Leren lassen

Lassen is het maken van onuitneembare verbindingen tussen materiaal waarbij de uitgangsmaterialen in elkaar worden versmolten door het verhogen van de temperatuur van de contactvlakken. Deze korte definitie zal je niet in studieboeken over lassen aantreffen omdat deze is opgesteld door Pieter Geertsma van Technischwerken.nl. Toch is de definitie breed genoeg om alle verschillende soorten lasprocessen te omvatten. Er zijn een aantal basisaspecten die je moet weten voordat je kunt leren lassen. Hieronder staan een aantal belangrijke aspecten die van belang zijn als men wil leren lassen. Uiteraard wordt daarbij begonnen met algemene aspecten die bij het lassen aan de orde komen. Voor lassen is namelijk ook theoretische kennis nodig.

Smeltbad tijdens lassen
Als je wilt leren lassen is het belangrijk te weten dat bij lassen het maken van een goed smeltbad tussen het uitgangsmateriaal en eventueel het lastoevoegmateriaal van groot belang is voor het creëren van een kwalitatief goede lasverbinding.Het smeltbad is een term die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van de contactvlakken van de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Dit smeltbad ontstaat door het verhogen van de temperatuur. Dat kan echter op verschillende manieren gebeuren. Zo maakt men bij autogeen lassen gebruik van een brander en maakt men bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen gebruik van een elektrische vlamboog of plasmaboog. In het smeltbad kan men ook lastoevoegmateriaal aanbrengen waardoor het smeltbad groter wordt.

Beschermgas
Het is belangrijk dat het smeltbad niet verontreinigd raakt en goed beschermd wordt doormiddel van een beschermgas of backinggas. Dit gas is bij MAG lassen een actief gas, vandaar ook de Metal Active Gas. Actief gas is meestal CO2. Er zijn ook lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Voorbeelden hiervan zijn MIG lassen (afkorting staat voor: Metal Inert Gas) en TIG lassen (Tungsten Inert Gas). Een inert beschermgas zoals argon of helium beschermt het smeltbad nog beter tegen verontreiniging tijdens het lassen en zorgt er voor dat er geen corrosieve werking optreed tijdens het lassen.

Materialen die je kunt lassen
Bij het woord lassen denkt men meestal aan het maken van een onuitneembare verbinding tussen metalen maar met bepaalde lastechnieken kan men echter ook kunststoffen aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan het spiegellassen waarbij de uiteinden van twee kunststofleidingen aan elkaar worden verbonden nadat ze eerst tegen een gloeiendhete ‘spiegel’ zijn aangedrukt. Omdat de meeste mensen lassen en lastechniek koppelen aan de metaalsector wordt in deze tekst de nadruk gelegd op de toepassing in de metaaltechniek. In de metaalsector wordt lassen veelvuldig toegepast wanneer de verbinding niet uitneembaar moet zijn. Metaal kan men over het algemeen beter aan elkaar lassen dan lijmen. Ook is een lasverbinding vaak veel effectiever dan een verbinding die doormiddel van solderen tot stand komt.

Ferro of non-ferro
Lasverbindingen worden in de metaalsector toegepast bij verschillende metaalsoorten. Deze metaalsoorten worden onderverdeeld in ferro en non-ferro. Bij ferro-metalen en legeringen bestaat het hoofdbestandsdeel uit ijzer wat gevoelig is voor corrosie of roest. Een voorbeeld hiervan is koolstofstaal dat veel wordt gebruikt in de staalconstructie vanwege de stevigheid en verhoudingsgewijs gunstige prijs. Bij ferro-metaal en legeringen maakt men over het algemeen gebruik van actief gas.

Non-ferro metalen zijn minder gevoelig voor corrosie of hebben een oxidelaag die het onderliggende materiaal goed beschermd zoals bij zink en aluminium het geval is. Soms zegt men dat non-ferrometalen edeler zijn dan ferro-metalen maar dat is niet altijd het geval. Zo staat zink in het periodiek systeem der elementen lager dan ferro terwijl zink toch veel beter bestand is tegen corrosie. Denk hierbij aan het verzinken van staal waarbij het zinklaagje het onderliggende staal beschermd tegen roest.

Non-ferro metalen worden ook wel inerte metalen genoemd en worden daarom gelast met een inert beschermgas of backinggas. Een aantal voorbeelden van Non-ferro metalen zijn aluminium, nikkel en zink. Sommige legeringen bevatten echter wel ijzer maar worden toch beschouwd als non-ferro zoals roestvaststaal dat ook wel bekend is onder de afkorting rvs. Het materiaal dat gelast wordt noemt men ook wel uitgangsmateriaal en bepaald in belangrijke mate welk lastoevoegmateriaal gebruikt kan worden. Het spreekt voor zich dat men voor inert uitgangsmetaal ook een inert lastoevoegmateriaal (lasdraad) gebruikt.

Lasposities
Een las kan in verschillende posities worden aangebracht. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan onder de hand lassen maar ook recht omhoog lassen wat ook wel stapelen wordt genoemd. Andere posities zijn uit de zij lassen en boven het hoofd lassen. Dit zijn verschillende lasposities en verschillen ook in complexiteit. Zo is boven het hoofd lassen veel moeilijker dan onder de hand lassen.

MLT en IWT
De hiervoor genoemde alinea’s beschrijven algemene informatie die een lasser moet weten om een goede lasverbinding te kunnen maken. Gelukkig hoeft een lasser op theoretisch vlak niet alles te weten. Daarvoor zijn lasspecialisten oftewel lastechnici. Deze specialisten hebben veel kennis van lastechniek en hebben vaak een opleiding Middelbaar Lastechnicus gevolgd. Deze opleiding wordt ook wel afgekort met MLT. Ook de opleiding IWT is mogelijk, dit staat voor International Welding Technologist. In de praktijk heeft men het ook wel over een IWT-er of een MLT-er. Deze specialisten kunnen een lasmethodebeschrijving opstellen of een welding procedure specification. Daarover lees je in de volgende alinea meer

Lasmethodebeschrijving of welding procedure specification
Lassers moeten weten hoe een lasverbinding tot stand moet worden gebracht. Vooral bij complexere werkstukken van hoogwaardige legeringen is het belangrijk dat een lasser precies weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat is overigens ook het geval bij constructies die worden gemaakt voor de bouw en offshore waarbij een lasser een uitstekende lasverbinding moet leggen omdat er anders grote gevaren kunnen ontstaan met betrekking tot de constructieve stevigheid van producten en constructies.

Bij dergelijke laswerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van een welding procedure specification (wps) of een lasmethodebeschrijving (lmb). Deze duidelijke omschrijvingen zijn meestal opgesteld door een International Welding Technologist of een Middelbaar Lastechnicus. In een lasmethodebeschrijving of welding procedure specification staat informatie over het lastproces dat gehanteerd moet worden door de lasser maar ook het lastoevoegmateriaal, het beschermgas en de laspositie die de lasser moet hanteren voor het maken van de lasverbinding. In de praktijk zullen lassers voor het maken van dergelijke lasverbindingen ook persoonlijk gecertificeerd moeten worden. Dit houdt in dat de lasser een lascertificaat moet behalen die gekoppeld is aan zijn of haar naam.

Lasvaardigheid leren
Uit de alinea’s hierboven komt naar voren dat het maken van een lasverbinding niet eenvoudig is. Er is behoorlijk wat theoretische kennis voor nodig om een goede lasverbinding te maken. Het leren van lasvaardigheid is vooral een kwestie van toepassen. Dat houdt in dat men zelf regelmatig moet oefenen met lassen. Dan leert men namelijk een goed smeltbad maken en leert men ook wat het effect is van warmte op metaal. Er ontstaat namelijk krimp en rek in een werkstuk als men bepaalde gedeelten verwarmt en andere gedeelten niet verwarmt. Het lassen is namelijk vooral het lokaal verhitten van het werkstuk.

Een lasser kan echter ook een gedeelte van het werkstuk voorgloeien. Ook dit is beschreven in de lasmethodebeschrijving of welding procedure specification. Lassers zijn vooral praktijkmensen en daarom is het verstandig om met collega-lassers informatie uit te wisselen over hoe een lasverbinding gemaakt kan worden. Veel lassers hebben door jaren ervaring zichzelf truckjes aangeleerd met betrekking tot het vasthouden van de lastoorts en het instellen van het lasapparaat. Lassen is wat dat betreft echt een beroep dat je in de praktijk moet leren. Veel lassers hebben thuis ook een lastoestel staan waardoor ze ook thuis hun lasniveau op peil kunnen houden.

Uiteraard is het verstandig om een lasopleiding te volgen bij een opleidingsinstituut dat goed bekend staat. Veel technische mbo-scholen bieden lasopleidingen aan. Daarnaast heeft ook het Nederlands Instituut voor Lastechnieken (NIL) veel informatie over lastechniek. Lasopleidingen  die erkend zijn door het NIL hebben meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Veiligheid en lassen
Lassen is overigens een beroep met risico’s. Tijdens het lassen maakt men gebruik van hoge temperaturen waardoor er een risico is op brand. Daarnaast wordt tijdens het lassen ook een zeer schadelijk UV-licht geproduceerd waartegen de ogen beschermd moeten worden. Lassers moeten in de praktijk altijd de voorschreven persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit houdt in dat ze een vlamvertragende lasoverall moeten dragen en een lashelm. De lasdampen moeten worden afgezogen doormiddel van een goed ventilatiesysteem of een lasdampafzuiginstallatie.

Veiligheidsinstructie en personeelsinstructieformulier
Lassers moeten daarnaast ook andere materialen zoals slijptollen en slijpmachines gebruiken conform de veiligheidsvoorschriften. Bedrijven zijn volgens de arbowetgeving verplicht hun werknemers te wijzen op veilig en verantwoord werken. Uitzendbureaus die lassers als uitzendkracht bemiddelen moeten de doorgeleidingsplicht hanteren. Dit houdt in dat deze uitzendbureaus bij de opdrachtgever de veiligheidsvoorschriften en de risico’s op de werkvloer moeten opvragen en doorgeven aan de uitzendkrachten die als lasser gaan werken. Op die manier worden lassers voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte gebracht van de veiligheidsrisico’s die aan het laswerk verbonden zijn en de manier waarop de veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden. Dit gebeurd onder andere door een personeelsinstructieformulier die veel VCU gecertificeerde uitzendbureaus hanteren.

 

Indeling soorten elektrische spanning

Elektrische spanning wordt uitgedrukt in de grootheid Volt (V). Wanneer elektrisch geladen deeltjes ongelijk over twee polen verdeeld zijn en willen bewegen, is er sprake van spanning. Er zijn vier verschillende soorten spanning. Deze verschillende soorten spanning zijn ingedeeld in het aantal Volt. Door deze indeling en benaming wordt inzichtelijk met wat voor type elektrische installatie een elektromonteur werkt.

  • Zeer lage spanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 12V tot 24V.
  • Laagspanning
    De categorie laagspanning wordt opgedeeld in twee groepen:
    –             Wisselspanning tot 1000V en
    –             Gelijkspanning tot 1500V.
  • Middenspanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 1.000V tot 50.000V.
  • Hoogspanning
    Hieronder vallen elektrische spanningen van 50.000V tot meer dan 380.000V.

Verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning
Elektrische spanning wordt ook wel ingedeeld in wisselspanning en gelijkspanning. We leggen het verschil tussen deze twee begrippen kort uit. Bij wisselspanning wisselt de richting van elektronen vandaar de benaming wisselspanning. Als iemand een elektrische schok krijgt van een elektrische installatie met wisselspanning dan veroorzaakt dat een forse stoot, maar de persoon blijft niet vastzitten aan het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat.

In een elektrische installatie met gelijkspanning stromen de elektronen steeds in dezelfde richting. Als men een stroomschok krijgt van gelijkspanning dan veroorzaakt dat spierkramp. De persoon blijft na de schok vaak verkrampt vastzitten aan de elektrische installatie. Gelijkspanning veroorzaakt bij kortsluiting grotere vlambogen dan wisselspanning. Als men het heeft over veilig werken met elektriciteit moet men de verschillen in risico’s tussen gelijkspanning en wisselspanning goed weten.

Veilige spanning
Werken met veilige spanning is ook mogelijk in de elektrotechniek. Men heeft het over veilige spanning omdat er bij een bepaalde spanning geen gevaar is voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer. Veilige spanning is:

  • Wisselspanning met maximaal 50 V(olt)
  • Gelijkspanning met maximaal 120 V(olt)

In vochtige, nauwe ruimten is men verplicht om veilige spanning toe te passen in elektrische installaties. Daarnaast wordt in speciale instellingen zoals in zwembaden en ziekenhuizen gewerkt met een zeer lage spanning: 12 V(olt).

Werken aan elektrische installaties
Het werk van een elektromonteur brengt gevaren met zich mee. Het bekendste gevaar is een elektrische schok die in een alinea hierboven al even is benoemd. Om te voorkomen dat men een elektrische schok krijgt zal men de spanning van een elektrische installatie moeten uitschakelen. Het werk aan elektrische installaties is overigens het werk van specialisten alleen bevoegde elektromonteurs die een gedegen opleiding hebben gehad mogen aan een elektrische installatie werken. In de NEN 3140 wordt een indeling gegeven op basis van de bevoegdheid van elektromonteurs. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een:

  • Voldoende Onderricht Persoon (VOP) die onder toezicht van een VP nauwkeurig omschreven werkzaamheden mag uitvoeren aan elektrische installaties.
  • Vakbekwaam persoon (VP) mag zelfstandig aan elektrische installaties werken.
  • Installatieverantwoordelijke (IV)
  • Werkverantwoordelijke (WV).

De hierboven genoemde personen mogen in meer en mindere mate zelfstandig aan elektrische installaties werken. Daarvoor krijgen deze personen een schriftelijke aanwijzing van hun leidinggevenden. Personen die geen of onvoldoende elektrotechnische kennis hebben worden ook wel een ‘leek’ genoemd. Een leek mag niet of nauwelijks aan elektrische installaties werken. Een Leek geen aanwijzing en is iemand anders dan een Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Een leek kan bijvoorbeeld elektrische bedrading verwijderen bij de sloop van een gebouw. Uiteraard dient deze bedrading dan niet onder spanning te staan.

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Wat is een bedrijfsnoodplan?

Een bedrijfsnoodplan wordt ook wel een calamiteitenplan genoemd en is een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft getroffen om zich voor te breiden op calamiteiten en noodsituaties. Doormiddel van een bedrijfsnoodplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bedrijf zal omgaan met noodsituaties. In dit plan worden de afspraken, procedures en organisatiestructuren weergegeven die van belang zijn wanneer er sprake is van een noodsituatie. Het bedrijfsnoodplan maakt inzichtelijk wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft en maakt duidelijk hoe de afstemming met is met hulpdiensten en andere organisaties.

Is een bedrijfsnoodplan verplicht?
Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘ja’. Elk bedrijf is in Nederland verplicht om een bedrijfsnoodplan te hebben. Dit is vastgelegd in Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Het doel van bedrijfsnoodplan is om de gevolgen van een noodgeval of calamiteit te bestrijden of te verminderen. Leidinggevenden in een organisatie zullen de inhoud van het bedrijfsnoodplan moeten kennen en moeten weten wat hun verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn voor het geval er zich een noodsituatie voordoet.

Ook uitvoerende of operationele medewerkers moeten een bedrijfsnoodplan ontvangen voordat ze een bedrijfsterrein gaan betreden. Deze verplichting is ook van toepassing op tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Door deze verplichte verstrekking van het bedrijfsnoodplan zal elke persoon die een bepaald werkterrein of gebouw betreedt op de hoogte zijn van de acties die moeten worden ondernomen als er een calamiteit of noodsituatie is ontstaan. Het is echter niet overzichtelijk en effectief om iedere werknemer en leidinggevende een dik boek met allemaal regels en verplichtingen te verstrekken.

In plaats daarvan maken bedrijven gebruik van overzichtelijke folders en kleine boekjes waarin met behulp van foto’s is aangegeven welke zaken van belang zijn als er noodsituaties zijn ontstaan. Naast deze overzichtelijke documenten worden vaak borden gebruikt met daarop duidelijke richtlijnen en aanwijzingen waar men heen moet gaan als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en waar men dan rekening mee moet houden.

Onderdelen bedrijfsnoodplan
Een bedrijfsnoodplan bestaat uit een aantal onderdelen. De inhoud van een bedrijfsnoodplan kan verschillen tussen organisaties en zal in grote mate worden beïnvloed door de aard van de risico’s en de omvang van het gebouw of werkterrein. Het plan moet in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

Doelstellingen
In dit deel zijn het type noodgevallen en calamiteiten beschreven waar het bedrijfsnoodplan op is gericht. Daarbij wordt een omschrijving gegeven en zijn de scenario’s benoemd en de mogelijke omvang en effecten. Ook de aanwezigheid van schadelijke en gevaarlijke stoffen wordt hierbij benoemd. Ook is aangegeven waar de relevante informatie gevonden kan worden. De doelstellingen dienen zo geformuleerd te zijn dat het bedrijfsnoodplan in de praktijk toepasbaar is, ook tijdens oefeningen.

Organisatiestructuur
In het bedrijfsnoodplan moet een duidelijke structuur worden benoemd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke rol het personeel heeft dat binnen het bedrijf werkzaam is. Ook de verantwoordelijkheden dienen duidelijk te worden benoemd evenals de bevoegdheden van bepaalde personen zoals bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en leidinggevenden. Verder dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt hoe de afstemming plaatsvind met de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Communicatie
Een bedrijfsnoodplan gaat voor een groot deel om communicatie, elk personeelslid, leidinggevende en specialist moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. In een communicatieplan wordt dit duidelijk. Het communicatieplan maakt de procedures inzichtelijk over hoe ambulancepersoneel, brandweer, overheidsdiensten, politie en andere relevante instanties opgevangen moeten worden door de organisatie wanneer de melding is gedaan. Kortom wie houdt op welke manier contact met deze verschillende partijen nadat ze op de werklocaties aanwezig zijn om bijstand te verlenen.

Instructieplan
In het instructieplan wordt duidelijk gemaakt wanneer de werknemers geïnstrueerd worden omtrent het calamiteitenplan. De werknemers dienen namelijk voor het betreden van het werkterrein of gebouw op de hoogte zijn van het bedrijfsnoodplan. Het moment van de instructie en de manier waarop de instructie omtrent het bedrijfsnoodplan plaatsvind is vastgelegd in het instructieplan.

Procedures
Een aantal specifieke procedures die moeten opgevolgd worden in het geval van een calamiteit moeten duidelijk zijn omschreven. Dit gaat om de waarschuwings- en alarmeringsprocedures. Dit deel van het bedrijfsnoodplan bevat informatie over:

  • Welke persoon, op welke manier en door welke verantwoordelijk intern gealarmeerd zal moeten worden.
  • Hoe intern gespecialiseerd personeel moet worden opgeroepen en door wie dat gedaan kan worden.
  • Welke perspoon of personen geautoriseerd om hulpdiensten te alarmeren. De alarmnummers moeten makkelijk vindbaar zijn.
  • Op welke plaats of plaatsen het personeel zich dient te verzamelen. Deze verzamelplekken dienen bij iedereen bekend te zijn.

Tekeningen
Een bedrijfsnoodplan bevat ook tekeningen. Dit kunnen tekeningen zijn van een werkterrein maar ook van een gebouw. In het laatste geval zal van elke laag van een gebouw in een tekening moeten worden aangegeven wat de vluchtwegen zijn, waar de blusmiddelen zijn geplaatst en waar de brandmelders zijn aangebracht.

Medische verzorging
Binnen het bedrijfsnoodplan dient ook aandacht te worden besteed aan hoe gewond personeel kan worden geholpen. Voor slachtoffers dienen ook veilige verzamelplaatsen aanwezig te zijn. De medische noodcentra en faciliteiten moeten bekend zijn.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig elektrisch lassen

Elektrisch lassen is een verzamelnaam voor verschillende lasprocessen waarbij men elektriciteit gebruikt om een lasverbinding tot stand te brengen. De bekendste categorie hiervan is het elektrisch booglassen waar ook het lassen met booglassen met beklede elektrode (afgekort BMBE lassen) en het MIG/ MAG lassen (afkortingen: Metal Inert Gas en Metal Active Gas) toe behoren.

Toepassing elektrisch lassen
Elektrisch lassen komt veel voor in de techniek. Doormiddel van de verschillende soorten lasprocessen kunnen onuitneembare lasverbindingen tot stand worden gebracht. Daarbij is niet alleen het lasproces van belang maar ook de lasdraad (lastoevoegmateriaal) en het beschermgas dat ook wel backinggas wordt genoemd. Voor het lassen van staal gebruikt men over het algemeen goedkope actieve gassen. Voor het lassen van RVS, aluminium en hoogwaardige roestvaste legeringen gebruikt men over het algemeen inerte gassen zodat het smeltbad goed beschermd is tegen de corrosieve werking van zuurstof en andere invloeden uit de atmosfeer. 

Vaak wordt BMBE lassen elektrisch lassen genoemd of elektrodelassen. Dit is echter niet geheel juist want er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Zo behoort ook TIG-lassen (TIG=Tungsten Inert Gas) tot het elektrisch lassen alleen smelt hierbij de Wolfram elektrode niet af. Bij BMBE lassen smelt de elektrode wel af evenals bij MIG/MAG lassen waarbij de elektrode tevens de lasdraad is. Kortom er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Omdat elektrisch lassen zo vaak wordt gedaan in de techniek is het belangrijk om een aantal veiligheidsaspecten te benoemen zodat de veiligheid op de werkvloer wordt bevorderd. In de volgende alinea zijn eerst een aantal specifieke gevaren genoemd met betrekking tot lassen en dan met name elektrisch boog lassen.

