Vakbond CNV wil minder arbeidsmigranten op Nederlandse arbeidsmarkt vanaf 2018

Arbeidsmigranten zijn buitenlandse arbeidskrachten die naar Nederland komen om hier arbeid te verrichten. De meeste arbeidsmigranten zijn niet van plan om in Nederland te blijven wonen en reizen puur om geld te verdienen naar een ander land. In Nederland zijn onder andere arbeidsmigranten werkzaam uit midden- en Oost-Europese landen, dit worden ook wel MOE-landen genoemd. Er zijn echter ook andere landen binnen en buiten Europa waar arbeidsmigranten vandaan komen.

Arbeidsmigranten
Arbeidsmigranten zorgen er voor dat het aanbod aan arbeidskrachten op de arbeidsmarkt groter wordt. Vakbond CNV vindt dit niet een gunstige ontwikkeling omdat nog veel Nederlandse arbeidskrachten geen werk hebben terwijl ze wel willen en kunnen werken. De vakbond eist een rem op de komst van arbeidsmigranten naar Nederland. CNV-voorzitter Maurice Limmen geeft aan dat werkgevers in Nederland ten onrechte beweren dat arbeidsmigranten noodzakelijk zijn om de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt aan te vullen. Dit heeft de CNV-voorzitter benoemd in een artikel dat maandag 15 januari 2018 werd gepubliceerd op basis van een interview met De Telegraaf.

Sectoren
Volgens de voorzitter zou een grote groep van 1,2 miljoen mensen die nu nog geen arbeidsrelatie heeft het tekort op de arbeidsmarkt kunnen aanvullen. Tot deze groep behoren volgens de vakbondsvoorzitter ook ouderen, arbeidsbeperkten en niet-westerse immigranten die aangeven wel te willen werken. Limmen geeft aan dat de Nederlandse werkgevers zelf de tekorten op de arbeidsmarkt hebben veroorzaakt. in scherpe bewoordingen heeft hij aan: ”Dat gejammer over krapte op de arbeidsmarkt komt vooral uit sectoren die er zelf alles aan hebben gedaan om het werken in die sector zo onaantrekkelijk mogelijk te maken.” Limmen doelt daarbij onder andere op de horecasector.

Arbeidsvoorwaarden
De arbeidsvoorwaarden in die sectoren zijn verslechterd de afgelopen tijd waardoor het onaantrekkelijker is geworden om in die sectoren te werken. De CNV voorzitter wil dat er meer investeringen worden gedaan in vakmensen. Volgens hem zouden er meer opleidingen aan werknemers geboden moeten worden en moeten er meer vaste contracten worden verstrekt.

Wat is SNA certificering en SNA-keurmerk?

SNA staat voor Stichting Normering Arbeid en brengt het SNA keurmerk uit aan ondernemingen die aan de eisen van het SNA-schema en de bijbehorende normeringen voldoen. De stichting is ontstaan op basis van de wens van de overheid om de zelfregulering in de uitzendsector doormiddel van een transparant systeem te bevorderen. Het gevolg was het invoeren van het SNA-keurmerk en bijbehorende normen voor bedrijven die personeel ter beschikking stellen of werk aannemen.

NEN 4400 norm
De NEN 4400 norm is gericht op uitleners en onderaannemers. Hieronder valt een specifieke norm die ontwikkeld is voor Nederlandse ondernemingen, deze ondernemingen vallen namelijk onder de NEN 4400-1 norm. Buitenlandse ondernemingen die op de Nederlandse markt actief zijn moeten voldoen aan de NEN 4400-2 norm. Deze normen zijn zoals eerder benoemd voor ondernemingen die personeel ter beschikking stellen of werk aannemen. Dit zijn bijvoorbeeld uitzendbureaus, detacheringsbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen.

Bedrijven die onder de hiervoor genoemde normering vallen kunnen in het register van SNA worden opgenomen. Ze worden daarvoor periodiek gecontroleerd of ze aan de nomen voldoen. Een opname in het SNA register is alleen mogelijk wanneer bedrijven daadwerkelijk de eisen en de richtlijnen in de normering naleven.

Waarom is het SNA keurmerk interessant voor inleners?
De uitzendbranche is een sector waar de overheid de afgelopen jaren moeilijk grip op heeft gekregen. Er ontstonden verschillende misstanden op de arbeidsmarkt. Hierbij kan men denken aan uitbuiting van buitenlandse arbeidskrachten uit bijvoorbeeld Midden- en Oost- Europese landen. Het kwam en komt nog regelmatig voor dat uitzendbureaus arbeidskrachten uit deze MOE-landen geen marktconform salaris bieden. Ook de afdrachten die uitzendbureaus verplicht moeten betalen aan de overheid blijken in de praktijk niet altijd door uitzendbureaus te worden gedaan.

De roep om zelfregulering in de uitzendsector werd luider. Zelfregulering is echter niet eenvoudig en moet aan duidelijke kaders worden gebonden. Doormiddel van een duidelijk normering en certificering kan inzichtelijk worden gemaakt welke bedrijven aan de gestelde eisen voldoen. Daarvoor is het SNA keurmerk en het SNA register een duidelijke indicatie voor de spelers op de flexibele arbeidsmarkt. Het SNA-keurmerk zorgt voor transparantie op de uitzendmarkt. Inleners die uitzendkrachten in willen zetten kunnen aan het SNA-keurmerk zien of ze met een bonafide uitzendbureau zaken doen.

