BBL elektrotechniek belangrijke eerste stap in loopbaan voor elektromonteurs

De BBL opleiding elektrotechniek is voor steeds meer werkzoekenden in de elektrotechniek een belangrijke eerste opstap naar een baan in deze sector. Er is veel werk in de elektrotechniek dit is onder andere het gevolg van de energietransitie en het energiezuinig maken van woningen. Niet alleen in de bouw zijn elektromonteurs nodig ook in de werktuigbouwkunde en voertuigentechniek worden mensen gevraagd met inzicht in elektrotechniek. Om die reden is het belangrijk dat er in Nederland steeds meer mensen ervaring krijgen in elektrotechnische werkzaamheden.

Elektrotechniek is een uniek vak
Elektrotechniek is echter een veel abstractere technische sector dan bijvoorbeeld metaaltechniek. Bij elektrotechniek is er sprake van spanning, weerstand en andere factoren die niet direct met het blote oog kunnen worden gezien maar gemeten moeten worden met speciale meetapparatuur. Er bestaat in sommige gevallen een gevaar voor elektrocutie en dat is een groot veiligheidsrisico.

Elektromonteurs krijgen deze veiligheidsrisico’s tijdens hun BBL opleiding elektrotechniek te horen en worden er in getraind om zo veilig mogelijk te werken. Veiligheid gezondheid en milieu vormen bij veel technische opleidingen een belangrijk onderdeel. Meestal worden er naast de BBL opleiding elektrotechniek ook andere veiligheidsopleidingen en trainingen gegeven zoals VCA basis, VCA vol, NEN 3140 en NEN 1010. Deze opleidingen en cursussen vormen een aanvulling op de opleiding BBL elektrotechniek en zorgen er voor dat de aankomende elektromonteur nog beter voorbereid is op het werk en alles wat daar op het gebied van veiligheid aan de orde kan komen.

Werken in de elektrotechniek?
Wil je ook een opleiding volgen in de elektrotechniek en denk je na over een BBL opleiding elektrotechniek neem dan contact met ons op. Dit kan via de knop “BBL” in de menubalk. Ook kun je een bericht sturen via het contractformulier van de website. Mocht je al ervaring hebben in de elektrotechniek en ben je op zoek naar een interessante vacature in deze technische sector kijk dan bij onze vacatures. Deze vind je via de knop “Vacatures Technicum”.

Wat is het STAP-budget of StimuleringArbeidsmarktPositie?

STAP-budget is een budget dat door de overheid beschikbaar wordt gesteld in het kader van de StimuleringArbeidsmarktPositie waarmee werkzoekenden en werknemers zichzelf kunnen blijven ontwikkelen om een meerwaarde te blijven vormen op de arbeidsmarkt. De afkorting STAP staat voor de eerdergenoemde StimuleringArbeidsmarktPositie waardoor duidelijk wordt dat de overheid de positie van werkzoekenden en werknemers op de arbeidsmarkt belangrijk vind. Het is belangrijk dat mensen worden gestimuleerd om zich te blijven ontwikkelen. In de huidige kenniseconomie zijn naast kennis ook vaardigheden en competenties van groot belang. Deze ontwikkelt een werknemer niet alleen in het werk maar ook tijdens opleidingen, cursussen en trainingen. Daarom vind de overheid het belangrijk dat er voldoende geld en tijd beschikbaar wordt gemaakt om mensen op de arbeidsmarkt de mogelijkheid te geven om zichzelf te ontwikkelen.

STAP-budget ter StimuleringArbeidsmarktPositie
Ieder jaar zal de overheid een bedrag van 1000 tot 2000 euro beschikbaar stellen voor mensen die tot de beroepsbevolking horen. Dit bedrag wordt ook wel het STAP-budget genoemd. het STAP-budget is specifiek bedoelt om de inzetbaarheid en het kennisniveau van mensen op de arbeidsmarkt te ontwikkelen. Minister Koolmees van Sociale Zaken en minister Van Engelshoven van Onderwijs hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat het STAP-budget werd ontwikkeld. Het is medio 2019 nog onduidelijk wanneer het STAP-budget beschikbaar wordt gesteld. Als het STAP-budget beschikbaar wordt gesteld heeft dat wel consequenties voor de aftrekpost voor scholing die momenteel nog kan worden ingevuld bij de belastingaangifte. Deze aftrekpost zal namelijk verdwijnen zodra het STAP-budget wordt ingevoerd. Daarnaast wordt het STAP-budget ook niet standaard aan iedereen op de arbeidsmarkt beschikbaar gesteld. Jaarlijks kunnen tussen de 100.000 en 200.000 personen aanspraak maken op een STAP-budget.

STAP-budget aanvragen
Het aanvragen van een STAP-budget kan digitaal worden gedaan. Mensen die een dergelijk budget willen ontvangen kunnen via een website van de overheid aangeven voor welke opleiding ze een STAP-budget zouden willen ontvangen. Deze website is echter nog niet in de lucht omdat het STAP-budget nog niet is ingevoerd. Wanneer de aanvraag goedgekeurd zou worden door de overheid dan krijgt niet de aanvrager maar de opleidingsinstelling het STAP-budget uitgekeerd. Daarmee wil de overheid misbruik van het STAP-budget voorkomen.

Wat is BBL carrousel?

BBL carrousel is opleidingsprogramma van Technicum waarin deelnemers tijdens hun BBL-opleiding circuleren tussen verschillende opdrachtgevers in de elektrotechniek en installatietechniek zodat ze een zo goed mogelijk beeld krijgen van de verschillende disciplines in deze technische sectoren.

BBL carrousel
Het BBL carrousel is ingevoerd door Technicum installatietechniek omdat er een groot tekort is aan technisch personeel in de installatietechniek en elektrotechniek. Er is behoefte aan meer instromers in deze sector zodat de personeelstekorten die op dit moment aanwezig zijn en voor de toekomst worden verwacht zoveel mogelijk kunnen worden opgelost. Het opleiden van technisch personeel is bij uitstek de taak van een specialistische organisatie die een goed beeld heeft van de technische arbeidsmarkt. Daarom heeft Technicum uitzendbureau binnen haar organisatie extra aandacht voor de opleiding en ontwikkeling van (aankomende) vakkrachten. Werkzoekenden die interesse hebben in de techniek kunnen bij Technicum terecht voor een opleidingsadvies en een specifieke BBL-ondersteuning.

Verschillende technische disciplines
Het BBL carrousel is een roulatieproces waarbij de deelnemende BBL-ers rouleren tussen verschillende opdrachtgevers en projecten in de installatietechniek. Het is een programma binnen het kader van werken en leren. Doormiddel van de diversiteit in projecten leren de deelnemende BBL-ers verschillende unieke vaardigheden in de woningbouw, utiliteit en industrie. Deze vaardigheden kunnen ze voor de rest van hun loopbaan gebruiken. Daarnaast zorgt deze ervaring in verschillende installatietechnische disciplines en technieken er voor dat de deelnemer aan het BBL carrousel een duidelijke keuze kan maken voor de specifieke technische discipline waarin hij of zij zich verder wil ontwikkelen.

Aanmelden voor BBL carrousel
Technicum levert een bijdrage aan de ontwikkeling van technisch personeel en probeert het personeelstekort in de techniek zoveel mogelijk op te lossen door nieuw personeel op te leiden. Technicum is een VCU gecertificeerde uitzendorganisatie. Dat betekent dat veiligheid voorop staat. Als je ook interesse hebt voor een baan of BBL-traject bij Technicum dan kun je op de knoppen in de menubalk klikken op ‘vacatures Technicum’ of ‘BBL Technicum’. Ook kun je via het contactformulier van deze website een bericht insturen.

