Wat is de cumulatiegrond in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB)?

De cumulatiegrond is opgenomen in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en is een combinatie van meerdere onderbouwde ontslaggronden die gedeeltelijk aan de orde zijn en gezamenlijk voldoende grond bieden om een ontslag via de kantonrechter mogelijk te maken (definitie van Pieter Geertsma technischwerken.nl). De Wet Arbeidsmarkt in Balans heeft ook het ontslagrecht in Nederland gedeeltelijk hervormd. Tot 1 januari 2020 moest een werkgever een ontslagdossier opbouwen waarin 1 ontslaggrond volledig werd onderbouwd maar sinds de invoering van de WAB is de cumulatiegrond oftewel een combinatieontslag mogelijk waarbij meerdere ontslaggronden gedeeltelijk zijn onderbouwd in een ontslagdossier. Hieronder worden de verschillen met betrekking tot ontslaggronden uitgelegd in een alinea waarin de oude situatie voor de invoering van de WAB is beschreven en een alinea waarin de nieuwe situatie is beschreven die aan de orde is sinds 1 januari 2020 door de invoering van de WAB.

Ontslag voor de invoering van de WAB
Voor 1 januari 2020 werd ontslag via de kantonrechter verleend als de werkgever een goed ontslagdossier had opgebouwd. Daarbij was ontslag op basis van één ontslaggrond mogelijk maar dan moest deze ontslaggrond wel duidelijk bewezen worden. Er zijn een aantal ontslaggronden die door de kantonrechter geaccepteerd zouden kunnen worden mits deze goed zijn uitgewerkt in een ontslagdossier. Dit zijn de volgende acht ontslaggronden:

  • bedrijfseconomische omstandigheden,
  • langdurige arbeidsongeschiktheid,
  • frequent ziekteverzuim,
  • disfunctioneren,
  • verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer,
  • werkweigering wegens een ernstig gewetensbezwaar,
  • een verstoorde arbeidsverhouding,
  • andere omstandigheden die zodanig zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet kan worden gevergd.

In een ontslagdossier moest een werkgever aantonen dat in ieder geval één van de hierboven genoemde ontslaggronden aan de orde was en dat de werkgever de werknemer daarom niet meer in dienst kon of wilde houden. Daarbij moest de werkgever ook in het ontslagdossier vermelden welke taken en acties de werkgever had uitgevoerd om de werknemer de kans te geven om toch nog goed te functioneren en in het arbeidsproces betere resultaten te laten zien. Als deze acties duidelijk omschreven waren en toch niet het gewenste resultaat hadden werd ook dit als ‘bewijsvoering’ in het ontslagdossier vermeld. Dit ontslagdossier werd vervolgens beoordeeld door de kantonrechter en als deze goedkeuring gaf voor het ontslagdossier dan kon de werknemer ontslagen worden.

Ontslag na de invoering van de WAB
Na de invoering van de WAB op 1 januari 2020 is het ontslagrecht versoepeld. Dat betekent dat werkgevers meer mogelijkheden hebben om werknemers te ontslaan. In plaats van dat er één ontslaggrond volledig aan de orde is kunnen werkgevers meerdere ontslaggronden clusteren. Dit wordt ook wel een combinatie-ontslag of een cumulatie-ontslag genoemd. Er is dan sprake van een zogenaamde cumulatiegrond. Dit zijn meerdere ontslaggronden die gedeeltelijk aan de orde zijn. In feite betekent dit dat van de 8 genoemde ontslaggronden geen enkele grond volledig bewezen en uitgewerkt hoeft te zijn in een ontslagdossier. In plaats daarvan kunnen meerdere ontslaggronden gedeeltelijk aan de orde zijn en gedeeltelijk beschreven zijn in een ontslagdossier op basis van cumulatiegrond. Werknemers die op basis van een cumulatiegrond worden ontslagen kunnen volgens de WAB wel een wat hogere ontslagvergoeding krijgen. Deze kan maximaal anderhalf keer de normale ontslagvergoeding worden. In heel bijzondere gevallen kan de ontslagvergoeding op basis van cumulatiegrond nog hoger uitvallen voor de voormalige werknemer.

Werknemers kunnen sneller ontslagen worden door de WAB in 2020

Vanaf 1 januari 2020 kunnen niet allen flexkrachten maar ook vaste krachten sneller worden ontslagen. Dat is één van de maatregelen die de overheid heeft genomen om de arbeidsmarkt in balans te krijgen. Het gehele pakket aan maatregelen wordt daarom ook Wet Arbeidsmarkt in Balans genoemd. Er veranderen door deze wet een hoop dingen. Zo wordt het voor bedrijven duurder om flexkrachten in te zetten en wordt het voor bedrijven makkelijker om vaste krachten te ontslaan.

Ontslag voor de invoering van de WAB
Het ontslaan van vaste krachten is tot en met 2019 voor veel bedrijven lastig. Zo moeten werkgevers kunnen aantonen dat er sprake is van een voortdurend slecht functioneren van een werknemer. Een andere ontslaggrond kan bijvoorbeeld verwijtbaar handelen zijn of een verstoorde arbeidsverhouding. Voor deze ontslaggronden moeten werkgevers een dossier opbouw een zogenaamd ontslagdossier. Dit dossier moet volledig zijn en kloppend. Als een ontslagdossier ontbreekt of niet volledig is wordt het ontslaan van de desbetreffende medewerker zeer moeilijk. Een werkgever zal dan alsnog een ontslagdossier moeten opbouwen en dat kost tijd en geld. Daarnaast moet uit het ontslagdossier blijken wat de werkgever allemaal gezamenlijk met de werknemer heeft gedaan om het functioneren van de werknemer te verbeteren. Een ontslagdossier moet worden beoordeelt door het UWV en de rechter. Als het ontslagdossier is goedgekeurd kan de werknemer worden ontslagen.

Ontslag onder de WAB
Nu de WAB per 1 januari 2020 van kracht gaat ziet een ontslagprocedure er anders uit. Een werkgever kan namelijk klusteren. Wat wordt daar nu mee bedoelt zal je misschien denken? Het antwoord op deze vraag is eenvoudig maar de uitvoering zal zeer lastig zijn in de praktijk. Bedrijven zouden namelijk meerdere ontslaggronden kunnen samenvoegen in een ontslagprocedure. Daarbij hoeft niet elke ontslaggrond volledig aan de orde te zijn maar kan deze ook gedeeltelijk aan de orde zijn. Als iemand bijvoorbeeld slechts gedeeltelijk disfunctioneert of als er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding over een vrij korte periode dan kan men deze ontslaggronden samenvoegen zodat er een groot en breed ontslagdossier kan ontstaan.

