verdere loopbaan kunt gebruiken.
  3. Korte sollicitatieprocedures. Voor rechtstreekse contracten nemen bedrijven vaak de tijd. Sollicitatieprocedures die een week of meer duren zijn geen uitzondering. Daarnaast zijn er allemaal andere kandidaten die ook op dezelfde functies solliciteren. Voor uitzendkrachten leggen de uitzendbureaus de contacten met bedrijven. Je hoeft aan een uitzendbureau over het algemeen maar één keer je cv te sturen. Wanneer je bij het uitzendbureau bent ingeschreven zorgt het uitzendbureau er voor dat je wordt bemiddeld bij bedrijven die aansluiting bieden op jouw wensen en jouw cv. Een goed uitzendbureau staat goed bekend bij haar opdrachtgevers. Wederzijds vertrouwen zorgt er in de praktijk vaak voor dat uitzendkrachten met een kort kennismakingsgesprek al ingezet kunnen worden op een functie of project.
  4. Opleiding en training. Wanneer het zeer gewenst of noodzakelijk is om een bepaald veiligheidscertificaat of korte opleiding te volgen om voor uitzendwerk in aanmerking te komen kun je daarover met een uitzendbureau onderhandelen. Uitzendbureaus en bedrijven hebben onderling afspraken gemaakt over het betalen van de opleidingskosten. Ook in een kort dienstverband is het mogelijk om een cursus, training of opleiding te volgen zonder dat de kosten daarvan worden verhaald op de uitzendkracht.
  5. Gereedschap en kleding. Toonaangevende technische uitzendbureaus verstrekken indien nodig kosteloos werkkleding en gereedschap aan technisch uitvoerend personeel dat als uitzendkracht aan het werk gaat. Hierdoor kunnen uitzendkrachten de werkzaamheden goed uitvoeren zonder daarvoor hun eigen gereedschap te verslijten. Een bruikleenovereenkomst en een borg zijn in de meeste gevallen schriftelijk vastgelegd. Een uitzendbureau wil er zeker van zijn dat het verstrekte materiaal op de juiste manier wordt behandeld. Daarnaast dient het uitzendbureau er voor te zorgen dat het verstrekte gereedschap aan de kwaliteitseisen en veiligheidseisen voldoet. Elektrisch gereedschap wordt daarom door een gecertificeerde instantie, die in dienst is genomen door het uitzendbureau, tijdig gekeurd.
  6. Groot netwerk. Uitzendkrachten werken vaak op verschillende projecten en bij verschillende inleners. Vanwege de korte sollicitatieprocedures kunnen uitzendkrachten binnen een jaar voor een aantal inlenende bedrijven werken. Hierdoor kunnen uitzendkrachten een groot bedrijvennetwerk met contactpersonen ontwikkelen. Dit kan van pas komen wanneer ze zonder werk komen te zitten. Een uitzendkracht die bij verschillende inleners goed werk heeft verricht krijgt in de praktijk sneller werk dan werkzoekenden die alleen voor een rechtstreeks contract in aanmerking willen komen.
  7. Ook rechtstreeks dienstverband is mogelijk voor een uitzendkracht. In de praktijk komt het regelmatig voor dat bedrijven uitzendkrachten in overleg met het uitzendbureau een contract aanbieden. Inlenende bedrijven kunnen in veel gevallen een uitzendkracht ook zelf een rechtstreeks contract aanbieden wanneer de uitzendkracht een bepaalde periode via het uitzendbureau bij een bedrijf is ingeleend. Dit gebeurd natuurlijk in overleg met het uitzendbureau. Voor bedrijven en de uitzendkrachten is deze situatie gunstig. Een uitzendkracht en een bedrijf hebben tijdens een uitzendperiode de tijd gehad om aan elkaar te wennen en weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Een uitzendkracht die ingeleend wordt bij een bedrijf heeft een sterke concurrentiepositie ten opzichte van onbekende werkzoekenden die rechtstreeks bij een bedrijf in aanmerking willen komen voor een functie.

Uitzendwerk loont
Er zijn nog meer voordelen te noemen van uitzendwerk. De verloning die wekelijks of in overleg maandelijks plaatst vindt is vaak heel transparant. Elk uur dat je werkt krijg je betaald. Daarnaast bouw je vakantie uren, vakantiegeld, kortverzuim en afhankelijk van je leeftijd ook pensioen op. Ook de kennis en ervaring die je opbouwt zorgen er voor dat een uitzendkracht een stevige positie heeft op de arbeidsmarkt. Uitzendwerk is afwisselend en dynamisch, je kent na een paar maanden een hoop mensen die je weer verder kunnen helpen met je loopbaan. Uitzendwerk biedt vrijheid, je bent niet gebonden aan één bedrijf maar werkt voor veel bedrijven op verschillende projecten. Geen wonder dat er ook uitzendkrachten zijn die alleen maar uitzendwerk willen doen en niet voor een rechtstreeks tijdelijk contract bij een bedrijf in aanmerking willen komen.