Wat is een leer-werkovereenkomst of leerovereenkomst?

Een leer-werkovereenkomst, leerarbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst is een overeenkomst tussen een werkgever en een leerling, waarin de leerling gedurende een bepaalde periode gaat werken en leren bij een werkgever om zodoende de vaardigheden en competenties in een bepaald vakgebied te leren. De leer-werkovereenkomst niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Het verschil tussen een leer-werkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst zit in het doel van de overeenkomst. De leer-werkovereenkomst is in de eerste plaatst gericht op het ontwikkelen van de leerling zodat hij of zij de opleiding goed kan afronden. Om die reden staat het leren meer centraal dan de arbeid. Dat betekent overigens ook dat een leerling van de werkgever ook een bepaalde begeleiding kan en mag verwachten tijdens het uitvoeren van werkzaamheden.

Leer-werkovereenkomst en arbeidsovereenkomst
In de eerste alinea werd duidelijk dat een leerovereenkomst of leer-werkovereenkomst primair bedoelt is voor de ontwikkeling van de leerling. Wanneer een werkgever en een leerling/ werknemer er voor kiezen dat de arbeid meer centraal moet staan en dat het leren van ondergeschikt belang is dan kan men er voor kiezen om toch een arbeidsovereenkomst op te stellen. Het verschil tussen deze arbeidsovereenkomst en de leer-werkovereenkomst is dat de leerling in feite meer als werknemer wordt beschouwd en dat er van hem of haar ook een bepaalde kwantiteit en kwaliteit in het werk wordt verwacht door de werkgever.

Men kan er ook voor kiezen om een leerovereenkomst en een arbeidsovereenkomst te sluiten. In dat geval is het heel belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wat men van elkaar kan verwachten tijdens het dienstverband. Daarbij kun je denken aan de tijd die de werknemer of leerling mag besteden aan het leren van nieuwe vaardigheden. Ook moeten er afspraken worden gemaakt over de begeleiding en de instructies op de werkvloer. Voor werkgevers is het belangrijk om te weten dat voor werknemers loonbelasting en premies volksverzekering moeten worden ingehouden op het loon en tevens de premies werknemersverzekering.

Werken en leren of BBL
Leer-werkovereenkomsten worden over het algemeen afgesloten in het kader van werken en leren. Een voorbeeld van werken en leren zijn de zogenaamde BBL trajecten. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. In feite leert een leerling via BBL een specifiek beroep door naast een theoretische ondersteuning op het opleidingsinstituut ook praktijk ondersteuning te krijgen bij een erkend leerbedrijf. Daarbij wordt er een leer-werkovereenkomst gesloten waarin vaak ook het opleidingsinstituut wordt benoemd. Dat houdt in dat een leer-werkovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst door drie partijen wordt getekend: de leerling, het erkend leerbedrijf en het opleidingsinstituut waar de BBL opleiding wordt gevolgd.

Wat is een leerarbeidsovereenkomst en is deze overeenkomst een arbeidsovereenkomst?

Naast een leerovereenkomst (LOK) worden in de praktijk aan beginnende beroepsbeoefenaars ook leerarbeidsovereenkomsten geboden. Doormiddel van leerarbeidsovereenkomsten wordt werk gecombineerd met leren. Deze overeenkomsten worden veel toegepast in de zorg en de bouw. Op de werkvloer krijgen leerlingen doormiddel van een leerarbeidsovereenkomst de gelegenheid om een bepaald vak te leren. Leerlingen voeren op de werkvloer werkzaamheden uit. Daardoor kan de vraag naar boven komen of een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is of dat er in feite toch sprake is van een leerarbeidsovereenkomst. Deze vraag is onder andere belangrijk bij de ketenopbouw van contracten. Bedrijven kunnen aan werknemers over het algemeen drie bepaalde tijdscontracten bieden. Moet een leerarbeidsovereenkomst worden beschouwd als een bepaalde tijdscontract die in de ketenopbouw moet worden meegenomen?