De Wet Arbeidsmarkt in Balans geeft hiervoor vrij algemene richtlijnen aan. Dat maakt het alsnog lastig om een duidelijke reden voor ontslag van de werknemer aan te wijzen. Een combinatieontslag zoals men dit noemt zorgt er wel voor dat werknemers een iets hogere ontslagvergoeding kunnen krijgen. Deze ontslagvergoeding kan oplopen tot maximaal anderhalf maal de normale ontslagvergoeding. In heel bijzondere situaties kan de ontslagvergoeding voor de ontslagen werknemer nog hoger uitvallen. De Wet Arbeidsmarkt in Balans zorgt er dus voor dat werknemers sneller kunnen worden ontslagen op basis van meerdere gronden die met elkaar gecombineerd worden tot een combinatieontslag.

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

De vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst waarin een bindende regeling is opgenomen om een bestaand geschil op te lossen of een geschil te voorkomen. Een vaststellingsovereenkomst wordt meestal opgemaakt in de vorm van een beëindigingsovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt hoe een werknemer de organisatie gaat verlaten. In een vaststellingsovereenkomst staan de voorwaarden met betrekking tot het ontslag van de werknemer. Door deze voorwaarden en afspraken vast te leggen kunnen discussies of geschillen in de toekomst worden voorkomen.

Werkgever en werknemer tekenen
Zowel de werknemer als de werkgever hebben baat bij duidelijkheid als er een ontslag plaatsvind. Daarom is een vaststellingsovereenkomst voor zowel de werkgever als de werknemer een nuttig middel om problemen op te lossen en te voorkomen. Zowel de werknemer als de werkgever moeten de vaststellingsovereenkomst ondertekenen. Wanneer beide de vaststellingsovereenkomst hebben ondertekend is deze geldig anders niet. Als een werknemer de vaststellingsovereenkomst niet heeft ondertekend blijft in de juridische zin zijn of haar dienstverband bestaan.

Een werknemer heeft bovendien twee weken na ondertekening de tijd om van gedachten te veranderen. Daarvoor hoeft de werknemer geen specifieke legitieme redenen op te geven. Werkgevers moeten specifiek aangeven dat de werknemer twee weken bedenktijd heeft. Als de werkgever dat niet doet heeft dat tot gevolg dat de werknemer niet twee maar zelfs drie weken bedenktijd heeft. Wanneer de werknemer besloten heeft om toch niet in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst zal dit binnen deze termijn moeten worden aangegeven. Als de instemming tijdig wordt herroepen zal de werknemer weer onder de oude voorwaarden zijn of haar dienstverband kunnen voortzetten bij de werkgever. Het ontslag wordt dan teniet gedaan en het dienstverband blijft bestaan.

Wat staat er in de vaststellingsovereenkomst?
In een vaststellingsovereenkomst staan specifieke afspraken met betrekking tot het beëindigen van het dienstverband van een arbeidscontact van een werknemer. In deze overeenkomst staat wanneer het arbeidscontract wederzijds zal worden opgezegd. Ook is er een eventuele ontslagvergoeding of transitievergoeding opgenomen. De uitbetaling van de reserveringen waaronder de vakantiedagen wordt er ook in benoemd. Soms is iemand een bepaalde periode vrijgesteld van werkzaamheden, dit zal ook in de vaststellingsovereenkomst moeten worden vastgelegd. Verder is er in deze overeenkomst aangegeven welke bedrijfseigendommen zoals laptops, bedrijfswagens, bedrijfskleding, bedrijfstelefoons, gereedschap moeten worden ingeleverd.

Vaststellingsovereenkomst en WW
Veel werknemers die te maken krijgen met ontslag willen weten of ze in aanmerking komen met een uitkering vanuit de Werkloosheidswet oftewel de WW. Een vaststellingsovereenkomst kan een ontslagen werknemer recht geven op een WW uitkering wanneer deze overeenkomst voldoet aan de wettelijke bepalingen en regelgeving. Daarom is het belangrijk dat een vaststellingsovereenkomst getoetst is door een jurist met voldoende kennis over het arbeidsrecht. Op internet zijn er verschillende arbeidsjuristen die hun dienstverlening op dit gebied aanbieden.

Wat is dagloon?

Dagloon is het loon dat door het UWV als basis wordt gebruikt voor de berekening van de hoogte van een WW-uitkering. Voor de berekening van het dagloon kijkt het UWV naar het sociale verzekeringsloon dit wordt ook wel aangeduid met sv-loon. Als het UWV het dagloon gaat berekeningen zal deze uitkeringsinstantie niet alleen kijken naar het sv-loon maar ook naar de referteperiode. Ook deze term is belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de totstandkoming van het dagloon. Daarom zijn deze begrippen hieronder in een aantal alinea’s uitgewerkt.

SV-loon
Het sv-loon is het loon waarover de sociale premies en de werknemersbelastingen worden betaald. Wanneer een werknemer werkloos wordt en een WW-uitkering aanvraagt bij het UWV dan kijkt het UWV naar het sv-loon dat deze werknemer had verdiend een jaar voordat hij of zij werkloos werd.

Referteperiode
Voor de berekening van het dagloon wordt naast het sv-loon ook de referteperiode gebruikt. De referteperiode is een periode van 1 jaar. De referteperiode eindigt op de laatste dag van de op 1 na laatste volledige maand die een werknemer of werkneemster heeft gewerkt. Daarnaast kan de referteperiode ook eindeigen op 1 na laatste volledige 4-wekenperiode dat iemand heeft gewerkt.

Berekening dagloon
Als het sv-loon duidelijk is en de referteperiode in kaart is gebracht. Dan kan het dagloon worden berekend. Hiervoor wordt het gemiddelde sv-loon over de hele referteperiode (1 jaar) gedeeld door het getal 261. Het getal 261 is het gemiddeld aantal uitkeringsdagen in een jaar. Wanneer het sv-loon over de periode van een jaar gedeeld wordt door 261 is de uitkomst het gemiddelde dagloon.

Dagloon en ziekte
Tot juli 2017 werd door het UWV geen rekening gehouden met het feit of een werknemer wel of niet ziek was in de referteperiode. Ziekte kan er voor zorgen dat het gemiddelde sv-loon in deze periode lager uitvalt. Op woensdag 19 juli 2017 was er echter een uitspraak in een rechtszaak die een uitkeringsgerechtigde aanspande tegen het UWV. Deze werknemer was ook langdurig ziek in de referteperiode en was het niet eens dat daardoor het sv-loon en dus ook het dagloon lager uitviel.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaf de werknemer gelijk. Aangezien er geen hoger beroep kan worden ingediend tegen de CRvB zal er waarschijnlijk op korte termijn jurisprudentie volgen. Wat er voor zorgt dat het UWV ook in de toekomst rekening zou moeten houden met langdurige ziekte van de werknemer in de referteperiode. Het UWV zal dan bijvoorbeeld moeten kijken naar de loonperiode van 4 weken of 1 maand voordat een persoon ziek werd. De kans is groot dat hier nog een officieel bericht van bekend wordt gemaakt door het UWV.