Gevaren van elektrisch lassen
Elektrisch lassen kent een aantal specifieke en een aantal algemene gevaren waar men mee rekening dient te houden voordat men gaat lassen. We noemen de volgende:

  • Men werkt met elektriciteit waardoor er gevaar is op elektrocutie.
  • Er is brandgevaar vanwege de lasspetters die van de meeste lasprocessen af komen.
  • Er is ook explosiegevaar wanneer men last in een omgeving met mogelijke explosieve stoffen en explosieve mengsels.
  • De Uv-straling die bij de lasprocessen ontstaat kan de ogen beschadigden (lasogen)
  • De infraroodstraling die vrijkomt bij de lasprocessen is eveneens slecht voor de ogen.
  • Ook de huid kan verbranden door de Uv-straling.
  • De lasspetters kunnen daarnaast ook brandwonden veroorzaken.
  • De lasdampen kunnen longaandoeningen veroorzaken.

Dit zijn slechts een aantal gevaren die aanwezig kunnen zijn tijdens het elektrisch lassen. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zullen bedrijven de specifieke risico’s op de werkplek in kaart moeten brengen. Als binnen een bedrijf wordt gelast dan zal het bedrijf ook deze lasprocessen moeten beschrijven met de bijbehorende risico’s. Dit alles staat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van het bedrijf. Dit RI&E vormt een belangrijk deel van het arbobeleid van het bedrijf. Bedrijven zijn verplicht om een arbobeleid te voeren en zijn daardoor eveneens verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie te houden. Bovendien moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven hoe ze de risico’s willen verwijderen, reduceren en beheersen. Veiligheidsvoorschriften en een duidelijke werkinstructie zijn daarbij van belang. Ook kan een bedrijf werken met werkvergunningen waarbij men duidelijk binnen veiligheidskaders zal moeten werken om gevaren op de werkvloer te voorkomen. Hieronder staan nog een aantal belangrijke veiligheidsinstructies die van toepassing zijn op (elektrisch) lassen.

Veiligheidsinstructies voor elektrisch lassen
Elektrisch lassen zorgt voor bepaalde risico’s dat heb je in de vorige alinea kunnen lezen. Er zijn echter nauwelijks mogelijkheden om elektrisch lassen te vervangen voor een verbindingsproces met dezelfde kwaliteiten. Daarom kan men het risico van elektrisch lassen nooit geheel wegnemen. Men kan wel trachten de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Dit kan door beheersmaatregelen, waaronder het verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en het verstrekken van werkinstructies. Hieronder staan een aantal belangrijke instructies die de veiligheid bevorderen wanneer men elektrisch gaat lassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag werkschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen met een flap over de veters zodat deze niet kunnen verbranden. Ook laslaarzen zijn een veilige optie.
  • Draag een veilige laskap het liefst met een beademing er aan vast zodat men geen giftige lasdampen inhaleert.
  • Zorg voor ventilatie.
  • Maak gebruik van een afzuigsysteem voor lasdampen.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af met bijvoorbeeld lasschermen zodat andere mensen die geen lashelm dragen geen last krijgen van de Uv-straling en infraroodstraling.
  • Bedek de hals en andere delen van het lichaam goed als je last in verband met het Uv-licht en de lasspetters.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel het lastoestel goed in.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten en goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Houd blusmiddelen binnen handbereik

Wat is handlassen?

Handlassen is werkwoord dat wordt gebruikt voor alle lasprocessen die door een lasser met de hand met behulp van een lastoorts worden uitgevoerd. Het handlassen is de tegenhanger van geautomatiseerd lassen. Bij geautomatiseerd lassen worden vaak lasrobots gebruikt, zoals laserlasrobots maar er zijn ook lasrobots die lasverbindingen maken met behulp van het TIG-lasproces en MIG/MAG-lasproces. Ook orbitaal lassen is een vorm van een geautomatiseerd lasproces. Bij OP-lassen (onder poederdek lassen) wordt ook in bepaalde mate gebruik gemaakt van geautomatiseerd lassen.

Al deze lasprocessen verschillen van handlassen omdat met handlassen de lasser zelf de toorts boven het smeltbad beweegt en zelf indien nodig lastoevoegmateriaal in het smeltbad aanbreng. Daardoor heeft een handlasser grote invloed op de kwaliteit van de lasverbinding. Een handlasser moet over een goede lastechniek beschikken.

Handlassen is vakwerk
In tegenstelling tot geautomatiseerde lasprocessen is lassen met de hand echt vakwerk. Dit houdt in dat de lasser over speciale (hand)vaardigheid moet beschikken. Lassers die bedreven zijn in handlassen zijn vakmensen. Het is overigens niet zo dat elke handlasser op dezelfde manier last. De snelheid waarmee ze lassen kan verschillen en ook de positie van de lastoorts ten opzichte van het smeltbad kan verschillen. Daarnaast kunnen handlassers ook hun lasapparaat op verschillende manieren instellen. Sommigen kiezen voor veel ampère om sneller te lassen en andere lassers kiezen juist voor wat minder ampères om langzamer en zorgvuldiger te lassen.

Een handlasser werkt overigens niet alleen met zijn of haar handen. Ze moeten ook goed nadenken over de warmte-inbreng in het werkstuk. Warmte zorgt namelijk voor vervorming en daarmee moet rekening worden gehouden. Vanwege de kwaliteitsnormen die steeds strenger worden moeten veel lasprocessen voldoen aan lasmethodekwalificaties. Deze lasmethodekwalificaties zijn bedrijfsgebonden. Vaak moet een lasser ook gekwalificeerd worden doormiddel van een lasserkwalificatie. Een handlasser leest in de lasmethodebeschrijving hoe de lasverbinding gemaakt dient te worden in het werkstuk. In deze lasmethodebeschrijving staat ook werk lastoevoegmateriaal gehanteerd moet worden en welk lasproces moet worden gebruikt. ook de laspositie is aangegeven.

Stereolassen
Stereolassen is een voorbeeld van een lasproces dat eigenlijk alleen met de hand kan worden uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee TIG lassers die een groot RVS werkstuk moeten lassen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een inert beschermingsgas. Dit wordt aan de achterkant van de lasverbinding door een handlasser op het smeltbad aangebracht zodat het smeltbad beschermd wordt tegen schadelijke invloeden uit de omgeving en de atmosfeer. De andere handlasser maakt met zijn lastoorts het smeltbad en voegt met de hand het lastoevoegmateriaal toe. De twee handlassers die het stereolassen uitvoeren moeten echt vakmannen zijn die goed met elkaar kunnen samenwerken.

Handlassers zijn niet altijd allround
Een handlasser kan uit de hand lassen maar dat houdt niet in dat hij of zij elk lasproces kan uitvoeren. Er zijn bijvoorbeeld handlassers die uitstekend MIG/MAG kunnen lassen maar er zijn ook handlassers die goed TIG kunnen lassen. Deze lasprocessen zijn veel voorkomend en er zijn handlassers die beide lasprocessen beheersen hoewel ze wel in uitvoering en toepassing verschillen. Verder is lassen met beklede elektrode (BMBE) lassen een lasproces dat vaak met de hand wordt uitgevoerd. Ook autogeen lassen (met vlam) is een handlasproces.

Handlassen als tegenhanger van geautomatiseerd lassen
Ten opzichte van automatische lasprocessen heeft handlassen een aantal voordelen en nadelen. Handlassen biedt meer vrijheid voor de lasser. De lasser zal zelf zijn of haar lastoorts in positie moeten brengen en kan daardoor op plekken komen waar een grote lasrobotarm meestal niet bij kan. Voor moeilijk laswerk is daarom een handlasser geschikter dan een geautomatiseerd lasproces. Daarnaast moet een lasrobot geprogrammeerd worden en dat kost tijd. Daarom is een geautomatiseerd lasproces geschikter voor grotere series omdat men anders voor elk nieuw afwijkend product weer een nieuwe programmering moet invoeren.

Handlassen is echter wel een langzamer proces dan een geautomatiseerd lasproces. Daarom is handlassen weer minder geschikt voor grote series. Verder biedt een geautomatiseerd lasproces constant een bepaalde kwaliteit en dat kan bij handlassen verschillen omdat dat de kwaliteit van de handlassen in sterke mate afhankelijk is van de vaardigheden van de handlasser. Dat probeert men te ondervangen met lascertificaten die een lasser zou moeten behalen om aan bepaalde werkstukken te mogen lassen.

Wat is een allround lasser?

Een allround lasser is een lasser die verschillende lastechnieken beheerst en daardoor allround ingezet kan worden in het maken van lasverbindingen in verschillende materialen behulp van verschillende lasprocessen. In de metaaltechniek worden verschillende verbindingen toegepast. Men onderscheid hierin de uitneembare verbindingen zoals schroefdraadverbindingen en niet-uitneembare verbindingen waarbij de lasverbinding in de metaaltechniek het bekendste voorbeeld is. Het maken van lasverbindingen vereist kennis en vaardigheid.

Daarbij komt dat lasprocessen onderling sterk verschillen. Dat zorgt er voor dat lassers onderling ook verschillen. Er zijn lassers die veel ervaring hebben met MIG/MAG lassen maar er zijn ook lassers die goed TIG kunnen lassen. Ook BMBE (elektrode) lassen wordt nog veel toegepast. In de installatietechniek gebruikt men daarnaast ook nog het autogeen lassen waarbij men gebruik maakt van een vlam. Een allround lasser beheerst in de praktijk een aantal van de hiervoor genoemde lasprocessen. Lassers die alle gangbare (want er zijn er nog veel meer) lasprocessen beheersen zijn er bijna niet.

Een allround lasser of specialist
Iemand die zich een allround lasser noemt beheerst in de praktijk meestal MIG/MAG en TIG eventueel ook nog BMBE-lassen, dit is lassen met een beklede elektrode. Een lassers is pas allround als hij of zij met deze lasprocessen zelfstandig een werkstuk kan aflassen. Als een lasser ook nog een werkstuk kan samenstellen op basis van een tekening dan spreekt men ook wel over een samensteller lasser. Tekening lezen vereist echter technisch inzicht en niet alle tekeningen zijn gelijk.

Een allround samensteller lasser kan in de praktijk meerdere lasprocessen uitvoeren en kan een diversiteit aan tekeningen lezen zodat deze werknemer een werkstuk van het begin tot het einde in theorie zou moeten kunnen bouwen en aflassen. Allround samenstellers lassers zijn er in de praktijk bijna niet. Veel lassers specialiseren zich in het bouwen of basis van tekeningen of het aflassen.

Daarbij worden veel lassers ook nog gespecialiseerd in een bepaald lasproces en materiaal. Denk hierbij aan de gecertificeerde lassers die bijvoorbeeld dunwandige rvs-leidingen onder een hoeklas van 45 graden (HL-45 of positie G6) kunnen lassen. Deze lassers zijn meestal niet (meer) allround maar juist gespecialiseerde (af)lassers.

Hoe wordt ik een allround lasser?
Niet iedereen kan een allround lasser worden. De theorie met betrekking tot lassen is niet erg complex maar de vaardigheid echter wel. Lassers doen veel werk op basis van inzicht en gevoel en dat is niet voor iedereen weggelegd. Een lasser weet dat tijdens het lasproces warmte wordt ingebracht in het materiaal. Daardoor gaat het materiaal vervormen. Het ene lasproces brengt echter meer warmte in het werkstuk dan het andere. Daarnaast moet een TIG lasser met één hand de lastoorts bedienen om met een andere hand het toevoegmateriaal in het smeltbad te brengen. De lastoorts van een TIG-lasapparaat bevat een niet-afsmeltende wolfraam (tungsten) elektrode. MIG/MAG lassen is weer een heel ander proces waarbij gebruik wordt gemaakt van lasdraad dat automatisch wordt doorgevoerd vanuit het laspistool richting het werkstuk. Bij lassen met een beklede elektrode maakt men niet direct gebruik van een beschermgas, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde lasprocessen. In plaats daarvan maakt men gebruik van een elektrode bekleding die tijdens het lassen verbrand waardoor een beschermgas vrij komt. De elektrode smelt dus af waardoor de lastoorts als het ware steeds korter wordt.

