Wat is de ambachtsschool?

Ambachtsschool is een benaming voor een praktijkgericht dagonderwijs in de ambacht en nijverheid die in Nederland gevolgd kon worden van 1865 tot 1968. Voor mensen die een vak of ambacht wilden leren was de ambachtsschool zeer geschikt. Voor mensen die na het afronden van de lagere school geen mogelijkheden hadden om langer door te leren was de ambachtsschool een uitkomst. Door de invoering van de ambachtsschool en de verlening van de leerplicht konden veel arbeiders zich verder ontwikkelen en ging bovendien het vakmanschap en het scholingsniveau omhoog in Nederland.

Ambachtsschool en huishoudschool
De ambachtsschool was altijd het opleidingsinstituut voor technische opleidingen. Die werden traditioneel aan jongens aangeboden. Naast de ambachtsschool was er de huishoudschool. Die school was met name gericht op meisjes. Op de Ambachtsschool werden opleidingen aangeboden van twee, drie of vier jaar. Sommige vierjarige opleidingen konden na drie jaar worden afgerond en daarvoor kon men een passend getuigschrift krijgen.

Opleidingsrichtingen van de ambachtsschool
Op de ambachtsschool leerden de leerlingen een beroep. Er waren verschillende vakrichtingen waaruit een leerling kon kiezen. De diversiteit in deze beroepsgroepen was groot. Zo kon iemand een opleiding volgen tot smid, loodbewerker, zinkbewerker of bankwerker. Ook waren er opleidingen in het hout zoals meubelmaker of timmerman. Verder waren er opleidingen zoals huisschilder maar werden ook opleidingen aangeboden in de voertuigentechniek zoals motorvoertuigenhersteller, automonteur en rijwielhersteller.

Lagere Technische School (lts) en vmbo
Het opleidingsaanbod op de ambachtsschool was gebaseerd op de behoefte van het bedrijfsleven, toekomstige arbeiders en werkgevers. Vanaf 1968 werd de ambachtsschool in het kader van de invoering van de Mammoetwet de Lagere Technische School (lts) genoemd. Daar werden veelal vierjarige opleidingen gegeven. Sinds 1999 maakt de Lagere Technische School als onderwijs deel uit van het vmbo. Daar is de Lts geïntegreerd in de beroepsgerichte leerwegen.

Wat is vaardigheid of handvaardigheid?

Vaardigheden worden ook wel competenties genoemd. Een vaardigheid is het vermogen van iemand om een bepaalde handeling vakkundig uit te kunnen voeren. Ook het oplossen van een duidelijk omschreven probleem kan als een vaardigheid worden beschouwd.

Hoe ontstaat een vaardigheid?
Een vaardigheid leert men over het algemeen door in de praktijk te oefenen. Door een bepaalde vaardigheid regelmatig te herhalen wordt men steeds vaardiger. Iemand die regelmatig met een MIG/MAG lastoestel onder de hand (positie PA) last zal steeds vaardiger worden in het onder de hand lassen. Daarbij moet echter wel gekeken worden naar het materiaal (bijvoorbeeld staal 690) en het gereedschap, in dit geval het lastoestel en de lasdraad.

Iemand kan heel vaardig zijn maar alleen vaardigheid is niet voldoende om een taak succesvol uit te voeren. Externe factoren zijn ook van belang zoals de omgeving, werkdruk, temperatuur en de fysieke toestand van de persoon. Als iemand over geen of weinig vaardigheid beschikt wordt de persoon incompetent genoemd voor een bepaalde handeling of taak.

Aandacht voor vaardigheden en competenties
De aandacht voor vaardigheden en competenties neemt toe. Aan het einde van de 21ste eeuw werden leerlingen en studenten vooral beoordeeld op wat ze wisten. Kennis stond centraal en daar werd de manier van lesgeven op aangepast. Tegenwoordig heeft men de nadruk gelegd op wat men kan oftewel het toepassen van kennis. Vaardigheden worden daarom steeds belangrijker.