Cursus Elektrisch Schakelen

De cursus Elektrisch Schakelen wordt door verschillende opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs gegeven en is specifiek ontwikkeld voor werknemers die meer vakkennis willen of moeten krijgen op het gebied van industriële elektrotechniek.

Wat leer je tijdens de cursus Elektrisch Schakelen?
Tijdens de cursus Elektrisch Schakelen leert de deelnemer elektrische componenten, te installeren, te vervangen en te repareren. Daarnaast leert een deelnemer storingen zoeken en verhelpen. Het lezen van elektrische schema’s behoort ook tot het opleidingsprogramma. In een tekening kunnen de elektrische bedrading, de elektrische schakelingen overige componenten schematisch worden weergegeven. Het is belangrijk dat een monteur deze tekeningen en schema’s goed kan lezen.

Verder wordt er in de cursus elektrisch schakelen ook aandacht besteed aan meetapparatuur en de manieren waarop men metingen moet verrichten aan elektrische systemen. Ook relais, schakelkasten, draaistroommotoren, draaistroommotorschakelingen, frequentieregelaars, softstarters en alle beveiligingssystemen die bij deze voorgenoemde systemen behoren komen aan de orde in de cursus Elektrisch Schakelen. Toch verschilt de cursusinhoud voor Elektrisch Schakelen per opleidingsinstituut. Daarom is het belangrijk om van te voren goed na te vragen wat de precieze cursusinhoud is als je Elektrisch Schakelen wil gaan volgen bij een bepaald opleidingsinstituut.

Voorkennis en vooropleiding
Voor de cursus Elektrisch Schakelen is een mbo-3 werk- of denkniveau gewenst. Ook is het belangrijk dat iemand die deelneemt aan deze cursus affiniteit heeft met de techniek of in de techniek werkzaam (is gewenst). Vooropleidingen in de elektrotechniek en/ of werktuigbouwkunde zorgen er voor dat de cursus elektrisch schakelen effectiever kan worden opgepakt. Iemand met deze opleidingsachtergrond zal namelijk bepaalde informatie uit de opleiding Elektrisch Schakelen herkennen.

Doelgroep voor Elektrisch Schakelen
De cursus elektrisch schakelen is ontwikkeld voor mensen die werkzaam zijn in de machinebouw of machineonderhoud. Onderhoudsmonteurs, installatiemonteurs, servicemonteurs en andere werknemers die werken in het assembleren of repareren en onderhouden van machines kunnen voordeel hebben met de opleiding Elektrisch Schakelen. De cursus vormt een goede aanvulling voor technici die alleen maar kennis hebben van de mechanische componenten van machines en installaties.

Geen volledige elektrotechnische opleiding
Elektrisch Schakelen is echter geen volledige opleiding in de elektrotechniek. Als iemand een elektrotechnisch onderhoudsmonteur wil worden dan zijn aanvullende opleidingen op het gebied van mechatronica, elektronica en elektrotechniek gewenst en noodzakelijk. Ook veiligheidstrainingen in de vorm van VCA of NEN 3140 vormen een belangrijke aanvulling voor mensen die een opleiding Elektrisch Schakelen hebben gevolgd.

Verschillen tussen BBL en traineeship

Een BBL-traject lijkt een beetje op een traineeship omdat beide opleidingstrajecten in de regel binnen een bedrijf worden gevolgd. Toch zijn er grote verschillen tussen een traineeship en een BBL-opleiding. Hieronder worden de belangrijkste verschillen benoemd en wordt een duidelijk beeld gegeven van de begrippen traineeship en BBL-traject.

Traineeship
Een traineeship is een bedrijfsgebonden ontwikkeltraject en wordt over het algemeen aangeboden om een werknemer zich te laten ontwikkelen binnen een bedrijf in een soort trainingsprogramma. Daardoor is een traineeship in de praktijk vaak sterk organisatiegericht. Over het algemeen heeft een bedrijf een traineeship ontwikkeld en wordt het traineeship gegeven door trainers die werkzaam zijn bij het bedrijf of door het bedrijf zijn ingehuurd. De inhoud van een traineeship is er op gericht om de deelnemer (trainee) kennis te laten maken met de organisatie en het takenpakket dat hem of haar wordt opgedragen. Daarbij komen vaak ook algemene sectorgebonden aspecten aan de orde zoals informatie over wet- en regelgeving. Ook worden tijdens een traineeship vaak vaardigheden en competenties getraind die nuttig zijn om het werk goed uit te kunnen voeren.

BBL trajecten

Bij een BBL traject wordt juist gebruik gemaakt van BBL-opleidingen van een ROC of ander mbo-opleidingsinstituut. BBL is de Beroeps Begeleidende Leerweg en is een opleidingsvorm die binnen het MBO wordt gehanteerd naast de BOL variant. BOL staat voor Beroeps Opleidende Leerweg en is met name de theoretische richting waarbij de deelnemers of leerlingen meer op school aanwezig zijn dan op een stage of beroepspraktijkvorming. BBL is juist de praktijkgerichte vorm waarvan het praktijkdeel wordt beschouwd als het grootste deel van de opleiding. Deze praktijk wordt gehouden bij een erkend leerbedrijf waar de leerling het grootste deel van de opleiding werkzaam zal zijn.

BBL en Bol zijn officiële opleidingsrichtingen binnen het mbo. Daardoor is een BBL-opleiding door de overheid erkend en dat is met een traineeship niet het geval. Bovendien duurt een volledige BBL-opleiding vaak langer dan een traineeship. Een volledige BBL-opleiding duurt drie tot vier jaar en een traineeship een half jaar tot een jaar gemiddeld. Dat is natuurlijk afhankelijk van het bedrijf en de functie. Over het algemeen heeft een BBL-opleiding een grotere meerwaarde op de arbeidsmarkt dan een traineeship. Toch kan een traineeship bij een groot gerenommeerd bedrijf er voor zorgen dat iemand zichzelf of haarzelf goed heeft ontwikkeld binnen een bepaalde beroepsgroep. Ook dat kan voor meerwaarde zorgen op de arbeidsmarkt.

BBL populair bij werkzoekenden en bedrijven in 2018

Bedrijven en werkzoekenden zijn steeds meer te spreken over BBL opleidingen. Doormiddel van BBL opleidingen kan een werkzoekende een goede opstap krijgen naar een functie op de arbeidsmarkt wanneer hij of zij een bepaalde afstand heeft op deze arbeidsmarkt. Verschillende bedrijven die vacatures hebben die moeilijk invulbaar zijn kiezen er daarom voor om de eisen in vacatures bij te stellen. Omdat ervaren krachten in de techniek en bouw nauwelijks worden gevonden worden BBL vacatures open gezet. Deze vacatures zijn laagdrempelig en zorgen er voor dat meer werkzoekenden zich aangesproken voelen om te solliciteren. Bedrijven die BBL plekken open zetten kunnen daarom rekenen op meer instroom. BBL-ers kunnen in de praktijk verschillende achtergronden hebben. Zo zijn er BBL-ers die al jaren werkervaring hebben opgebouwd in een relevante en een niet-relevante werkrichting. Daarnaast zijn er ook schoolverlaters die er voor kiezen om een opleiding in de Beroepsbegeleidende Leerweg te volgen. Omdat BBL-ers in de praktijk verschillen hanteren veel bedrijven wel een bepaalde selectie voordat ze een BBL-er in dienst nemen. BBL-ers op hun beurt kunnen ook vaak kiezen tussen verschillende bedrijven op de arbeidsmarkt. Er zijn namelijk steeds meer bedrijven die zich hebben laten certificeren als erkend leerbedrijf.