Een allround lasser heeft ervaring in meerdere van deze lasprocessen (en eventueel ook andere lasprocessen) en deze ervaring krijg je alleen door heel veel te oefenen. Lassen leer je vooral door te doen. Dit kan in de praktijk zijn maar ook op school als daar een praktijkruimte aanwezig is met verschillende soorten lastoestellen.

Waar werken allround lassers?
Er zijn specifieke bedrijven die regelmatig vacatures publiceren voor allround lassers. Dit zijn vooral bedrijven die verschillende producten maken van diverse materialen. Een bedrijf met een rvs-afdeling en een staalafdeling heeft bijvoorbeeld vaak behoefte aan een allround lasser die zowel MIG/MAG kan lassen voor het staal en TIG kan lassen voor het rvs. Ook bedrijven die werken als toeleverancier voor verschillende opdrachtgevers zoeken vaak flexibel inzetbare lassers in hun vacatures. Een allround lasser is vaak flexibel inzetbaar.

Helemaal mooi is het wanneer de allround lasser ook nog goed kan samenstellen waardoor hij of zij zelfstandig op bepaalde projecten kan worden ingezet. In de praktijk werken allround lassers vaak bij kleine metaalbedrijven. Bij grote metaalbedrijven zijn de lasprocessen vaak gespecialiseerder en werkt men bijvoorbeeld alleen op een rvs-afdeling om daar TIG te lassen of alleen op een staalafdeling om daar MAG (CO2) te lassen. In grote bedrijven wisselt men over het algemeen minder lassers uit tussen afdelingen terwijl dit bij kleinere bedrijven wel gebeurd als er een ander type product wordt gemaakt.

Wat is fotolassen en wat doet een fotolasser?

In de metaaltechniek hoor je soms de functienaam ‘fotolasser’ ook vraag men wel om lassers die kunnen ‘fotolassen’. Deze benaming is behoorlijk ingeburgerd in de metaalsector maar is behoorlijk vaag. Daarom is in dit artikel informatie gegeven over de termen fotolassen en fotolasser.

Wat is fotolassen?

Fotolassen is een werkwoord maar men kan eigenlijk niet zeggen dat iemand gaat fotolassen. Ook kan iemand niet zeggen zou je die fotolassen even kunnen maken.  De term fotolassen is enkel een benaming voor de kwaliteit waaraan bepaalde lassen moeten voldoen.

Als men het over fotolassen heeft bedoelt men dat de lassen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving. De lasmethodebeschrijving is geënt op de lasmethodekwalificatie die het bedrijf heeft behaald. In de lasmethodebeschrijving is vastgelegd hoe een las gemaakt moet worden en via welk lasproces de las gemaakt moet worden door de lasser. Daarin kan zijn vastgelegd dat de las fototechnisch gecontroleerd moet worden. De controle van de las kan namelijk door röntgenfoto’s worden gedaan.

Röntgenfoto’s van lassen

Doormiddel van röntgenfoto’s kan men controleren of de las inderdaad goed is aangebracht door de lasser. Met röntgenfoto’s kan men zien of er geen insluitingen of andere onzuiverheden in de las aanwezig zijn. Een fotolas is pas echt een fotolas als de las de röntgenfototest kan doorstaan. Een voordeel van röntgenfoto’s is dat men de las niet hoeft te vernietigen tijdens deze test. De las blijft in tact. Daarom noemt men deze onderzoeksmethode ook wel Niet Destructief Onderzoek. Dit wordt ook wel afgekort met NDO. Destructief Onderzoek kan ook worden uitgevoerd. Hierbij wordt de las bijvoorbeeld doorgezaagd of uitelkaar getrokjen met een trekproef of breekproef. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding dan vernietigd is.

Wat doet een fotolasser?

Een fotolasser is in feite geen functieaanduiding. Iemand is geen fotolasser maar een lasser kan wel lassen leggen conform een lasmethodebeschrijving. Een lasser moet een lascertificaat behalen conform de lasmethodebeschrijving en de lasmethodekwalificatie van een bedrijf. Hiervoor dient de lasser een proefstuk maken met een onafhankelijke getuige er bij. Dit proefstuk wordt gecontroleerd in een speciaal testlab. Tijdens de testen wordt de las op verschillende manieren gecontroleerd.  De manier van controleren worden vastgelegd in het lascertificaat.  Hierin kan bijvoorbeeld staan dat eem breekproef is toegepast of dat men met geluidsgolven (ultrasoon) getest heeft. Ook testen doormiddel van röntgenfoto’s kunnen vastgelegd worden op het lascertificaat.  In het laatste geval zou men kunnen zeggen dat een lasser een las kan maken op fototechnisch niveau. Dan zou je kunnen spreken van een fotolas en een fotolasser.

Aandachtspunten bij het woord fotolasser

Als iemand op fotoniveau kan lassen weet je eigenlijk nog heel weinig. Want je moet weten welk lasproces is gebruikt bij het proefstuk waar de lasser zijn of haar certificaat mee heeft behaald.  Ook moet je weten welk materiaal is gelast en welke dikte dit materiaal had. De vorm van de lasnaad is ook belangrijk. Was dit bijvoorbeeld een V-naad, een X-naad of een K-naad. Het toevoegmateriaal is eveneens belangrijk is er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van poedergevulde draad (rutiel), beklede elektrode of andere lasdraad. Dit alles wordt vastgelegd op het lascertificaat van de lasser. Bovendien staat op dit lascertificaat in welke positie de lasser de las heeft aan gebracht. Voorbeelden hiervan zijn onder de hand, uit de zij, stapelen en boven het hoofd. Een bijzondere positie die vaak vereist is in het leidinglassen is G6 of HL 45.

Hierbij moet de lasser een buis of pijp met een bepaalde wanddikte in een positie van 45 graden plaatsen en dan rondom lassen. Een fotolasser kan een mengeling van bovenstaande gegevens op xijn lascertificaat hebben staan. Daarom weet je met de term fotolasser niet precies wat de lasser kan en mag lassen. Als men om een fotolas of fotolasser vraagd zal je altihd moeten nagaan welke lascertificaten precies vereist zijn. Daarbij is ook nog een verschil of de las conform de Europese Normering is gelegd, dit wordt aangeduid met EN, of de Amerkaanse normering welke wordt aangedijd met AWS.

Wat is weerstandlassen en welke varianten zijn er van dit lasproces?

Weerstandlassen is een lasproces waarbij gebruik wordt gemaakt van een lastoestel dat elektrisch wordt aangedreven. Hierbij worden twee onderdelen van het werkstuk tegen elkaar aangedrukt. Tijdens het lassen loopt er een grote elektrische stroom door de twee onderdelen van een werkstuk die aan elkaar verbonden moeten worden. De weerstand tegen de elektrische stroom is het hoogst op contactvlak van deze onderdelen. Daardoor ontstaat op het contactvlak een behoorlijke temperatuursverhoging. Deze temperatuursverhoging zorgt er voor dat de twee werkstukonderdelen op het contactvlak gaan smelten en een deegachtige substantie vormen.

Geen beschermgas
Bij weerstandlassen maakt men geen gebruik van beschermgas zoals men dat bij andere lasprocessen, bijvoorbeeld MIG/MAG lassen, wel doet. Bij weerstandlassen hoeft geen gebruik gemaakt te worden van beschermgas omdat over het algemeen geen ruimte zit tussen de werkstukonderdelen die aan elkaar gelast moeten worden. Dit gebrek aan ruimte tussen de werkstukonderdelen zorgt er voor dat zuurstof en andere nadelige gasvormige stoffen het lasproces niet nadelig kunnen beïnvloeden. Bij afbrandstuiklassen, een variant van weerstandlassen, ontstaat er aan het begin van het lasproces wel een kleine ruimte. Men maakt bij dit lasproces gebruik van een brandbaar gas zoals aardgas om de aanwezige zuurstof op te branden en de oxide te verwijderen. Over dit weerstandlasproces is onderaan de tekst meer informatie gegeven.

Parameters voor weerstandlassen
De spanning die gebruikt wordt bij weerstandlassen is slechts enkele Volt. De stroomsterkte is echter behoorlijk en kan oplopen tot wel 100.000 Ampère. De stroomsterkte is zeer belangrijk bij weerstandlassen. Daarnaast is ook druk van de elektrode belangrijk voor dit lasproces. Verder is de elektrodegeometrie en de lastijd belangrijk. Deze verschillende parameters moeten goed op elkaar worden afgestemd als men een goede verbinding wil maken.

De elektroden bij weerstandlassen kunnen een verschillende vorm hebben. Bij puntlassen heeft de elektrode, zoals de naam van dit lasproces al doet vermoeden, een puntige vorm. Bij rolnaadlassen wordt gebruik gemaakt van elektroderollen waartussen de platen van het werkstuk worden gerold. Welke elektrodevariant ook wordt gebruikt het raakvlak van de elektrodes moet een bepaalde oppervlakte hebben. De oppervlakte waartussen de werkstukonderdelen worden ingeklemd bepalen onder andere de lasdiameter.

Varianten van weerstandlassen
Er zijn verschillende varianten van weerstandlassen. Hieronder zijn een aantal bekende varianten van het weerstandlassen beschreven.

Puntlassen is een variant van weerstandlassen die onder andere wordt gebruikt bij dun plaatwerk. Hierbij worden twee platen tussen twee puntvormige elektrodes geplaatst. De elektrodes drukken aan beide kanten tegen de twee platen van het werkstuk. Terwijl dat gebeurd wordt er een behoorlijk sterke stroom door het werkstuk heen gestuurd. Hierdoor worden de twee platen van het werkstuk op het contactpunt verhit zodat ze aan elkaar smelten. Puntlasmachine ’s worden onder andere gebruikt in de auto-industrie. Dit lasproces behoort tot het meest gebruikte lasproces dat onder de categorie weerstandlassen valt.

Rolnaadlassen lijkt veel op puntlassen alleen wordt hierbij gebruik gemaakt van grote elektroderollen. Tussen deze twee elektroderollen worden platen ‘getransporteerd’. Dit gebeurd met een bepaalde snelheid. Tijdens het ‘transporteren’ van de plaat tussen de rolelektrodes wordt druk uitgeoefend. Daarnaast worden er met een bepaalde regelmaat puntlassen gemaakt. Hierdoor ontstaat een soort stippellijn. Deze stippellijn verbind de platen aan elkaar.