Wat is een getuigschrift van een werkgever?

Een getuigschrift is een schriftelijke verklaring waarin een (voormalige) werkgever vastlegt dat een werknemer gedurende een bepaalde periode werkzaamheden heeft verricht voor een bedrijf waarbij is omschreven wat de aard van de werkzaamheden was, de periode van het dienstverband en de manier en de reden waarom het dienstverband is beëindigd. Een getuigschrift wordt op verzoek van de (voormalige) werknemer verstrekt als de werknemer wordt ontslagen of als zijn of haar dienstverband ten einde loopt.

Wat staat er in een getuigschrift?
In een getuigschrift is door de werkgever beschreven hoe de werknemer heeft gefunctioneerd naar de mening van de werkgever. Een getuigschrift kan daardoor worde beschouwd als een soort schriftelijke referentie die de werknemer kan gebruiken bij een sollicitatie naar een functie bij een andere werkgever. Een getuigschrift kan een aanbeveling zijn van de voormalige werkgever waarmee de werknemer schriftelijk wordt aanbevolen voor nieuwe werkgevers.

Een getuigschrift is meestal positief
De meeste getuigschriften zijn positief. Dat komt om de eenvoudige reden dat over het algemeen werknemers die goed gefunctioneerd hebben om een getuigschrift vragen. Werknemers die niet goed hebben gefunctioneerd of zelf zijn ontslagen vanwege disfunctioneren zullen over het algemeen geen getuigschrift vragen. Iemand die een getuigschrift heeft ontvangen met een negatieve inhoud zal over het algemeen het getuigschrift niet gaan tonen tijdens een sollicitatie. Daarom zijn de meeste getuigschriften die worden gebruikt voor sollicitaties voorzien van een positieve en zelfs lovende inhoud.

Getuigschrift en referenties
Een getuigschrift wordt namens een bedrijf verstrekt. Vaak wordt er wel een handtekening onder het getuigschrift geplaatst van een leidinggevende, directeur of personeelsfunctionaris van het bedrijf. Deze persoon kan als referentie dienen. Verder kunnen ook andere personen als referentie worden opgegeven in een getuigschrift.

Getuigschrift moet op verzoek verstrekt worden
Een werkgever is wettelijk verplicht om een getuigschrift aan een werknemer te verstrekken als hij of zij daarom vraagt. Het getuigschrift wordt dan verstrekt aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Dit dient de werkgever te doen om de werknemer te ondersteunen bij zijn of haar verdere loopbaan en zoektocht naar een andere baan.

Voorwaarden transitievergoeding betalen

Transitievergoeding wordt betaald na beëindiging of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst door de werkgever.

Transitievergoeding geldt bij:

  • Na contract onbepaalde tijd.
  • Na contract bepaalde tijd -> duur contracten bij elkaar 2 jaar of langer, inclusief uitzendovereenkomsten.

Transitievergoeding geldt niet bij:

  • Jongeren tot 18 jaar met contracten van minder dan 12 uur per week.
  • Bij ontslag in verband met of na bereiken AOW- of pensioen leeftijd.
  • Ontslag na ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werknemer (ontslag op staande voet)
  • Faillissement van de werkgever.
  • Ontslag genomen door werknemer zelf/weigering vervolgcontract.
  • Indiensttreding bij opdrachtgever door uitzendkracht.
  • Als opdrachtgever ervoor kiest uitzendkracht via andere uitzendorganisatie in te lenen.

Berekening van de transitievergoeding:

  • Duur arbeidsovereenkomsten arbeidsverleden incl. onderbrekingen >6 maand
  • Opbouw over de 1ste 120 maanden (10 dienstjaren): 1/6e maandsalaris per 6 maand
  • 1/4e maandsalaris per 6 maand voor jaren na 10 dienstjaren (dit komt bovenop het hiervoor genoemde bedrag).
  • Voorbeeld: 3 dienstjaren = 1 maandsalaris (6 x 1/6e).
  • Vakantiegeld komt er ook bij
  • Opvolgend werkgeverschap wordt ook meegerekend bij bepalen transitievergoeding
  • Maximaal 1 jaarsalaris.
  • Of maximaal € 77.000 bruto (dit is het nieuwe maximale bedrag per 2017)

Ontslagprocedure en social media

Dat social media een steeds belangrijkere positie inneemt in de communicatie tussen mensen en bedrijven is bekend. Bedrijven bekijken vaak de profielen die sollicitanten hebben aangemaakt op social media om een goed beeld te kunnen vormen over hoe iemand in zijn of haar leven staat.  Als men gaat solliciteren is het belangrijk om een professionele uitstraling te hebben op zakelijke social media zoals LinkedIn.

Ook privé social media zoals Facebook wordt door bedrijven bekeken als iemand solliciteert. De gegevens op social media zijn vaak openbaar daarom hebben bedrijven de mogelijkheid deze gevens te raadplegen. Dat wordt dan ook volop gedaan door bedrijven tijdens sollicitatieprocedure’s. Solliciteren doet men echter om bij een bedrijf aan de slag te kunnen. Als men eenmaal werkt bij een bedrijf kijken de meeste bedrijven niet meer naar de social media van de werknemer. Dit wordt echter anders tijdens ontslagprocedure’s.

Social media en ontslag

Als bedrijven of werkgevers in Nederland werknemers willen ontslaan dan moeten ze een ontslagdossier opbouwen. Daarin worden gegevens van functioneringsgesprekken opgenomen en officiële waarschuwingen indien die er zijn geweest. Relatief nieuw zijn gegevens die uit social media naar voren komen. Als een werknemer zich bijvoorbeeld ziek heeft gemeld en hij of zij plaatst op Facebook foto’s dat hij of zij die dag in de tuin heeft gewerkt dan kan dat invloed hebben op zijn of haar ontslagprocedure.

In Duitsland is een paar jaar gelden iemand ontslagen die met rugklachten thuis zat maar wel zijn vrouw optilde voor een foto op Facebook. Dat was een van de eerste ontslagen die het gevolg was van social media. Tegenwoordig komt dit veel vaker voor. De Vereninging van Arbeidsrecht Advocaten Nederland merkt deze ontwikkeling ook. Bedrijven bekijken foto’s op social media om te kijken of werknemers hobby’s en andere activiteiten ondernemen die in strijd zijn met het werk bij de organisatie.