Vaardigheden ontwikkelen

Dat maakt overigens ook duidelijk dat steeds meer bedrijven het belang onder ogen zien dat ze personeel moeten ontwikkelen. Er word meer geld besteed aan opleiding en ontwikkeling van arbeidskrachten. Voor veel sectoren is dat nodig. In de techniek en de bouw volgen de ontwikkelingen elkaar in een hoog tempo op. Daardoor is het belangrijk om de vakkennis op niveau te houden. Als dat niet gebeurd raakt kennis verouderd en kan men in de praktijk niet altijd goed aan de slag met nieuwe machines en nieuwe installaties. Een installatiemonteur moet bijvoorbeeld voortdurend op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van warmtepompen, geothermie, zonnepanelen en andere duurzame energie-installaties. Tijdens veel BBL-opleidingen worden ook de nieuwe technische ontwikkelingen behandeld. Dat is belangrijk omdat de BBL-er daar in de praktijk ook steeds meer mee te maken zal krijgen. Een BBL-er krijgt tijdens zijn of haar opleiding ook goed in de gaten dat alleen het behalen van BBL niet voldoende is. Werknemers moeten ook na het behalen van BBL zich blijven ontwikkelen om ook in de toekomst goed en breed inzetbaar te blijven.

Hybride leervorm, BBL en werken en leren

Een hybride leervorm is een leervorm waarbij gebruik wordt gemaakt van de praktijk als leeromgeving. Hybride leren is in feite werken en leren. Deze leervorm is vooral aanwezig in het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. Op het mbo is de Beroepsbegeleidende leerweg een typerende vorm van hybride leren. Tijdens een BBL opleiding is een deelnemer zoveel mogelijk op de werklocatie van het erkend leerbedrijf aanwezig. Daar leert hij of zij vaardigheden en competenties aan.

Praktijkgericht
Hybride leren is in tegenstelling tot het klassikaal leren, dat vooral bij de BOL (Beroepsopleidende leerweg) wordt gehanteerd, meer gericht op de praktijk. Daarom zal iemand met een hybride leervorm tijdens zijn of haar opleiding nauwelijks op het opleidingsinstituut aanwezig zijn maar juist meer op de werkvloer. Op de werkvloer kunnen opdrachten worden gemaakt en beoordeeld door praktijkbegeleiders. Niet alleen de praktijkbegeleiders maar ook de collega’s op de werkvloer zorgen er voor dat de deelnemers aan de hybride leervorm zichzelf kan ontwikkelen.

BBL
BBL wordt als hybride leervorm veelvuldig ingezet bij technische bedrijven. In de installatietechniek en elektrotechniek worden BBL opleidingen gebruikt als oplossing voor het tekort aan technisch personeel. Doormiddel van BBL opleidingstrajecten kunnen mensen zonder technische achtergrond toch ontwikkeld worden tot een techneut. Dit gebeurd op een praktijkgerichte opleiding in de vorm van werken en leren. BBL is bij uitstek geschikt voor mensen die leren door te doen en mensen die tijdens de opleiding graag willen werken en geld verdienen.

Wat is een kopstudie?

Een kopstudie is een extra studieperiode bovenop een afgeronde opleiding. Over het algemeen wordt een kopstudie als keuzemogelijkheid aangeboden voor leerlingen die een bepaalde opleiding hebben afgerond. Hierbij kun je denken aan een hbo oftewel een bacheloropleiding. Over het algemeen duurt een kopstudie korter dan de opleiding waar de kopstudie op volgt. Gemiddeld duurt een bacheloropleiding vier jaar en een kopstudie duurt dan bijvoorbeeld nog 1 jaar. Een bacheloropleiding is een volledige opleiding. Het volgen van een kopstudie is niet verplicht maar is een vrije keuze.

Is een kopstudie verplicht?

Iemand kan er voor kiezen om toch een kopstudie te volgen zodat hij of zij een bepaalde verdiepingsslag kan maken in een bepaalde studierichting of vakgebied. Op die manier kan een kopstudie er voor zorgen dat iemand gespecialiseerd wordt of nog beter ontwikkeld is voor een bepaald beroep of sector. De waarde van kopstudies op de arbeidsmarkt is minder concreet dan de waarde van lbo, mbo, hbo en wo opleidingen.

Post-hbo en kopstudie

Een post-hbo-opleiding is in feite een kopstudie die gevolgd kan worden nadat iemand succesvol een hbo-opleiding heeft afgerond. Een posthbo-opleiding kan worden beschouwd als een kopstudie op een hbo opleiding. De waarde van een posthbo-opleiding op de arbeidsmarkt is net als andere kopstudies niet voor iedereen duidelijk. Dat betekent dat werkgevers over het algemeen meer kijken naar diploma’s van reguliere opleidingen, bijvoorbeeld een associate degree, bachelordegree of een master degree. Een post-hbo opleiding wordt echter vaak HBO plus genoemd en met HBO + aangeduid.

Deze aanduiding doet vermoeden dat een post-HBO opleiding meer waarde heeft dan de hbo opleiding zelf oftewel de bachelor. Dat is echter niet het geval op de arbeidsmarkt. Sommige studenten zijn er op een bepaalde manier in geslaagd om alleen de post-hbo-opleiding te volgen zonder de volledige bachelor te hebben afgerond. Na het behalen van de post-hbo opleiding krijgt men echter van menig werkgever te horen waarom niet de volledige hbo opleiding is gevolgd. Het volgen van volledig hbo onderwijs heeft daarom wel de voorkeur op de arbeidsmarkt.

Wat is een leer-werkovereenkomst of leerovereenkomst?

Een leer-werkovereenkomst, leerarbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst is een overeenkomst tussen een werkgever en een leerling, waarin de leerling gedurende een bepaalde periode gaat werken en leren bij een werkgever om zodoende de vaardigheden en competenties in een bepaald vakgebied te leren. De leer-werkovereenkomst niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Het verschil tussen een leer-werkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst zit in het doel van de overeenkomst. De leer-werkovereenkomst is in de eerste plaatst gericht op het ontwikkelen van de leerling zodat hij of zij de opleiding goed kan afronden. Om die reden staat het leren meer centraal dan de arbeid. Dat betekent overigens ook dat een leerling van de werkgever ook een bepaalde begeleiding kan en mag verwachten tijdens het uitvoeren van werkzaamheden.

Leer-werkovereenkomst en arbeidsovereenkomst
In de eerste alinea werd duidelijk dat een leerovereenkomst of leer-werkovereenkomst primair bedoelt is voor de ontwikkeling van de leerling. Wanneer een werkgever en een leerling/ werknemer er voor kiezen dat de arbeid meer centraal moet staan en dat het leren van ondergeschikt belang is dan kan men er voor kiezen om toch een arbeidsovereenkomst op te stellen. Het verschil tussen deze arbeidsovereenkomst en de leer-werkovereenkomst is dat de leerling in feite meer als werknemer wordt beschouwd en dat er van hem of haar ook een bepaalde kwantiteit en kwaliteit in het werk wordt verwacht door de werkgever.

Men kan er ook voor kiezen om een leerovereenkomst en een arbeidsovereenkomst te sluiten. In dat geval is het heel belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wat men van elkaar kan verwachten tijdens het dienstverband. Daarbij kun je denken aan de tijd die de werknemer of leerling mag besteden aan het leren van nieuwe vaardigheden. Ook moeten er afspraken worden gemaakt over de begeleiding en de instructies op de werkvloer. Voor werkgevers is het belangrijk om te weten dat voor werknemers loonbelasting en premies volksverzekering moeten worden ingehouden op het loon en tevens de premies werknemersverzekering.

