Cursus Elektrisch Schakelen

De cursus Elektrisch Schakelen wordt door verschillende opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs gegeven en is specifiek ontwikkeld voor werknemers die meer vakkennis willen of moeten krijgen op het gebied van industriële elektrotechniek.

Wat leer je tijdens de cursus Elektrisch Schakelen?
Tijdens de cursus Elektrisch Schakelen leert de deelnemer elektrische componenten, te installeren, te vervangen en te repareren. Daarnaast leert een deelnemer storingen zoeken en verhelpen. Het lezen van elektrische schema’s behoort ook tot het opleidingsprogramma. In een tekening kunnen de elektrische bedrading, de elektrische schakelingen overige componenten schematisch worden weergegeven. Het is belangrijk dat een monteur deze tekeningen en schema’s goed kan lezen.

Verder wordt er in de cursus elektrisch schakelen ook aandacht besteed aan meetapparatuur en de manieren waarop men metingen moet verrichten aan elektrische systemen. Ook relais, schakelkasten, draaistroommotoren, draaistroommotorschakelingen, frequentieregelaars, softstarters en alle beveiligingssystemen die bij deze voorgenoemde systemen behoren komen aan de orde in de cursus Elektrisch Schakelen. Toch verschilt de cursusinhoud voor Elektrisch Schakelen per opleidingsinstituut. Daarom is het belangrijk om van te voren goed na te vragen wat de precieze cursusinhoud is als je Elektrisch Schakelen wil gaan volgen bij een bepaald opleidingsinstituut.

Voorkennis en vooropleiding
Voor de cursus Elektrisch Schakelen is een mbo-3 werk- of denkniveau gewenst. Ook is het belangrijk dat iemand die deelneemt aan deze cursus affiniteit heeft met de techniek of in de techniek werkzaam (is gewenst). Vooropleidingen in de elektrotechniek en/ of werktuigbouwkunde zorgen er voor dat de cursus elektrisch schakelen effectiever kan worden opgepakt. Iemand met deze opleidingsachtergrond zal namelijk bepaalde informatie uit de opleiding Elektrisch Schakelen herkennen.

Doelgroep voor Elektrisch Schakelen
De cursus elektrisch schakelen is ontwikkeld voor mensen die werkzaam zijn in de machinebouw of machineonderhoud. Onderhoudsmonteurs, installatiemonteurs, servicemonteurs en andere werknemers die werken in het assembleren of repareren en onderhouden van machines kunnen voordeel hebben met de opleiding Elektrisch Schakelen. De cursus vormt een goede aanvulling voor technici die alleen maar kennis hebben van de mechanische componenten van machines en installaties.

Geen volledige elektrotechnische opleiding
Elektrisch Schakelen is echter geen volledige opleiding in de elektrotechniek. Als iemand een elektrotechnisch onderhoudsmonteur wil worden dan zijn aanvullende opleidingen op het gebied van mechatronica, elektronica en elektrotechniek gewenst en noodzakelijk. Ook veiligheidstrainingen in de vorm van VCA of NEN 3140 vormen een belangrijke aanvulling voor mensen die een opleiding Elektrisch Schakelen hebben gevolgd.

Voor- en nadelen BOL en BBL

Binnen het middelbaarberoepsonderwijs of MBO kan een student kiezen tussen twee onderwijsvormen: BOL (Beroeps opleidende leerweg) en BBL (Beroepsbegeleidende leerweg). Er zijn grote verschillen tussen deze onderwijsvormen. De BOL opleidingsvorm vindt hoofdzakelijk op school plaats in een combinatie met stages. De BBL vorm vindt plaats bij een bedrijf, men noemt dit dan ook wel werken en leren. Tijdens een BBL opleiding is de student veelal vier dagen aan het werk in een erkend leerbedrijf en gaat hij of zij een dag naar school. Sommige opleiding worden uitsluitend in een BBL of BOL vorm gegeven, bij andere opleidingen kan men een keuze maken tussen deze opleidingsvormen. Dit verschilt niet alleen per opleiding maar ook per opleidingsinstituut. Vee BBL en BOL opleidingen worden gegeven op een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) maar er worden ook BBL opleidingen gegeven op het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC).

Kiezen voor BBL of BOL
Om een keuze te maken moet de student goed afweging welke opleidingsvorm het beste aansluit bij zijn of haar toekomstvisie. Hierin kan een (toekomstige) student ook de voor- en nadelen van de twee opleidingsvormen in overweging nemen. De voor- en nadelen staan niet vast, maar zijn opgesteld naar de mening van Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL, schrijver van deze tekst.

Voor- en nadelen BOL
Zoals in voorgaande tekst werd uitgelegd, vindt de scholing van een BOL student hoofdzakelijk plaats op een opleidingsinstituut. Het is een opleiding van theoretische aard die wordt gegeven in combinatie met stages om de student van praktijk ervaring te voorzien.