In de techniek zijn verschillende bedrijven die leerlingen en studenten tijdens praktijkstage vaardigheden aanleren. Dit doen bedrijven bewust omdat de techniek voor een groot deel om vaardigheden draait. Hoe vaardiger een techneut is hoe beter hij of zij producten, installaties, werktuigen en constructies kan vervaardigen.

Ook het tekenen in tekenprogramma’s en het ontwerpen van nieuwe producten kunnen als belangrijke vaardigheden worden beschouwd. Doormiddel van vaardigheden maakt men dus niet beslist stoffelijke producten.

Handvaardigheid
Onder handvaardigheid verstaat men de vaardigheid om met handen iets te maken of om een bepaalde taak uit te voeren. Handvaardigheid was vroeger een vak dat op de Lagere Technische School (LTS) werd gegeven. Hier leerden leerlingen solderen, zagen, metaal knippen, buigen en schilderen. Ook vaardigheden in de houtbewerking werden in het vak handvaardigheid aangeleerd. Door handvaardigheid leerden leerlingen ook welke vaardigheden ze wel en welke ze niet goed met de handen kunnen uitvoeren. Voor bepaalde vaardigheden heeft men namelijk meer aanleg en gevoel dan andere vaardigheden.

Welke technische opleiding moet ik kiezen in Nederland?

In Nederland zijn veel opleidingsinstituten gevestigd die technische opleidingen aanbieden. In de loop der tijd zijn er veel nieuwe opleidingen bedracht. Langzamerhand klinkt de roep om eenduidigheid tussen de opleidingen luider. Dat is logisch want bedrijven willen weten over welke kennis een afgestudeerde beschikt. Aan het einde van de twintigste eeuw ontstond er verandering in de structuur van technische scholen. Tot die tijd was jarenlang de volgende logische opbouw van lagere technische opleidingen naar hogere technische opleidingen

  • LTS, de lagere technische school.
  • MTS, de middelbare technische school.
  • HTS, de hogere technische school.
  • De technische universiteit.

Als een werkzoekende bijvoorbeeld op zijn of haar cv de MTS had staan kon een bedrijf goed inschatten wat zijn of haar vaardigheden waren als de vakken succesvol waren afgerond en het diploma was behaald. Tegenwoordig geven veel bedrijven aan dat ze moeite hebben met het inschatten van de kwaliteiten van werkzoekenden die recentelijk een opleiding hebben behaald. Dit is niet alleen nadelig voor bedrijven, ook de werkzoekenden ondervinden hinder van het gebrek aan transparante in de opleidingen.

Kies een opleiding die herkenbaar is

Een belangrijke tip voor het zoeken naar een opleiding is dat men moet kiezen voor een opleiding die herkenbaar is voor bedrijven. Een voorbeeld van een herkenbare opleiding is Mbo werktuigbouwkunde. Ook opleidingen zoals MSI oftewel monteur sterkstroominstallaties is herkenbaar voor bedrijven. Met een herkenbare opleiding kan men later doelgericht solliciteren. Opleidingen zoals mechatronica zijn in opkomst maar er zijn nog veel bedrijven die niet precies weten wat een mechatronicamonteur kan. Is dit bijvoorbeeld een werktuigbouwkundige, een elektromonteur of een combinatie tussen deze twee? Dat laatste benadert de werkelijkheid het meest, maar is dat gunstig? Zijn gecombineerde opleidingen waardevol?

Algemene brede opleidingen of specialistische?

Sommige bedrijven verlangen in de techniek breed inzetbaar personeel dat meerdere diciplines beheerst. Andere bedrijven geven er de voorkeur aan dat personeelsleden specialistische opleidingen hebben gevolgd en echt vakkennis hebben in een klein segment van de techniek.