Projectielassen bij projectielassen wordt gebruik gemaakt van vlakke elektroden. Tussen de vlakke elektroden worden de platen van het werkstuk ingeklemd. Daarna laat men door het contactpunt van de werkstukdelen (dus tussen de elektroden) een grote elektrische stroom lopen. Deze elektrische stroom zorgt er voor dat het contactvlak wordt verhit. Het contactvlak of een deel van het contactvlak wordt tot smelten gebracht en daarnaast wordt door de elektroden druk uitgeoefend op het contactvlak van de platen. Hierdoor smelten de twee delen van het werkstuk aan elkaar vast.

Weerstandstuiklassen wordt ook wel drukstuiklassen genoemd. Dit wordt onder gedaan bij het maken van lasverbindingen tussen buizen. De uiteinden van buizen (of andere materialen) worden door twee elektrisch geleidende klemmen tegen elkaar gedrukt. Terwijl dit gebeurd wordt een grote stoom gestuurd door deze overgang. Omdat de meeste elektrische weerstand ontstaat op de overgang tussen de twee oppervlaktes die aan elkaar verbonden moeten worden, ontstaat daar de meeste hitte. Hierdoor smelten de oppervlakken. Door de druk die wordt uitgeoefend met de klemmen worden de twee gesmolten oppervlaktes tegen elkaar gedrukt zodat ze aan elkaar smelten. Weerstandstuiklassen is een effectief lasproces waarbij geen materiaal verloren gaat.

Afbrandstuiklassen wordt in het Engels ook wel Flash butt welding genoemd. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van elektrische stroom. De onderdelen die aan elkaar gelast moeten worden direct na het inschakelen van stroom iets uit elkaar gehouden. Hierdoor ontstaat een elektrische boog tussen de twee werkstukonderdelen. Deze elektrische boog creëert hitte waarmee de oppervlaktes van de werkstukraakvlakken wordt schoongebrand.  Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van een brandbaar gas zoals aardgas. De hitte verwijdert de oxide zoals roest van metaal waardoor een goede las tot stand kan worden gebracht.

Daarnaast verbrand de elektrische boog ook de zuurstof die tussen de werkstukraakvlakken aanwezig is. Verder zorgt de hitte van de elektrische boog er voor dat de raakvlakken smelten. Na dit smelten worden de werkstukdelen met zeer grote druk tegen elkaar aangedrukt. Hierdoor komt de lasverbinding tot stand. Het aandrukken zorgt er voor dat er een uitstulping ontstaat aan de buitenkant van de lasverbinding. Deze uitstulping kan na het afbrandstuiklassen van het werkstuk worden verwijdert in de nabewerking.

Wat is kouddruklassen en waarvoor wordt dit lasproces gebruikt?

Lassen kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Een zeer bekende vorm van lassen is booglassen. Booglassen is een vorm van smeltlassen. Hierbij worden twee verschillende metalen doormiddel van een elektrische boog verhit en wordt er meestal toevoegmateriaal in de lasboog gebracht zodat de onderdelen van het werkstuk en het toevoegmateriaal samensmelten in een smeltbad. Na het uitharden van het smeltbad is een niet uitneembare lasverbinding ontstaan.

Voor het smelten van metalen is uiteraard veel hitte nodig. Ook bij het Cold Metal Transfer, oftewel het CMT-lasproces van Fronius is nog steeds warmte inbreng nodig tijdens het lassen, al is het CMT-lasproces wel minder heet dan het kortsluitbooglassen doormiddel van het MIG/MAG lasproces. Bij kouddruklassen wordt de temperatuur tijdens het lasproces niet verhoogd. Dit lasprocedé wordt tegenwoordig nauwelijks nog gebruikt. Desondanks volgt hieronder een korte beschrijving van dit lasproces.

Wat is kouddruklassen precies?
De benaming ´kouddruklassen´ maakt een hoop duidelijk. In een koude toestand worden metalen doormiddel van druk gelast. Er is bij kouddruklassen geen sprake van een smeltbad of vloeibare fase in tegenstelling tot smeltlasprocessen zoals booglassen. Het koudlasproces dient in een vacuüm plaats te vinden.

Bij kouddruklassen wordt gebruik gemaakt van de reactie die tussen twee metalen kan ontstaan wanneer de atomen van de metalen elkaar raken. De atomen gaan elkaar aantrekken en er ontstaat een nieuw samenhangend kristalrooster tussen de atomen. Wanneer dit gebeurd is een nieuwe verbinding tot stand gekomen. De verbinding tussen de metalen kan het best tot stand worden gebracht wanneer de metalen helemaal schoon zijn en niet voorzien van een oxidehuid. De oxidehuid zorgt voor vervuiling evenals verfresten die op metalen aanwezig kunnen zijn. Deze dienen dan ook voor het kouddruklassen te worden verwijderd.

Toepassingen van kouddruklasproces
Het kouddruklassen wordt tegenwoordig beschouwd als een verouderd lasproces. Daarom wordt het kouddruklassen nog maar zelden gebruikt voor het verbinden van metalen. Tegenwoordig wordt kouddruklassen nog wel gebruikt bij wire-wraps hierbij worden elektrische draden met elkaar verbonden. Ook in de poedermetallurgie kan gebruik gemaakt worden van kouddruklassen. Poeders hebben een groot oppervlak waardoor de kans groot is dat ze onderlinge verbindingen met elkaar aangaan doormiddel van samenpersen onder hoge druk.

Wat is Cold Metal Transfer CMT lastechnologie?

Cold Metal Transfer is een Engelse term die in het Nederlands vertaald kan worden met koude metaaloverdracht. Dit is een lastechnologie die in de praktijk meestal wordt afgekort met CMT. Het CMT-proces is ontwikkelt door de Oostenrijkse lasapparatuurfabrikant Fronius. Deze lastechnologie is met name interessant voor bedrijven waar producten worden gemaakt van dunne plaat. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de auto-industrie, de luchtvaart en ruimtevaart. Verder is  Cold Metal Transfer geschikt voor het verbinden van aluminium aan staal. Ook kan aluminium doormiddel van het CMT-proces aan verzinkt staal worden verbonden. Cold Metal Transfer kan worden gebruikt voor lasrobots. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van alle gangbare basismaterialen en toevoegmaterialen.

Verschillen tussen Cold Metal Transfer en kortsluitbooglassen
Cold Metal Transfer verschilt van kortsluitbooglassen. Het kortsluitbooglassen wordt gedaan doormiddel van het MIG/MAG lasproces. Hierbij tikt de elektrode van het lastoestel (de lasdraad) het werkstuk aan. Hierdoor ontstaat kortsluiting en loopt een hele hoge stroom tussen de elektrode en het werkstuk. Hierdoor smelt de lasdraad af, dit is tevens het toevoegmateriaal voor het smeltbad van het lasproces. De kortsluiting wordt verbroken, maar de voortdurende toevoer van nieuwe lasdraad zorgt er voor dat er weer opnieuw een kortsluiting ontstaat. Er ontstaat als het ware een circuit van kortsluitingen. De Engelse term  “Shortcut Circuit” is daardoor toepasselijk.

Bij Cold Metal Transfer is de draadbeweging in de procesregeling geïntegreerd. De overgang van materiaal is vrijwel stroomloos. Het lastoevoegmateriaal wordt op het werkstuk overgebracht zonder dat daar spatten bij vrijkomen. De lasnaden die doormiddel van Cold Metal Transfer worden gemaakt zijn daardoor vrij van lasspetters. Dit zorgt er voor dat er minder tijd besteed hoeft te worden aan de nabewerking van de lasnaden. Daarnaast kan doormiddel van Cold Metal Transfer ook een verbinding worden gemaakt tussen aluminium en staal. Dit is met het MIG/MAG lasproces niet mogelijk. Ook is MIG/MAG lassen vanwege de grote warmte inbreng en het vrij ‘ruige lasproces’ niet geschikt voor hele dunne plaat. Cold Metal Transfer is daarentegen wel geschikt voor dunne plaat. Met CMT kunnen platen van 0,3 mm worden gelast. Daarnaast is CMT ook geschikt voor stompe naadgeometrie zonder smeltbadondersteuning.

Fronius CMT lastoestel
Fronius heeft voor Cold Metal Transfer verschillende nieuwe componenten ontwikkelt. De stroombron die bij dit lasproces wordt gebruikt is een TPS 3200/4000/5000 CMT. Hiermee kan een maximale stroomsterkte worden gerealiseerd van 320, 400 of 500 Ampère. Deze MIG/MAG inverter stroombron is volledig gedigitaliseerd. De aansturing vindt plaats voormiddel van een microprocessor. De aanvoer van lasdraad vindt plaats doormiddel van twee draadaanvoer-units die digitaal geregeld zijn. De voorste draadaanvoer-unit is een een Robacta Drive CMT robotlastoorts. Deze is uitgevoerd met een hoogdynamische AC-servomotor die geen overbrenging bevat. Deze draadaanvoer-unit beweegt de lasdraad maximaal 70 maal per seconde vooruit en achteruit. De achterste draadaanvoer-unit is een VR 7000 CMT. Deze wordt gebruikt voor het aanvoeren van de lasdraad. Daarnaast is het lastoestel voorzien van een draadbuffer. Deze draadbuffer koppelt beide draadaanvoer-units los van elkaar. Daarnaast biedt de draadbuffer extra opslagcapaciteit voor de lasdraad. Hierdoor wordt de lasdraad bijna krachteloos in beweging gebracht tijdens het lassen.

Voordelen van Cold Metal Transfer CMT lastechnologie
Cold Metal Transfer is een unieke lastechnologie waarmee lasprocessen kunnen worden uitgevoerd die met andere lastechnologieën niet mogelijk zijn. Dit zijn echter niet de enige voordelen van CMT. Het CMT lasproces is een relatief ‘koud’ lasproces. Hierdoor zijn verschillende procesgangen overbodig.

Daarnaast ontstaan geen lasspatten in tegenstelling tot bijvoorbeeld kortsluitbooglassen doormiddel van het MIG/MAG lasproces. Dit scheelt tijd in de nabewerking. Daarnaast is de kans op brandwonden door lasspetters uitgesloten. Verder is de hoeveelheid rook die ontstaat tijdens het lassen ook geringer dan bij kortsluitbooglassen het geval is.

Er is ook geen  smeltbad ondersteuning nodig wanneer men dunne plaat last met een stompe lasnaadgeometrie. Daarnaast is Cold Metal Transfer geschikt voor lasrobots en het automatiseren van het lasproces. Dit komt door de goede spleetoverbrugging. Met het CMT-lastoestel kan een lasser ook MIG-pulsbooglassen.

Het rendement van CMT-lassen is hoger dan de meeste andere lasprocessen. De gastoevoer naar de lastoorts is optimaal. Verder is dit lasproces veilig, CMT bevat een CE- markering en een S-teken. Daarnaast is ook de IP 23 beschermingsklasse toegekend aan Cold Metal Transfer van Fronius.

Welke vier varianten zijn er van het MIG/MAG lasproces?

MIG/MAG lassen wordt zeer veel toegepast in de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde. Het lasproces wordt ook wel aangeduid met CO2-lassen. Deze benaming is echter onjuist wanneer deze voor beide lasprocessen wordt gehanteerd. MIG/MAG zijn twee afkortingen die meestal bij elkaar worden genoemd. Toch is MIG niet hetzelfde als MAG-lassen. Het verschil tussen deze twee afkortingen wordt duidelijk wanneer men de afkortingen voluit gaat schrijven.