Inleners lopen namelijk risico als ze met malafide uitzendbureaus zaken doen. Als opdrachtgevers personeel inlenen van uitzendbureaus en onderaannemers die niet aan hun wettelijke verplichtingen voldoen op basis van hun afdrachten kunnen ze ook als opdrachtgever of (hoofd)aannemer aansprakelijk worden gesteld. Dit wordt ook wel de aansprakelijkheid van de inlener genoemd oftewel de inlenersaansprakelijkheid. Bedrijven die in bezit zijn van het SNA-keurmerk worden echter periodiek gecontroleerd op hun verplichtingen. Door deze controles hebben de inleners een duidelijke indicatie van de kwaliteit en betrouwbaarheid van hun toeleverancier op het gebied van personeel.

Waarom is het SNA keurmerk interessant voor uitzendbureaus?
Voor uitzendbureaus is het uiteraard van groot belang om in het SNA register te worden opgenomen. Het is namelijk een belangrijk middel om de kwaliteit en betrouwbaarheid aan (potentiële) opdrachtgevers te tonen. Daardoor kunnen deze uitzendbureaus in hun contact met opdrachtgevers inzichtelijk maken dat het inlenen van uitzendkrachten veilig en vertrouwd kan gebeuren en dat het uitzendbureau haar verplichtingen nakomt. Uitzendbureaus die in het SNA register staan hebben een voordeel ten opzichte van uitzendbureaus die (nog) niet geregistreerd staan in dit register.

Vrijwaring van inlenersaansprakelijkheid
De inleneraansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen hebben voor opdrachtgevers die uitzendkrachten en andere personeelsleden inlenen van andere partijen. De meeste opdrachtgevers moeten er niet aan denken om naast het inleentarief te worden geconfronteerd met het betalen van alle financiële afdrachten die hun toeleverancier heeft verzuimd te betalen voor het flexpersoneel.

De inlener wil daarom de zekerheid hebben dat het uitzendbureau of de onderaannemer te vertrouwen is. Het SNA-keurmerk biedt op dit gebied gelukkig een uitkomst. Sinds 1 juli 2012 is er namelijk een fiscale vrijwaring met betrekking de inlenersaansprakelijkheid. Inleners die personeel inlenen van uitzendbureaus met het SNA-keurmerk kunnen gevrijwaard worden van eventuele aansprakelijkheidsstelling door de Belastingdienst met betrekking tot eventuele niet betaalde loonheffingen en niet betaalde omzetbelasting door de uitlener. Daarvoor zijn echter wel duidelijk omschreven voorwaarden opgesteld. De voorwaarden voor vrijwaring van de inlenersaansprakelijkheid kan men lezen in de ‘wijziging leidraad invordering 2008’ van 27 juni 2012.

Controle op basis van het SNA-keurmerk
Nederlandse ondernemingen worden voor het SNA-keurmerk gecontroleerd op basis van de NEN 4400-1 norm. Deze stelt eisen aan de volgende aspecten van de bedrijfsvoering van uitzendondernemingen:

  • Personeelsadministratie. Daarbij wordt ook gekeken naar het uitvoeren van identiteitscontrole. Ook wordt beoordeeld of door het uitzendbureau controle wordt gedaan op het gebied van het al dan niet gerechtigd zijn van de uitzendkracht tot het verrichten van arbeid in Nederland.
  • Loonadministratie en afdrachten. Hierbij wordt ook gekeken naar de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag;
  • Financiële administratie onder andere afdracht omzetbelasting.
  • Sectorspecifieke CAO-naleving (inlenersbeloning).
  • Specifieke situaties zoals het inlenen en doorlenen zzp-ers. Het uitzendbureaus moet hierbij nauwkeurig te werk gaan en aansprakelijkstelling en boetes die kunnen voortvloeien uit het inlenen en doorlenen of uitbesteden van werk voorkomen door aan de wettelijke verplichtingen op dit gebied te voldoen.

Het spreekt voor zich dat het uitzendbureau op basis van de hierboven genoemde controlepunten een zorgvuldige administratie moet onderhouden die goed gecontroleerd kan worden bij de SNA accreditatie. De benodigde documenten waarmee het naleven van de verplichtingen op het gebied van loonafdrachten, afdracht omzetbelasting, identiteitscontrole en inlenersbeloning kunnen worden ‘bewezen’ zullen door het uitzendbureau goed moeten worden geadministreerd. Voor het SNA-keurmerk worden (uitzend)ondernemingen beoordeeld op het nakomen van hun verplichtingen uit arbeid. Daarbij wordt ook de uitzendonderneming geïdentificeerd en beschreven. Als het uitzendbureau voldoet aan de NEN 4400-1 norm wordt het uitzendbureau genoteerd in het SNA-register.

NEN 4400-2 norm en het SNA keurmerk

In Nederland zijn niet alleen Nederlandse uitzendbureaus, aannemers en onderaannemers actief. Er zijn ook buitenlandse ondernemingen die personeel beschikbaar stellen in Nederland of die werk aannemen in Nederland. De EN 4400-2 norm is een norm die in Nederland is ingevoerd en die eisen stelt aan uitzendbureaus, uitleners, aannemers en onderaannemers die in Nederland werknemers arbeid laten verrichten. De EN 4400-2 norm is gericht op de wet en regelgeving omtrent de afdracht van belastingen en sociale premies door de genoemde ondernemingen. Ook is deze norm gericht op de controle of bedrijven zich wel houden aan de voorschriften en regels die gelden op het verrichten van arbeid in Nederland.