Als je jezelf gaat oriënteren op een opleiding moet je er goed rekening mee houden dat er verschillende bedrijven zijn en dat de inzet van personeel in bedrijven divers is. Als je weet in welke sector je graag wilt werken dan kun je kijken naar de bedrijven die daarin actief zijn en de eisen die ze stellen aan personeel. In sommige werktuigbouwkundige bedrijven maakt men complete machines en daarom heeft men vaak allrounders nodig die verstand hebben van mechanische aspecten maar ook elektrotechnische componenten. Pas als bedrijven groot genoeg zijn kan men een duidelijke arbeidsverdeling maken tussen elektromonteurs, lassers, samenstellers en mechanisch monteurs. In dat geval zal men liever specialisten aannemen dan allrounders met weinig diepgaande kennis. Bij dit soort bedrijven xal men lever mensen met een specialistische opleiding aannemen.  Bij productiebedrijven waarbij veel verschillende eenvoudige producten worden gemaakt zal men eerder kiezen voor technici met een algemene brede technische opleiding.

Aanvullende opleidingen

Een combinatie tussen een algemen brede technische opleiding een een aantal specifieke technische opleidingen ziet men in de praktijk vaak op cv’s staan van techneuten. Deze hebben bijvoorbeeld een Mbo opleiding werktuigbouwkunde gedaan en hebben deze algemene kennis later aangevuld met een opleiding of cursus MIG/MAG, BMBE lasse of TIG lassen. Ook komt het voor dat men een aanvullende opleiding richting verspaning doet zoals draaien en frezen. Als men nog verder kijkt kan men zelfs buiten de mechanische techniek ook nog elektronische cursussen doen zoals elektrisch schakelen of zelfs PLC programmeren. Curussen op het gebied van hydraulica en pneumatiek zijn ook mogelijk. Al deze opleidingen en cursussen maken duidelijk welke specialistische kennis de techneut beheerst naast de algemene kennis.

De beste opleidingscombinatie?

Een moderne techneut is goed op de toekomst voorbereid en heeft een herkenbare technische opleiding. Dit kan een algemene technische opleiding zijn zoals Mbo werktuigbouwkunde. Om zijn of haar inzetbaarheid te vergroten en de specifieke kwaliteiten te onderstrepen zijn aanvullende opleidingen gevolgd En op het cv gezet. De beste opleiding? Die is voor iedereen anders maar herkenbaarheid is voor bedrijven van belang dus ook van belang voor de werkzoekende sollicitant.  De opleidingen moeten passen in het profiel van de sollicitant en een logische opbouw hebben, bijvoorbeeld van laag naar hoog en van algemeen naar specifiek. Een logische opleidingscombinatie die herkenbaar is voor bedrijven vergroot de kans op werk.

Wat was de hogere technische school (hts) voor onderwijstype?

De hogere technische school (hts) was een onderwijs vorm in Nederland. Deze onderwijsvorm kwam na de Tweede Wereldoorlog tot stand. Vlak na deze oorlog begon Nederland met de wederopbouw. Er was een grote behoefte aan technici. Deze technici moesten over voldoende technische kennis beschikken om een bijdrage te leveren aan de technische aspecten die verbonden zijn aan de wederopbouw. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd de Uitgebreide Technische School (UTS) al ingevoerd. Deze moest er voor zorgen dat er een optimale aansluiting zou komen tussen de lagere school en de middelbare technische school (mts).Het technisch onderwijs in Nederland werd na de oorlog op verschillende niveaus hervormd. De ambachtsschool veranderde bijvoorbeeld in 1949 in de Lagere Technische School (LTS).  Vanaf 1957 werd de naam mts gebruikt als de nieuwe aanduiding voor de Uitgebreide Technische School. Daarnaast werd later in dat jaar de mts opgewaardeerd tot hogere technisch school (hts).

Toelatingseisen voor hts
Voordat een leerling werd toegelaten tot een opleiding aan de hts moest hij of zij aan een aantal toelatingseisen voldoen. Scholieren die een diploma hadden gehaald van de havo, atheneum of het gymnasium konden een opleiding volgen aan de hts. Leerlingen met een diploma van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) konden eveneens een opleiding aan de hts volgen. Daarnaast was het ook voor leerlingen met een afgeronde mts opleiding mogelijk om door te stromen naar de hts. Verder was het geruime tijd mogelijk om eerst lts te volgen, dan schakelklas uts en vervolgens de schakelklas hts om aan de toelatingseisen van de hts te voldoen.