MIG lassen
MIG is een afkorting die staat voor ‘Metal Inert Gas’, dit maakt duidelijk dat men hierbij gebruik maakt van inerte gassen. Deze gassen zijn niet reactief en gaan dus geen reactie aan met de gassen in de lucht die rondom het lasproces aanwezig is. Voorbeelden van inerte gassen zijn Helium en Argon.

MAG lassen
De afkorting MAG staat voor ‘Metal Active Gas’. Deze afkorting maakt duidelijk dat bij MAG lassen wel gebruik wordt gemaakt van een actief gas, dit in tegenstelling tot MIG lassen. Een actief gas reageert wel op de gassen in de omgeving. Meestal wordt bij MAG lassen CO2 gebruikt of een mengsel dat bestaat uit CO2 en Argon. Voordeel van actieve gassen is dat deze gassen goedkoper zijn dan inerte gassen.

Vier verschillende varianten van MIG/Mag lassen
Naast de twee verschillende soorten gassen die worden gebruikt tijdens het MIG/MAG lassen zijn er ook nog vier verschillende varianten die bij het MIG/Mag lassen horen. Deze varianten zijn kortsluitbooglassen, pulserend lassen, lassen met gevulde draad en openbooglassen. Deze varianten zijn hieronder kort toegelicht.

  • Kortsluitbooglassen is een lasproces waarbij de elektrode van het lastoestel het werkstuk aantikt. Door dit aantikken ontstaat kortsluiting tussen het werkstuk en de elektrode. Hierdoor loopt een zeer hoge stroom door de laselektrode. De laselektrode is de lasdraad die op een rol toegevoerd wordt. De hoge stroom zorgt er voor dat de lasdraad afsmelt. Vervolgens wordt de korsluiting afgebroken. De draad wordt echter vanaf de rol voortdurend toegevoerd. Hierdoor ontstaat een circuit aan kortsluitingen. Daarom wordt kortsluitbooglassen in het Engels ook wel “Shortcut Circuit” genoemd.
  • Pulserend lassen is een lasproces waarbij twee verschillen stroomsterktes worden gebruikt. De basisstroom is constant en zorgt er voor dat de lasboog in stand wordt gehouden. Daarnaast is er nog een pulserende stroom. Deze pulsstroom komt over de basisstroom heen. De pulserende stroom zorgt er voor dat het toevoegmateriaal (de toevoegdraad) smelt. Hierdoor smelten er druppels toevoegmateriaal in het smeltbad. Pulserend lassen zorgt voor minder warmte inbreng tijdens het lasproces. Daardoor kan men beter in verschillende lasposities lassen.
  • Lassen met gevulde draad is een lasproces dat ook bij MIG/MAG lassen kan worden toegepast. De draad die wordt toegevoegd tijdens het lassen is, zoals de naam van het lasproces al duidelijk maakt, gevuld. De draad bevat een poeder die er voor zorgt dat er een slak ontstaat op het smeltbad. Een voorbeeld van poeder dat in de gevulde draad wordt toegepast is rutiel. MIG/MAG lassen met een draad die rutiel gevuld is wordt ook wel lassen met ‘rutiel gevulde draad’ genoemd. Lassen met gevulde draad zorgt er voor dat het smeltbad goed wordt beschermd door een slak, dit gebeurd ook met BMBE lassen (lassen met beklede elektrode). Daarom is MIG/MAG lassen met (rutiel) gevulde draad geschikt voor een omgeving waarbij wind en tocht invloed hebben op het lasproces. Uiteraard dient wind en tocht zoveel mogelijk vermeden te worden tijdens het lassen.
  • Openbooglassen kan ook met MIG/MAG lassen worden gedaan. Hierbij worden deeltjes van de elektrodedraad naar het werkstuk gesproeid. Het werkstuk wordt daarbij niet aangeraakt door de elektrode. De boogspanning is veel hoger dan wanneer men met een gesloten boog last en het werkstuk wel raakt met de elektrode. Tijdens lassen met open boog verstuiven kleine druppeltjes van de elektrode en belanden deze in het smeltbad dat tijdens het lasproces ontstaat. Het openbooglassen is een heet lasproces de draadsnelheid is groter dan bij kortsluitbooglassen.

De keuze van de variant van het MIG/MAG lasproces dat men kiest is afhankelijk van verschillende factoren. Tijd en snelheid kunnen belangrijke factoren zijn voor de keuze van een lasproces. Daarnaast is een goede verbinding en een mooie las ook belangrijk. In een lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification (WPS) is duidelijk aangegeven welke lasmethode toegepast moet worden en welk toevoegmateriaal gebruikt moet worden. Daarnaast hebben de meeste bedrijven ook een Middelbaar Lastechnicus (MLT) of een International Welding Technologist (IWT) die veel kennis heeft van lasprocessen. Zowel de MLT als de IWT kunnen belangrijke informatie verschaffen over lasprocessen. Deze informatie kan de lasser gebruiken om de juiste lasmethode te gebruiken zodat de gewenste kwaliteit wordt geleverd.

Hoe kan ik leren lassen en waar moet ik met lassen op letten?

Regelmatig worden er in op de technische arbeidsmarkt lassers gevraagd. Iemand die goed kan lassen lijkt vrijwel verzekerd van een leven lang werk. Dit is echter niet altijd het geval. Er is een groot verschil tussen de verschillende lasprocessen en de materialen die gelast moeten worden. Een lasser is meestal ervaren in één of enkele lasprocessen zoals bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, Elektrode of autogeen. Tussen deze lasprocessen zijn grote verschillen. Niet elk lasproces verloopt even snel, TIG lassen verloopt over het algemeen langzamer dan MIG/MAG lassen. Bij sommige lasprocessen moet men zelf handmatig het toevoegmateriaal aanbrengen zoals bij TIG en autogeen lassen en bij andere lasprocessen zoals MIG/MAG lassen wordt het las toevoegmateriaal automatisch via de lastoorts aangevoerd. Ook het gas dat bij lasprocessen wordt gebruikt. Zo kan er gebruik worden gemaakt van actieve gassen (MAG-lassen) en inerte gassen (TIG-lassen). Deze gassen hebben invloed op het lasproces en het materiaal.

De specifieke eigenschappen van lasprocessen zorgen er voor dat een bepaald lasproces wel of niet geschikt is voor een materiaalsoort, laspositie of plaatdikte. Kortom er zijn grote verschillen tussen de lasprocessen. Daar wordt hier niet verder op ingegaan. Er is voor geïnteresseerden meer informatie over lasprocessen te vinden op deze site. Gebruik hiervoor de zoekfunctie. Het is wel van belang om te weten dat de lasmethode die gebruikt moet worden om een bepaalde las te leggen bij veel bedrijven is beschreven in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification). Deze beschrijvingen kunnen worden opgesteld door een International Welding Technologist (IWT) of een Middelbaar Lastechnicus (MLT). Deze personen zijn bevoegd om lasprocedures te beschrijven en weer te geven in officiële documenten. Sommige bedrijven noemen deze personen bij de afkorting. Hierdoor ontstaan de functiebenamingen IWT-er en MLT-er.

Algemene informatie over lassen
Lassen is zoals in de inleiding gelezen kan worden niet een eenvoudig beroep. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Dit houdt in dat een las een definitieve verbinding is die alleen uitelkaar genomen kan worden door het werkstuk te vernielen. Een las kan onder andere worden verwijdert doormiddel van slijpen met een slijptol, zagen of gutsen. Dit kost extra tijd en het werkstuk wordt er niet fraaier op. Daarom moet een lasser goed weten wat hij of zij doet. Een lasser kan verschillende lasopleidingen volgen. Het volgen van deze opleidingen garandeert niet dat de lasser daadwerkelijk ook hoogstaande kwaliteit levert. Daarvoor hebben lassers meestal specifieke lascertificaten nodig. Op een lascertificaat is aangegeven welk lasproces een lasser beheerst, welk materiaal gelast mag worden, wat voor lastoevoegmateriaal gebruikt mag worden, welke plaatdikte en positie mag worden gebruikt. In de eerder genoemde WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven of een certificaat vereist is of niet. Lassers die op gecertificeerd niveau lassen behoren tot de beste in hun vakgebied. Dit is echter niet voor iedereen bestemd. Sommige lassers zullen nooit op gecertificeerd niveau kunnen lassen omdat ze daar eenvoudigweg te weinig aanleg voor hebben.

De eerste stap voordat je gaat leren lassen
Het is belangrijk dat je de keuze voor het beroep lasser weloverwogen maakt. Lasser is een mooi maar ook een zwaar beroep. Werken in verschillende moeilijke posities kan aan de orde komen. Daarnaast zijn ook de lasdampen schadelijk voor de gezondheid. Een lasser kan daarnaast ook last krijgen van de vonken die van het lasproces vrij kunnen komen. Hierdoor kunnen brandwonden ontstaan als de lasser niet de geschikte brandvertragende kleding draagt. Verder dient een lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen de schadelijke straling die vrijkomt uit de lasboog. Wanneer de lasser dit niet doet kan de lasser lasogen krijgen. Dit is zeer pijnlijk. Als deze nadelen goed onder ogen worden gezien kan men besluiten om een andere vakgebied te kiezen.

Toch zijn er veel mensen die voor het beroep lasser kiezen. Het is een vakgebied waarbij, kwaliteit, gevoel, inzicht en vakmanschap aan de orde komen. Een gedeelte van de lassen kan worden gelegd door robots. Toch is voor met name het lastige positiewerk altijd een lasser nodig die goed is in het vak. Zodra iemand besluit om het vak lasser te leren zal hij of zij goed moeten kiezen welk lasproces het beste bij hem of haar past.

Er zijn verschillende lasprocessen die voor specifieke werkstukken geschikt zijn. Een aankomend lasser moet daarom zichzelf de vraag stellen in welke omgeving hij of zij later wil lassen. Is dat bijvoorbeeld de machinebouw, staalconstructie, scheepsbouw of in de voedingsmiddelenindustrie. De producten die in deze verschillende gebieden van de werktuigbouwkunde worden gemaakt zijn zeer divers en kunnen soms niet met elkaar worden vergeleken. Daarom zal een aankomend lasser een goede keuze moeten maken. Dit kan door bij lasbedrijven langs te gaan en informatie in te winnen bij scholen waar lasopleidingen worden gegeven. Ook internet is een belangrijke informatiebron. Op internet zijn veel filmpjes te vinden waarin uitleg wordt gegeven over verschillende lasprocessen en verschillende soorten bedrijven. Pas wanneer deze informatie goed is bekeken en overwogen kan men een bepaald lasproces kiezen.

Een lasopleiding kiezen
Stel dat men uit de vorige stap de conclusie heeft getrokken dat men graag als MIG/MAG lasser aan de slag wil. Als iemand overtuigd is dat dit een lasproces is waar men  aanleg voor heeft is het verstandig om een opleidingsinstituut uit te zoeken waar een goede MIG/MAG opleiding wordt gegeven. Tussen opleidingsinstituten zitten vaak grote verschillen met betrekking tot de kwaliteit van lasopleidingen. Veel lasbedrijven weten met welk opleidingsinstituut ze goede ervaringen hebben. Deze adviezen kun je gebruiken om een verstandige keuze te maken.  