Waarom een NEN 4400-2 certificaat?
Uitzendbureaus en andere organisaties die voldoen aan de eisen van de NEN 4400-2 kunnen na een audit het NEN 4400-2 certificaat ontvangen. Daarmee kunnen deze ondernemingen duidelijk aantonen dat ze zich aan de benodigde wet en regelgeving houden. Voor de arbeidsmarkt is het NEN 400-2 certificaat en de bijbehorende norm ook belangrijk. Als ondernemers en aannemers, als ze buitenlandse krachten inzetten, alleen zaken doen met organisaties die voldoen aan deze norm wordt de kans op misstanden en uitbuiting verkleind.

Arbeidsmigranten
Werknemers uit bijvoorbeeld MOE-landen, zoals Polen, worden ook wel arbeidsmigranten genoemd. Deze werknemers reizen naar andere landen om daar arbeid te verrichten. Volgens de overheid dienen deze arbeidsmigranten gelijkwaardig te worden behandeld als Nederlandse werknemers die hetzelfde werk uitvoeren. Toch is er in de praktijk helaas vaak niet sprake van equal pay. In plaats van equal pay worden uitzendkrachten uit bijvoorbeeld MOE-landen dikwijls onderbetaald. Door equal pay in te voeren worden veel werknemers uit MOE-landen veel duurder voor opdrachtgevers in Nederland.

Wie voert de NEN 4400-2 norm uit?
De controle met betrekking tot NEN 4400-2 norm wordt sinds juli 2014 uitgevoerd door Stichting Crossborder Labour Inspection Body deze organisatie wordt in de praktijk vaak aangeduid met CLIB. Deze stichting controleert ondernemingen op basis van de naleving van de NEN 4400-2. Tijdens een controle of audit worden door de CLIB verschillende zaken gecontroleerd:

  • de onderneming en de tenaamstelling daarvan;
  • de aard van de activiteiten van de onderneming;
  • de personeelsadministratie;
  • de loonadministratie;
  • de financiële administratie;
  • de inleenconstructies, doorleensituaties en uitbesteding  van werk door de onderneming.

CLIB voert periodieke controles uit bij ondernemingen op basis van de NEN 4400-2. De hiervoor genoemde onderwerpen zijn voor een groot deel vastgelegd in wetten en regels zoals de volgende wetten: Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid (WAGA) en de Wet Allocatie Arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). De controleur die namens de CLIB de audit voor de NEN 4400-2 uitvoert zal goed op de hoogte moeten zijn van deze wetten en moet ook weten hoe deze wetten worden vertaald in de bedrijfsvoering van de uitzendondernemingen die hij of zij auditeert.

Equal pay voor werknemers uit MOE-landen

Regelmatig worden wij in het nieuws geconfronteerd met het begrip arbeidsmigrant in relatie met uitbuiting. De kern wordt vaak overgeslagen waardoor men de oorzaak van het probleem niet kent. Henry Lap heeft voor zijn HBO opleiding dit betoog geschreven waarin hij pleit voor Equal pay voor werknemers uit MOE-landen. Hieronder is het betoog van Henry Lap in verschillende stappen uiteengezet. Het betoog begint met een inleiding, daarna is de huidige situatie beschreven en worden verschillende actoren in dit kader benoemd. Vervolgens worden ook een aantal voordelen en nadelen benoemd van Equal pay voor werknemers uit MOE-landen. Het betoog wordt besloten met een persoonlijke mening van Henry Lap. 

Inleiding
De arbeidsomstandigheden van werknemers uit Oost-Europese landen die Nederland werkzaam zijn kunnen niet altijd als gelijkwaardig worden beschouwd als de arbeidsomstandigheden waaronder Nederlandse werknemers hun werkzaamheden in Nederland uitvoeren.  Hierin leek verbetering in te gaan komen maar het tegendeel blijkt echter waar. Onder meer Lodewijk Asscher maakt zich sterk om uitbuiting bij arbeidsmigranten tegen te gaan bij de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft in het verleden meermalen aangegeven dit probleem te willen oplossen maar actie blijft tot op heden nog altijd uit. Daarnaast laten arbeidsmigranten zich in Nederland nog steeds uitbuiten omdat ze in hun eigen land veel minder salaris verdienen.

Door zogenaamde schijnconstructies wordt er geen belasting betaald aan de Nederlandse overheid waardoor deze geld misloopt. Dit is voor werkgevers aantrekkelijk omdat ze zo minder loonkosten hoeven te betalen aan de arbeidsmigrant. Het gevolg hiervan is dat er oneerlijke concurrentie plaatsvindt tussen arbeidsmigranten en Nederlandse werknemers op de arbeidsmarkt. Omdat schijnconstructies niet toepasbaar zijn voor Nederlandse werknemers, en daardoor een eerlijk cao loon dienen te ontvangen, is het financieel gezien voor een werkgever aantrekkelijker om een arbeidsmigrant aan te nemen. Het loon van arbeidsmigranten kan door middel van een creatieve constructie kunstmatig laag worden gehouden ook al is dit in strijd met de Nederlandse- en Europese wet.

Het is van belang dat er snel iets wordt gedaan aan het schijnconstructie-probleem. Door de oneerlijke concurrentiestrijd  komt dit Nederland financieel gezien niet ten goede. Inkomsten van veel Nederlandse burgers zullen gaan dalen waardoor deze minder te besteden hebben. Als de huidige situatie blijft bestaan dreigt de Nederlandse overheid gigantisch veel geld te verliezen, waardoor er opnieuw harde maatregelen moeten worden getroffen om de staat de alsnog te kunnen spekken. Daarnaast neemt de kans op uitbuiting bij arbeidsmigranten toe wanneer de situatie niet veranderd. Zoals in de wet ook staat beschreven verdient elke werknemer gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek, het is not done als een een werknemers, en dus ook een arbeidsmigrant, minder salaris ontvangt dan waar hij recht op heeft. Daarom moet een EU-land als Nederland een pilot invoeren waarbij Equal Pay wordt toegepast bij alle arbeidskrachten uit MOE-landen.