Ook uitlatingen van werknemers over hun werkgever worden nauwkeurig onderzocht. Als werknemers zich negatief over hun werkgever uitspreken op internet dan kan een bedrijf in een ontslagprocedure aangeven dat er sprake is van een vertrouwensbreuk. Dit alles draagt bij om de ontslagprocedure in het voordeel van de werkgever uit te laten vallen.

Social media bewust gebruiken

Het is belangrijk dat mensen op social media bewust zijn van de informatie die ze er op plaatsen en de mensen die deze informatie kunnen bekijken. Het is natuurlijk nooit goed om werkgevers af te kraken op internet ook is het onverstandig om handelingen te vertonen die in strijd zijn met de organisatie waar je voor werkt. Je kunt jezelf de vrasg gaan stellen of je dan nog wel bij de organisatie past.

Een werkgever zal jou die vraag in ieder geval wel gaan stellen.  Daarommis het belangrijk om contact te onderhouden met je werkgever.  Als een werkgever een bepaald beleid heeft en je hebt daar vragen over dan is het verstandig om hierover in gesprek te treden. Dit moet al gebeuren voordat er sprake is van een ontslagprocedure.  Als de ontslagprocedure eenmaal in werking is gezet is het meestal te laat. Gebruik daarom social media bewust.

Wat zit er in een personeelsdossier?

Een personeelsdossier wordt door een werkgever of een staffunctionaris, zoals een personeelsfunctionaris, aangelegd. Dit dossier bevat verschillende gegevens van een bepaald personeelslid die bij een bedrijf in dienst is. een bedrijf houdt in een personeelsdossier bij hoe de desbetreffende werknemer functioneert en of er bepaalde verbeterpunten zijn.

Personeelsdossier is belangrijk
In een personeelsdossier komen veel gegevens samen. Omdat alle belangrijke gegevens over een medewerker in het personeelsdossier  zijn gebundeld is het een belangrijk dossier. Een werkgever zorgt er als het goed is voor dat met het samenstellen van het dossier wordt begonnen zodra men besloten heeft om een bepaalde werknemer in dienst te nemen.

Door tijdig een personeelsdossier aan te leggen kunnen bedrijven een goede basis leggen. Er zijn namelijk verschillende externe instanties zoals bijvoorbeeld de belastingdienst die graag bepaalde gegevens willen weten van personeelsleden. Bij het aanvragen van ontslag wil bijvoorbeeld het UWV weten wat de reden van ontslag is en welke acties een werkgever heeft ondernomen om de werknemer zijn of haar gedrag te verbeteren. Het is daarom belangrijk dat het dossier goed op orde is. zelfs als een werknemer al uit dienst is getreden kan een werkgever van externe instanties vragen krijgen. Daarom moeten personeelsdossiers op orde worden gehouden en een aantal jaren worden bewaard.

Waaruit bestaat een personeelsdossier?
Een personeelsdossier bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Persoonlijke gegevens (stamkaart).
  • Kopie van identiteitsbewijs  (paspoort of id-kaart).
  • Sofinummer/ burgerservicenummer (BSN).
  • Sollicitatiebrief, CV en motivatie.
  • Kopieën van diploma’s en certificaten.
  • NAW gegevens: naam, adres, woonplaats en telefoonnummer(s), geboortedatum, geboorteplaats en huwelijkse staat.
  • Bank- of gironummer
  • Werkvergunning als het een buitenlandse medewerker betreft die een werkvergunning nodig heeft.
  • Rechtspositie.
  • Arbeidsovereenkomst met daarin de schriftelijk vastgelegde en ondertekende afspraken.
  • Ondertekend huishoudelijk reglement indien van toepassing
  • Functieomschrijving van de functie waarin de werknemer werkzaam is.
  • Promotie in het geval de werknemer is doorgegroeid.
  • Verslagen van beoordelingsgesprekken en functioneringsgesprekken.
  • Afspraken over opleidingen en gevolgde opleidingen.
  • Berispingen, boetes, waarschuwingen.
  • Loopbaanontwikkeling zoals de doorstroom (zowel horizontale als verticale doorstroom).
  • Een gedeelte voor diversen waarin overige gegevens kunnen worden opgeslagen zoals speciale prestaties en beloningen.

Wijzigingen ontslag 2015 in Nederland

In 2015 verandert er een hoop in de wet en regelgeving op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Wet Werk en Zekerheid is hiervan een bekend voorbeeld. Ook equal pay en de transitievergoeding zijn onderwerpen waarover volop wordt gesproken en gediscussieerd. Naast equal pay en de transitievergoeding zijn er nog meer ontwikkelingen gaande in Nederland. De proeftijd wordt anders en ook het concurrentiebeding verdwijnt uit veel contracten. Verder wordt ook het ontslagrecht aangepast. De overheid wil het ontslagrecht eenvoudiger maken. daarnaast moet het ontslagrecht sneller en eerlijker verlopen. Ook de kosten voor de werkgevers om een werknemer te ontslaan moeten omlaag.

Wat verandert er in 2015 op gebied van ontslag?
Het ontslagrecht in Nederland verandert per 1 juli 2015. Vanaf dat moment wordt er één vaste ontslagroute gehanteerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt over de oorzaak van het ontslag. Als een ontslag bijvoorbeeld om bedrijfseconomische redenen wordt aangevraagd verloopt dit via het UWV. Ook ontslagaanvragen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van een werknemer verlopen via het UWV. Als een werknemer echter om andere redenen wordt ontslagen verkoopt de afwikkeling van het ontslag via de kantonrechter.

Transitievergoeding en ontslag
Vanaf de datum 1 juli 2015 wordt de transitievergoeding ingevoerd.  Werknemers die vanaf die datum ontslagen worden kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op de transitievergoeding. Hier zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. Een werknemer moet bijvoorbeeld minimaal twee jaar in dienst zijn geweest bij de werkgever. Daarnaast moet de arbeidsovereenkomst op het initiatief van de werkgever worden beëindigd.

Hoogte van de transitievergoeding
De transitievergoeding vervangt per 1 juli 2015 de kantonrechtersformule. De hoogte van de transitievergoeding is net als bij de kantonrechtersformule afhankelijk van het aantal dienstjaren dat de werknemer heeft gehad bij de desbetreffende werkgever. Daarbij is de hoofdregel dat de werknemer het volgende ontvangt:

  • Een ⅓ maandsalaris per jaar dat de werknemer bij de werkgever is dienst is geweest
  • Een  ½ maandsalaris per dienstjaar dat men langer dan 10 jaar in dienst is geweest. Dit komt bovenop het voorgenoemde bedrag.