Voordelen van een BOL opleiding:

  • Student krijgt veel theorie mee op school en kan daardoor een theoretische verdieping krijgen in de leerstof.
  • Student krijgt de kans stages te lopen bij een organisatie van zijn of haar keuze.
  • Student heeft recht op studiefinanciering, wanneer hij of zij 18 jaar of ouder is.
  • Door de stages of beroepspraktijkvorming heeft de student mogelijkheden om bij meerdere werkgevers te werken.
  • Naast de studiefinanciering heeft de student recht op een studentenreisproduct, vaak in de vorm van een OV-kaart.
  • Het is met een BOL-opleiding vaak eenvoudiger om door te stromen naar een hogere opleiding omdat die op het gebied van leervorm beter aansluiten dan de praktijkgerichte BBL-vorm.

Zo kent een BOL opleiding ook enige nadelen ten opzichte van de BBL opleidingen:

  • Student krijgt minder praktijk ervaring en leert vaak in mindere mate de ‘fijne kneepjes van het vak’.
  • Er zijn kosten verbonden aan de opleiding, zoals: boeken, lesgeld, etc.
  • De student weet minder van de arbeidsmarkt en minder van de werkprocessen.
  • In tegenstelling tot de BBL-variant is de beroepspraktijkvorming vaak onbetaald. Bij een BBL-opleiding ontvangt de BBL-er vaak salaris over de uren dat hij of zij werkt bij een erkend leerbedrijf.
  • En BOL-leerling of student heeft verhoudingsgewijs een korte praktijkervaring met een beroepspraktijkvorming en heeft daardoor minder ervaring met bedrijven en bedrijfscultuur.

Voor- en nadelen BBL
In tegenstelling tot de BOL opleidingen, is de student tijdens een BLL opleiding werkzaam bij een organisatie. Dit maakt BBL een opleidingsvorm van praktische aard.

Voordelen van een BBL opleiding:

  • De leerling doet veel werkervaring op bij een erkend leerbedrijf.
  • De leerling kan meteen geld verdienen tijdens het werken bij het erkend leerbedrijf.
  • School wordt in het algemeen gefinancierd door de organisatie waar de leerling werkt. Dit kan bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau zijn maar ook het erkend leerbedrijf.
  • Leerling wordt begeleid in het werk- en leerproces door een praktijkbegeleider en door school.
  • De leerling zal veel kennis opdoen van de werkprocessen, arbeidsmarkt en organisatiecultuur

Ook BBL kan nadelen hebben:

  • Doordat er (in het algemeen) maar één dag per week school is voor de leerling, vindt er minder theoretische scholing plaats. Het leren vanuit theorie wordt beperkt.
  • Bovenstaande heeft tot gevolg dat het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen vaak een grote stap is voor BBL-ers.
  • De leerling heeft geen recht op studiefinanciering.
  • De leerling heeft geen recht op een studenten reisproduct. Eventueel kan de leerling wel reiskostenvergoeding krijgen voor het woon-werkverkeer naar het erkend leerbedrijf.
  • Er zijn weinig mogelijkheden om bij meerdere werkgevers werkzaam te zijn. De BBL-er heeft vaak een overeenkomst met het erkende leerbedrijf om daar gedurende de opleiding en een bepaalde periode daarna aan de slag te blijven.

Samenvattend
Er is dus een groot verschil in BOL- en BBL opleidingen. Het grootste verschil zit hem in de mate van praktische en theoretische scholing. Een (aankomend) student die besluit een MBO opleiding te gaan volgen kan voor deze keuze komen te staan. Het is dan van belang dat er een weloverwogen keuze wordt gemaakt, voor nu en de toekomst. Wanneer een (aankomend) student niet uit de keuze kan komen, kan hij of zij de site van het dichtstbijzijnde opleidingsinstituut raadplegen. Ook kan men contact opnemen met de scholeninstellen, deze kunnen vaak helpen bij het maken van een keuze. Er zijn verschillende technische uitzendbureaus die ook advies bieden aan (aankomende) BBL-ers. Een voorbeeld hiervan is het uitzendbureau Technicum. Met dit uitzendbureau heeft Technischwerken.nl een samenwerkingsverband gesloten. Als je een BBL-opleiding wil gaan doen kun je dat kenbaar maken door het invullen van het contactformulier of het doen van een aanmelding op de hoofdpagina via de knop ‘BBL Technicum).

MBO praktijkopleider niveau 4

De opleiding mbo praktijkopleider is een opleiding die kan worden gegeven aan werknemers die al een bepaalde functie hebben in een bedrijf of organisatie. De opleiding is bedoelt om de desbetreffende werknemer vaardigheden aan te  leren die hij of zij kan gebruiken om andere collega’s of stagiaires te begeleiden in hun leerproces. Op de opleiding mbo praktijkopleider wordt aandacht besteed aan de methodes die kunnen worden gehanteerd om leerlingen en stagiairs op de werkvloer te begeleiden.

Vaardigheden aanleren
Omdat het een opleiding praktijkopleider is wordt veel aandacht besteed aan de praktijk. Dit houdt in dit verband in dat men op de opleiding vooral praktische vaardigheden aanleert. Men krijgt informatie over hoe men het beste kennis kan overdragen op leerlingen en stagiairs. Ook leert men om deze aankomende vakkrachten te coachen en te ondersteunen bij hun leerproces. Daar komen persoonlijke didactische vaardigheden bij kijken maar men leert ook de bijbehorende administratie op orde te houden. Op de opleiding praktijkopleider leert men ook een opleidingsplan te schrijven voor werknemers die bijvoorbeeld een opleidingsvraagstuk hebben en zich breder willen ontwikkelen of zich willen specialiseren.