Huidige situatie
In Europa is er door het Verdrag van Schengen vrij verkeer van personen en diensten. Nederland viel net als een aantal andere West-Europese landen al onder dit verdrag sinds 14 juni 1985, het verdrag trad toen in werking op 26 maart 1995. Voor verschillende Oost-Europese landen vond de toetreding tot de Schengenlanden later plaatst. Polen en Hongarije vielen pas onder het Verdrag van Schengen op 1 mei 2004. Hun lidmaatschap trad in werking op 21 december 2007. Vanaf dat moment konden ook gastarbeiders uit die landen in Nederland werken (Wikipedia, Z.J.).

Hierdoor is de afgelopen jaren een stijging ontstaan van het aantal arbeidsmigranten dat uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) komt. Deze arbeidsmigranten komen onder andere naar Nederland om werk te verrichten.  Arbeidsmigranten werken vooral in de sectoren bouw, landbouw, en de vleesverwerkende industrie. Uit gegevens van het CBS komt naar voren dat in tien jaar het aantal arbeidsimmigranten uit MOE-landen in Nederland is verdubbelt. In 2004 waren er 40 duizend arbeidsmigranten in Nederland. Tien jaar later, in 2014, telde men bijna 80 duizend. Poolse arbeidsmigranten zijn oververtegenwoordigd in Nederland (CBS, 2014).

Onderbetaling
Veel (Poolse) arbeidsmigranten in Nederland worden uitgebuit door hun werkgever, blijkt uit onderzoek van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en stichting Fairwork. Deze stichting heeft meer dan 100 Poolse arbeidsmigranten ondervraagt met betrekking tot uitbuiting, loon, discriminatie en werkdruk. Uit het onderzoek, dat begin 2016 is gehouden, komt onder andere naar voren dat arbeidsmigranten gedwongen worden over te werken zonder dat ze daarvoor betaald krijgen. Als arbeidsmigranten ziek zijn worden ze veelal gedwongen om door te werken. In de meeste gevallen geven de arbeidsmigranten gehoor aan hun leidinggevende omdat ze anders bang zijn hun baan te verliezen (Trouw, 2016).

Falen zelfregulering
Dit alles komt mede door het falen van de zelfregulering door directe werkgevers en intermediairs zoals uitzendbureaus (Trouw, 2016). Zelfregulering houdt in dit verband dat werkgevers zelf regels mogen opstellen voor het te werk stellen van bepaalde bevolkingsgroepen in bepaalde sectoren. Dit gebeurt zonder tussenkomst van de overheid. Hierdoor kan bijvoorbeeld een uitzendbureau zelf regels opstellen die voor een werknemer ongunstig kunnen zijn, met uitbuiting als mogelijk gevolg. De overheid controleert de arbeidsvoorwaarden van een werkgever niet, waardoor zij vrij spel lijken te hebben. Uit financiële overwegingen kiezen veel bedrijven en uitzendbureaus voor schijnconstructies, in plaats van dat ze hun verplichtingen nakomen. In de volgende alinea meer over schijnconstructies (Ensie, 2013).

Schijnconstructies
Uitzendbureaus in Nederland hebben constructies bedacht om Poolse arbeiders goedkoper in Nederland te laten werken. Dit doen Nederlandse uitzendbureaus via uitzendbureaus die gevestigd zijn in Polen. Door filialen in het land van herkomst te openen kunnen (Poolse) arbeidsmigranten goedkoop aan het werk in Nederland. Deze manier van werken wordt ook wel een schijnconstructie genoemd.

Nederlandse uitzendbureaus vestigen zich met filialen in Oost-Europa zodat  vanuit daar Oost-Europeanen gedetacheerd kunnen worden naar Nederland. De betaling wordt gedaan in twee delen. Naast dat arbeidsmigranten 500 euro betaald krijgen in eigen land, ontvangt de arbeidsmigrant een aanvullend bedrag van 1000 euro van het uitzendbureau dat in Nederland is gevestigd. Over het bedrag van 1000 euro wordt geen belasting betaald omdat het door de werkgever of uitzendbureau wordt verrekend als een netto-onkosten vergoeding. Voor een onkostenvergoeding vindt ook geen afdracht plaats zoals vakantiegeld of pensioen.

Het nettobedrag dat arbeidsmigranten betaald krijgen is gelijk aan het minimumloon dat iedere werknemer in Nederland zou moeten krijgen, namelijk 1.469 euro bruto per maand o.b.v. een fulltime dienstverband. In theorie zou een arbeidsmigrant in Nederland evenveel moeten verdienen als een Nederlandse werknemer op basis van de cao van de inlenersbeloning. Op het moment dat bijvoorbeeld Poolse arbeiders goedkoper kunnen worden aangeboden als Nederlandse arbeiders, ontstaat er oneerlijke concurrentie. Daarnaast draagt men over een arbeidsmigrant minder sociale lasten af waardoor de overheid in Nederland geld misloopt (Witteman, 2013).

Dit noemt men een schijnconstructie omdat een werkgever regels met betrekking tot minimum- of cao-loon kunnen ontduiken, terwijl men wel de schijn opwekt dat men zich aan de regels houdt. Als een arbeidsmigrant in Nederland woont kan een deel van het loon door de werkgever worden ingehouden. Omdat de werkgever namens de arbeidsmigrant geld moet betalen voor bijvoorbeeld huisvesting van de desbetreffende arbeidsmigrant. Iedere werknemer, ongeacht land van herkomst, die werkzaam is in Nederland hoort minimaal het minimumloon te ontvangen. Wanneer dit niet aan de orde is wordt er gesproken van uitbuiting (Rijksoverheid, Z.J.).   