De duur van hts-opleidingen
De hts duurde vier jaar. Studenten die een opleiding volgden aan de hts hadden de eerste twee jaar van hun opleiding theorie- en praktijklessen. In het derde jaar van de hts volgden de studenten een stage bij een bedrijf dat aansloot bij hun opleidingsrichting. In het vierde jaar schreven de hts-studenten een afstudeeropdracht die werd beoordeeld. Als de afstudeeropdracht voldoende was en de student aan de verdere verplichtingen zoals het behalen van examens had voldaan kreeg hij of zij het hts-diploma. Een student die de hts had behaald mocht na het ontvangt van het hts-diploma de titel ingenieur (ing.) voor zijn of haar naam zetten.

Inhoud van hts-opleidingen
De hogere technische school had een grotere diversiteit aan vakgebieden dan de voormalige middelbare technische school. Op de hts kon men een hogere technische opleiding volgen in een specifiek vakgebied zoals:

  • Autotechniek
  • Bouwkunde
  • Chemische techniek
  • Civiele techniek
  • Economische bedrijfstechniek
  • Elektrotechniek
  • ICT
  • Scheepsbouwkunde
  • Technische bedrijfskunde
  • Technische natuurkunde
  • Vliegtuigbouwkunde
  • Werktuigbouwkunde

Binnen bovengenoemde vakgebieden was het op sommige hts-scholen mogelijk om in een specifieke richting af te studeren. Op de hts in Haarlem was het bijvoorbeeld mogelijk om binnen het vakgebied elektrotechniek de richting energietechniek te kiezen. Ook binnen andere vakgebieden was op sommige hts-scholen een specialisatie mogelijk.

Wat is de hts tegenwoordig?
Tegenwoordig is de naam hts niet meer in gebruik al staat deze naam natuurlijk nog wel op de diploma’s en cv’s van oud studenten die de hts hebben gevolgd. De hts is opgegaan in het hoger beroepsonderwijs hbo. Hogere technische opleidingen worden tegenwoordig ook wel onder de naam hoger technisch onderwijs (hto) geplaatst. Het hbo zelf is een breed opleidingsinstituut waarbinnen ook veel niet-technische opleidingen worden gegeven zoals bijvoorbeeld: economisch, administratief en pedagogisch onderwijs.

Hbo opleidingen worden vanwege de internationale transparantie op het gebied van opleidingsniveau ook wel bachelors genoemd. De diversiteit aan technische opleidingen is op het hbo zeer groot. Tegenwoordig zijn er nog steeds algemene technische hbo-opleidingen zoals:

  • HBO Electrotechniek
  • HBO Werktuigbouwkunde
  • HBO Bouwkunde
  • HBO Civiele Techniek

Er zijn echter vele nieuwe opleidingsrichtingen bijgekomen ten opzichte van de hts. Een voorbeeld hiervan zijn de Bachelor Industrieel Productontwerp, de Bachelor mechatronica en de Bachelor Technische Informatica. Ook tegenwoordig kan de afgestudeerde technische hbo-er de titel ingenieur gebruiken voor zijn of haar naam.

Wat is de lagere technische school (lts) tegenwoordig?

De lagere technische school (lts) was een schooltype in Nederland. De lts werd in het verleden ook wel de ambachtsschool genoemd maar die benaming is niet helemaal juist. De lts ontstond uit de ambachtsschool. De ambachtsschool was over het algemeen twee jaar en te lagere technisch school bood vierjarig lager technisch onderwijs. Rond het jaar 1968 werd de naam ambachtsschool veranderd in lagere technische school. Deze school werd ook wel genoemd bij de afkorting: lts.

Jongensscholen
Lts-scholen waren tot 1977 meestal strikte jongensscholen. De vrouwenemancipatie bracht hier verandering in. Vanaf 1977 werden lts-scholen ook toegankelijk voor vrouwen en meisjes. Langzamerhand kwamen er ook meer meisjes op de lts.

Praktijkstroom en Theoriestroom
De lts had twee verschillende stromen. Dit was de praktijkstroom die ook wel P-stroom werd genoemd en de theoriestroom die ook wel T-stroom werd genoemd. De praktijkstroom was een vorm van eindonderwijs. Dit hield in dat de leerlingen in de praktijkstroom werden voorbereid op een beroep in de arbeidsmarkt. De theoriestroom was gericht op het doorstuderen. Leerlingen leerden in de theoriestroom voldoende theoretische kennis om door te studeren naar een middelbare technische school (mts).