Praktijkbegeleiding in diverse sectoren
Praktijkopleiders zijn er in verschillende sectoren. Zo zijn er praktijkopleiders in de beveiligingssector en in de zorg. Ook in de techniek zijn veel praktijkopleiders werkzaam. Een mbo opleiding praktijkopleider richt zich op alle sectoren. Dit houdt in dat het een brede opleiding is waarbij vaardigheden worden aangeleerd die in verschillende sectoren kunnen worden toegepast. Daarom gaat men niet in op de technieken en processen die in een bedrijf worden uitgevoerd. Een voorman van een lasbedrijf die bijvoorbeeld praktijkopleider wil worden om leerlingen te ondersteunen bij het leren van lassen zal tijdens de opleiding tot praktijkopleider niet vaardigheden ontwikkelen over hoe hij het beste leerlingen kan ondersteunen bij het lasproces. Wel zal deze voorman leren hoe leerlingen het beste in het algemeen kunnen worden begeleid bij het aanleren van nieuwe vaardigheden (in de techniek).

Vooropleiding voor mbo praktijkopleider
Om een opleiding mbo praktijkopleider te volgen zal iemand minimaal een VMBO-diploma moeten hebben. Dit diploma kan zijn behaald in de Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg. Een aantal jaren HAVO of VWO evenals een overgangsbewijs van HAVO/VWO naar HAVO /VWO 4 is ook in de meeste gevallen voldoende. Voor specifieke vragen hierover kun je contact opnemen met een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) bij jou in de buurt.

Wat leer je op de opleiding servicetechnicus Electro STE?

De opleiding servicetechnicus Electro wordt ook wel afgekort met STE. Deze opleiding komt overeen met de Opleiding technicus instrumentatietechniek OTI. Op de meeste vacatures die gericht zijn op het onderhouden, reviseren, inregelen en het storing zoeken in instrumentatie kan men met beide opleidingen solliciteren. De opleiding servicetechnicus Electro STE is net als de OTI een opleiding op mbo-niveau 4. De opleiding wordt gegeven als een BBL-traject.

Dit houdt in dat de deelnemer aan de opleiding door de week werkzaam is bij een bedrijf en in de avond of op één doordeweekse dag naar een opleidingsinstituut moet voor de theoretische aspecten van de opleiding. Hiervoor dient de deelnemer aan de opleiding servicetechnicus Electro echter wel een relevante werkplek te hebben. Een BBL-traject wordt ook wel ‘werken en leren’ genoemd. Dit heeft voor de deelnemer een aantal voordelen. Zo verdient de BBL-er een salaris en wordt door de opleiding zijn of haar kennisniveau vergroot.

Vooropleiding voor opleiding servicetechnicus Electro STE
De opleiding servicetechnicus Electro is een mbo opleiding op niveau 4. Het is belangrijk dat deelnemers aan deze opleiding over voldoende niveau beschikken. De lesstof van de opleiding STE is zeer specialistisch en gericht op met name elektrotechniek. Daarom is een elektrotechnische opleiding op mbo niveau 3 minimaal vereist. Ook relevante opleidingen met vergelijkbare lesstof kunnen worden geaccepteerd als voldoende vooropleiding. Voor meer informatie over de vooropleiding kan men het beste contact opnemen met een opleidingsinstituut waar de opleiding servicetechnicus Electro wordt gehouden. Verder volgt er altijd een intakegesprek voordat men aan de opleiding mag beginnen.

Inhoud opleiding servicetechnicus Electro STE
De duur van de opleiding STE is twee jaar. De opleiding wordt in de middag of avond gegeven. Dit is meestal afhankelijk van het opleidingsinstituut. Gedurende de opleiding werkt de deelnemer ook bij een bedrijf in een relevante sector en doet de deelnemer ook relevante werkzaamheden. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven in de procesindustrie of andere bedrijven waar men zich richt op onderhoudstechniek en meet- en regeltechniek. Tijdens de werkzaamheden leert de deelnemer veel praktische vaardigheden aan die bij het beroep servicetechnicus Electro van toepassing zijn. Tijdens de leermomenten op school worden theoretische aspecten en achtergronden behandelt. Het practicum vindt meestal plaats in een speciaal praktijkcentrum dat gericht is op procesbesturing.

Tijdens de opleiding leert de deelnemer meet- en regelsystemen geïnstalleerd moeten worden. Naast het in bedrijfstellen van deze systemen leert de deelnemer deze systemen ook onderhouden en te kalibreren. Ook het werken met onderhoudsschema’s wordt geleerd zodat de aankomend servicetechnicus Electro in de praktijk methodisch aan de slag kan.