Het volgen van een lasopleiding
Zodra iemand een opleidingsinstituut heeft uitgekozen kan hij of zij  voor de zekerheid een proefles aanvragen om te kijken of bijvoorbeeld het MIG/MAG lasproces daadwerkelijk een lasproces is waar men mee verder wil. Als men na het volgen van deze proefles nog steeds overtuigd is van de keuze kan de opleiding worden aangevraagd. Meestal zal worden gestart met MIG/MAG niveau 1. Het is echter ook mogelijk dat iemand tijdens de proefles heeft laten zien dat hij of zij over zeer goede lasvaardigheden beschikt. In dat geval kan men vaak niveau 1 verkort doen en gelijk MIG/MAG niveau 2 volgen. De voorwaarden die hiervoor gelden kunnen verschillen per opleidingsinstituut. Met niveau 1 leert de cursist onder andere een werkstuk onder de hand te lassen. Dit is de meest eenvoudige laspositie. Het werkstuk ligt hierbij meestal horizontaal op de werkbank. Dit zorgt er voor dat de lasser er goed zich op heeft. Dit is belangrijk voor de controle op het smeltbad en het werkstuk. Daarnaast leert de cursist in niveau 1 de basistheorie die hoort bij het lasproces waarvoor de cursist de opleiding volgt. In de lasopleiding voor niveau 2 leert men moeilijker lasposities en krijgt de cursist ook meer theorie over lastechniek. Voor veel lasfuncties is niveau 2 het minimale vereiste waaraan een lasser moet voldoen. Veel lassers beheersen een lasproces op niveau 2 of hoger. Als een lasser zich verder wil specialiseren in lassen zal hij of zij verder moeten gaan met het behalen van niveau 3. Hierbij wordt aandacht besteed aan verschillende hoeknaden waaronder binnenhoeknaden. Het aantal posities waarin gelast wordt is nog uitgebreider. Ook de kwaliteit van de las wordt streng beoordeeld. De las wordt niet alleen visueel beoordeeld maar ook radiografisch. Hierdoor kan gekeken worden of de las niet alleen aan de buitenkant goed is maar ook aan de binnenkant geen onvolkomenheden heeft. Als de cursist niveau 3 heeft afgerond kan hij of zij verder met niveau 4. Dit is een heel hoog niveau. Lassers die een bepaald lasproces op niveau 4 beheersen kunnen in vrijwel alle posities dat lasproces uitstekend uitvoeren. Niveau 4 besteed ook aandacht aan hoe verschillende laslagen over elkaar heen gelegd kunnen worden. Daarnaast wordt de kwaliteit van de las nog strenger beoordeeld. Met niveau 4 van een bepaald lasproces kan een lasser in de praktijk zich op papier goed onderscheiden van andere lassers die een lager niveau op de opleiding hebben behaald. Er zijn maar weinig lassers die uiteindelijk niveau 4 halen van een bepaald lastproces.

Niveau 4 is het hoogste niveau dat op een lasopleiding kan worden gehaald. Toch mogen lassers met niveau 4 in de praktijk niet alles lassen. Er zijn werkstukken, schepen, constructies en machines waarvoor een lascertificaat vereist is. Dit is een specifiek certificaat waarmee aangetoond kan worden dat iemand een bepaalde las uitstekend kan leggen. Hierbij wordt ook aangegeven onder welke positie de las door de lasser gelegd kan worden en welk toevoegmateriaal daarvoor gebruikt mag worden. Ook de plaatdikte en de materiaalsoort wordt aangegeven. Een lascertificaat heeft een bepaalde dekking. Deze dekking is nodig om aan de eisen te voldoen die in een WPS of lasmethodebeschrijving zijn vermeld. Één van de moeilijkste lasposities is het lassen van een pijp onder een hoek van 45 graden. Dit wordt ook wel HL 45 of positie G6 genoemd. Lassers die dit certificaat halen behoren tot de beste lassers die op de arbeidsmarkt actief zijn. Voordat een lasser dit niveau haalt is hij of zij over het algemeen al een aantal jaren actief als lasser.

Ervaring in de praktijk is belangrijk bij lassen
De lasopleiding is natuurlijk een goed begin. Toch kan men met een lasopleiding nog niet zeggen dat men daadwerkelijk een ervaren lasser is. Ervaring is voor lassers van groot belang. Deze ervaring leert de lasser in de praktijk. Dit kan onder andere door bij verschillende bedrijven te werken aan verschillende producten. Veel lassers werken als uitzendkracht aan het begin van hun loopbaan. Hierdoor kunnen ze bij diverse bedrijven ervaren hoe het is om aan bepaalde producten en materialen te lassen. Lassers die thuis zelf een lastoestel hebben kunnen hun vaardigheid zeer goed op pijl houden al is er meestal niemand die hun laskwaliteit kan beoordelen wanneer ze werkstukken thuis hebben gemaakt.

De ideale combinatie is dat men met een basislasopleiding eerst in de praktijk aan de slag gaat. Daar kan de lasser het beste zo jong mogelijk mee beginnen. Wanneer de lasser wat ouder is zal de lasser over meer ervaring moeten beschikken. Daarom moet de oudere lasser over meer papieren beschikken. Deze kan hij of zij door de ervaring in de praktijk over het algemeen zonder veel moeite halen. Toch zal de lasser er niet aan ontkomen dat ook bij lasopleidingen theorie aan de orde komt. Dit moet elke lasser behalen.

Een leven lang lassen kunnen maar weinig lassers. Het is net als bij stratenmakers een zwaar beroep dat voor een behoorlijke fysieke belasting zorgt. Daarom groeien veel lassers op de duur liever door naar een lastechnische functie zoals middelbaar lastechnicus of lasbaas. Ook de positie van voorman of lasinstructeur is voor veel ervaren lassers interessant. Het is echter wel jammer dat veel bedrijven maar weinig mensen op deze positie nodig hebben. Dit is wel van belang om goed te weten.

Wat zijn de voordelen en nadelen van het beroep lasser in de werktuigbouwkunde?

Voordat iemand besluit om lasser te worden is het belangrijk om een goed beeld te hebben van het beroep lasser. Dit is zeker een interessant beroep. Er komt veel vakwerk, gevoel en inzicht in dit vakgebied aan de orde. Toch kleven er ook nadelen aan het beroep lasser. Het is een zwaar beroep waarbij men ook regelmatig in moeilijke posities moet werken. Deze posities zijn niet altijd even ergonomisch verantwoord. Zo kan een lasser gedurende lange tijd voorovergebogen een las leggen. Ook lasposities waarbij men op de knieën moet werken komen aan de orde. Boven het hoofd lassen is ook een lastige positie waarbij de vonken, die bij het lasproces vrijkomen, ook nog op de lasser zelf kunnen neerdalen. Een lasser kan door deze vonken ook brandwonden krijgen. Daarom moet een lasser zichzelf goed beschermen met brandvertragende kleding. Ook lasogen is een risico waarmee lassers te maken kunnen krijgen. Lasogen ontstaan wanneer men in de vlamboog kijkt zonder dat men de ogen voldoende tegen de schadelijke straling beschermd. Lasogen worden als zeer pijnlijk beschouwd en het duurt een dag of twee voordat men daarvan geheel is hersteld.

De las als handtekening
Bovenstaande risico’s schrikken de mensen die een passie hebben voor lassen echter niet af. Lassers die een passie hebben voor lassen willen niets anders dan een zo mooi mogelijke las leggen en zo weinig mogelijk de las nabewerken. Ze beschouwen hun las als een handtekening en die moet netjes zijn. Het slijpen van een las wordt door de meeste lassers beschouwd als een teken dat de las niet netjes gelegd is. Er kunnen echter ook andere redenen zijn om een las te slijpen.

Lassen is niet eenvoudig
Hoewel lassen uitvoerend werk is kan lassen niet als eenvoudig werk worden beschouwd. Een lasser moet met veel verschillende factoren rekening houden tijdens het lasproces. Zo moet een lasser het lastoestel goed kunnen instellen. Dit instelling van het lastoestel heeft te maken met de snelheid waarmee gelast kan worden. Daarnaast moet de lasser ook rekening houden met de warmte inbreng. Teveel warmte inbreng kan er voor zorgen dat het werkstuk vervormd. In sommige gevallen zal men de platen die men aan elkaar last van te voren op een bepaalde temperatuur moeten brengen. Dit wordt door sommige lassers ook wel voorstoken genoemd. Wanneer dit niet gebeurd is het temperatuurverschil tussen de plaats waar de las wordt aangebracht en de rest van de plaat te groot. Hierdoor kunnen door krimp en rek scheuren ontstaan in het werkstuk. In een Welding Procedure Specification WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven in welke mater er voorgestookt moet worden en op welke temperatuur. Deze documenten kunnen onder andere worden opgesteld door een middelbaar lastechnicus of een IWT, International Welding Technologist. De lasser zal de lasmethodebeschrijving of WPS regelmatig moeten lezen en de  temperatuur van het werkstuk goed moeten meten. Ook zal er rekening gehouden moeten worden met het afkoelen van bepaalde werkstukken. Hiervoor kunnen speciale warmhouddekens worden gebruikt.

Afstemmen van factoren in lasproces
Een lasser die op hoog niveau last moet goed in staat zijn om met alle factoren goed op elkaar af te stemmen en het lasproces perfect uit te voeren. Hieraan zijn meestal specifieke lascertificaten verbonden. Een lasser is verplicht om deze certificaten te halen wanneer hij aan hoogwaardige werkstukken werkt die gekeurd worden. Omdat er verschillende lasprocedures, metalen, plaatdiktes, lasposities en toevoegmaterialen worden gebruikt zijn er verschillende lascertificaten. Daarnaast zijn er ook nog verschillende benamingen zoals de Europese Norm en de Amerikaanse norm die met AWS wordt aangeduid. Een lasser die op gecertificeerd niveau last zal goed bij moeten houden hoe lang zijn lascertificaat geldig is en welke posities daarmee gelast mogen worden.

Gecertificeerd lassen
Gecertificeerde lassen worden meestal gekeurd. Dit kan gebeuren via een niet destructief onderzoek (NDO) of een destructief onderzoek. Een NDO onderzoek wordt uitgevoerd door een NDO-er die daarvoor geleerd heeft. Het NDO kan onder andere visueel plaatsvinden, via een röntgen onderzoek aan de hand van foto’s of met bijvoorbeeld geluidsgolven. Een destructief onderzoek kan bijvoorbeeld worden gedaan door de las door te zagen of door een trekproef uit te voeren. Deze testen maken inzichtelijk of de lasser op het niveau last dat in het certificaat is aangegeven. Gecertificeerd lassen is niet voor iedereen weggelegd. Er zijn veel lassers die wel op gecertificeerd niveau willen lassen maar dat in de praktijk niet kunnen. Voor het lassen op gecertificeerd niveau is veel vaardigheid en inzicht vereist. Daarnaast komt er ook veel gevoel voor het lasproces bij kijken. Dat hebben niet alle lassers. De meeste lassers beginnen echter op een laag niveau.

Wat is MIG/MAG lassen en waarvoor is het geschikt?