Werken en leren of BBL
Leer-werkovereenkomsten worden over het algemeen afgesloten in het kader van werken en leren. Een voorbeeld van werken en leren zijn de zogenaamde BBL trajecten. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. In feite leert een leerling via BBL een specifiek beroep door naast een theoretische ondersteuning op het opleidingsinstituut ook praktijk ondersteuning te krijgen bij een erkend leerbedrijf. Daarbij wordt er een leer-werkovereenkomst gesloten waarin vaak ook het opleidingsinstituut wordt benoemd. Dat houdt in dat een leer-werkovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst door drie partijen wordt getekend: de leerling, het erkend leerbedrijf en het opleidingsinstituut waar de BBL opleiding wordt gevolgd.

Werknemers leren meer van werk dan van cursussen

Werknemers leren meer door hun dagelijkse werkzaamheden uit te voeren dan door deel te nemen aan cursussen. Dit komt naar voren uit een enquête die door de Universiteit Maastricht werd gehouden onder ruim 5.500 respondenten. Tot de respondenten behoorden 3.700 werknemers. Veel werknemers blijken tijdens hun werk vooral kennis op te doen door te leren van collega’s en hun ervaringen. Ongeveer 85 procent van de leermomenten op de werkvloer waarop werknemers leren vindt plaats in een informele setting.

Werkmethodes aanleren
Gemiddeld leren werknemers 15 procent van hun kennis in cursussen. In feite leren veel werknemers in een informele kennisoverdracht met hun collega’s net zoveel als ze leren in een cursus die even lang duurt. Didier Fouarge de hoofdonderzoeker geeft aan dat er verschillende methodes zijn om vaardigheden aan te leren en kennis op te doen op de werkvloer. Een voorbeeld hiervan is het uitbreiden van een takenpakket doordat ze nieuwe taken toegeschoven krijgen van hun leidinggevenden. Ook wanneer ze samenwerken met andere collega’s leren ze vaak nieuwe werkmethodes aan. Het opdoen van deze zogenaamde praktijkervaring is volgens Didier Fouarge een goed middel om werknemers te ontwikkelen.

Technische vaardigheden aanleren
Werknemers in de techniek leren  bijvoorbeeld vaak in de praktijk speciale, technische vaardigheden aan. Dit komt omdat veel vaardigheden niet aangeleerd kunnen worden in een techniekruimte van een opleidingsinstituut. In de praktijk is de techniek namelijk een veel bredere sector dan wat alleen in een technieklokaal gesimuleerd kan worden. Van ervaren collega’s kunnen aankomende vakkrachten veel basisvaardigheden aanleren. In de elektrotechniek leren ze bijvoorbeeld effectief draden trekken, wandcontactdozen monteren en schakelmateriaal aan te brengen. Door ervaringen tussen elektromonteurs te laten delen kan niet alleen een hogere kwaliteit worden gerealiseerd er kan ook sneller worden gewerkt.

Opleidingsniveau
Er is ook nog een verschil in opleidingsniveau. Hoogopgeleide werknemers nemen in de praktijk vaker deel aan een werkcursus dan lager opgeleide werknemers. Van de werknemers met een hoog opleidingsniveau had 63 procent in de afgelopen twee jaar een opleiding of training gevolgd. Bij laag opgeleide werknemers was dat slechts 39 procent van de respondenten. Gemiddeld duurt een cursus overigens drie dagen en zeven uur. Daarnaast is deelname aan bedrijfscursussen vaak verplicht.

Wat is STOOF?

STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche) is een stichting voor zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers. Zoals de naam doet vermoeden is het een stichting die opleidingen en ontwikkelingstrajecten verschaft aan voornamelijk uitzendkrachten en daarnaast vaste medewerkers. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn HBO stage voor de opleiding HRM. Deze stage hield Tjerk in 2017 bij Unique Technicum uitzendbureau. Hieronder staat een korte samenvatting van de informatie die Tjerk heeft verzameld en samengevat over STOOF.

Waar kan STOOF bieden?
STOOF staat voor werknemers paraat met de volgende middelen:

  • Financiële tegemoetkomingen op het gebied van opleiding en ontwikkeling
  • Advies
  • Subsidies
  • Praktische ondersteuning
  • Opleiding
  • Onderzoeken binnen de branche

STOOF is als stichting opgericht in 2004 door een tal van vakbonden:

  • ABU (Algemene Bond Uitzendorganisaties)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging)
  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • Dienstenbond
  • De Unie

En sinds 2008 zijn daar de volgende organisaties aan toegevoegd:

  • NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • LBV (Landelijke Belangen Vereniging)

Uitzendorganisaties kunnen gebruik maken van de diensten van de STOOF wanneer zij 0.2% van de loonsom afdragen aan het sociaal fonds uitzendbranche (SFU). De STOOF werk landelijk samen met verscheidene uitzendorganisaties, kenniscentra, ROC (regionale opleidingscentrum) , fondsen, gemeenten en EVC-aanbieders.

Uitzendkracht
De STOOF is hoofdzakelijk in het leven geroepen ter bevordering van de ontwikkeling van de uitzendkracht. Wanneer een (ex-) uitzendkracht een opleiding wil volgen kan dit via het STOOF. Wanneer de uitzendkracht geen hogere opleiding heeft genoten dan mbo 4 is het mogelijk om een scholingsvoucher ter waarde van €500,- bij de STOOF aan te vragen. De uitzendkracht kan vervolgens zelf kiezen aan welke opleiding hij of zij het geld van de scholingsvoucher wil gaan spenderen. De enige voorwaarde die hieraan gesteld wordt is dat de opleiding relevant moet zijn aan het segment of het vakgebied waarin de uitzendkracht werkzaam is. De opleiding moet loopbaangericht zijn, echter hoeft de opleiding niet functiegericht te zijn.

Vergoedingen
STOOF verstrekt een aantal vergoedingen waarmee de opleidingskosten of de ontwikkeling van de uitzendkracht kan worden betaald. Er zijn 3 soorten vergoedingen die de stichting verstrekt, dit zijn de volgende:

  • Scholingsvoucher
  • Mentorvergoeding
  • EVC-vergoeding (Ervaringscertificaat)

De scholingsvoucher (als hiervoor beschreven) geeft de uitzendkracht een kans om een investering te doen in zijn of haar toekomst door een opleiding of een andere vorm van scholing te volgen.

De mededelende uitzendorganisatie die een uitzendkracht in een BBL-traject plaatst (BBL is Beroeps Begeleidende Leerweg) kan aanspraak maken op een vergoeding van de STOOF. Wanneer de uitzendorganisatie de leerling begeleidt en de verantwoordelijkheden neemt voor het opleidingstraject heeft de uitzendorganisatie recht op €400,- per uitzendkracht per jaar.

Daarnaast reikt de STOOF ook EVC-vergoedingen uit. Het EVC oftewel het Ervaringscertificaat is een certificaat waarin de eerder verworven competenties van de uitzendkracht op papier worden gezet en daarmee in kaart worden gebracht. Wanneer een uitzendkracht een EVC bezit is hij of zij beter inzetbaar op de arbeidsmarkt. Toekomstige werkgevers kunnen dan namelijk zien over welke competenties de uitzendkracht of reguliere werknemer beschikt. Wanneer een organisatie een uitzendkracht in de EVC-procedure plaatst biedt STOOF maximaal €1500,- per uitzendkracht. Het maximum bedraagt 5 vergoedingen per jaar, waarvan 4 flexkrachten en een vaste werknemer.

Tot slot
De STOOF is een stichting die zich focust op de ontwikkeling van uitzendkrachten en vaste medewerkers. Dit doet STOOF door deze werknemers op te leiden en te ontwikkelen om deze krachten daarmee beter inzetbaar te laten worden op de arbeidsmarkt. De STOOF helpt uitzendkrachten en -organisaties doormiddel van investeringen in de toekomst van de medewerkers.