Een bijzonder aspect van de opleiding is gericht op het samenwerken met andere medewerkers binnen de procesindustrie. Een servicetechnicus Electro moet in de praktijk vaak nauw samenwerken met collega’s in verschillende functies. Hierbij kan gedacht worden aan mechanisch onderhoudsmonteurs maar ook aan operators en productiemedewerkers. In sommige gevallen zal de servicetechnicus Electro als een soort coördinator moeten werken bij het oplossen van storingen. Daarvoor moet hij of zij goed kunnen communiceren en samenwerken. Het overdragen van informatie is erg belangrijk bij het oplossen van storingen en het voorkomen van storingen in de instrumentatie en alle apparatuur die daarmee verbonden is. Daarom wordt aan dit aspect ook aandacht besteed tijdens de opleiding STE.

Verder is veiligheid een belangrijk aspect. Met name in de chemische sector kunnen de gevolgen van onachtzaam handelen zeer groot zijn. Daarom leren de deelnemers aan de opleiding verschillende veiligheidsaspecten die tijdens de uitvoering van het werk aan de orde kunnen komen.

De opleiding STE wordt afgesloten  met een Proeve van Bekwaamheid. Nadat de deelnemer deze succesvol heeft afgerond ontvang hij of zij het diploma servicetechnicus Electro. Dit is een mbo-diploma met waarde op de arbeidsmarkt.

Wat kun je met de opleiding servicetechnicus Electro STE?
De procesindustrie vormt een belangrijk onderdeel van het bedrijfsleven in Nederland. Verschillende bedrijven zijn actief in deze sector die ook wel de ‘maaksector’ wordt genoemd. In de procesindustrie worden namelijk verschillende producten gemaakt. Hierbij kan gedacht worden aan medicijnen, voedingsmiddelen, gebruiksvoorwerpen maar ook aan petrochemische producten. De fabrieken waarin deze producten worden geproduceerd zijn even divers als de producten zelf. Dit houdt in dat er verschillende systemen in de fabrieken aanwezig zijn die het proces aansturen, meten en controleren.

Met name op het gebied van meet- en regeltechniek is de servicetechnicus Electro inzetbaar. De meetapparatuur moet goed zijn afgesteld zodat precies de juiste hoeveelheden, de juiste snelheden of de juiste temperatuur wordt gemeten. Ook de samenstelling van producten en stoffen kan men meestal met meetapparatuur in kaart brengen. De afstelling van meetapparatuur wordt ook wel kalibratie of kalibreren genoemd. Een servicetechnicus Electro kan deze kalibratie uitvoeren en moet daarvoor zeer nauwkeurig te werk gaan.

Ook regelapparatuur is volop aanwezig in de procesindustrie. Doormiddel van deze apparatuur worden verschillende parameters van proces geregeld. De instrumentatie die hiervoor gebruikt wordt is zeer divers. Sommige instrumentatie is gericht op het verhogen van de temperatuur andere instrumentatie vergroot juist de snelheid van stoffen. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden op te noemen. Een servicetechnicus Electro kan deze regelapparatuur instellen en controleren. Dit is een belangrijke taak die grote gevolgen kan hebben voor het proces.

De geautomatiseerde installaties en apparaten worden door de servicetechnicus Electro ook geprogrammeerd. Hierbij komt besturingstechniek aan de orde met bijbehorende software zoals PLC’s en SCADA.

Een servicetechnicus Electro zal in de praktijk veel moeten samenwerken met andere collega’s zoals onderhoudsmonteurs, procesoperators, operators en productiepersoneel.

Ploegendienst en consignatie
In de procesindustrie draaien veel bedrijven volcontinue. Dit houdt in dat deze bedrijven dag en nacht doordraaien. De meeste processen zijn niet volautomatisch en er zal daardoor altijd personeel nodig zijn om processen in beweging te houden, te controleren en reparaties te verrichten. Ook de servicetechnicus Electro zal in de praktijk regelmatig nodig zijn buiten de gebruikelijke ‘kantooruren’. Deze monteurs werken daarom regelmatig in ploegendienst. Een ploegendienst is ingepland op een ploegenrooster. Er zijn verschillende ploegendiensten zoals tweeploegendienst, drieploegendienst, vierploegendienst en vijfploegendienst. De keuze voor een bepaalde ploegendienst is afhankelijk van het bedrijf en de processen die daarbij plaatsvinden.

Naast ploegendienst kan een servicetechnicus Electro ook consignatiediensten draaien. Deze diensten worden ingepland in een rooster. Tijdens een consignatiedienst is de STE oproepbaar bij storingen of calamiteiten. De STE moet tijdens deze diensten meestal binnen een bepaalde straal van het bedrijf verblijven. Als het bedrijf de monteur nodig heeft moet deze vaak binnen een half uur aanwezig zijn bij het bedrijf.

Wat leer je op de opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI?

De opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie wordt ook wel afgekort met OTI. Deze opleiding duurt 2,5 jaar en wordt gegeven aan verschillende opleidingsinstituten in Nederland. De opleiding OTI is BBL-opleiding dit houdt in dat deelnemers aan de opleiding werken en leren. De deelnemers zijn door de week werkzaam bij een bedrijf in een relevante sector en voeren werkzaamheden uit die verband houden met de opleiding. De theoretische aspecten en inhoud van de OTI opleiding leert de leerling op het opleidingsinstituut. De theorie van de opleiding kan in de avonduren worden gevolgd of één dag per week op het opleidingsinstituut. De overige dagen werkt de deelnemer gewoon bij het bedrijf.