Wetgeving: Artikel 5 Nederlandse grondwet
Iedereen die zich in ons land bevindt dient zich te houden aan de Nederlandse wet. Hierin staan rechten en plichten voor burgers, rechtspersonen of de overheid. De wet richt zich op het te bewerkstelligen van een gedragsverandering. Personen die de wet overtreden begaan een strafbaar feit.

Artikel 5 van de Algemene wet gelijke behandeling verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit en afkomst bij onder meer de arbeidsvoorwaarden, de beloning, de arbeidsomstandigheden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst (Mensenrechten, Z.J.).

Op grond van bovenstaand artikel mogen Nederlandse werkgevers (Poolse) arbeidsmigranten niet anders behandelen dan werknemers uit Nederland. Arbeidsmigranten hebben dezelfde rechten als Nederlandse arbeiders. Het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek’ geldt dus voor iedereen die in Nederland werkzaam is.

Internationaal kader
Naast de Nederlandse wet heeft ook Europa wetten opgesteld. Per 1986 is er een Europese Akte gesloten door de twaalf toenmalige leden van de Europese Gemeenschap. In deze akte is afgesproken dat er vanaf 1993 een Europese markt is met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Dit geldt echter alleen voor landen die staan ingeschreven bij de Europese Unie.

In de Europese wetgeving staat onder andere dat een werknemer recht heeft op behoorlijke arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden. Dat houdt onder meer in: gelijk loon voor gelijk werk, het recht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, het recht op redelijke werktijden en het recht op doorbetaalde vakantiedagen. Binnen de Europese Unie dient iedereen zich te houden de opgestelde Europese wetten (Mensenrechten.nl, Z.J.).

Inlenersbeloning
De inlenersbeloning is een gevolg van de Wet werk en zekerheid (Wwz). Uitzendbureaus dienen vanaf 30 maart 2015 de beloningsmethodieken van de inlenende partij te hanteren bij het vaststellen van het salaris van uitzendkrachten en ander flex-personeel. Wanneer een klant een kandidaat van een uitzendbureau inleent moet de inlenersbeloning worden gehanteerd. Dit is verplicht omdat een uitzendkracht recht heeft op hetzelfde salaris als een werknemer die een rechtstreeks contract heeft bij het inlenende bedrijf. In de inlenersbeloning staat dat de inleenkracht volgens de cao van het inlenende bedrijf verloond dient te worden, mits die dezelfde functie op dezelfde afdeling uitoefent als de werknemer die op contractbasis bij het inlenende bedrijf in dienst is. Maar is dit in de praktijk ook zo? (Geertsma, 2014).

Controle door SZW
In Nederland is er een inspectie die toezicht houdt op naleving van de de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Dit wordt gedaan door de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Naast het toezicht houden op loon, controleert de inspectie SZW ook op klachten en tips die naar voren komen van werknemers en werkgevers. Het doel van de inspectie is om ongelijke betaling van werknemers tegen te gaan. Wanneer de inspectie concludeert dat een werkgever te weinig loon aan werknemers betaalt volgen er sancties. Deze sancties kunnen in de vorm van een geldboete worden gegeven. Hoe hoog de boete is hangt af van hoe ver het loon afwijkt van het wettelijk minimumloon en de wettelijke minimumvakantiebijslag (Inspectieszw, Z.J. ).  

Cijfers SZW
In 2016 heeft de inspectie SZW onderzoek gedaan met betrekking tot de arbeidsmigranten die werk verrichten in Nederland. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het ingewikkeld en intensief werken is om resultaten boven water te krijgen. Desondanks heeft het zogeheten schijnconstructieteam ruim twee miljoen euro aan boetes opgelegd. Deze sancties zijn vooral opgelegd aan werkgevers die bewust de arbeidskosten verlagen. Dit deden bedrijven door middel van ondoorzichtige loonadministraties en het ontduiken van regels via ingewikkelde constructies. Het gevolg hiervan is  oneerlijke concurrentie, onderbetaling en lange werktijden, oftewel uitbuiting van arbeidsmigranten. Daarnaast levert het voor de Nederlandse overheid weinig geld op omdat er weinig of geen belasting wordt afgedragen.

In totaal zijn er in door het SZW 230 werkgevers gecontroleerd waarvan er zestig een boete opgelegd kregen in 2016. Dit wil zeggen dat een kwart van de onderzochte bedrijven moedwillig de regels overtreden. Dit om geld te kunnen besparen door middel van onderbetaalde verloning op arbeidsmigranten. Omdat de onderzoeken lastig en zeer arbeidsintensief zijn laat dit slechts een klein deel van de werkelijkheid zien. Geconcludeerd kan worden dat als er van slechts 230 onderzochte bedrijven al zestig werkgevers door de mand zijn gevallen in 2016, dit in de totale werkelijkheid veel meer werkgevers een schijnconstructie hanteren (Rijksoverheid, 2016).

Geen oplossing in Nederland
Ondanks dat arbeidsmigranten worden uitgebuit, komen ze nauwelijks in opstand. Dit komt omdat de cao’s in Nederland ingewikkeld zijn om te kunnen kijken waar personeel recht op heeft. Wanneer een arbeidsimmigrant dit wil naslaan zal hij merken dat dit gecompliceerd en tijdrovend is, zo stelt arbeidseconoom Lisa Berntsen van de universiteit in Tilburg. Zij komt tot de conclusie dat veel werkgevers misbruik maken van de ingewikkelde cao’s. Volgens Berntsen durven arbeidsmigranten niet met hun contract naar de leidinggevende te stappen omdat ze bang zijn ontslagen te worden. Alleen in bij extreme onderbetaling stappen arbeidsmigranten naar hun werkgever toe. Lisa Berntsen sprak voor haar onderzoek met ongeveer honderd werknemers, vakbondsbestuurders en werkgevers (RUG, 2015).  