Wat is een post hbo opleiding?

Een post hbo opleiding is een extra opleiding die men kan volgen na het behalen van een hbo opleiding (bachelor), als men in bezit is van een WO opleiding of hals men op een andere manier kan aantonen dat men over hbo of academisch werk- en denkniveau beschikt. Een post hbo opleiding volgt men meestal ter verdieping in een bepaald vakgebied of om bepaalde vaardigheden beter te ontwikkelen. In de meeste post hbo opleidingen wordt veel aandacht besteed aan de toepassing van kennis en de ontwikkeling van competenties in de praktijk. Veel deelnemer aan een post hbo opleiding hebben al een aantal jaren ervaring in een functie op hbo of WO denk- en werkniveau. Er zijn echter verschillende redenen waarom men een post hbo opleiding wil volgen.

Waarom een post hbo opleiding?
Een post hbo opleiding is voor verschillende mensen interessant. Men kan er voor kiezen om een post hbo opleiding te volgen als men een verdiepingsslag wil maken in bepaalde vakgebieden zoals wet en regelgeving, bedrijfseconomie en bestuurskunde. Deze verdiepingsslag is in een aantal gevallen gewenst of noodzakelijk. Als men bijvoorbeeld een leidinggevende functie bekleed en er achter komt dat men niet over de benodigde kennis en competenties  beschikt is het belangrijk dat men zichzelf verder gaat ontwikkelen. Een post hbo opleiding kan in die situatie een uitkomst zijn. Ook wanneer men nog geen managementfunctie bekleed maar wel van plan is om dat in de toekomst te doen kan het volgen van een post hbo opleiding een verstandige keuze zijn.

Wat is de inhoud van een post hbo opleiding?
De inhoud en de duur van een post hbo opleiding kan verschillen. Er zijn namelijk ook verschillende soorten post hbo opleidingen. Deze opleidingen kunnen zowel gericht zijn op bestuurskunde als op andere management gebieden. Verder kunnen de post hbo ook op speciale vakgebieden zijn gericht. Niet elke post hbo opleiding is daarom geschikt voor elke persoon. Het daarom belangrijk om goed te kijken naar de verschillende modules en vakgebieden waaruit de post hbo opleiding bestaat. Deze informatie staat in het programma van de post hbo opleiding. Als men bijvoorbeeld de inhoud van een post hbo opleiding bedrijfskunde bekijkt dan ziet men daarin modules zoals:

  • Personeelsmanagement
  • Organisatiemanagement
  • Bedrijfseconomie
  • Strategisch management
  • Ondernemerschap

Vaak zijn er ook keuzemodules die men kan volgen. Dit zijn vaak specifieke modules die men op basis van eigen interesse of behoefte kan kiezen. Een voorbeeld van keuzemodules voor de opleiding post hbo bedrijfskunde zijn:

  • Strategische marketing
  • Innovatiemanagement
  • Bedrijfsrecht
  • Kwaliteitszorg
  • Bedrijfsethiek

Vooropleiding voor post hbo opleidingen
Het instituut waar de post hbo opleiding gevolgd kan worden geeft vaak duidelijk aan over welke vooropleiding men dient te beschikken. Deze vooropleiding is meestal minimaal HBO of WO. Het is in sommige gevallen mogelijk om op een andere manier aan te tonen dat men over hbo niveau of WO niveau beschikt. In dat geval zal men hiervoor bewijsstukken moeten aanleveren aan het opleidingsinstituut. Daarvoor hebben opleidingsinstituten speciale richtlijnen. Neem contact op met het opleidingsinstituut om hierover meer te weten te komen.

Waarde van post hbo opleiding op de arbeidsmarkt
Er worden in Nederland veel verschillende hbo opleidingen en post hbo opleidingen aangeboden door uiteenlopende opleidingsinstituten. Dat zorgt er voor dat men terecht kan vragen welke post hbo opleiding wel of juist geen waarde heeft op de arbeidsmarkt. Allereerst heeft het volgen van een post hbo opleiding zin als dit een aanvulling vormt voor iemand zijn oh haar cv en professionele ontwikkeling. Daarnaast moet een opleiding over voldoende kwaliteit beschikken. Alleen de aanduiding ‘post hbo’ geeft nog geen duidelijkheid over de waarde en de kwaliteit van de opleiding. De titel post hbo is namelijk geen beschermde titel en dat houdt in dat elk opleidingsinstituut zijn opleidingen kan voorzien van deze titel. Ook het feit dat een post hbo opleiding wordt afgesloten met een diploma geeft onvoldoende duidelijkheid over de waarde van de opleiding. Veel werkgevers kunnen de waarde van de post hbo opleiding moeilijk inschatten.

Register Stichting Post HBO Nederland (SPHBO)
De waarde van een post hbo opleiding moet getoetst worden door een speciale stichting. Dit is de Stichting Post HBO Nederland (SPHBO). De opleidingen die door deze stichting zijn getoetst hebben wel een waarde op de arbeidsmarkt. Post hbo opleidingen die goed gekeurd zijn door de SPHBO krijgen regelmatig een toetsing om te kijken of de opleiding nog wel van voldoende niveau is. Als iemand een opleiding die geregistreerd is door SPHBO afrond wordt zijn of haar naam opgenomen in het Landelijke Register van Deelnemers. Dit register kan door bedrijven worden geraadpleegd als ze willen controleren of iemand daadwerkelijk succesvol een post hbo opleiding heeft gevolgd en afgerond.

Wat zijn Excellente scholen?

Excellente scholen zijn scholen die zich op een positieve manier onderscheiden in de kwaliteit van hun opleidingen en de begeleiding van de leerlingen.  Scholen en die excellent zijn bieden goed onderwijs aan hun leerlingen en hebben daarnaast ook elementen waarmee zij zich verbijzonderen ten opzichte van andere scholen. Dit komt naar voren in een excellentieprofiel. Uiteraard wil elke school natuurlijk graag toonaangevend en excellent worden genoemd. Dit is goed voor de naamsbekendheid van de school en geeft de directeur en de leerkrachten natuurlijk een goed gevoel. Een school kan echter niet zelf bepalen of ze excellent is of niet. Daarvoor is een jury die onafhankelijk is.

Jury Excellente scholen
Een onafhankelijke jury beoordeelt of een school een excellente school is of niet. Deze jury bestaat uit een voorzitter en daarnaast een drietal deeljury’s. Deze deeljury’s richten zich elk op een speciale groep van het onderwijs namelijk:

  • primair onderwijs (basis onderwijs)
  • voortgezet onderwijs en (voortgezet onderwijs:  vmbo, havo, vwo)
  • speciaal onderwijs.

De juryleden worden door de inspecteur-generaal van het Onderwijs benoemt. Met is jurylid voor een periode van 3 jaar. Het spreekt voor zich dat de juryleden voor een goede beoordeling veel verstand moeten hebben van het onderwijs. Daarom hebben alle leden van de jury zelf ervaring op het gebied van onderwijs. Op die manier kunnen ze tot een goede beoordeling komen.

Excellentieprofiel
Als een school in aanmerking wil komen voor een traject Excellente scholen dan zal de school een zogenaamd excellentieprofiel moeten hebben. Dit excellentieprofiel moet een duidelijk omschreven plan zijn waarmee de school zich op het gebied van onderwijs onderscheid van andere scholen. Uiteraard dient dit excellentieprofiel duidelijk geborgd te zijn en regelmatig te worden geëvalueerd en indien nodig geoptimaliseerd. Het bijzondere van het excellentieprofiel is dat deze uniek is. Dit houdt in dat de excellentieprofielen van scholen in de praktijk van elkaar verschillen.