Vooropleiding voor OTI
De opleiding OTI is een mbo opleiding op niveau 4. Voordat men aan deze opleiding kan deelnemen dient men te beschikken over een relevante vooropleiding. De opleiding OMEI op niveau 3 en niveau 3 Elektrotechniek worden als relevante vooropleidingen beschouwd. Ook andere opleidingen van soortgelijk niveau kunnen als relevante vooropleidingen worden beschouwd. Een opleidingsinstituut kan beoordelen of een opleiding relevant (genoeg) is.

Inhoud opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI
De opleiding OTI is een opleiding waarin verschillende technische aspecten worden aangeleerd met betrekking tot het inregelen en onderhouden van instrumentatie. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan onderhoudsmanagement. Ook PLC’s, logicaschema’s en bijbehorende besturingstechniek komen aan de orde. Instrumentatie kan op verschillende manieren worden voorzien van energie. Dit kan bijvoorbeeld elektrische energie zijn of pneumatische (lucht) druk. Tijdens de opleiding OTI wordt aan deze verschillende systemen aandacht besteed. Verder leren deelnemers tijdens de opleiding hoe ze meet- en regelapparatuur kunnen testen en gebruiken. Na afloop van de opleiding volgt een examen met een praktijkgedeelte en een theoretisch gedeelte. Als men het examen en praktijkproef heeft gehaald ontvangt men een diploma Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI. Dit is een mbo niveau 4 diploma.

Wat kun je met de opleiding OTI?
In de techniek draait bijna alles om kennis en meten is weten. Daarom is meet- en regeltechniek van groot belang. Met name in de (chemische) industrie en procesindustrie is veel instrumentatie aanwezig. In deze sector zijn onderhoudstechnici instrumentatie nodig voor het onderhoud aan instrumentatie en het inregelen daarvan. Ook het kalibreren en vervangen van instrumentatie wordt gedaan door een onderhoudstechnicus instrumentatie. Deze persoon is een specialist op het gebied van meet- en regeltechniek.

De onderhoudstechnicus instrumentatie kan in de praktijk zelfstandig werken of in teamverband. De bedrijven waar een OTI werkt bevinden zich over het algemeen in de procesindustrie. Deze bedrijven draaien meestal volcontinue. Dit houdt in dat de bedrijven dag en nacht doordraaien. Het personeel van deze bedrijven werkt daarom in ploegen. De onderhoudstechnicus instrumentatie zal daarom in de praktijk regelmatig in ploegen werken. Dit kunnen tweeploegen, drieploegen, vierploegen of vijfploegen zijn. Zowel dagdiensten als nachtdiensten komen hierbij aan de orde.

Daarnaast wordt de onderhoudstechnicus instrumentatie ook regelmatig ingezet in consignatiediensten. Een OTI moet in de praktijk dus een flexibele houding hebben met betrekking de uren dat hij of zij werkzaam is. Uiteraard wordt bij de inzetbaarheid altijd rekening gehouden met de Arbeidstijdenwet (ATW). Voor ploegendienst en consignatiediensten worden echter wel vergoedingen verstrekt aan de werknemers. Daardoor kan de OTI naast een goed salaris ook nog extra toelagen ontvangen.

Wat was de middelbare technische school (mts) voor onderwijstype?

De middelbare technische school (mts) is een variant van technisch onderwijs die in het verleden gevolgd kon worden door studenten. In 1910 werden in Nederland de eerste middelbare technische scholen opgericht. De uitgebreide (lagere) technische scholen (uts/ults) werden na verloop van tijd bij bij de middelbare technische scholen betrokken. De naam mts werd een algemeen bekende naam voor middelbaar technisch onderwijs in Nederland.

Rond 1990 werd echter duidelijk dat de middelbare technische scholen niet meer in te passen waren in het Nederlandse onderwijs. Dit had te maken met de toenemende wet- en regelgeving op het gebied van het bekostigen van opleidingen vanuit de overheid. Daarnaast zorgden de veranderende eisen op het gebied van kennis en vaardigheden er voor dat het onderwijstype zoals de mts niet houdbaar was in het Nederlandse onderwijs.

Vanaf 1990 werden de middelbare technische scholen geïntegreerd in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Een diploma van een technische mbo-opleiding op niveau 4 kan worden vergeleken met een mts-diploma. De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) zorgde voor een nieuwe fusiegolf. Hierdoor ontstonden de Regionale opleidingscentra (Regionaal opleidingencentrum) ROC’s. Meer dan vijfhonderd mbo’s werden samen gevoegd tot vijftig ROC’s.

Vakrichtingen
Middelbare technische scholen werden opgericht om leerlingen opleidingen aan te bieden in specifieke beroepsgroepen. De mts had in principe drie of in sommige gevallen vier verschillende vakrichtingen. Dit waren:

  • werktuigbouwkunde,
  • bouwkunde,
  • elektrotechniek,
  • procestechniek (niet op alle middelbare technische scholen)

Naast algemene middelbare technische scholen waren er ook specifieke ‘bijzondere’ vakscholen. Een voorbeeld hiervan is de instrumentmaker oftewel de Leidse instrumentenmakers school. Verder was bood de mts Schoonhoven een opleiding op het gebied van het ontwerpen en maken van sieraden en het verwerken van edelmetalen. Er waren ook diverse mts-en met een vakrichting autotechniek.