Geen oplossing in Europa
Volgens het CNV wordt er door vakbonden in Europa al jaren gestreden tegen onderbetaling en uitbuiting van arbeidsmigranten. De Europese Commissie heeft op 8 maart 2016 erkend dat er duidelijkere regels moeten komen met betrekking tot de rechten van arbeiders uit MOE-landen (Rijksoverheid, Rijksoverheid, 2016). Het principe: ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek’ zal hierdoor worden toegepast als de Europese Commissie hiervoor plannen gaat uitwerken.

Omdat Nederland is gevestigd in de Europese Unie mag Nederland niet zelf een beslissing nemen hoe arbeidsmigranten worden betaalt. Nederland, en daarbij alle andere landen die zijn aangesloten bij de Europese Unie, moeten akkoord krijgen van de Europese Commissie om arbeidsmigranten op dezelfde manier te betalen als autochtonen. Zolang de Europese Commissie niet een plan uitwerkt m.b.t. arbeidsovereenkomsten voor arbeidsmigranten mogen arbeidsmigranten worden onderbetaald. Uitbuiting en sociale dumping (onderbetaling) zijn daarbij het gevolg,  zo stellen de voorzitters van FNP, CNV en VCP (Hemmes, 2016).

Ondanks dat de Europese Commissie heeft aangegeven dat er wat moet worden veranderd omtrent de uitbuiting van arbeidsmigranten, vinden Minister Asscher en zijn Europese collega’s dat er meer daadkracht vanuit de Europese Commissie moet zijn. De Europese Commissie heeft echter geen initiatief genomen om voor iedereen een gelijk loon op dezelfde werkplek te garanderen (CMweb, 2016).

Conclusie
Iedereen die in Nederland op dezelfde werkplek in dezelfde functie werk verricht, moet gelijk worden betaald. Ook Nederland heeft de afgelopen jaren te maken gehad met een economische crisis waardoor er maatregelen zijn genomen om de Nederlandse staat alsnog voldoende te kunnen spekken (denk aan de BTW-verhoging). De schijnconstructies, die alleen gelden bij arbeidsmigranten, zorgen ervoor dat werkgevers geen belastingen hoeven af te dragen aan de staat. Hierdoor is het voor een werkgever financieel aantrekkelijk om een arbeidsmigrant aan het werk te hebben maar voor de staat niet. Naast de Nederlandse staat zijn ook werkzoekenden uit ons eigen land de dupe omdat er oneerlijke concurrentie wordt gecreëerd op deze manier. Als er gelijke betaling voor gelijk werk op dezelfde werkplek is, wordt een arbeidsmigrant aangenomen omdat het een gewaardeerde kracht is en niet omdat het voor een werkgever financieel gezien aantrekkelijker is.

Stelling
Ondanks dat de Europese Commissie op 8 maart 2016 heeft erkend dat er nieuwe, duidelijkere richtlijnen voor het betalen van arbeidsmigranten moet komen (Rijksoverheid, Rijksoverheid, 2016) is er tot op heden nog geen actie verricht (CMweb, 2016). De vraag die je hierbij kunt stellen is, of de Europese Commissie, ruim een halfjaar na erkenning, daadwerkelijk nieuwe regels gaat opstellen. Tot op heden zijn er nog geen aanwijzingen dat de Europese Commissie actie gaat voeren betreffende dit onderwerp. De stelling luidt daarom als volgt:

‘Nederland moet als EU land een pilot invoeren waarbij Equal Pay wordt toegepast bij alle arbeidskrachten uit MOE-landen.’

Argumenten voor:

Het tegengaan van oneerlijke concurrentie tussen Nederlandse werknemers en arbeidsmigranten.
Door middel van schijnconstructies kan een werkgever arbeidsmigranten uit MOE-landen goedkoper aan het werk krijgen dan Nederlandse werknemers. Zoals is toegelicht worden de salarissen aan een arbeidsmigrant niet altijd eerlijk uitbetaald waardoor de werkgever misbruik kan maken door hem bijvoorbeeld onbetaald te laten overwerken (Rijksoverheid, 2016). Bij Nederlandse werknemers lukt dit niet omdat zij niet volgens een schijnconstructie kunnen werken, immers zijn het Nederlanders die ook woonachtig zijn in Nederland.

Hierdoor ontstaat oneerlijke concurrentie omdat werkgevers hier niet van kan profiteren bij Nederlandse arbeiders , dit zorgt dat het voor werkgevers financieel gezien aantrekkelijker is om een arbeidsmigrant aan te nemen (Rijksoverheid, 2016). Volgens de wet dient iedere werknemer die op Nederlands grondgebied werkt gelijk loon, voor gelijk werk op dezelfde werkplek moet ontvangen (Mensenrechten, Z.J.). Door het falen van het zelfregulering-systeem wordt het mogelijk gemaakt om arbeidsmigranten voor minder salaris aan het werk te krijgen. De directe werkgever of intermediair mogen zelf regels opstellen voor bepaalde bevolkingsgroepen in bepaalde sectoren zonder dat de overheid tussenkomt bij tekenen van het akkoord (Ensie, 2013).