De transitievergoeding mag maximaal € 75.000 bedragen. Werknemers die meer verdienen van € 75.000 per jaar mogen maximaal een jaarsalaris meekrijgen.

Er komt een overgangsregeling voor de transitievergoeding in 2015

Minister Lodewijk Asscher heeft dinsdag 24 februari 2015 aangegeven dat er een overgangsregeling komt om de negatieve effecten met betrekking tot de transitievergoeding voor werkgevers te beperken. Per 1 juli 2015 vervangt de transitievergoeding de huidige ontslagvergoeding.

Wat is de transitievergoeding?
De transitievergoeding wordt bepaald op basis van het aantal dienstjaren en wordt uitgekeerd door de werkgever als de werknemer buiten zijn of haar schuld om de onderneming moet verlaten. Een transitievergoeding wordt uitgekeerd als de werknemer minimaal twee jaar aaneengesloten bij de werkgever heeft gewerkt. De hoogte van de transitievergoeding is een derde van een bruto maandsalaris per dienstjaar. Een onderbreking tussen de contracten moet minimaal 6 maanden zijn, als dat niet het geval is worden de contracten en dienstjaren doorgeteld.

Wat ging er mis met de transitievergoeding?
Door de invoering van de transitievergoeding zouden bedrijven vanaf 1 juli 2015 in de problemen kunnen komen. Dit komt omdat veel bedrijven de afgelopen jaren een onderbreking van 3 maanden hebben toegepast bij het verstrekken van tijdelijke contracten. Bij het bepalen van de transitievergoeding moet de onderbreking echter minimaal een half jaar zijn anders worden de contractperiodes doorgeteld. Werkgeversorganisaties uitten grote zorgen over deze ‘fout’ in de wet. Transitievergoedingen zouden zeer hoog kunnen worden doordat sommige werknemers meerdere keren 3 maanden hun werk moesten onderbreken om te voorkomen dat ze een vast contract zouden krijgen bij de werkgever.

Wat is er verandert aan de transitievergoeding?
Op aandringen van de Kamer , de werkgeversorganisaties en de recreatiesector heeft minister Lodewijk Asscher de transitievergoeding opnieuw bekeken. Hij heeft besloten om tot een overgangsregeling te komen. De minister heeft nu vastgelegd dat bij tijdelijke contracten niet verder teruggerekend hoeft te worden dan 1 juli 2012. Er wordt één uitzondering genoemd. Dit zijn de contract waarbij de oude regels werden gehanteerd van onderbrekingen van maximaal drie maanden.

Geen transitievergoeding
Een andere verandering is dat werkgevers geen transitievergoeding te hoeven betalen als aan de werknemer een garantie kan worden geboden dat hij of zij binnen een half jaar weer aan het werk kan.

Reactie van Technisch Werken
Er verandert in 2015 een hoop voor werknemers en werknemers op de arbeidsmarkt. De transitievergoeding en de regels omtrent Equal Pay zorgen er voor dat werkgevers geregeld informatie inwinnen bij uitzendbureaus en andere partijen die veel informatie hebben over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Werkgevers willen ook duidelijkheid hebben over de financiële risico’s die ze lopen. Het lijkt er op dat de wetswijzigingen van Asscher goed bedoelt zijn maar een averechts effect hebben. Werkgevers lijken eerder voorzichtiger te worden in arbeidsrelaties.

Wat houdt het afspiegelingsbeginsel in?

Bedrijven kunnen personeel om bedrijfseconomische redenen ontslaan. Ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen wordt door bedrijven aangevraagd omdat ze onvoldoende financiële middelen hebben om het personeel aan het werk te houden en de salarissen uit te betalen. Bedrijfseconomisch ontslag wordt meestal aangevraagd als een laatste redmiddel voor het bedrijf. Dit noodzakelijke ontslag wordt aangevraagd om te voorkomen dat het bedrijf failliet gaat. In de praktijk komt het echter ook voor dat de bedrijven ondanks ontslagrondes toch nog financieel ten onder gaan. Voor de ontslagprocedure is een bedrijf echter gebonden aan regels. Hierbij komt onder andere de term afspiegelingsbeginsel aan de orde. Hieronder is meer informatie weergegeven over de werkwijze die bij het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd.

Wat is het afspiegelingsbeginsel?
Het afspiegelingsbeginsel is een selectiemethode die een bedrijf verplicht moet toepassen wanneer werknemers worden ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen. Het afspiegelingsbeginsel is ingevoerd op 1 maart 2006. Daarvoor werd voor ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen nog het last in, first out-beginsel gehanteerd.

Het afspiegelingsbeginsel werd in het verleden vooral gebruikt door het UWV Werkbedrijf maar tegenwoordig passen ook kantonrechters dit beginsel toe bij het toetsen van ontslagprocedures. Het afspiegelingsbeginsel is dus zowel bij het UWV Werkbedrijf als bij de kantonrechter een belangrijke toetssteen voor het bepalen van de juridische juistheid van een ontslagronde. De werkgever mag overigens zelf bepalen bij welke erkende  ontslaginstantie de ontslagaanvraag wordt ingediend.

Vijf leeftijdsgroepen
Bij het afspiegelingsbeginsel wordt gekeken naar de leeftijd van de werknemers. De werknemers worden in vijf opeenvolgende leeftijdscategorieën of leeftijdsgroepen ingedeeld:

  • Werknemers van 15 tot 25 jaar
  • Werknemers van 25 tot 35 jaar
  • Werknemers van 35 tot 45 jaar
  • Werknemers van 45 tot 55 jaar
  • Werknemers van 55 jaar en ouder

Dienstverband
Na deze indeling van werknemers in leeftijdsgroepen wordt naar het dienstverband van de werknemers gekeken. De werkgever is verplicht dat de ontslagen gelijkmatig worden verdeeld over de leeftijdsgroepen. Hierdoor blijft de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand van een bedrijf grotendeels gelijk. Bij elke leeftijdsgroep wordt voor de werknemer met het kortste dienstverband ontslag aangevraagd. Dit wordt ook wel het last in first out principe genoemd.

Uitwisselbare functies
Een andere term die vaak naar voren komt bij het toepassen van het afspiegelingsbeginsel is de term: ‘uitwisselbare functies’. Met uitwisselbare functies bedoelt men functies die op het gebied van kennis, competenties en vaardigheden van vergelijkbaar niveau zijn ook op het gebied van de beloning.

Bij het afspiegelingsbeginsel worden functies ingedeeld in categorieën. Dit wordt een categorie uitwisselbare functies genoemd. Binnen deze categorie kijkt men naar de leeftijdsopbouw van de werknemers op basis van de eerder genoemde vijf leeftijdsgroepen. Vervolgens kijkt men naar de duur van de dienstverbanden van de werknemers en wordt degene die het laatst is aangenomen het eerst voor ontslag voorgedragen.