Op een mts kreeg de leerling drie jaar lang theorielessen en praktijklessen. Daarna volgde de leerling in het vierde jaar een stage in het bedrijfsleven. Tijdens dit stagejaar kon de leerling de kennis van de opleiding toepassen in een specifieke vakrichting.

Toelatingseisen voor de mts
Als leerlingen aan de mts een opleiding wilden volgens moesten ze voldoen aan toelatingseisen. Leerlingen die de lagere technische school (lts) hadden gevolgd en een diploma hadden vanuit de zogenoemde Theoriestroom of T-stroom voldeden aan de toelatingseisen van de mts. Lts-ers die geen diploma hadden vanuit de T-stroom konden soms ook toegelaten worden tot de mts via een bedrijfsschool. Ook een diploma van de mavo zorgde voor toelating tot de mts. Nadat een leerling de mts succesvol had afgerond gaf het mts-diploma de mogelijkheid om door te studeren.

De meest logische vervolgopleiding werd over het algemeen gevolgd aan een hogere technische school (hts). Verschillende middelbare technische scholen boden in het derde studiejaar extra theoretische diepgang door extra aandacht te besteden aan wiskunde en natuurkunde. Ook Engels en Nederlands werden extra bijgebracht aan mts-leerlingen. De reden voor dit verzwaarde theoretische pakket is de voorbereiding op de hts. Leerlingen die deel hadden genomen aan een theoretische pakket konden een voorbereidend jaar op de hts overslaan. Op de hts konden studenten de ingenieurstitel behalen.

Wat doet de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB?

De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB is sinds 1 januari 2012 actief. Deze stichting verbindt het georganiseerd bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De vereniging van 17 kenniscentra is overgegaan naar het SBB. Hierdoor is het SBB een belangrijk kennisbaken tussen bedrijven en mbo opleidingen. Het bedrijfsleven en het mbo werken nauw met elkaar samen. Dit is belangrijk omdat bedrijven goed personeel willen hebben die over voldoende kennis beschikt voor de uitvoering van de taken. Mbo opleidingen moeten er voor zorgen dat de studenten de gewenste kennis en vaardigheden aanleren. Er zijn in Nederland bijna 70 onderwijs-instellingen, dit zijn aoc’s, roc’s en vakscholen. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Al deze instanties leiden mbo’ers op tot vakkrachten.

Eisen aan opleidingen veranderen
De eisen aan personeel veranderen voortdurend. In bijvoorbeeld de techniek en ICT zijn er veel technische ontwikkelingen die er voor zorgen dat studenten nieuwe vaardigheden en kennis nodig hebben om effectief in de praktijk te kunnen werken. Bedrijven stellen door deze ontwikkelingen voortdurend hun eisen bij in de vraag naar personeel. Opleidingen moeten er voor zorgen dat met de eisen uit het bedrijfsleven rekening wordt gehouden. Daarom passen opleidingen regelmatig hun lesstof aan zodat leerlingen waardevolle diploma’s krijgen voor de arbeidsmarkt. Daarnaast moeten opleidingen ook goed op elkaar aansluiten. Zo moeten leerlingen met een vmbo opleiding een goede aansluiting hebben op de lesstof van een mbo opleiding. Studenten met een mbo opleiding op zak moeten vervolgens weer goede aansluiting hebben met hbo opleidingen indien ze door willen leren. Het SBB houdt zich bezig met deze aansluiting en adviseert de minister van OCW.

Wat doet het SBB?
De SBB voert verschillende taken uit. Zo maakt deze stichting afspraken over de inhoud van opleidingen. In kwalificatiedossiers worden de wensen van de arbeidsmarkt vastgelegd. Met deze kwalificatiedossiers kunnen scholen een goed beeld vormen over de arbeidsmarkt en studenten goed adviseren over hun loopbaanmogelijkheden. Scholen kunnen eveneens met deze dossiers bekijken of de lesstof goed aansluit op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. In de dossiers staan afspraken tussen het onderwijs en het bedrijfsleven over de examinering. De belangrijkste doelstelling van de samenwerking binnen het SBB is het ontwikkelen van een doelmatig  opleidingsaanbod.

Beroepspraktijkvorming
In een mbo opleiding moet een student ook vaardigheden aanleren voor de praktijk. Deze praktijkervaring kan een student opdoen in een stage of leerbaan. Een stage bij een bedrijf in de praktijk zorgt er voor dat een student werkt aan zijn of haar ‘beroepspraktijkvorming’. De beroepspraktijkvorming is zeer belangrijk. Door de SBB worden afspraken gemaakt over de beroepspraktijkvorming. Deze afspraken zijn geldig voor een hele bedrijfstak waarop de beroepspraktijkvorming is gericht. Er is bijvoorbeeld een beroepspraktijkvorming voor de bouw, metaal of zorg.