Het tegengaan van uitbuiting arbeidsmigranten uit MOE-landen.
Arbeidsmigranten verdienen in Nederland veel geld t.o.v. het salaris dat ze in eigen land voor hetzelfde werk ontvangen. Hierdoor maken werkgevers misbruik van de situatie en betalen bijvoorbeeld niet volledig uit. Andere voorkomingen die op de werkvloer stelselmatig terug komen bij arbeidsmigranten zijn discriminatie en/of werkdruk. Omdat er grote salarisverschillen tussen MOE-landen en Nederland zijn klaagt een arbeidsmigrant niet zo snel bij de leidinggevende of SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) omdat ze anders vrezen voor hun baan (Trouw, 2016).

De inspectie SZW onderzoekt of werkgevers regels naleven die zijn opgesteld, echter is dit lastig te onderzoeken omdat zowel de werkgever als de arbeidsmigrant in veel gevallen niet mee willen werken aan het onderzoek (Inspectieszw, Z.J. ). Het risico voor de werkgever is dat het een forse boete krijgt opgelegd als de SZW erachter komt dat het bedrijf de regels overtreedt. Het gevolg hiervan kan zijn dat de arbeidsmigrant op straat komt te staan omdat de werkgever de regels niet heeft nageleefd. Ondanks dat uitbuiting lastig te onderzoeken is  heeft de inspectie vorig jaar (2016) 60 van de 230 onderzochte bedrijven een boete opgelegd omdat zij moedwillig regels overtreden m.b.t. onderbetaalde verloning aan arbeidsmigranten (Rijksoverheid, 2016). Dit laat slechts een klein deel van de werkelijkheid zien, als er meerdere bedrijven onderzocht worden dan is de kans groot dat er veel werkgevers in Nederland zijn die arbeidsmigranten onderbetalen.           

Overheid loopt geld mis.
Omdat de arbeidsmigrant voor een groot deel wordt betaald door middel van een onkosten vergoeding wordt er geen belasting betaalt aan de Nederlandse overheid. De onkostenvergoeding bedraagt €1000,- en het salaris wordt door het uitzendbureau in het MOE-land betaald, dit is zo’n €500,-. Bij elkaar opgeteld is dit €1500 en daarmee voldoet de werkgever, in ieder geval op papier,  aan het wettelijk minimumloon dat de arbeidskracht moet verdienen in Nederland (Witteman, 2013). De afgelopen 10 jaar is het aantal arbeidsmigranten uit MOE-landen verdubbeld (CBS, 2014). Uit het onderzoek van de inspectie SZW is gebleken dat werknemers  bij 60 van de 270 onderzochte bedrijven in 2016 worden onderbetaald (22,2%). Het geeft daarmee sterk de indruk dat deze werkgevers de schijnconstructies hanteert, hierdoor loopt de overheid geld mis (Inspectieszw, Z.J. ). Omdat het een lastig onderzoek betreft en daardoor veel tijd bezit komen niet alle gegevens boven tafel.
Uit afbeelding 1 is te zien dat Nederland zo’n 38.000 arbeidsmigranten telden (CBS, 2014). Deze arbeidskrachten plus haar werkgevers moeten allemaal belasting afdragen aan de Nederlandse staat. Uit het onderzoek van de SZW bleek dat 22,2% van de gecontroleerde werkgevers haar arbeidsmigranten onderbetaalden in 2016 (Inspectieszw, Z.J. ). Als bij 22,2% van de arbeidsmigranten geen loonheffing wordt toegepast betekent dit, uit bevolkingscijfers van 2014 (CBS, 2014), dat bijna 8.500 arbeidsmigranten en werkgevers geen belasting betaald.

Uitzendkrachten moeten hetzelfde verdienen als contractanten zoals in de inlenersbeloning staat. Maar geldt niet voor uitzendkrachten uit MOE-landen. Zoals in de inlenersbeloning staat moet iedereen hetzelfde verdienen voor hetzelfde werk in dezelfde organisatie (Geertsma, 2014). Voor Nederlanders wordt deze regel wel gehanteerd, maar als het om arbeidsmigranten uit MOE-landen gaat geldt deze regel niet meer blijkt uit onderzoek van het SZW (Inspectieszw, Z.J. ). Daarnaast staat in de Nederlandse wet beschreven dat er  gelijk loon, voor gelijk werk op dezelfde werkplek geldt voor iedereen in Nederland (Mensenrechten, Z.J.).

Argumenten tegen:
Ondernemers maken extra kosten ten opzichte van de huidige situatie.
Werkgevers hebben het economisch zwaar te verduren (gehad). Arbeidsmigranten kunnen eventueel minder kosten met zich mee brengen dan Nederlandse werknemers door de zogenaamde schijnconstructies, waardoor het bedrijfsresultaat omhoog gaat (Rijksoverheid, 2016).

Tegenwerping 1
Ondernemers hebben een belangrijke rol in de maatschappij als het gaat om het ethisch verantwoord behandelen van werknemers. Schijnconstructies dienen niet het belang van de overheid en ook niet het belang van Nederlandse werknemers (Rijksoverheid, 2016). Daarom dient de Pilot te worden ingevoerd zodat werkgevers gedwongen worden om ook arbeidsmigranten gelijkwaardig te belonen. Ondernemers dienen zich te houden aan de wet (Equal pay) en dat wordt niet gedaan wanneer zij schijnconstructies hanteren (Mensenrechten, Z.J.).Daarnaast is er de afgelopen jaren een stijging van het aantal arbeidsmigranten in Nederland ontstaan, ook in de toekomst wordt verwacht dat het aantal arbeidsmigranten uit MOE-landen gaat toenemen in Nederland (CBS, 2014). Hierdoor zal, door oneerlijke concurrentie, het voor Nederlandse werknemers alsmaar lastiger worden om aan een baan te komen door falen van de zelfregulering bij werkgevers (Ensie, 2013). Hierdoor zullen er vaker schijnconstructies worden opgesteld door de werkgever omdat dit kostenbesparend is voor het bedrijf (Rijksoverheid, 2016). Het gevolg hiervan kan zijn dat de Nederlandse staat hierdoor veel geld misloopt waardoor er nieuwe, harde maatregelen worden getroffen door het kabinet.