Er is daarom geen draaiboek of stappenplan waarmee een school best practices van andere scholen kan navolgen om een excellente school te kunnen worden. In plaats daarvan moet een school zelf toonaangevend zijn, vernieuwend en innovatief. Dit kan natuurlijk op verschillende manieren. Zo kunnen scholen bijvoorbeeld een bijzondere aanpak hebben om leerlingen kennis over de techniek bij te brengen. Ook kunnen ze zich onderscheiden in de ondersteuning van moeilijk lerende leerlingen. Dit zijn echter slechts een paar voorbeelden. In de praktijk kunnen uiteenlopende excellentieprofielen worden aangeleverd bij de jury van Excellente scholen in Nederland. Door deze jury wordt elk excellentieprofiel afzonderlijk beoordeeld.

Hoe wordt je een excellente school?
Een excellente school wordt je in eerste instantie door beleving en enthousiasme voor het onderwijs. Excellente scholen gebruiken naast dit enthousiasme ook kennis, creativiteit en innovatie om nét iets meer te bieden aan leerlingen dan andere scholen. Uiteraard dient hierbij sprake te zijn van een structurele aanpak zodat leerlingen en hun ouders weten dat deze aanpak gehandhaafd blijft en zal worden geoptimaliseerd. Daarom dien je als school je excellente werkwijze ook te borgen.

Als de school dit heeft gedaan en de aanpak is intern en extern goed bekend dan kan de school haar aanmelden voor een traject Excellente Scholen. Daarvoor kunnen primaire scholen en scholen in het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs zich ieder voorjaar aanmelden. De jury van Excellente scholen onderzoekt eerst de algemene onderwijskwaliteit. Ook de excellentieprofielen worden door een onafhankelijk jury beoordeeld. Als een school als excellent wordt beoordeeld zal deze aan het begin van het daarop volgende jaar het predicaat ‘Excellent’ ontvangen. Kijk voor meer informatie op de website excellentescholen.nl.

Wat zijn de voordelen van een EVC traject?

EVC is een afkorting die staat voor Erkenning van Verworven Competenties. Doormiddel van EVC-trajecten kunnen werknemers en werkzoekenden op de arbeidsmarkt trachten hun werkervaring te verzilveren in de vorm van een bepaalde opleiding of opleidingsniveau. Het doel van een EVC-traject is het vergroten van iemand zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt. Deze trajecten zijn soms nodig of noodzakelijk om iemand zijn of haar kansen te vergroten op werk.

Waarom een EVC-traject?
Het kan voorkomen dat werknemers met beperkte opleidingen aan de slag zijn gegaan en gedurende het werk steeds meer nieuwe vaardigheden hebben aangeleerd. Tijdens het uitvoeren van je werk kun je namelijk jezelf ontwikkelen en aan nieuwe competenties werken. Naast je werk kunnen ook vaardigheden die je privé hebt geleerd van belang zijn voor je ontwikkeling. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan personen die hobbymatig lassen of aan auto’s sleutelen. Het punt is echter dat al deze vaardigheden niet veel waarde hebben op het cv als ze niet officieel erkend worden en daarom is een EVC-traject interessant.

Als je wilt doorgroeien of van je hobby je werk wilt maken is het verstandig om een EVC traject te ondergaan. Ook als er sprake is van inkrimping of reorganisatie bij je werkgever waardoor je baan misschien gaat verdwijnen kan het verstandig zijn om een EVC traject te volgen. Wanneer je namelijk werkloos raakt is het goed dat je kunt aantonen wat je hebt geleerd bij je voormalige werkgever en welke opleiding daaraan verbonden is.

Voordelen van een EVC-traject
Er zijn een aantal voordelen die puntsgewijs kunnen worden genoemd als men het heeft over een EVC-traject:

  • Je ervaring wordt erkend en verzilverd. Dat zorgt er voor dat je weet wat je niveau is.
  • Door het verzilveren van ervaring doormiddel van een EVC traject kun je dikwijls op hogere functies solliciteren.
  • Een EVC traject is vaak een verkort traject waardoor je niet een complete opleiding hoeft te volgen om toch een erkenning te krijgen van je kennis en ervaring.
  • De opleidingskosten zijn meestal lager dan wanneer men een complete reguliere opleiding volgt.
  • Men bespaart ook tijd omdat men geen voltijd opleiding gaat volgen maar in plaats daarvan de werkervaring laat waarderen. Toch kan een EVC traject wel wat tijd in beslag gaan nemen omdat men de ervaring en competenties moet laten toetsen door een onafhankelijk persoon die daarvoor bevoegd is.
  • Als je zonder werk raakt is een succesvol afgerond EVC-traject een nuttige toevoeging voor het cv.

Wat doet een praktijkopleider?

Praktijkopleiders zijn werkzaam bij erkende bedrijven en hebben de verantwoordelijkheid om stagiaires en leerlingen te begeleiden bij hun beroepspraktijkvorming (BPV). Dit houdt in dat de een praktijkopleider op het werk aankomende vakkrachten ondersteund en coacht bij hun ontwikkeling. De praktijkopleider heeft te maken met verschillende personen zowel met de BPV-docent van het roc als de leerling.

Ook kan de praktijkopleider contact hebben met het uitzendbureau als de leerling via een uitzendbureau bij de organisatie werkzaam is. Praktijkopleiders hebben meestal een specifieke opleiding gevolgd die voor een theoretisch en praktisch kader zorgt waardoor ze de begeleiding van de leerlingen zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Deze opleiding is op mbo-niveau en heeft de naam: ‘mbo praktijkopleider niveau 4’.

Een praktijkopleider heeft naast het begeleiden van leerlingen ook een andere (hoofd) functie binnen een bedrijf. Dit kunnen verschillende functies zijn. Zo kan een praktijkopleider bijvoorbeeld de functie voorman hebben of een medewerker personeelszaken zijn. In sommige, meestal wat kleinere bedrijven, is de directeur of eigenaar meestal de persoon die leerlingen helpt met de beroepspraktijkvorming. De begeleiding van leerlingen is daardoor vaak een neventaak of een nevenfunctie van een werknemer die als praktijkopleider is aangemerkt.

Taken van de praktijkopleider
De praktijkopleider heeft een breed takenpakket. Dit komt doordat iemand met deze (neven)functie met verschillende personen contacten moet onderhouden. Dit vereist wat van de communicatieve vaardigheden van de persoon in kwestie. Deze persoon moet namelijk met zowel docenten van een opleidingsinstituut communiceren als met leerlingen op de werkvloer. Hij of zij moet daardoor schakelen tussen verschillende communicatiestijlen. Verder moet de praktijkopleider ook in staat zijn om leerlingen te beoordelen en eventueel te sturen of te berispen als ongewenst gedrag wordt vertoond of als er grove fouten worden gemaakt door de leerling. De praktijkopleider heeft de volgende taken:

  • Selecteert de kandidaten  voor een BBL-plek en voert intakegesprekken met hen.
  • Organiseert  activiteiten rondom de introductie van leerlingen binnen het bedrijf.
  • Begeleidt de leerlingen bij het leren van nieuwe werkzaamheden.
  • Onderhoudt contacten met het opleidingsinstituut.
  • Houdt vorderingen bij en bijzonderheden omtrent de ontwikkeling van de leerling.
  • Beoordeelt en bespreekt de vorderingen van de leerling.
  • Coördineert de beroepspraktijkvorming van de leerlingen.
  • Bevordert de integratie tussen theorie en praktijk op de werkvloer.
  • Voert daarnaast ook administratieve taken uit die horen bij de praktijkbegeleiding.