Door de school, de student en het leerbedrijf worden afspraken gemaakt over de taken en verantwoordelijkheden die de student, de school en het leerbedrijf hebben tijdens de stage. Deze individuele afspraken zijn afgestemd op de landelijk afspraken die zijn opgenomen in de beroepspraktijkvorming van de desbetreffende sector.

SBB  en de toekomst
De samenwerking binnen de SBB zorgt er voor dat bedrijven meer invloed krijgen op de kwaliteit en lesstof van opleidingen. Bedrijven krijgen meer verantwoordelijkheid bij het opleiden van mbo-ers. Door de grotere invloed van bedrijven sluit de inhoud en de omvang van het onderwijsaanbod in Nederland in de toekomst nog beter aan bij de behoeften van het bedrijfsleven. Hierdoor krijgen mbo-leerlingen een waardevoller diploma en zullen ze in een functie meer herkennen van hun lesstof.

Onderwijsinstellingen krijgen meer zeggenschap over de kwalificatiedossiers. Door deze wederzijdse invloed zijn de wensen en mogelijkheden van het onderwijs goed afgestemd op de wensen van het bedrijfsleven.

SBB en afstemming
In de alinea’s hierboven komt duidelijk naar voren dat de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven vooral gericht is op onderlinge afstemming tussen de wensen en mogelijkheden van scholen en bedrijven. Scholen zullen intensief met elkaar moeten samenwerken. Communicatie is hierbij van groot belang. Ook hierin heeft de stichting SBB een belangrijke rol.

Wat kun je met de opleiding Technicus Sterkstroominstallaties (TSI)

Technicus Sterkstroominstallaties is een veelzijdig beroep in de elektrotechniek. Een elektromonteur met een diploma TSI voert in de praktijk verschillende werkzaamheden uit. Deze werkzaamheden bestaan onder andere uit het calculeren en ontwerpen van elektrotechnische installaties. Daarnaast zal een Technicus Sterkstroominstallaties in de praktijk ook zelfstandig elektrotechnische installaties aanleggen.

Ook het onderhouden van deze installaties hoort bij de werkzaamheden van de technicus. In de praktijk geeft een TSI ook vaak leiding aan collega’s op de bouw. De projecten waar een Technicus Sterkstroominstallaties werkzaam is kunnen zowel in de woningbouw als in de utiliteitssector worden uitgevoerd. De installaties waaraan een TSI werk zijn verschillend daarom moet hij of zij over voldoende kennis beschikken. Deze kennis wordt geboden op de opleiding Technicus Sterkstroominstallaties.

Niveau van opleiding TSI
De opleiding Technicus Sterkstroominstallaties (TSI) is een opleiding op niveau 4 volgens de Nederlandse kwalificatiestructuur BVE. Dit mbo niveau 4 en is vergelijkbaar met het ISCED-niveau 4C.

Wat leer je op de opleiding TSI
Deelnemers aan de opleiding TSI leren verschillende vaardigheden met betrekking tot elektrotechnische installaties. Ze leren hoe ze deze moeten installeren en onderhouden. Ook is er in de opleiding aandacht voor elektrische meet- en regelcomponenten en PLC’s. Er wordt geleerd hoe men elektrotechnische laagspanningsinstallaties moet aanleggen en hoe men besturingssystemen moet inregelen en testen. Ook het inbedrijfstellen van installaties en het storing zoeken en het oplossen daarvan behoort tot de inhoud van de opleiding TSI.

De opleiding TSI besteed ook aandacht aan werkvoorbereiding rondom elektrotechnische installaties. Deelnemers aan de opleiding leren een installatie te ontwerpen en te tekenen. Calculatie en aannemen komt aan de orde. Hierbij komen ook wetgeving en regelgeving en normen aan de bod.

Veiligheid is zeer belangrijk in de elektrotechniek. Als men installaties aanraakt die onder spanning staan kunnen de gevolgen levensgevaarlijk zijn. Om die reden is er op de opleiding TSI aandacht voor veiligheid op de werkplek. Hierbij wordt niet alleen aandacht besteed aan eigen veiligheid. Ook de veiligheid van collega’s en andere mensen in de werkomgeving moet tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden van een Technicus Sterkstroominstallaties gewaarborgd zijn. Daarom is hier aandacht voor in de opleiding.

Wat voor werk kun je krijgen met een diploma TSI?
Een diploma TSI heeft meerwaarde op de arbeidsmarkt. Het is belangrijk dat iemand naast deze opleiding ook praktijkervaring heeft opgedaan tijdens stages of werkzaamheden bij elektrotechnische bedrijven. De aard van deze praktijkervaring zorgt er meestal voor dat een Technicus Sterkstroominstallaties zich in een bepaalde richting van de elektrotechniek heeft gespecialiseerd. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan meet- en regeltechniek en PLC’s. Ook kunnen mensen met een TSI opleiding gespecialiseerd worden in werkvoorbereiding en technisch tekenen.

Een TSI is een specialist en zal daarom in de praktijk nog regelmatig aanvullende cursussen en opleidingen moeten volgen voor de uitoefening van zijn of haar vak. Dit kunnen bijvoorbeeld opleidingen en cursussen zijn over speciale software of ontwikkelingen in de meet- en regeltechniek. De ontwikkelingen in de techniek zijn de afgelopen jaren in hoogt tempo toegenomen. Door regelmatig opleidingen en cursussen te volgen zal de TSI een specialist blijven.