MOE-landen zullen de aangescherpte regelgeving van Nederland als een belemmering in de samenwerking, vrijhandelsverkeer of opengrenzenbeleid zien.
Wanneer arbeiders uit MOE-landen even veel gaan verdienen als Nederlandse werknemers ontstaat er eerlijke concurrentie (Rijksoverheid, 2016). Dit zal voor arbeidsmigranten wellicht nadelig gaan werken omdat zij dan minder snel aan het werk komen in Nederland. Het gevolg hiervan is dat bijvoorbeeld Polen, Roemenen of Hongaren minder inkomen uit een ander EU land halen waardoor zij minder geld kunnen besteden in eigen land (Inspectieszw, Z.J. ).

Tegenwerping 2
Uiteindelijk is elk land in de Europese Unie verantwoordelijk voor haar eigen arbeidsmarkt en economische situatie. Europese landen kunnen elkaar ondersteunen maar een nivellering binnen de Europese Unie is niet gewenst. West-Europese landen moeten hun eigen economie en arbeidsmarkt niet hoeven opofferen aan de economieën en arbeidsmarkten van andere (Oost) Europese landen. Oost-Europese landen hebben hiervan kunnen profiteren de afgelopen jaren en dat heeft voor veel ongenoegen gezorgd binnen West-Europese landen. Dat uit zich ook in verkiezingen. De overheid doet er goed aan om naar haar eigen arbeidsmarkt en bevolking te luisteren. Dit houdt in dat doormiddel van deze Pilot de Nederlandse arbeidsmarkt meer wordt beschermd (Mensenrechten.nl, Z.J.). Bovendien dient Nederland en Europa zich te houden aan de opgestelde wetgeving. In artikel 5 van de Algemene wet gelijke behandeling staat beschreven dat alle medewerkers gelijk dienen te worden behandeld op de werkvloer, dit geldt voor primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden  (Mensenrechten, Z.J.).
Niet voor niks is per maart 2015 de  inlenersbeloning verplicht gesteld voor uitzendbureaus in Nederland. Met deze beloningsmethodiek wordt voorkomen dat er ongelijke betalingen plaatsvindt tussen uitzendkrachten en vaste krachten binnen een  bedrijf (Geertsma, 2014).  

Het is voor arbeidsmigranten lastiger om een baan te verkrijgen in Nederland, de kans op hetzelfde inkomen wordt een stuk kleiner.
Poolse arbeidsmigranten hebben een hoog inkomen in Nederland vergeleken met het salaris dat ze zouden verdienen in het land van herkomst (Inspectieszw, Z.J. ). Door de invoering van de pilot zal het voor werknemers uit MOE-landen lastiger worden om een baan in Nederland te bemachtigen. Er zal eerlijke concurrentie ontstaan tussen Nederlandse- en alle buitenlandse werknemers die in Nederland werkzaam zijn (Witteman, 2013). Het gevolg is dat een (groot) deel van de arbeidsmigranten niet meer werk zal verrichten  in Nederland omdat zij hetzelfde inkomen moeten ontvangen dan Nederlandse werknemers omdat er een pilot is ingevoerd.

Tegenwerping 3
De Europese wet dient als richtlijn voor de Europese landen (Mensenrechten, Z.J.). In zowel Europa als in Nederland zijn er wetten opgesteld omtrent het tegengaan van discriminatie op de werkvloer. Artikel 5 van de Nederlandse Algemene wet gelijke behandeling verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit en afkomst bij onder meer de arbeidsvoorwaarden, de beloning, de arbeidsomstandigheden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst. Dit geldt voor iedere burger en rechtspersoon die zich in Nederland bevindt (Mensenrechten, Z.J.). Werkgevers die moedwillig kwaad willen kunnen misbruik maken van zelfreguleringen waardoor de arbeidsmigrant mogelijk wordt onderbetaald (Ensie, 2013). Daarnaast kan

Persoonlijke mening
De schrijve ,Henry Lap, vind dat iedereen die op Nederlands grondgebied werkzaam is recht heeft op gelijk loon op dezelfde werkplek in dezelfde functie. Dit is ook in artikel 5 van de algemene wet gelijke behandeling opgenomen. Ik vind dit voornamelijk omdat hierdoor eerlijke concurrentie ontstaat tussen Nederlandse burgers en arbeidsmigranten. Vooropgesteld ben ik tegen elke vorm van discriminatie, maar met de zogenaamde schijnconstructies begint het er op te lijken dat Nederlandse werknemers gediscrimineerd worden ten opzichte van arbeidsmigranten. De schijnconstructie kan immers niet toegepast worden op  Nederlandse werknemers waardoor het voor werkgevers financieel aantrekkelijker is om arbeidsmigranten te contracteren. Zoals het woord zelf al aangeeft zijn schijnconstructies bedrog, we moeten eerlijk zijn en niet alles afdekken met een schone schijn. Naast dat er oneerlijke concurrentie ontstaat loopt de Nederlandse staat geld mis. Niet voor niks zijn er de afgelopen jaren maatregelen getroffen om de Nederlandse staat extra te spekken ten gevolge van de economische crisis. Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, wordt uitbuiting door afschaffing van schijnconstructies tegen gegaan.