MBO praktijkopleider niveau 4

De opleiding mbo praktijkopleider is een opleiding die kan worden gegeven aan werknemers die al een bepaalde functie hebben in een bedrijf of organisatie. De opleiding is bedoelt om de desbetreffende werknemer vaardigheden aan te  leren die hij of zij kan gebruiken om andere collega’s of stagiaires te begeleiden in hun leerproces. Op de opleiding mbo praktijkopleider wordt aandacht besteed aan de methodes die kunnen worden gehanteerd om leerlingen en stagiairs op de werkvloer te begeleiden.

Vaardigheden aanleren
Omdat het een opleiding praktijkopleider is wordt veel aandacht besteed aan de praktijk. Dit houdt in dit verband in dat men op de opleiding vooral praktische vaardigheden aanleert. Men krijgt informatie over hoe men het beste kennis kan overdragen op leerlingen en stagiairs. Ook leert men om deze aankomende vakkrachten te coachen en te ondersteunen bij hun leerproces. Daar komen persoonlijke didactische vaardigheden bij kijken maar men leert ook de bijbehorende administratie op orde te houden. Op de opleiding praktijkopleider leert men ook een opleidingsplan te schrijven voor werknemers die bijvoorbeeld een opleidingsvraagstuk hebben en zich breder willen ontwikkelen of zich willen specialiseren.

Praktijkbegeleiding in diverse sectoren
Praktijkopleiders zijn er in verschillende sectoren. Zo zijn er praktijkopleiders in de beveiligingssector en in de zorg. Ook in de techniek zijn veel praktijkopleiders werkzaam. Een mbo opleiding praktijkopleider richt zich op alle sectoren. Dit houdt in dat het een brede opleiding is waarbij vaardigheden worden aangeleerd die in verschillende sectoren kunnen worden toegepast. Daarom gaat men niet in op de technieken en processen die in een bedrijf worden uitgevoerd. Een voorman van een lasbedrijf die bijvoorbeeld praktijkopleider wil worden om leerlingen te ondersteunen bij het leren van lassen zal tijdens de opleiding tot praktijkopleider niet vaardigheden ontwikkelen over hoe hij het beste leerlingen kan ondersteunen bij het lasproces. Wel zal deze voorman leren hoe leerlingen het beste in het algemeen kunnen worden begeleid bij het aanleren van nieuwe vaardigheden (in de techniek).

Vooropleiding voor mbo praktijkopleider
Om een opleiding mbo praktijkopleider te volgen zal iemand minimaal een VMBO-diploma moeten hebben. Dit diploma kan zijn behaald in de Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg. Een aantal jaren HAVO of VWO evenals een overgangsbewijs van HAVO/VWO naar HAVO /VWO 4 is ook in de meeste gevallen voldoende. Voor specifieke vragen hierover kun je contact opnemen met een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) bij jou in de buurt.

Wat is een stagiair of stagiaire?

Een stagiair is een persoon die een stage volgt voor een opleiding. Een stage is een praktijkdeel van een opleiding en wordt meestal bij een externe organisatie uitgevoerd. De stagiair is tijdens een stage geen werknemer van de organisatie waar de stage wordt gehouden. Wel kan een stagiair een vergoeding krijgen voor de werkzaamheden die tijdens de stage worden verricht. Deze vergoeding kan bijvoorbeeld reiskosten zijn maar het is ook mogelijk dat er een bescheiden uurvergoeding wordt betaald. De vrouwelijke vorm van stagiair is stagiaire. In de praktijk gebruikt men de benaming stagiair en stagiaire dikwijls door elkaar heen.

Leerproces centraal
Een stagiair of stagiaire volgt een stage vooral om te leren. Hij of zij leert de theorie van de opleiding toe te passen in de praktijk. Daarvoor is echter wel begeleiding nodig. Deze begeleiding wordt vaak geboden door het bedrijf waar de stage wordt gehouden. De zogenaamde stagebegeleider is over het algemeen iemand met ruime ervaring binnen het bedrijf zodat de stagiair goed van hem of haar kan leren en eventueel vragen kan stellen als dat nodig is.

Stagebegeleider
Meestal krijgt een stagiair ook vanuit de opleiding een begeleider toegewezen. Dit is over het algemeen een docent. De docent ondersteund de stagiair vooral op theoretisch gebied en hoort de voortgang in de gaten met betrekking tot de opdrachten die de stagiair voor de opleiding moet afronden. Op stages worden vooral praktijkopdrachten gedaan. Dit zijn doe-opdrachten waarbij een stagiair daadwerkelijk taken moet uitvoeren in de praktijk. Deze taken moeten passen bij de opleiding en het opleidingsniveau van de stagiair.

Beroepspraktijkvorming
Van de (praktijk)opdrachten worden reflectieverslagen gemaakt zodat de stagiair leert te evalueren wat hij of zij heeft gedaan ter voorbereiding en tijdens het daadwerkelijk uitvoeren van de taak. De stagiair brengt in kaart wat goed is gegaan en wat in de toekomst beter gedaan kan worden. Zo leert de stagiair om zijn of haar eigen beroepshouding te ontwikkelen. Een stage wordt door sommige opleidingsinstituten ook wel beroepspraktijkvorming genoemd. Omdat men van dat woord moeilijk een benaming van een persoon kan maken ( het is vrij lastig om beroepspraktijkvormingskandidaat te zeggen) gebruikt men in de praktijk vaak nog het woord stagiair of stagiaire.

Wat is een leerwerkplek?

Leerwerkplekken zijn arbeidsplaatsen die door werkgevers ter beschikking worden gesteld voor werknemers die die naast het uitvoeren van werkzaamheden ook leren. Iemand die een leerwerkplek heeft kan zichzelf ontwikkelen. Daarom noemt men dit ook wel een leerbaan. Men heeft immers een baan en leert daarnaast ook doormiddel van een opleiding. Het voordeel is dat iemand meestal loon verdient en tegelijkertijd zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt vergroot.

Opleiding tijdens werk
Aan een leerwerkplek of een leerwerkbaan is een opleiding gekoppeld. Daarom is er sprake van werken en leren. De opleiding zorgt met name voor de theoretische basis van de werknemer. Op de leerwerkplek leert men de theorie toepassen en leert men daadwerkelijk vaardigheden te ontwikkelen in een bepaald beroep. De opleidingen kunnen heel divers zijn. Wel is het van belang dat de opleiding past bij de werkzaamheden op een leerwerkplek. Als iemand bijvoorbeeld een opleiding tot lasser volg is het van belang dat hij of zij ook daadwerkelijk laswerkzaamheden kan uitvoeren op de leerwerkplek.

Erkende leerbedrijven
Werknemers kunnen een leerwerkbaan uitoefenen op leerwerkplekken bij verschillende bedrijven in Nederland. Het is wel belangrijk dat het bedrijf een erkend leerbedrijf is. Daardoor is de werknemer verzekerd van een goede begeleiding zodat hij of zij ook daadwerkelijk een goede ontwikkeling kan doormaken tijdens het werk en op de opleiding. Een leerwerkplek kan een goede stap zijn op het gebied van loopbaanontwikkeling daarom moet men echt een bedrijf en opleiding uitkiezen die passend is bij de loopbaanambities.

Er zijn echter grote verschillen tussen de leerbedrijven. Sommige leerbedrijven besteden veel aandacht aan de begeleiding van de werknemers in een BBL-traject of leerwerktraject. Andere bedrijven beschouwen deze werknemers meer als goedkope productiekrachten. Voordat iemand voor een leerwerkplek kiest is het verstandig dat hij of zij zich goed laat informeren.