Wat leer je op de opleiding Allround Operationeel Technicus AOT?

AOT is een afkorting die staat voor Allround Operationeel Technicus. Dit is een mbo-opleiding die ongeveer vier jaar duurt. Het opleidingsniveau van de opleiding Allround Operationeel Technicus is mbo-niveau vier. Deze opleiding wordt op verschillende mbo-opleidingsinstituten aangeboden. Leerlingen die de opleiding AOT volgen krijgen zowel theorie als praktijk. De theorie wordt vooral op het opleidingsinstituut geleerd en de praktijk komt vooral aan de orde tijdens stages.

Toelatingseisen voor de opleiding AOT
Het is belangrijk dat leerlingen die aan de opleiding starten over voldoende basiskennis beschikken. Deze basiskennis is belangrijk om aansluiting te vinden bij de leerstof die op de opleiding wordt geboden. Daarom hebben mbo-instituten toelatingseisen voor de opleiding AOT. Deze toelatingseisen komen over het algemeen met elkaar overeen. Een aantal voorbeelden van leerlingen die worden toegelaten op de opleiding AOT staan hieronder vermeld. Je wordt toegelaten op de opleiding als je een diploma hebt van:

  • VMBO Techniek – Gemengd
  • VMBO Techniek – Kaderberoepsgericht
  • VMBO Techniek – Theoretisch

Verder is het mogelijk om toegelaten te worden op de opleiding AOT als iemand in bezit is van een overgangsbewijs HAVO of VWO 3-4. Voor overige toelatingseisen is het verstandig om contact op te nemen met een mbo-opleidingsinstituut waar deze opleiding wordt aangeboden.

Lesstof van de opleiding AOT
In de opleiding Allround Operationeel Technicus komen verschillende vakken aan de orde. Deze vakken worden in twee hoofdcategorieën ingedeeld: de beroep gebonden vakken en de algemeen vormende vakken.

Beroep gebonden vakken AOT
In de beroep gebonden vakken leert de leerling verschillende technische vaardigheden aan. Daarnaast krijgt de leerling theoretische kennis en praktijkkennis over uiteenlopende technische systemen. Hierbij kan gedacht worden aan dieselmotoren en gasmotoren. Verder wordt aandacht besteed aan gasturbines, stoomturbines en stoomketels. Ook energietechniek komt aan de orde. Deze techniek houdt verband met verschillende andere technieken waaronder elektrotechniek.

Meet en regeltechniek is ook een interessant vak dat aangeboden worden op de AOT opleiding. Deze techniek kan onder andere aan koel en vries techniek worden gekoppeld en aan luchtbehandelingssystemen. Ook Warmteleer of thermodynamica komt aan de orde.

Er wordt geleerd welke verspanende en niet-verspanende bewerkingen uitgevoerd kunnen worden op de werkplaats. Deze bewerkingen kunnen onder andere gebruikt worden in de werktuigbouwkunde. Daarom is ook een deel van de opleiding gericht op de werktuigbouwkunde. Tekeningen lezen is ook een belangrijk aspect van technisch werk. Leerlingen op de opleiding AOT leren tekeningen lezen en tekeningen maken. Verder leren ze aspecten van de procestechniek en besturingstechniek. Door al deze verschillende technische vakken zijn leerlingen van een AOT opleiding technisch breed opgeleid.

Algemeen vormende vakken AOT
Naast beroep gebonden vakken krijgen leerlingen op de opleiding AOT ook verschillende algemeen vormende vakken. Deze vakken zijn belangrijk voor de algemene ontwikkeling van de leerlingen. Daarnaast zijn deze vakken ook van belang om andere technische vakken beter te begrijpen en kunnen ze van pas komen als de leerling wil doorleren.

Scheikunde en natuurkunde zijn algemeen vormende vakken en Wiskunde ook. Deze vakken worden ook wel bètavakken genoemd. Maatschappijleer, Nederlands en Engels zijn andere vakken die tot de algemeen vormende vakken kunnen worden gerekend.

Wat kun je met de opleiding Allround Operationeel Technicus?
Een Allround Operationeel Technicus kan in verschillende functies worden ingezet. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een technische dienst of een beheersfunctie. Ook een functie als servicemonteur of monteur meet- en regeltechniek kan worden uitgevoerd door een Allround Operationeel Technicus. Meestal zullen wel aanvullende opleidingen en trainingen gevolgd moeten worden voor specifieke technische systemen.

De basiskennis van de volgende technische installaties beheerst de Allround Operationeel Technicus over het algemeen:

  • Stoomketels
  • Generatoren
  • Verbrandingsmotoren
  • Turbines
  • Aggregaten
  • Procestechniek

Een AOT kan hierdoor aan deze installaties werken. In eerste instantie zal dat onder toezicht zijn van een ervaren monteur. Naarmate de AOT meer werkervaring heeft kan hij of zij ook zelfstandig aan de slag. Een ervaren AOT kan storingen zoeken en oplossen aan diverse technische installaties en systemen. De technicus werkt in een team of alleen.