MIG/MAG lassen is een lastechniek die tegenwoordig veelvuldig wordt toegepast bij bedrijven in de metaalindustrie. MIG/MAG lassen bevat twee afkortingen. MIG staat voor Metal Inert Gas en MAG staat voor Metal Active Gas. De reden waarom deze twee soorten gezamenlijk worden genoemd is dat het lasproces gelijk is en alleen het gebruikte gas verschilt. Daarom wordt het als één lasproces gezien. Ook bij diploma’s van lasopleidingen wordt MIG/Mag lassen op 1 document genoemd.

Elektrisch booglassen
MIG/MAG lassen behoort tot ‘elektrisch booglassen’. Elektrisch booglassen houdt in dat gelast wordt met een elektrische plasmaboog. Deze plasmaboog verhit het materiaal waardoor het te lassen materiaal aan elkaar kan vloeien. Bij de MIG/MAG lastechniek wordt gebruik gemaakt van een elektrode die langzaam afsmelt. Er is een constante spanning aanwezig. Dit is een vlakke horizontale stroombronkarakteristiek.  MIG/MAG lassen verschilt van TIG lassen en ‘lassen met beklede blektrode’ omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van constante stroom. Dit is een vallende of verticale stroombronkarakteristiek.

Bij MIG/MAG lassen wordt tijdens het lasproces voortdurend draad toegevoegd. Deze lasdraad wordt door de lastoorts aangevoerd en door de lasser gebruikt om de las te leggen. Er ontstaat tijdens het lassen een plasmaboog. De draad in deze plasmaboog vormt de elektrode en is eveneens het toevoegmateriaal voor het lasproces. Tijdens het lassen smelt het werkstuk en het toevoegmateriaal. Het beschermgas zorgt er voor dat het smeltbad wordt beschermd. Zonder beschermgas zou de elektrische plasmaboog het materiaal te veel verhitten waardoor het materiaal zou verbranden door de inwerking van stikstof en zuurstof in de omringende lucht. Doormiddel van een bepaalde druk op het smeltbad worden de materialen in elkaar omgesmolten. Wanneer het smeltbad uithard zitten de gelaste platen, buizen of profielen aan elkaar vast. De las is een niet uitneembare verbinding.

MAG Lassen
Bij MAG lassen wordt gebruik gemaakt van een actief beschermgas. Dit actieve beschermgas kan bijvoorbeeld koolstofdioxide ( CO2 ) zijn. Daarom wordt MAG lassen ook wel CO2 lassen genoemd. Een actief gas reageert met het smeltbad. CO2 wordt door de warmte die ontstaat tijdens het lasproces ontleed in zuurstofradicalen en koolstof. CO2 heeft omdat het een actief gas is invloed op het smeltbad en de kwaliteit van de las. Één van de belangrijkste redenen waarom met CO2 (MAG) wordt gelast in plaats van met MIG heeft te maken met de prijs van het beschermgas. CO2 is goedkoper dan een inert gas zoals Argon.

MIG Lassen
MIG-lassen verschilt van MAG lassen omdat er een ander beschermgas wordt gebruikt. Bij MIG-lassen wordt gebruikt gemaakt van een inert gas. Dit inerte gas kan bijvoorbeeld argon zijn of een mengsel van argon met helium en waterstofgas. Een inert gas wordt een niet actief gas genoemd omdat het niet reageert met andere chemicaliën. Dit kan het smeltbad te goede komen en daarmee de kwaliteit van de las die gelegd wordt.

Voordelen en nadelen van MIG/MAG lassen
Het MIG/Mag lasproces wordt veel gebruikt omdat het op diverse gebieden kan worden toegepast. Daarnaast kun je met een hoge snelheid lassen. Ook kan MIG/MAG lassen ook doormiddel van een robot worden uitgevoerd waardoor het lassen gemechaniseerd verloopt en er een continuïteit ontstaat in de kwaliteit van de lassen. De voordelen van MIG/MAG lassen zijn:

  • Kleine kans op insluiting wanneer de las slepend wordt gelegd.
  • Breed inzetbaar op verschillende soorten staal en staaldiktes.
  • Kan automatisch worden gedaan doormiddel van een lasrobot.
  • MIG/MAG lassen kan in verschillende lasposities worden gedaan, van onder de hand tot boven het hoofd.
  • Het is een vrij snelle lasmethode waarbij ‘meters kunnen worden gemaakt’.
  • De lasdraad wordt voortdurend in de toorts doorgevoerd waardoor de lasser een hand vrij heeft om de toorts te kunnen ondersteunen en te sturen.
  • Het is een behoorlijk goedkope lasmethode wanneer met CO2 wordt gelast.

De nadelen van MIG/Mag lassen zijn:

  • MIG/Mag lassen is niet erg geschikt om in de buitenlucht te doen. Dit komt omdat de wind een ongunstige invloed heeft op de plasmaboog.
  • De apparatuur die nodig om MIG/MAG te lassen is behoorlijk omvangrijk. Er zijn gasflessen en lasdraadrollen nodig. Daarnaast is er een lastransformator nodig en draadtransportmechaniek.
  • MIG/MAG lassen zorgt voor lasspetters. Deze kunnen de las en de rest van het werkstuk voorzien van spetters die zich vasthechten aan het oppervlak. De lasspetters moeten, indien een glad oppervlak gewenst is, worden verwijdert doormiddel van een slijptol of een beitel. De lasspetters kunnen daarnaast ook gaten branden in de kleding van de lasser. Een lasser moet zichzelf beschermen met brandvertragende kleding.

Wat is lassen en wat doet een lasser?

Lassen is een verbindingstechniek die onder andere in de werktuigbouwkunde wordt gebruikt. Doormiddel van lassen worden materialen aan elkaar verbonden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van druk en warmte. De materialen die worden samengevoegd worden vloeibaar gemaakt. Daarmee verschilt lassen van solderen. Bij solderen wordt alleen het toevoegmateriaal vloeibaar gemaakt en niet het materiaal van het werkstuk.

Bij lassen wordt het materiaal van het werkstuk wel vloeibaar gemaakt om een zo stevig mogelijke verbinding te maken. Daarnaast kan bij lassen gebruik worden gemaakt van verschillende soorten toevoegmateriaal. De toevoegmaterialen hebben invloed op de las maar ook op het lasproces zelf.  Een las is een permanente verbinding die niet uitneembaar is zoals een moet-bout verbinding.

Eigenschappen lasverbindingen
Een verbinding die gemaakt is doormiddel van lassen heeft voor en nadelen. De voordelen van lasverbindingen ten opzichte van andere verbindingen zijn:

  • Een verbinding met een las is stevig. Als deze juist is aangebracht is de las even sterk of sterker dan het omliggende materiaal.
  • Een lasverbinding kan eenvoudig worden aangebracht. Er moet vaak wel een voorbewerking plaatsvinden zoals slijpen maar er hoeven geen gaten geboord te worden om bijvoorbeeld een boutverbinding mogelijk te maken.
  • Lasverbindingen zijn als ze goed worden aangebracht bestand tegen temperatuurswisselingen.
  • Een las die goed aangebracht is ziet er netjes uit. In de scheepsbouw kunnen lassen waarmee  huidplaten worden verbonden zeer netjes worden afgewerkt. Dit zorgt er voor dat ze volledig aan het zicht kunnen worden onttrokken waardoor het casco van een schip er uit ziet als één geheel.
  • Daarnaast zorgen lasverbindingen in leidingen er voor dat er geen open naden ontstaan in leidingen. Een goede gladde lasnaad zorgt er voor dat er geen bacteriën achter of in de naad achterblijven. Een lasnaad kan daardoor voor een hygiënische verbinding zorgen.  Ook de stromingsweerstand is bij een goed aangebrachte lasnaad in een leiding beperkt.

De nadelen van lasverbindingen zijn voor een deel het tegenovergestelde van de voordelen van deze verbindingen. De nadelen worden hieronder benoemd.

  • Een lasverbinding kan niet uit elkaar genomen worden zoals bijvoorbeeld een boutverbinding. Wanneer een las niet goed is gelegd moet deze worden weggeslepen of weg gegutst. Dit is zwaar en tijdrovend werk.
  • Lassen gebeurt over het algemeen met veel warmte. Daardoor kan het materiaal of het werkstuk krom gaan trekken.
  • Lassen is een verbindingstechniek waarbij giftige dampen vrij komen. Deze dampen moeten worden afgezogen door een installatie om de gezondheidsrisico’s voor de lassers en de medewerkers die bij hem in de buurt werken te beperken.
  • Voor lassen is naast lasapparatuur ook beschermende kleding en schoeisel nodig die brandvertragend is. Ook een lashelm is nodig om de ogen te beschermen tegen het licht dat van het lasproces af komt. Ook de omgeving moet tegen het licht van het lasproces worden beschermd om lasogen te voorkomen.
  • Niet alle materialen kunnen worden gelast en voor verschillende materialen heb je een specifiek lasproces nodig.

Lasverbindingen hebben voor en nadelen. Voordat je een las goed kunt aanbrengen moet je goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten en moet je weten hoe een las moet worden aangebracht. De meeste lassers in Nederland hebben hiervoor een opleiding of training gehad.

Lasprocessen
Er zijn verschillende lasprocessen ontwikkeld door de jaren heen. Elk lasproces heeft eigenschappen die het proces geschikt maken voor een bepaalde materiaalsoort of een bepaalde situatie. In een bedrijf is beschreven welke lastechnieken worden gebruikt voor een bepaald soort materiaal. Deze beschrijvingen zijn gebaseerd op Europese richtlijnen. Sommige bedrijven hebben te maken met Amerikaanse richtlijnen. Deze richtlijnen worden onder andere gebruikt in de offshore.

Op dit moment worden de verschillende  lasprocessen gebruikt door bedrijven. Deze kunnen voor het overzicht in onderstaande hoofdcategorieën worden ingedeeld. Daarbij zijn een aantal specifieke lasprocessen genoemd die onder de categorie vallen.

  • Booglassen: zoals MIG/MAG lassen, Onder Poederdek lassen, TIG lassen
  • Elektrisch weerstandlassen: zoals puntlassen, rolnaadlassen, weerstandstuiklassen
  • Autogeen lassen: hieronder valt alleen autogeen lassen
  • Druklassen: zoals ultrasoon lassen, gasdruk lassen, explosie lassen
  • Bundellassen: zoals laserlassen, röntgenlassen
  • Overige lasprocessen: zoals infraroodlassen, inductielassen, exothermisch lassen

Lasprocessen blijven in ontwikkeling en veranderen met de tijd. Er komen lasprocessen bij en er verouderen lasprocessen.

Lasposities
Er zijn verschillende lasposities die een lasser in de praktijk kan uitvoeren. Over het algemeen worden de positie onder de hand als de meest eenvoudige laspositie genoemd. Dit is positie PA. Daarnaast zijn er de hoeklassen die met PB worden aangeduid. Uit de zij lassen wordt met PC aangegeven. Een hoeklas boven je macht is positie PD. Helemaal boven het hoofd lassen wordt met PE aangeduid. Voor stapellassen wordt van beneden naar bogen de positie PF toegepast. Van boven naar beneden wordt de positie PG gebruikt. Voor pijp lassen worden daarnaast de posities PH, PJ, PK en H-L-45 graden in gebruik genomen.