Is een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst of niet?
Hierover zijn verschillende juridische uitspraken (jurisprudentie) genoemd. Deze uitspraken zijn te vinden op internet en zijn uitgesproken in diverse rechtszaken. Wat opvalt is dat er verschillende antwoorden op zijn geformuleerd. In sommige gevallen wordt door de rechter de uitspraak gedaan dat een leerarbeidsovereenkomst in feite een arbeidsovereenkomst is. In andere gevallen is door de rechter aangegeven dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De rechter beoordeeld de leerarbeidsovereenkomst tijdens een rechtszitting op verschillende punten. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de inhoud van de leerarbeidsovereenkomst.

Wanneer in deze overeenkomst het leren en het opdoen van praktijkkennis door de leerling centraal staat wordt de leerarbeidsovereenkomst doorgaans niet als arbeidsovereenkomst beschouwd. Wanneer echter de arbeid of de werkzaamheden centraal staan in deze overeenkomst kan de rechter beslissen dat het wel degelijk gaat om een arbeidsovereenkomst. Daarnaast wordt door de rechter gekeken naar het doel waarmee de overeenkomst werd gesloten en wat de partijen voor ogen hadden toen ze de overeenkomst opstelden en ondertekenden.  

Tot slot kijkt de rechter ook naar andere omstandigheden. Zo wordt er gekeken naar de manier waarop feitelijk invulling is gegeven aan de invulling van de overeenkomst. Welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden heeft de leerling daadwerkelijk op de werkvloer gehad? Heeft de werkzaamheden tijdens deze werkzaamheden meer verantwoordelijkheid gedragen dan kan worden verwacht van een leerling? Dit zijn vragen die de rechter graag beantwoord wil zien. Hierbij kan namelijk het organisatiebelang voorop staan in plaats van het belang van de leerling. Wanneer dat het geval is kan de rechter alsnog oordelen dat de leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is. Bij het opstellen en invulling geven aan een leerarbeidsovereenkomst moeten het bedrijf en de leerling goed nagaan wat ze met de overeenkomst van elkaar verwachten. Door goed aandacht te besteden aan de overeenkomst kunnen misverstanden tijdens de contractduur worden voorkomen.

Randstad verliest rechtszaak tegen overheid

Uitzendbureau Randstad had een kort geding aangespannen tegen de Nederlandse staat. Dit deed Randstad omdat de Staat een ander uitzendbureau een grote overheidsopdracht had gegund. Bij die opdracht zou gebruik worden gemaakt van veel inleenpersoneel. Randstad hoopte de opdracht binnen te halen. Een ander uitzendbureau kreeg de opdracht echter gegund. Daarmee kreeg de concurrent van Randstad de mogelijkheid om aan de Staat haar uitzendkrachten aan te bieden.

Randstad stapt naar de rechter
Randstad uitzendbureau was het niet eens met de beslissing van de Staat. Volgens Randstad had de overheid een verkeerde beslissing genomen en onterecht geconcludeerd dat Randstad in 2012 niet aan de financiële eisen voor de opdracht voldeed. Doormiddel van de rechter probeerde Randstad de beslissing van de overheid ongedaan te maken.

Uitspraak rechter
Dinsdag 10 september 2013 werd bekend gemaakt dat Randstad volgens de rechtbank terecht was uitgesloten. De rechtbank concludeerde dat Randstad op het gebied van de liquiditeitseis niet aan de richtlijnen en voorwaarden van de Staat voldeed. Hierop had de overheid het recht om de opdracht aan een ander uitzendbureau te gunnen.

Randstad ongelijk
Uitzendbureau Randstad noemde de eisen van de overheid in de gunningvoorwaarden buitenproportioneel. De rechter gaf daarop aan dat deze eisen van te voren bekend waren. Randstad had voor de inschrijving op de opdracht bezwaar moeten maken tegen de eisen die in de opdracht waren genoemd. Door het inschrijven op de opdracht werden de voorwaarden aanvaard aldus de rechter.

De winnaar
In het nieuwsbericht op Nu.nl wordt niet duidelijk gemaakt welke grote concurrent van Randstad de opdracht heeft gekregen. Het feit dat Randstad het de moeite vond om er een rechtszaak van te maken geeft aan dat het om behoorlijk wat arbeidsplaatsen gaat voor flexwerkers.