Is het afspiegelingsbeginsel eerlijk?
Door bovenstaande tekst kan men zichzelf de vraag stellen of het afspiegelingsbeginsel wel eerlijk is. Er wordt namelijk niet gekeken naar het functioneren van de werknemer zelf en de kwaliteit die de werknemer biedt aan zijn of haar werkgever. In plaats daarvan kijkt men puur naar de leeftijd, de functie en de duur van het dienstverband. Uiteindelijk is het afspiegelingsbeginsel wel een redelijk eerlijk systeem al zullen er altijd werknemers zijn waarvoor dit systeem minder gunstig uitpakt.

Wat is een draaideurconstructie en waarom is deze verboden?

Een draaideurconstructie is een term die ook wel op de arbeidsmarkt wordt gebruikt en in het arbeidsrecht. Dit is een juridische constructie en heeft daardoor niets te maken met draaideuren in de zin van een toegangsmogelijkheid tot gebouwen. De draaideurconstructie werd en wordt soms door werkgevers gebruikt als middel om werknemers in dienst te houden en de ontslagbescherming van de werknemer te beperken of te omzeilen. De term draaideurconstructie is een feite een metafoor voor de handelswijze van de werkgever. Omdat de draaideurconstructie wordt gebruikt om de rechten van een werknemer te beperken en de ontslagbescherming te omzeilen is het gebruik de draaideurconstructie in de meeste gevallen verboden.

3 x 3 Regel
Een werkgever is tot en met 2014 verplicht om de werknemer na drie tijdelijke contracten in drie jaar een vast contract te bieden. Dit is vastgelegd in art. 7:668a lid 1 BW en wordt ook wel de 3 x 3 regel genoemd. Een werkgever mag volgens deze regel een medewerker ook geen tijdelijk contract aanbieden met een contractduur van langer dan 3 jaar. Na verloop van drie tijdelijke contracten of een totale arbeidsduur van 3 jaar aaneengesloten zal een bedrijf een beslissing moeten nemen: de werknemer een vast contract aanbieden of de medewerker de organisatie te laten verlaten.

Waarom een draaideurconstructie?
Een vast contract biedt een medewerker meer zekerheid en een betere bescherming tegen ontslag. Bedrijven zullen meer moeite moeten doen om een medewerker te ontslaan die een vast contract heeft. Daarom willen bedrijven medewerkers in de praktijk vaak zo lang mogelijk met tijdelijke en flexibele arbeidscontracten aan het werk houden. Hiervoor gebruiken ze onder andere uitzendbureaus. Door een uitzendbureau te schakelen proberen bedrijven soms medewerkers langer in dienst te houden en een vast contract te vermijden. In de volgende alinea is uitgelegd hoe bedrijven dit soms proberen. De draaideurconstructie is echter vrijwel altijd verboden volgens de wet.

Hoe werkt de draaideurconstructie?
De werking van de draaideurconstructie is eenvoudig. De draaideurconstructie wordt soms door bedrijven aangewend zodra de werknemer zijn derde tijdelijke contract bij een bedrijf heeft uitgediend of in een periode van 3 jaar aaneengesloten tijdelijke contracten heeft gehad bij hetzelfde bedrijf. Het bedrijf moet de medewerker dan na het ontslag 3 maanden uit dienst houden alvorens de medewerker een nieuw contract krijgt. Deze periode wordt door sommige bedrijven wel opgevuld met een uitzendbureau. Het uitzendbureau neemt dan de medewerker die ontslagen is in dienst en plaatst deze vervolgens bij hetzelfde bedrijf waar de werknemer eerder ook werkzaam was. Zo kan de medewerker nog steeds dezelfde functie uitoefenen en vermijd het bedrijf een vast contract door gebruik te maken van een uitzendbureau.

Wet Werk en Zekerheid vanaf 2015
De Wet Werk en Zekerheid gaat in 2015 in. Bedrijven moeten vanaf januari 2015 medewerker al na 2 jaar een vast contract bieden. Indien ze dat niet doen zullen ze 6 maanden moeten wachten alvorens ze de voormalig medewerker een nieuw contract aanbieden. Er zullen bedrijven zijn die graag uitzendbureaus willen inzetten om de tussenliggende 6 maanden te overbruggen. Echter dit is juridisch in de meeste gevallen verboden. De Wet Werk en Zekerheid zal in de toekomst de positie van de werknemers meer beschermen en zal er naar streven dat zoveel mogelijk medewerkers een vast dienstverband hebben.

Wat is een mobiliteitsbureau en wat is een mobiliteitscentrum?

De term mobiliteitscentrum wordt regelmatig gebruikt wanneer er ontslagen vallen bij grote bedrijven. Massaontslagen hebben grote gevolgen voor werknemers en de werkgelegenheid in een bepaalde regio. Het aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt door faillissementen of het verdwijnen van banen aanzienlijk vergroot op de arbeidsmarkt. Er komen meer mensen beschikbaar en als daar niet binnen afzienbare tijd werk voor wordt gevonden zal het aantal mensen dat gebruik maakt van een uitkering stijgen. Dit zorgt er voor dat het UWV meer uitkeringen moet verstrekken.

Snel nieuw werk vinden
De overheid wil het aantal mensen in een uitkering zoveel mogelijk beperken. Daarom moet er alles aan gedaan worden om mensen uit de uitkering te houden. Het vinden van een passende baan voor ontslagen werknemers is daarbij de meest ideale oplossing. Hiervoor kan door een mobiliteitsbureau een mobiliteitscentrum worden opgericht. Dit gebeurd meestal in opdracht van een bedrijf waar werknemers worden ontslagen.

Sociaal plan
De afspraken en regelingen over het plaatsen van medewerkers bij andere bedrijven staan meestal in een sociaal plan. Een werkgever kan zelf proberen om de werknemers op de arbeidsmarkt een andere functie te laten vinden. Meestal is hiervoor expertise nodig die niet binnen het bedrijf aanwezig is. Daarom kan een bedrijf er voor kiezen om een mobiliteitsbureau in te zetten om de ontslagen medewerkers een andere baan te laten vinden buiten het bedrijf. Een mobiliteitsbureau kan een mobiliteitscentrum oprichten.

Mobiliteitsbureau
Een mobiliteitsbureau is een instantie die werknemers en bedrijven ondersteund bij ontslagprocedures. Verder biedt een mobiliteitsbureau ondersteuning aan bedrijven die werktijdverkortingen toepassen of gebruik willen maken van deeltijd-WW. Een mobiliteitsbureau wordt over het algemeen ingezet wanneer bedrijven problemen hebben met het aan het werk houden van hun eigen personeelsbestand.