Kiezen van vakrichting
Op de lts waren de eerste twee jaar algemeen technisch. Dit hield in dat de leerlingen les kregen in verschillende technieken. Hierdoor konden de leerlingen zich een beeld vormen van de beroepen en beroepsgroepen die in de techniek aanwezig zijn. Na de twee algemene jaren moesten de leerlingen een specifieke vakrichting kiezen. De volgende vakgebieden waren gebruikelijk:

  • Schildertechniek
  • Voertuigentechniek
  • Elektrotechniek
  • Installatietechniek
  • Bouwtechniek
  • Metaaltechniek

De vakgebieden van lts-scholen kwamen met elkaar overeen. Sommige lts-scholen boden echter ook aanvullende vakgebieden aan zoals techniek voor edelsmeden. Daarnaast waren er lagere technische scholen die individueel technisch onderwijs (ITO) aanboden aan leerlingen die meer ondersteuning nodig hadden op het gebied van leren. Verder waren er lts-scholen die een vijfde leerjaar aanboden waarin leerlingen vakken konden leren op lts-C-niveau. Deze vakken konden de leerlingen leren zodat ze beter konden doorstromen naar de middelbare technische school. Sommige lts-scholen hadden in de avonduren een mogelijkheid om voor volwassenen een opleiding te volgen. Dit werd ook wel volwassenonderwijs genoemd.

Lts A, B, C en D-niveau
Op lts-scholen werd het niveau van leerlingen ook wel ingedeeld in 3 tot 4 verschillende niveaus. Niveau A en B waren bij deze indeling de laagste niveaus. Meestal werden leerlingen die dit leerniveau hadden ingedeeld in individueel technisch onderwijs (ITO). Bij de ITO kregen de leerlingen extra begeleiding bij hun leerproces. Niveau C was het niveau voor de reguliere lts. Sommige lts-scholen boden vanaf 1988 ook vakken zoals wiskunde en natuurkunde op D-niveau. Leerlingen die deze vakken volgden kregen leerstof die voldoende aansluiting bood op het opleidingsniveau van de middelbare technisch school.

Lts werd vbo
De lts werd in 1992 een onderdeel van het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo). Het vbo is een vorm van voortgezet onderwijs en de opleidingen duurden vier jaar. Leerlingen op het vbo hadden een leeftijd van twaalf tot zestien jaar. Na afloop van het vbo konden leerlingen doorstuderen op het middelbaar beroepsonderwijs mbo of de middelbare technische school (mts).

Vbo werd vmbo
In 1999 is de vbo samen met de mavo opgegaan in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De lts was als het ware de voorloper van de technische richting van het vmbo. Het vmbo biedt vier verschillende leerwegen. Dit zijn de leerwegen:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB)
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB)
  • Gemengde leerweg (GL)
  • Theoretische leerweg (TL)

Binnen het vmbo zijn de leerwegen weer onderverdeeld in afdelingen en programma’s. De afdelingen zijn:

  • Sector Techniek Bouwtechniek
  • Sector Zorg en welzijn
  • Sector Economie
  • Sector Landbouw

De sector ‘Techniek Bouwtechniek’ bevat verschillende programma’s. Deze programma’s zijn allemaal gericht op een specifieke techniek. De volgende programma’s kunnen worden aangeboden binnen de sector Techniek Bouwtechniek:

  • Timmeren,
  • Metselen,
  • Schilderen,
  • Meubelmaken,
  • Elektrotechniek,
  • Grafische techniek,
  • Installatietechniek,
  • Metaaltechniek,
  • Transport en logistiek,
  • Voertuigentechniek.

Verder bevat het vmbo ook Intrasectorale programma’s zoals Bouwtechniek-breed, Techniek-breed, Instalektro en Metalektro. Deze algemene programma’s bieden brede kennis over een bepaalde sector in de techniek.