Leerwerkplek met baangarantie
Voor sommige doelgroepen is het mogelijk om een leerwerkplek te krijgen met baangarantie. Daarvoor moet iemand wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de persoon een uitkering hebben. Mensen met de volgende uitkeringen kunnen voor een leerwerkplek met baangarantie in aanmerking komen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Verder is het van belang dat iemand actief op zoek is naar een baan en geen werk kan vinden op de reguliere wijze. Men heeft bijvoorbeeld niet de mogelijkheid om de werkzaamheden uit te voeren waar men ervaring in heeft en moet omgeschoold worden. Ook mensen met verouderde diploma’s of diploma’s die zou verouderd zijn dat ze geen waarde meer hebben op de arbeidsmarkt.

Wat zijn leerbanen?

Leerbanen zijn speciale dienstverbanden waarbij iemand werkzaam is bij een bedrijf en tevens een opleiding volgt. De term leerbaan is een  algemene term net zoals  “ werken en leren” . Een leerbaan is een baan die vooral gericht is op de ontwikkeling van de werknemer die werkzaam is op de leerwerkplek. Door te werken en te leren zal deze werknemer zijn of haar vaardigheden verder ontwikkelen waardoor de meerwaarde van deze werknemer voor de werkgever en de arbeidsmarkt wordt vergroot. De opleidingen die gekoppeld zijn aan leerbanen kunnen op verschillende niveaus zijn. er zijn leerbanen op mbo niveau maar ook op hbo niveau. Uiteraard is de functie-inhoud daar ook op aangepast.

Leerbaan bij een erkend leerbedrijf
Het volgen van een leerbaan op een leerwerkplek kan niet overal. Een leerwerkbaan kan men uitvoeren bij een officieel erkend leerbedrijf. Erkende leerbedrijven worden aangemerkt met een beeldmerk . Sinds 1 augustus 2015 wordt hiervoor in Nederland één landelijk beeldmerk gehanteerd voor dat gebruikt wordt voor alle erkende leerbedrijven die leerwerkplekken aanbieden op mbo-niveau. Dit is het SBB beeldmerk. De letters SBB staan voor: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Mensen die een leerbaan zoeken kunnen zelf solliciteren bij een erkend leerbedrijf. Ook kunnen ze doormiddel van een uitzendbureau of een brancheorganisatie bij een leerbedrijf terecht komen. Sommige uitzendbureaus zijn zelf ook erkende leerbedrijven.

leerbanen met baangarantie
Voor bepaalde doelgroepen zijn er leerbanen met baangarantie. Deze mogelijkheid wordt vanuit de overheid geboden voor werklozen die in een uitkeringspositie zitten en recht hebben op een van de volgende uitkeringen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Naast deze uitkeringen zijn de volgende voorwaarden ook van belang:

  • Men zoekt actief naar werk en vindt geen werk op een reguliere manier.
  • Men heeft geen diploma’s of verouderde diploma’s met nauwelijks waarde op de arbeidsmarkt.
  • Men kan of mag de werkzaamheden waarin men ervaring heeft opgebouwd niet meer uitoefenen.

Leerbanen met baangarantie zijn grotendeels dezelfde leerbanen als de reguliere leerbanen behalve dan de speciale uitgangspositie van de werknemer. Iemand met een van de hiervoor genoemde uitkeringen heeft vaak een langere afstand tot de arbeidsmarkt dan een reguliere werkzoekende. Daar zijn de trajecten op het gebied van werken en leren ook op aangepast. Meestal gebeurd dit met behoud van uitkering of een andere financiële constructie waardoor de financiële lasten voor de werkgever kunstmatig laag gehouden worden. De werkgever moet echter wel een baangarantie verstrekken aan de werknemer op een leerwerkplek. Deze baangarantie is over het algemeen een bepaalde tijdscontract van minimaal zes maanden. Dit houdt in dat als de deelnemer gedurende een bepaalde periode een goede indruk heeft achter gelaten bij de werkgever er een contract wordt verstrekt en het dienstverband dan wordt doorgezet.

Baangarantie
Het woord baangarantie schept bij werkzoekenden een verwachting. Toch komt die verwachting in de praktijk niet altijd uit. Sommige werkgevers hebben wel de intentie om mensen een contract te geven maar zijn toch in de praktijk ontevreden over de inzet of kwaliteit van sommige medewerkers op een leerwerkplek. Dat zorgt er voor dat het voorkomt dat mensen met een leerwerkbaan niet altijd een contract krijgen hoewel ze wel op basis van een baangarantie werken. Daarnaast komt het voor dat werkgevers zelf onbetrouwbaar zijn en wel beloven om een contract te verstrekken maar dat in de praktijk niet doen. Dikwijls zoeken deze onbetrouwbare leerbedrijven naar redenen om toch geen contract te verstrekken. Deze oorzaken en redenen worden dan toegeschreven aan de kandidaat die werkzaam is op basis van een leerbaan op een leerwerkplek.

Wanneer ben je overgekwalificeerd voor een functie?

Als je solliciteert naar een functie bij een bedrijf moet je aan een aantal functie-eisen voldoen om in aanmerking te komen. De functie-eisen zijn meestal gericht op de vaardigheden en competenties waarover men moet beschikken. Ook de werkervaring, het opleidingsniveau en de opleidingsrichting zijn belangrijk. Opleidingen en werkervaring vormen vaak de ‘harde functie-eisen’ en competenties en karaktereigenschappen de ‘zachte functie-eisen’.

Iemand die voldoet aan de harde en zachte eisen van een bepaalde functie is gekwalificeerd voor het werk. Een gekwalificeerd persoon is een persoon waarvan men redelijkerwijs zou kunnen verwachten dat hij of zij het werk naar behoren uit zou kunnen voeren. Iemand die niet voldoet aan de eisen in de functie wordt ook wel ondergekwalificeerd genoemd. Men kan echter ook overgekwalificeerd zijn.

Overgekwalificeerd
Iemand is overgekwalificeerd voor een functie wanneer hij of zij over meer vaardigheden, een hoger opleidingsniveau en een langere werkervaring beschikt dan in de functie is aangegeven. Meestal is een persoon niet op alle functie-eisen overgekwalificeerd. Als iemand overgekwalificeerd is verwacht men vaak dat de persoon de uitdaging zal missen in de desbetreffende functie. Daarnaast verwacht men ook dikwijls dat overgekwalificeerde personen meer salaris willen of betere arbeidsvoorwaarden dan personen die gekwalificeerd zijn of ondergekwalificeerd.

Dit hoeft echter niet het geval te zijn. Sommige mensen kiezen bewust een functie onder hun niveau om minder stress of minder verantwoordelijkheid te dragen. Het woord demotie wordt ook wel in deze context genoemd. Een overgekwalificeerd persoon is niet per definitie een ongeschikt persoon voor een bepaalde vacature. Het is belangrijk dat een bedrijf weet waarom de desbetreffende persoon voor een lagere functie in aanmerking komt. Daar kan namelijk een gegronde reden aan te grondslag liggen.

Niet alleen oudere, ervaren werkloze werkzoekenden krijgen regelmatig te horen dat ze overgekwalificeerd zijn voor een bepaalde functie. Ook jongere werkzoekenden krijgen soms te horen dat ze een te hoog opleidingsniveau hebben. Ondanks dat nemen bedrijven toch regelmatig overgekwalificeerde jongeren aan om het kennisniveau binnen het bedrijf te verhogen. Ook oudere overgekwalificeerde krachten worden om die reden soms toch aangenomen. Het is daarom toch verstandig om op een functie te solliciteren als deze je aanspreekt ondanks het feit dat je meer ervaring of een hoger opleidingsniveau hebt dan wordt aangegeven in de functie-eisen.