Mobiliteitscentrum
Een mobiliteitscentrum is een ruimte die door een bedrijf of andere instantie beschikbaar wordt gesteld. Een bedrijf stelt een mobiliteitsbureau in om een mobiliteitscentrum in te richten. In deze ruimte kan de werknemer op zoek gaan naar vacatures via bijvoorbeeld internet, telefoon of andere middelen. De werknemer wordt tijdens deze zoektocht begeleid door het mobiliteitsbureau. Dit bureau heeft meestal een mobiliteitscentrum in een bedrijf ingericht op een wijze die bij het bedrijf en het personeel past.

Doelstelling van mobiliteitscentrum
De belangrijkste taak van het mobiliteitscentrum is het begeleiden van werknemers naar een andere baan. Hierbij werkt het mobiliteitscentrum samen met alle belanghebbende partijen. Uiteraard wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de personeelsleden die beschikbaar komen. Het opleidingsniveau, de werkervaring en de competenties van de werknemers worden goed in kaart gebracht zodat een passende functie voor de werknemers kan worden gevonden. De werknemer zal in eerste instantie zelf actief op zoek moeten gaan naar een andere baan. Het mobiliteitscentrum is daarbij een faciliteit die hij of zij kan gebruiken. Daarnaast zijn er meestal verschillende personen die ondersteuning kunnen bieden aan de werkzoekende. In veel gevallen zal de werkzoekende zelf contact moeten opnemen met deze dienstverleners.

Dienstverlening van een mobiliteitsbureau
Het inrichten van een mobiliteitscentrum is niet de enige taak van een mobiliteitsbureau. Een mobiliteitsbureau kan een zeer divers takenpakket hebben dat is afgestemd op de behoeften van het bedrijf en de personeelsleden die worden ontslagen. Een mobiliteitsbureau kan aan ontslagen werknemers verschillende testen aanbieden die de werknemers kunnen helpen bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen trainingen worden geboden op het gebied van solliciteren. Dit kunnen bijvoorbeeld trainingen zijn op het gebied van het opstellen van een cv, het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van sollicitatiegesprekken.

Daarnaast is het mogelijk voor de werkzoekenden om advies te krijgen over hun eigen loopbaanontwikkeling. Soms is bijscholing of omscholing noodzakelijk om de kans op werk te vergroten. Ook hierbij speelt een mobiliteitsbureau een belangrijke rol. Een mobiliteitsbureau weet door de samenwerkingsverbanden die dit bureau heeft met verschillende instanties goed waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Dit is informatie die belangrijk is bij een loopbaankeuze of opleidingsrichting.

Samenwerkingsverbanden
De in de eerste alinea hierboven maakt duidelijk dat er veel verschillende instanties belang hebben bij het zo snel mogelijk vinden van werk voor werknemers die door massaontslagen en faillissementen zonder werk zijn geraakt. Mobiliteitscentrums werken samen met verschillende partijen. Hierbij kan gedacht worden aan het UWV WERKbedrijf, gemeenten, bedrijven en verschillende andere publieke en private partijen.

Wat is transitievergoeding en wanneer kom je daarvoor in aanmerking?

De arbeidsmarkt verandert voortdurend. Daardoor verandert de wet en regelgeving over de arbeidsmarkt ook regelmatig. Aan het overleg over de veranderingen op de arbeidsmarkt nemen verschillende partijen deel. Dit zijn de werkgeversverenigingen en de vakbonden. Uiteraard is de overheid ook betrokken omdat deze er voor zorgt dat er nieuwe wet en regelgeving wordt opgesteld en geïmplementeerd. Als de partijen tot overeenstemming met elkaar komen over de wijzigingen ontstaat er een zogenoemd ‘sociaal akkoord’.

In dit sociaal akkoord staande afspraken waaraan de werkgevers en de werknemers zich in de toekomst op de arbeidsmarkt moeten houden. Het kabinet ze de afspraken om in de wetgeving. Hierdoor is wettelijk vastgelegd waaraan de deelnemers op de arbeidsmarkt moeten voldoen. De wet bepaald wat wel of niet geoorloofd is in arbeidsgeschillen.

Kantonrechtersformule als ontslagvergoeding
Er kan veel door een sociaal akkoord veranderen. De ontslagvergoeding van werknemers die door een bedrijf ontslagen worden is veranderd. In het verleden kreeg men een ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Hierin was vastgelegd dat de medewerkers bij een, niet aan de medewerker verwijtbaar, ontslag van een bedrijf een bepaalde vergoeding meekregen op basis van het aantal dienstjaren dat ze bij het bedrijf hadden gewerkt. In de regel kreeg een medewerker bij zijn of haar ontslag een maandsalaris per gewerkt jaar als vergoeding mee van de werkgever die de ontslagprocedure in werking zette. Deze regeling is echter door het sociaal akkoord geschrapt. In plaats daarvan wordt in de toekomst de transitievergoeding gebruikt.

Transitievergoeding als ontslagvergoeding
De transitievergoeding is over het algemeen beduidend lager dan de kantonrechtersformule. Het bedrag dat de ontslagen werknemer meekrijgt bestaat uit een derde van een maandsalaris per gewerkt jaar als de werknemer een dienstverband heeft tot tien jaar bij dezelfde werkgever. Als een werknemer langer dan tien jaar bij een bedrijf heeft gewerkt zal hij of zij over de overige jaren een half maandsalaris per gewerkt jaar ontvangen. Aan de transitievergoeding is ook een maximum verbonden. Dit maximum is vastgesteld op € 75.000. Een werknemer met een inkomen boven de € 75.000 kan maximaal een jaarsalaris meekrijgen bij zijn of haar ontslag. Afwijken van deze regels mag alleen als de werkgever of de werknemer zeer verwijtbaar zijn met betrekking tot het ontslag.

Transitievergoeding na 2 jaar dienstverband
De transitievergoeding zal volgens het sociaal akkoord ook aan werknemers moeten worden toegekend die twee jaar in dienst zijn bij een bedrijf. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer een vast contract had of niet. Ook bij tijdelijke contracten zal de werknemer een transitievergoeding krijgen wanneer zijn of haar dienstverband niet wordt verlengd door de huidige werkgever. Deze vergoeding is uitsluitend bedoelt voor het zo spoedig mogelijk vinden van een passende baan. De vergoeding moet alleen worden besteed aan opleidingen, omscholing, bijscholing, trainingen en andere middelen die de kans op werk vergroten.

Geen transitievergoeding
Er zijn ook gevallen waarin een werkgever niet verplicht is om een transitievergoeding te betalen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan werknemers die door ernstig verwijtbaar  of nalatig handelen worden ontslagen. Dit dient echter wel aangetoond te worden. Verder is een bedrijf niet verplicht om een transitievergoeding te betalen als de medewerker jonger is dan achttien jaar en niet meer dan twaalf uur per dag heeft gewerkt. Werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn tijdens hun ontslag hoeven ook geen transitievergoeding van het bedrijf te ontvangen. Ook bij een faillissement van het bedrijf, of surseance van betaling zal in veel gevallen het bedrijf niet verplicht worden om de transitievergoeding te betalen. Dit geld ook voor bedrijven die in de schuldsanering zitten.

Raad van de rechtspraak reageert wijzigingen ontslagrecht

Het voorstel van minister Lodewijk Asscher om het ontslagrecht aan te passen wordt in eerste instantie positief ontvangen door de rechtspraak in Nederland. De Raad van de rechtspraak heeft een advies naar het kabinet gestuurd op maandag 9 september 2013. De mogelijkheden om in hoger beroep te gaan zijn voor zowel de werkgevers als de werknemers verbeterd. Tot heden leidden de ontslagregels tot ongelijkheid. In het advies aan kabinet wordt ook aangegeven dat de Raad vermoed dat de wet wel te nauwkeurig is uitgewerkt. Hierdoor kan de wet zijn doel voorbij schieten aldus de raad. Het vergoedingssysteem voor het ontslag is volgens de Raad veel te gedetailleerd uitgewerkt.

Zwangerschap en ontslag

Er is een peiling van het College voor de Rechten van de mens gehouden onder 750 moeders en zwangere vrouwen. In dit onderzoek werd onder andere onderzocht hoe werkgevers reageren op de zwangerschappen van hun werkneemsters. Uit het onderzoek kwam naar voren dat een vierde van de benaderde vrouwen denkt dat ze hun promotie hebben misgelopen vanwege hun zwangerschap. Ook zouden vrouwen die zwanger zijn volgens de Zeeuwse krant PZC vijfentwintig procent minder kans hebben op contractverlengingen. Benadelen van medewerksters omdat ze zwanger zijn is volgens de wet verboden.

Ook is een medewerkster tijdens haar zwangerschap tegen ontslag beschermd. Er geld dan het zogenoemde opzegverbod. Dit verbod heeft een duur tot zes weken na afloop van de laatste officiële verlofdag. Alleen in bijzondere gevallen kan een kantonrechter van dit verbod afwijken. Wanneer je vragen hebt over een ontslagprocedure kun je het beste contact opnemen met juridisch adviseur of met de bond.

Flexwerk vanaf 2015

Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) heeft een wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd. Hieruit blijkt dat het kabinet de verbeteringen voor de flexwerkers op de arbeidsmarkt eerder wil invoeren. Het is de bedoeling dat de verbeteringen voor deze groep arbeidskrachten een jaar eerder zal moeten worden ingevoerd dan de bezuinigingen op de WW en de versoepeling van de regels met betrekking tot het ontslagrecht. Lodewijk Asscher hoopt aan het einde van 2013 de Tweede Kamer de definitieve voorstellen te kunnen toesturen.

Wanneer gaat het voorstel in?
In het wetsvoorstel van Lodewijk Asscher wordt de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt verbeterd. Met het oog op de economische ontwikkelingen die op dit moment gaande zijn lijkt het Asscher verstandig om de positie van flexwerker te verstevigen en werkgevers en werknemers voldoende de tijd te geven om zich voor te bereiden op de ontwikkelingen. Er wordt in het wetsvoorstel onder andere aangegeven dat werknemers met tijdelijke contracten eerder aanspraak moeten kunnen maken op een vast contract (contract voor onbepaalde tijd). Deze maatregel zou in 2015 moeten ingaan. Daarmee wordt de maatregel eerder van kracht dan het versoepelen van het ontslagrecht en de aanpassingen aan de Werkeloosheidswet (WW).

Positie van de flexwerker
De positie van de flexwerker wordt beter. Dit heeft in belangrijke mate te maken met de situatie waarin het ”oneigenlijk gebruik van flexibele arbeidsvormen” wordt aangepakt. Bedrijven kiezen met het oog op de economische onzekerheden vaak voor tijdelijke contracten voor medewerkers. Ze hebben verschillende mogelijkheden om medewerkers langdurig in dienst te nemen zonder ze daadwerkelijk een vast contract te bieden. Het is de bedoeling dat de positie van de flexwerker beter wordt door deze na twee jaar dienstverband bij een bedrijf al de mogelijkheid te geven om voor een vast contract in aanmerking te komen. Dit is tot op heden nog een periode van drie jaar.

Positie van werkgever
Werkgevers zullen door de hiervoor genoemde verandering eerder een diensterband voor onbepaalde tijd moeten aangaan met hun werknemers. Een andere oplossing is dat de werknemer eerder uit het bedrijf moet vertrekken. De versoepeling van het ontslagrecht moet het (financiële) risico voor bedrijven beperken. Daarnaast is ook de hoogte van de ontslagpremie voor bedrijven in de toekomst beperkt. De kantonrechtersformule is voor bedrijven vrij kostbaar. De plannen van het kabinet zorgen er voor dat het bedrag niet hoger mag zijn dan 75.000 euro. En daarnaast moet het bedrag dat aan de voormalig werknemer meegegeven wordt volledig worden gebruikt voor het zoeken naar ander werk.  Met de aanpassing van het ontslagrecht wordt ook de oneerlijkheid tegen gegaan die kan ontstaan tussen bedrijven en binnen bedrijven. Zo geven sommige bedrijven enorme bedragen aan gouden handdruk mee terwijl andere bedrijven geheel geen ontslagvergoeding meegeven aan personeel

Ontslagrecht wordt aangepast?

Er is al geruime tijd sprake van het aanpassen van het ontslagrecht. De meningen zijn hierover sterk verdeeld. Volgens Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) moet het ontslagrecht worden aangepast. Naar zijn mening moet het eenvoudiger en eerlijker. Nadat een medewerker minimaal twee jaar bij een bedrijf een dienstverband heeft gehad heeft hij of zij recht op een vergoeding die leidt tot een andere baan of omscholing naar ander werk. De vergoeding die hiervoor maximaal mag worden verstrekt is 75.000 euro. Tot op heden wordt de kantonrechtersformule nog vaak gebruikt bij ontslag. Dit brengt voor bedrijven flinke kosten met zich mede. De nieuwe regeling die uit het sociale akkoord is voortgekomen beperkt deze kosten en zorgt er tevens voor dat het bedrag dat wordt verstrekt beslist gebruikt moet worden voor het vinden van een andere baan en het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt.