Voedselverspilling is niet lean

In het kader van lean manufacturing en lean management wordt er gelet op afval oftewel waste. Door productieprocessen te stroomlijnen en de doorlooptijd te verkorten kan men sneller en effectiever produceren. Daarbij is tijd niet het enige aspect waarin men winst kan behalen ook het verspillen van grondstoffen, halffabricaten en producten moet worden beperkt als men streeft naar een lean bedrijf. In de voedingsmiddelenindustrie zijn er ook verschillende bedrijven die zich bezig houden met lean manufacturing.

Deze bedrijven zullen zich in de toekomst ook steeds meer gaan richten op het beperken van voedselverspilling. Het verspillen van voedsel is een groot probleem in Nederland. Er worden jaarlijks voor duizenden vrachtwagens aan voedsel weggegooid. Het overgrote deel wordt weggegooid door consumenten maar ook tijdens het productieproces gaat veel voedsel verloren. Als bijvoorbeeld de verkeerde verpakking wordt gebruikt of een verkeerde datum is aangebracht. Dan gaat het voedsel meeste tegelijkertijd met de verpakking de afvalbak in. Dat zorgt er voor dat er voedselverspilling optreed maar ook meer afval ontstaat. Kortom er ontstaat meer waste en dat past niet in het principe van lean manufacturing.

Steeds meer bedrijven gaan daarom verantwoord met grondstoffen om. Op die manier worden ze niet alleen lean maar ook economisch effectiever. Het rendement gaat omhoog en er hoeft ook minder afval worden afgevoerd wat bovendien verwijderingskosten en transportkosten scheelt. Door bovendien effectiever met grondstoffen om te springen worden ook minder natuurbronnen gebruikt en wordt flora en fauna bespaard. Dat is belangrijk in het streven naar een circulaire economie.

Wat is Quick Response Manufacturing of QRM?

Quick Response Manufacturing (QRM) is een managementstrategie waarmee bedrijfsresultanten worden geoptimaliseerd door de reactiesnelheid en flexibiliteit te verhogen. QRM is voornamelijk gericht op tijd. Het is de bedoeling dat zo snel mogelijk producten worden geleverd tegen een zo hoog mogelijke leverbetrouwbaarheid. Door snel te leveren en de leverbetrouwbaarheid te vergroten worden de kosten gereduceerd en gaat het rendement van het bedrijf omhoog. Veel bedrijven in de metaaltechniek, industrie en assemblage werken met QRM. Deze managementstrategie wordt vooral ingezet als verbeterstrategie. Dat betekent dat bestaande bedrijven op een gegeven moment gaan invoeren als ze tegen problemen aanlopen op het gebied van het naleven levertijden.

Waarom Quick Response Manufacturing?
Wanneer een bedrijf merkt dat ze moeite heeft om aan de levertijden te voldoen zullen er oplossingen bedacht moeten worden. In de meeste bedrijven is er sprake van een bepaalde productieketen. Deze productieketen bestaat uit verschillende stappen. In deze productieketen moet de doorlooptijd worden verkort om tot effectieve resultaten te komen. Bedrijven die doen aan Lean Manufacturing en grote series van ongeveer dezelfde standaard producten maken kunnen veel winst behalen doormiddel van QRM. Vooral bij een eenvoudige productie en assemblage kan QRM meestal snel en effectief worden ingevoerd en meteen resultaat opleveren.

Productiecellen
Tijden de ontwikkeling van QRM wordt het productieproces in verschillende cellen ingedeeld. Dit worden ook wel de productiecellen genoemd. Tijdens de indeling van deze productiecellen worden werkzaamheden die aan elkaar gerelateerd zijn samengevoegd. De capaciteit van de productiecellen wordt beoordeeld en er wordt gekeken naar de optimale aansluiting tussen de verschillende productiecellen. Het gevaar bij lean manufacturing, lean manufacturing en Quick Response Manufacturing is dat het systeem statisch wordt. Er moet ook ruimte zijn voor de productie van afwijkende producten. Deze moeten een eigen route kunnen volgen langs de verschillende productiecellen. Dat maakt het QRM complex.

Elke productiecel bestaat uit een productieteam met een verantwoordelijkheid om halffabricaten op de juiste manier te produceren en te assembleren. De teams hebben zelf de opdracht om de juiste keuzes te maken om het productieproces zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat zorgt er voor dat de teams verantwoordelijkheid krijgen en een bepaalde trotst krijgen als ze de doelstellingen behalen. Het streven is dat productiecellen zichzelf corrigeren en optimaliseren zodat de levertijdens nog beter worden behaald en processen nog effectiever verlopen.

POLCA

De kortst mogelijk doorlooptijd wordt doormiddel van het mechanisme Paired-cell Overlapping Loops of Cards with Authorization gerealiseerd. Dit systeem wordt ook wel POLCA genoemd.

Bijsturing van organisatieprocessen doormiddel van een regelkring

Binnen een organisatie moeten tal van processen en systemen gestuurd, bestuurd en bijgestuurd worden. Men kent voor het sturen van bedrijfsprocessen een planning. In deze planning wordt een bepaald doel gesteld door de organisatie. Wanneer dit doel niet wordt behaald kan men gebruik maken van een zogeheten regelkring. Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL in Leeuwarden, heeft in onderstaande tekst weergegeven wat een regelkring precies is en hoe deze ingezet kan worden om de processen binnen een organisatie effectiever bij te sturen zodat doelstellingen kunnen worden behaald.

Regelkring voor het behalen van de norm
Een organisatie stelt voor zichzelf, vanuit de planning, een bepaald doel voor de toekomst. Dit doel wordt ook wel de norm genoemd. Doormiddel van een regelkring worden de verschillende lagen binnen een organisatie gestuurd om deze norm te behalen. De regelkring bestaat uit een viertal elementen:

  • Meting van de invoer van productiefactoren en uitvoer van de daadwerkelijk productie en/of diensten.
  • De meting van de bovenstaande invoer of uitvoer wordt vergeleken met de gestelde norm. Dit wordt gedaan om eventuele afwijkingen vast te stellen.
  • Als er afwijkingen worden geconstateerd worden die acties onderzocht die kunnen worden ingezet om de geconstateerde afwijkingen te reduceren, of verhelpen
  • De acties van de vorige stap worden in werking gezet.

Zoals hierboven is weergegeven bestaat de regelkring uit vier elementen of vier stappen. Deze elementen zijn met elkaar verbonden en worden door de organisatie dan ook in de bovenstaande volgorde uitgevoerd.

Uitwerking van regelkring aan de hand van een voorbeeld
Men stelt allereerst een norm, bijvoorbeeld een productie van 10.000 eenheden per dag. Wanneer in de tweede stap blijkt dat de werkelijke productie op 8.000 eenheden per dag ligt, doet zich een afwijking ten opzichte van de norm voor. De organisatie zal naar de derde stap gaan en acties onderzoeken om de werkelijke productie naar de gestelde norm te brengen. Uit stap drie kan bijvoorbeeld kenbaar worden dat een bepaalde machine onjuist is afgesteld. In dit geval zal de organisatie verder kunnen gaan naar stap vier, namelijk: het uitvoeren van de acties. De organisatie stelt de machine juist af en de norm kan worden behaald.

Bijstellen van de norm
Naast het uitvoeren van de vier acties heeft een organisatie nog een mogelijkheid binnen de regelkring, namelijk: de norm bijstellen. Wanneer een norm niet kan worden behaald, kan de organisatie simpelweg de norm verlagen. De vraag is of men deze normbijstelling moet gaan doen. Door de norm te verlagen wordt voor een deel ook de prikkel weggenomen om meer te produceren. Het reduceren van de norm is in de praktijk alleen verstandig wanneer de norm onrealistisch hoog is.

Samenvatting
Een regelkring is dus, vaak een schematisch weergegeven, proces binnen een organisatie die gericht is op het plannen, bijsturen en optimaliseren van de werkzaamheden en processen om de gestelde norm te behalen. Het optimaliseren van processen komt onder andere aan de orde in verschillende theorieën waaronder lean management en lean manufacturing. Ook op opleidingen zoals technische bedrijfskunde wordt veel aandacht aan procesoptimalisering besteed.

Organisatiemechanismen en coördinatiemechanismen

Een organisatie kent vele processen en systemen. Organisaties worden ook wel mechanismen genoemd. Deze visie op organisaties is door Mintzberg beschreven en is in deze tekst door HRM-student Tjerk van der Meij als bron gehanteerd. Planning en coördinatie staan in de theorie van Mintzberg centraal. Doormiddel van planning wordt het organisatiemechanisme aangestuurd en in banen geleid. Binnen organisaties wordt de gehele bedrijfsvoering gestuurd door coördinatie.

Zes organisatiemechanismen
Mintzberg heeft zes organisatiemechanismen beschreven die de coördinatie van het bedrijf vormgeven:

  • Cultuur
  • Strategische top
  • Middenkader
  • Operationele kern, of uitvoerend personeel
  • Ondersteunende stafdiensten
  • Technische staf

Naast deze zes organisatiemechanismen heeft Mintzberg ook een aantal coördinatiemechanismen in zijn theorie beschreven. Deze zijn in onderstaande alinea nader toegelicht.

Zes coördinatiemechanismen
De bedrijfsvoering en de werkprocessen worden op een bepaalde stijl gecoördineerd, dit noemt men een coördinatiemechanisme. Hiervoor zijn zes mechanismes om deze processen te sturen. Mintzberg onderscheidt deze zes fundamentele manieren om de werkzaamheden binnen een organisatie te coördineren:

  • Onderlinge afstemming, coördinatie door informele communicatie. Dit vindt plaats in zelfsturende teams, werknemers werken met elkaar door middel van feedback. Dit gebeurt (grotendeels) zonder leidinggevenden.
  • Rechtstreeks toezicht, coördinatie door orders van één persoon. Er is een leidinggevende aanwezig die de werknemers voorziet van directe instructies.
  • Standaardisatie van werkprocessen, coördinatie door specificeren van de werkzaamheden. Alle werkzaamheden worden nauw omschreven en toegelicht in een werkinstructie. Werknemers werken vanuit deze instructie. Dit komt veel voor bij productiebedrijven.
  • Standaardisatie van resultaten, coördinatie door specificatie van de resultaten van werkzaamheden. Denk hier aan financiële doelstelling zoals winst.
  • Standaardisatie van bekwaamheden en kennis, coördinatie van verschillende werkzaamheden door opleiding. Werknemers van de operationele laag staan centraal in deze stijl. Ze krijgen veel opleiding om ze goed aan de organisatie te binden.
  • Standaardisatie van normen die het werk beïnvloeden. Deze stijl komt hoofdzakelijk voor bij productiebedrijven en een bureaucratie.

Bovenstaande zijn drie vormen van standaardisatie terug te vinden. Mintzberg ondervond tijdens het vormen van zijn theorie, dat hoe complexer de organisatie werd, hoe meer standaardisatie er wordt toegepast. Van de gehele zes manieren van organisatiecoördinatie heeft een organisatie van ieder een deel nodig, maar uiteindelijk wordt één coördinatiemechanisme de overheersende. Het mechanisme wat het best aansluit bij de bedrijfsvoering wordt de “orginizational fit” genoemd.

MVO en duurzame inzetbaarheid

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een term die men tegenwoordig regelmatig hoort in het bedrijfsleven. Het is bijna een containerbegrip geworden waar men verschillenden aspecten van het milieuverantwoord management van een bedrijf onder verzameld. Kenmerkend voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen is dat men niet alleen naar het effect van de bedrijfsvoering op het bedrijf kijkt maar ook daar buiten. Bedrijven zijn geen eilanden meer maar zijn onderdelen van een groter geheel namelijk de maatschappij. Student Tjerk van der Meij heeft in onderstaande tekst getracht maatschappelijk ondernemen in een breed kader te zetten en daarbij ook de brug te slaan met duurzame inzetbaarheid van het personeelsbestand.

Wat is MVO?
Binnen een organisatie die veel aan duurzame inzetbaarheid doet staat het MVO hoog in het vaandel. MVO is de afkorting voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het doel van MVO is dat een bedrijf duurzaam en milieubewust te werk gaat, denk aan het terugdringen van vervuiling en het broeikaseffect. MVO is in andere woorden dus duurzaam ondernemen. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord onderneemt, houdt het rekening met de externe factoren en de wensen van de consument. De consument vraagt vandaag de dag om meer duurzame producten vanwege het huidige milieu en klimaat. Daarnaast willen klanten graag centraal staan en hebben ze behoefte aan persoonlijke aandacht en maatwerkoplossingen. Bedrijven moeten hun processen voortdurend aanpassen aan een veranderende markt waarbij consumenten nieuwe eisen stellen en overheden nieuwe wetten en regels invoeren ter bescherming van de consument, de kwaliteit en de veiligheid van producten en diensten. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord wil ondernemen kijkt het dus naar de omgeving en de vragen en wensen die in deze omgeving aanwezig zijn van zowel de consument als de omgeving zelf (milieu, klimaat, landschap etc.).

Lean management en MVO
Het lean management en of lean manufacturing is hier ook op gebaseerd. Lean werken gaat namelijk over het tegen gaan van verspilling en het optimaliseren van bedrijfsprocessen zodat alleen werkzaamheden worden gedaan die in het belang zijn van de consument en zo weinig mogelijk nutteloze werkzaamheden worden gedaan. Het ontstaan van afval wordt bestreden met lean management. Hierbij kan men denken aan het beperken van afval tijdens het productieproces maar ook het tegengaan van tijdverspilling en energieverspilling. Om die reden houdt lean management ook verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Beperken van verliezen
Daarnaast is het voor de organisatie van groot belang dat het rekening houdt met de buitenwereld om zijn verliezen in te perken; denk bijvoorbeeld aan het verlies van energie, materialen of grondstoffen. Ook de afvoerkosten van niet biologisch afbreekbaar materiaal zijn een kostenpost waar bedrijven rekening mee moeten houden. Afval dat niet in een circulaire economie kan worden hergebruikt en niet kan worden gerecycled is pure verspilling en daarom een kostenpost. Dergelijke afvalproducten passen niet in een bedrijf met lean management of bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen.

MVO en het personeelsbeleid
Naast het omdenken om het milieu, wordt er binnen het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen ook gedacht besteed aan zaken zoals vergrijzing en betere arbeidsomstandigheden voor de werknemers in het kader van duurzame inzetbaarheid. Binnen het MVO wordt er dus gesproken over het duurzamer maken van de werknemer, product en omgeving. Vanuit een human resource visie zal een organisatie die maatschappelijk verantwoord omgaat met haar personeelsbeleid ook aandacht moeten besteden aan het welzijn van het personeel. Daarbij moet het personeel zowel fysiek als mentaal indien nodig ondersteund worden met hr-tools. En deze hr-tools of ‘gereedschappen’ voor een human resource beleid kunnen zeer divers zijn. Zo kunnen bedrijven speciale aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden. Veel bepalingen hierover zijn al vastgelegd in de arbowetgeving. Toch kunnen bedrijven meer doen.

Door bijvoorbeeld speciale verlichting te plaatsen in het bedrijf en veel ramen te plaatsen zodat daglicht binnen komt. Dit draagt bij aan de gezondheid van het personeel. Ook ergonomische werkplekken, goede stoelen, uitstekende persoonlijke beschermingsmiddelen, sportmogelijkheden en andere aspecten dragen bij aan het welzijn van het personeel. Sommige bedrijven gaan zelfs zo ver dat ze personeel helpen met hun voeding om er voor te zorgen dat ze geen overgewicht krijgen. Ook zijn er bedrijven die personeel helpen om te stoppen met ongezonde gewoontes zoals roken en weinig bewegen.

Al deze aspecten bevorderen de gezondheid van het personeel en zorgen er daarom voor dat personeel langer gezond het werk kan blijven uitvoeren. Dit is dus in feite het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van het personeel. Omdat de pensioengerechtigde leeftijd steeds hoger komt te liggen moeten mensen langer werken. Een focus op duurzame inzetbaarheid van personeel is daarom vaak geen keuze meer maar een absolute noodzaak. Het alternatief is namelijk een hoger ziekteverzuim en bijbehorend capaciteitsverlies. Dit is allerminst wat organisaties willen. Ook is een hoog ziekteverzuim geen goede reclame voor een bedrijf. Een bedrijf met aandacht voor duurzame inzetbaarheid van haar personeel kan echter wel op instemming rekenen van de maatschappij. Duurzame inzetbaarheid van personeel en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn daarom nauw met elkaar verbonden.

MVO stakeholders
Het is nu duidelijk dat een organisatie die duurzaam onderneemt zijn doelen wil behalen en daarnaast zorg wil dragen om zijn omgeving. Binnen het MVO heeft een organisatie dus 3 richtlijnen waar aandacht aan moet worden besteed namelijk: de mens, de winst en de planeet. Een MVO organisatie moet rekening houden met de stakeholders (belanghebbenden). De stakeholders zijn alle factoren uit je omgeving. Bijvoorbeeld:

  • Klanten
  • Leveranciers
  • Medewerkers
  • Managers
  • Financiers
  • Concurrenten
  • Producenten
  • Overheid
  • Onderwijs

Door rekening te houden met deze stakeholders focust de organisatie zich op culturele, maatschappelijke, ethische, politieke en milieu- factoren. Doormiddel van een stakeholdersbenadering kan een organisatie maatschappelijk ondernemen op een manier die de omgeving van haar vraagt. Uit de visie van de organisatie MVO Nederland komt voort dat het MVO geen project of label is, maar een integrale visie op alle kernactiviteiten binnen het bedrijf. Vaak wordt daarom door een organisatie een beleid geschreven om het MVO te volgen en duurzamer te opereren op de markt in samenhang tussen productieproces en de maatschappij.

Wat is organisatiekunde?

Organisatiekunde is een wetenschappelijke benadering van organisaties waarbij men kijkt naar gedrag binnen organisaties en de interactie van organisaties ten opzichte van hun omgeving met als doelstelling het optimaliseren van organisaties en de doeltreffendheid daarvan. Deze definitie heeft Pieter Geertsma van Technischwerken.nl geformuleerd om het begrip organisatiekunde te omschrijven. Op internet zijn verschillende definities te vinden waarmee men het begrip organisatiekunde tracht te verklaren. Kenmerkend voor deze definities is dat organisatiekunde verband houdt met de wetenschap en het bestuderen van organisaties op het gebied van gedrag binnen organisaties en de interactie van organisaties met hun omgeving.

Doel van organisatiekunde
Een organisatie is in feite een samenwerkingsverband tussen mensen om een bepaald doel te bereiken. Organisaties kunnen naast mensen (bijvoorbeeld werknemers) ook gebruik maken van middelen zoals machines en computers. Ook systemen en software spelen een steeds grotere rol binnen een organisaties. Door de juiste software en computers kunnen  organisaties nog effectiever opereren in een bepaald marktsegment of bepaalde sector. Het doel van organisatiekunde is het bestuderen van het gedrag van organisaties en het vergroten van de effectiviteit van organisaties. Wat organisatiekunde beoogd is dus tweeledig namelijk het in kaart brengen van aspecten van de organisatie en het optimaliseren daarvan. Er wordt binnen de organisatiekunde gebruik gemaakt van analyses maar ook van arbeidspsychologie. Verder houdt organisatiekunde ook verband met de economische effectiviteit van de organisatie en heeft daarom ook raakvlakken met bedrijfseconomie.

Verschillende stromingen binnen organisatiekunde
Organisaties veranderen en ook de manier waarop men tegen organisaties aankijkt is aan verandering onderhevig. Het is daarom niet verbazingwekkend dat er door de jaren heen verschillende benaderingen zijn ontstaan met betrekking tot organisatiekunde en organisatie leer. Deze benaderingen hebben onder andere te maken met de productiviteit van organisaties. Tijdens de postindustriële revolutie en de industriële revolutie deden verschillende organisatiebenaderingen hun intrede. In de alinea’s hieronder staan een aantal voorbeelden van benaderingen van organisaties. Hierbij is een opbouw gemaakt van het verleden naar het heden. Uit deze opbouw komt duidelijk naar voren dat organisatiekunde een ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat moderne benaderingen van bedrijven en organisaties duidelijk hun ‘wortels’ hebben die verankerd zijn in de oudere organisatietheorieën en benaderingen.

Scientific management
Scientific management wordt ook wel Taylorisme genoemd vanwege de invloed die de Amerikaanse werktuigbouwkundige ingenieur Frederick Taylor had op de wetenschappelijke bedrijfsvoering. Het Scientific management benaderd organisaties op een wetenschappelijke manier.  Hierbij kijkt men puur analytisch naar arbeid. Daarbij is de ratio het belangrijkste aspect waarop beslissingen genomen dienen te worden. Tegenwoordig wordt Scientific management niet meer in pure vorm gehanteerd binnen organisaties. Er zijn we veel organisatietheorieën en management theorieën die gebaseerd zijn op Scientific management. De reden waarom Scientific management niet in de pure vorm gehanteerd wordt zit in het feit dat een mens geen machine is maar een persoon met emoties. Een mens kan men daarom nooit als een productiemachine inzetten. Men zal met meer aspecten rekening dienen te houden. Onderstaande benaderingen zijn later tot stand gekomen dan Scientific management en kijken in de meeste gevallen ook meer naar de factor ‘mens’ behalve in de bureaucratische benadering.

General Management-theorie
General Management-theorie die ook wel tot de klassieke management theorieën wordt gerekend. Een bekende persoon die op dit gebied een bijdrage heeft geleverd is de Franse mijndirecteur Henri Fayol die vooral de activiteiten en taken van organisaties in kaart bracht. Daarnaast bracht hij sleutelfuncties en principes van organisaties in kaart. Aan de hand van de omschrijving van zijn begrippen kunnen organisaties effectief in kaart worden gebracht. Henri Fayol heeft zelf doormiddel van zijn benadering als mijndirecteur doormiddel van een reorganisatie een goot mijnbouwbedrijf gered van de ondergang.

Human Relations Movement
Human Relations Movement is ook een benadering van organisaties waarbij men kijkt naar de ontwikkeling binnen organisaties. Deze stroming deed haar intrede in de jaren dertig van de twintigste eeuw. De Hawthorne-experimenten zijn hier een voorbeeld van waarbij met het Hawthorne effect heeft aangetoond. Dit houdt in dat een onderzochte groep werknemers zich speciaal voelde en vanwege het feit dat ze onderzocht werden beter gingen presteren. The Human Relations Movement kijkt in belangrijke mate naar het optimaliseren van de menselijke factor binnen het bedrijf. Men heeft het hierbij over het personeel. In het Engels noemt men het personeel ook wel “the human resource” en “ the Human Relations Movement” is gericht op het optimaliseren van deze menselijke bron. Daarvoor is een specifiek management nodig en zo ontstond humanresourcesmanagement dat ook wel afgekort wordt met HRM. Veel grote bedrijven hebben een speciale afdeling die gericht is op humanresourcesmanagement.

Bureaucratie
De theorie van bureaucratie is ook een organisatiebenadering. Een belangrijke persoon die deze benadering omschreef is de Duitse socioloog Max Weber. Hoewel bureaucratie tegenwoordig voor veel mensen negatieve associaties oproept was dit begrip bij haar intrede juist niet negatief bedoeld. Met bureaucratie tracht men juist een zakelijke en eerlijke organisatie na te streven waarbij willekeur en vriendjespolitiek zijn uitgesloten. In plaats daarvan moet een onpersoonlijke hiërarchie ontstaan die werkt als een effectieve machine. Max Weber zag als socioloog ook de nadelen van de bureaucratie. Hij vond het systeem zelf onpersoonlijk en gaf aan de persoonlijke vrijheden van werknemers sterk werden beperkt door deze organisatiestructuur.

Linking pin model
Het Linking pin model is gebaseerd op het werk van Rensis Likert. Dit is een communicatiemodel dat binnen organisatie kan worden gehanteerd om taakstellingen duidelijk in kaart te brengen voor de afdelingen waaruit een organisatie bestaat. Men maakt duidelijke afspraken en er worden verschillende vergadermomenten ingebouwd. Er moet overleg worden gepleegd met verschillende groepen binnen de organisatie zodat het management ook goed op de hoogte is van de activiteiten op de werkvloer. Men heeft het over een Linking pin. De Linking pin is een persoon die als tussenschakel  dient tussen twee groepen bijvoorbeeld de directie en de werkvloer. In sommige bedrijven is een (meewerkend)voorman of een afdelingshoofd in een organogram een Linking pin.

Systeembenadering
De systeembenadering is een benadering in de organisatiekunde waarbij men organisaties beschouwd als een systeem. Een organisatie is een geheel met een onderlinge samenhang. Daarnaast gaan organisaties ook in meer en mindere mate een interactie aan met hun omgeving. Er zijn echter open en gesloten systemen. Organisaties die sterk naar binnen georiënteerd zijn en nauwelijks interactie aangaan met hun omgeving hebben een gesloten systeem en kunnen worden beschouwd als gesloten organisaties. Er zijn echter ook open organisaties die juist wel veel interactie aangaan met hun omgeving. De systeembenadering is oorspronkelijk gebaseerd op het werk van onder andere de Brits Amerikaanse econoom Kenneth Boulding, de Britse psycholoog Stafford Beer en de Amerikaanse bedrijfskundige Russell Ackoff.

Contingentiebenadering of Contingentietheorie
De Contingentiebenadering of de Contingentietheorie is een benadering die gebaseerd is op het werk van Paul Lawrence en Jay Lorsch. Daarnaast heeft Fiedler de contingentietheorie ook gestalte gegeven. Bij de contingentiebenadering heeft men het over het woord contingentie. Men past zich aan en organisatie passen zich aan zonder dat dit noodzakelijk is. Het woord contingent wordt ook wel gedefinieerd als: het feit dat iets bestaat zonder dat dit noodzakelijk is. Er zijn zaken uit de omgeving die een organisatie beïnvloeden en die aangepast gedrag van organisaties verlangen zonder dat dit direct noodzakelijk is voor de organisatie zelf. Elke situatie vereist een bepaalde mate van contingentie. Fiedler heeft het in zijn contingentiebenadering over dat leiderschap afhankelijk is van de mate waarin de eigenschappen van de leider contingent zijn met de omgeving en de organisatie waarin de leider zijn of haar taken uitvoert. Deze theorie werd aan het einde van de zestiger jaren in de vorige eeuw ingevoerd.

Lean production en lean management
Lean production en lean management is een modernere variant binnen de organisatiekunde maar heeft haar oorsprong wel in het eerder genoemde Scientific management. Lean manufacturing is ontwikkeld binnen de Japanse autofabrikant Toyota. Binnen deze autofabrikant hebben Joseph Juran en William Edwards Deming getracht de kwaliteit te verhogen en het productieproces te verbeteren en daarbij de aandacht nog meer te richten op het tevreden stellen van de klant.

Lean management wordt veelal toegepast in grotere productiebedrijven vandaar dat men de benaming lean production of lean manufacturing ook wel gebruikt. Als men het heeft over een organisatie die “lean” is dan heeft men het in feite over een organisatie waarbij men de maximale waarde voor een klant tracht te realiseren met een zo laag mogelijke hoeveelheid verspilling of afval. Door het reduceren of elimineren van verspilling kan men de operationele kosten van een bedrijf omlaag drukken. Dit zorgt er voor dat bedrijfsresultaat wordt verbeterd. Doordat bij lean production of lean manufacturing de focus wel blijft liggen op het tevreden stellen van de klant is een organisatie die “lean” is zeer effectief. Verder zorgt de reductie van verspilling in zowel tijd, energie als afval er voor dat lean management bijdraagt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Hoewel het lean management en de lean manufacturing haar intrede deden aan het einde van de negentiger jaren van vorige eeuw werden ingevoerd worden de lean principes nog steeds binnen veel moderne organisaties geïmplementeerd en geoptimaliseerd.

Business process reengineering
De benadering Business process reengineering is een behoorlijk radicale manier van het benaderen van organisaties. In het Nederland kan men Business process reengineering ook wel omschrijven als bedrijfsprocesverbetertechniek. Bij deze benadering gaat men er vanuit dat men organisaties kan laten groeien of kan optimaliseren door regelmatig complete bedrijfsprocessen fundamenteel en radicaal aan te passen en te herstructureren. Daarbij is Business process reengineering bijna het tegenovergestelde van bureaucratie. In plaats van vaste structuren wordt juist meer gewerkt met zelfsturende teams. Ook het management dient zeer flexibel te zijn en een goed voorbeeld te vormen voor de rest van de organisatie. Net als bij lean manufacturing staat ook bij Business process reengineering de klant centraal. Bij lean manufacturing legt men echter de focus op het reduceren van verspilling en bij het Business process reengineering legt men de focus juist op een voortdurende verandering van organisaties.

Sociotechniek
Sociotechniek is een stroming binnen de organisatiekunde die gericht is op het optimaliseren en verbeteren van zowel de organisatie als geheel als de effectiviteit van de werknemers door:

  • het herontwerpen van werkprocessen
  • optimaliseren van de techniek
  • herontwerpen van de taken en werkzaamheden van het personeel.

Sociotechniek vindt haar oorsprong in de eerder genoemde systeemtheorie. In feite is deze benadering een variant op de herontwerp- en veranderingsmanagementtheorie die in het Tavistock Institute (Verenigd Koninkrijk) ontstond in de jaren vijftig van de 20e eeuw. Omdat organisaties veranderen heeft men in onderzoeksbureaus en aan universiteiten getracht de veranderingsmanagementtheorie en systeemtheorie te vernieuwen en te moderniseren. Er ontstond een nieuwe benadering namelijk de Integral Organisational Renewal-benadering.

Slotwoord over organisatiekunde
Mensen veranderen en organisaties veranderen. Dit heeft met verschillende factoren te maken. Zo is de laatste tijd veel meer aandacht voor het milieu en de opwarming van de aarde. Bedrijven moeten hun CO2 uitstoot beperken en als een bedrijf CO2 neutraal is kan het bedrijf daar effectief reclame voor maken en veel klanten naar zich toetrekken. Dit is een voorbeeld van een externe factor die er voor zorgt dat bedrijven hun bedrijfsvoering aanpassen en optimaliseren. Klanten willen een ‘groen’ product en zijn vaak bereid meer te betalen. Het loont daarom voor bedrijven om effectiever en minder milieubelastend te produceren.

Naast milieufactoren spelen ook andere factoren een rol voor bedrijven. Hierbij kan men denken aan de focus op innovatie om de concurrentie voor te blijven. Andere factoren zijn het internet en de bijbehorende social media waar bedrijven effectief mee om dienen te gaan om hun naam op de markt onder de aandacht te brengen en te houden. Organisaties zijn tegenwoordig veel dynamischer dan vroeger. Startups maken dat duidelijk. Er zijn veel bedrijven die bestaan uit jonge gepassioneerde techneuten die in de vorm van een innovatieve startup producten aan consumenten en bedrijven proberen te verkopen bijvoorbeeld in de fintech. Een startup is meestal een kleine organisatie.

Veel nieuwe technologieën worden juist door kleine organisaties ingevoerd omdat grote organisaties te omvangrijk en te bureaucratisch zijn om effectief in te kunnen spelen op de voortdurende veranderende behoefte van consumenten en bedrijven. De organisaties van de toekomst dienen zich effectief op hun omgeving aan te passen en kunnen zelfs de omgeving beïnvloeden als ze vooruitstrevend en toonaangevend zijn. Geen wonder dat organisatiekunde een interessant vakgebied is waar veel opleidingen in de bestuurskunde en bedrijfskunde aandacht aan besteden.

Wat is economische levensduur?

Economische levensduur wordt ook wel economische gebruiksduur genoemd en is de maximale periode waarbinnen een productiemiddel vanuit economisch opzicht verantwoord kan worden gebruikt of ingezet. Als men de economische levensduur van een machine of een ander productiemiddel vanuit bedrijfskundig oogpunt beoordeeld dan kijkt men vooral of het productiemiddel nog wel een verantwoord rendement oplevert.

Rendement en economische levensduur
Levert een machine wel meer op dan de investeringen die in de machine worden gedaan? Kan men met een goedkopere machine meer produceren tegen lagere kosten? Kost het onderhoud aan de machine meer dan de opbrengst die met de machine wordt gerealiseerd? Dit zijn allemaal vragen die een organisatie kan stellen als men de economische levensduur van een machine wil beoordelen.

Een bedrijf beoordeeld het rendement van de machine. Dat gaat vaak gepaard met een kosten-baten analyse. De baten zijn de opbrengsten van de machine. Soms kost een machine veel geld ten opzichte van deze opbrengsten. Dit kan te maken hebben met een toename in de onderhoudskosten voor de machine. Naarmate een machine ouder wordt neemt het onderhoud aan de machine toe. Ook kunnen machines technologisch verouderd zijn waardoor er nieuwe machines zijn die sneller en kwalitatief beter kunnen produceren. Dan is een machine technisch verouderd en kan men zich afvragen of de economische levensduur van de machine niet verstreken is. Als een bedrijf lean manufacturing en lean management hoog op de agenda heeft staan dan kan men zeggen dat een machine waarvan de economische levensduur is verstreken ook niet meer lean kan produceren. De kosten van de machine zijn hoger dan de opbrengsten en/ of de machine produceert meer afval dan nodig is. Ook kan een economisch niet rendabele machine ook veel geld kosten in de vorm van tijd omdat de machine bijvoorbeeld regelmatig opnieuw moet worden ingesteld.

Als men de kosten van een machine beoordeeld dan vergelijkt men de actuele kosten van de machine vaak met de kosten die ingecalculeerd zijn. Men heeft het dan over het oplopen van zogenaamde complementaire kosten. Deze kosten kunnen toenemen vanwege slijtage in de machine of omdat een machine meer olie verbruikt. Boekhoudkundig komt de economische levensduur van een machine ook in beeld door de afschrijving van de investering in het productiemiddel.

Economische levensduur en technische levensduur
Vaak schrijft men kostbare machines af in een periode van 10 jaar. Het is goed mogelijk dat een machine na het verstrijken van de economische levensduur nog wel gebruikt kan worden. Het komt regelmatig voor dat machines waarvan de economische levensduur is verstreken worden doorverkocht aan bedrijven waar de eisen minder hoog liggen op economisch gebied. Ook worden machines die in het Westen als verouderd worden beschouwd vaak verkocht naar Tweede Wereldlanden of Derde Wereldlanden. Men kan verouderde machines in de praktijk vaak ook voorzien van een nieuwe besturing of nieuwe componenten waardoor de machine toch weer goed gebruikt kan worden. Men heeft het dan over het retrofitten van een machine of een refit. Pas wanneer een machine of ander productiemiddel echt onherstelbaar stuk is zal men zeggen dat de technische levensduur verstreken is.

Wat is technische levensduur?

Technische levensduur is de periode waarin een product, machine, werktuig of apparaat naar behoren functioneert. Als de technische levensduur verstreken is kan men dit duidelijk merken. Een product kan van versleten zijn of vergaan. Machines functioneren niet meer na het verstrijken van de technische levensduur en ook apparaten zijn dan niet meer bruikbaar.

Technische levensduur of economische levensduur
Vaak wordt in de praktijk de technisch levensduur vergeleken met de economische levensduur. Dikwijls is de technische levensduur langer dan de economische levensduur. Een werktuig, machine of apparaat kan vaak langer worden gebruikt dan de periode dat het economisch interessant is om het te gebruiken. Zo kan men de technische levensduur van veel machines in stand houden of zelfs verlengen door de machines tijdig te reviseren en groot onderhoud te plegen. Onderhoud kost echter geld en legt een zware druk op de technische dienst van een bedrijf. Daardoor kan het economisch verstandiger zijn om de machines te vervangen voor modernere varianten.

Verder kunnen ook technologische ontwikkelingen er voor zorgen dat een machine economisch gezien verouderd is. Door moderne innovatie machines kan men vaak meer produceren in kortere tijd tegen lagere kosten. Denk hierbij aan de automatisering die wordt doorgevoerd in de procesindustrie. Doormiddel van PLC’s en SCADA worden machines nog efficiënter gebruikt en wordt de kwaliteit verhoogd. Daardoor daagt deze automatisering vaak bij aan het lean management en de visie op lean manufacturing van een bedrijf. Het lean management zorgt er echter wel vaak voor dat ook personeelskosten worden bespaard. Dat is economisch gezien interessant maar vanuit maatschappelijk oogpunt is het minder interessant voor de arbeidsmarkt.

Technische levensduur en duurzaamheid
Een hoge of lange technische levensduur maakt duidelijk dat het om een duurzaam product of een duurzame machine gaat. Duurzaamheid wordt steeds belangrijker in de economie. Ondanks dat worden nog steeds verschillende vormen van geplande slijtage doorgevoerd in producten. Men kan hierbij denken aan batterijen die na verloop van tijd er “gewoon” mee ophouden. Technologisch is men wel in staat om betere batterijen te plaatsen in apparaten zoals smartphones maar doet men dit niet zodat men vaker een nieuwe batterij moet aanschaffen. Dikwijls zorgen bedrijven er voor dat het vervangen van batterijen zo kostbaar is dat men eerder een nieuwe telefoon gaat kopen.

Op dat moment kun je jezelf gaan afvragen of er sprake is van geplande slijtage waardoor een bedrijf meer producten kan verkopen. Geplande slijtage is een zeer twijfelachtige vorm van handelen van bedrijven op de markt. Ondanks dat is het moeilijk om de bedrijven, die zich met deze onethische praktijken, bezig houden aan te pakken. Uiteindelijk corrigeert de markt zich vanzelf. Bedrijven die producten maken met een lange technische levensduur zullen door consumenten populairder worden.

Producten met een lange technische levensduur zullen daardoor vaker verkocht worden. Bedrijven die hier toch effectief op in willen spelen kunnen er voor kiezen om consumenten regelmatig een aanpassing of een update aan te bieden voor hun producten. Daardoor hoeven ze het bestaande product niet te vervangen maar kunnen ze deze upgraden. Dat komt de technische levensduur ten goede.

Wat is parametrering?

Parametrering is het afstellen, programmeren en inregelen van apparaten in de meet- en regeltechniek zodat deze apparaten de informatie die ze binnen krijgen doormiddel van sensoren en voelers op de juiste manier kunnen meten en daar de juiste waarde aan koppelen. Parametrering is belangrijk in de meet- en regeltechniek omdat in deze tak van de techniek de juiste grootheden moeten worden gemeten zodat aan de hand van deze metingen bepaalde acties worden ondernomen in de regeltechniek.

Procestechniek
Parametrering wordt onder ander gedaan in de procestechniek. Hierbij kan men denken aan verschillende processen die in de industrie plaatsvinden waarbij bijvoorbeeld de druk of flow moet worden gemeten van gassen en vloeistoffen. Ook temperaturen kunnen worden gemeten en trillingen. De meetinstrumenten moeten metingen verrichten op basis van bepaalde parameters die in de procestechniek ook wel procesparameters worden genoemd. Aan deze parameters wordt een constante waarde toegekend.

Meetinstrumenten die als parameters in een proces worden ingezet kunnen bijvoorbeeld grootheden meten zoals massa, stroom, spanning, afstand, tijd en temperatuur. Deze grootheden worden in eenheden uitgedrukt zoals kilogram, Ampère, en Volt. Als een bepaalde hoeveelheid spanning of een bepaalde temperatuur wordt gemeten wordt dit vergeleken met de constante waarde van de parameter en kan in het systeem een schakeling plaatsvinden. Deze schakeling kan echter niet gedaan worden als de mens dit niet heeft geprogrammeerd. Dat heeft alles te maken met parametrering. Doormiddel van parametrering worden voorwaarden of referenties geprogrammeerd waarbinnen een systeem ‘beslissingen’ kan nemen. Daarvoor gebruikt men PLC’s.

Paramtrering en PLC
Parameters kunnen echter naast gemeten grootheden ook gekoppeld zijn aan andere meetbare aspecten in het proces. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een schakelaar als een parameter kan worden beschouwd of een noodknop. Als bijvoorbeeld de noodknop wordt ingedrukt moeten er logische schakelingen plaatsvinden. Deze logische schakelingen zijn programmeerbaar. Daarom spreekt men ook wel van programmable logic controller of van programmable logic control (PLC). Men heeft het daarbij dus over een programmeerbare logische schakeling.

PLC’s programmeren
Het programmeren van de PLC wordt gedaan door een ervaren PLC-programmeur. Dit gebeurd met behulp van een interface waarmee een mens kan communiceren met een computersysteem. De interface kan aanwezig zijn op de machine zelf maar kan ook extern worden aangesloten doormiddel van een laptop. Het programmeren van de PLC en het toekennen van de juiste waarde aan de parameters van een proces vormt de technische kern van procesautomatisering. Een goed geautomatiseerd proces vormt vervolgens weer een belangrijk onderdeel van lean manufacturing en het daarbij behorend lean management.

 

Wat is de werkvloer?

De werkvloer is de vloer van de plek waar werk wordt verricht. Het woord werkvloer is daardoor een breed begrip. In de praktijk maakt men vaak onderscheid tussen het kantoor waar administratief werk wordt verricht en de werkvloer waar daadwerkelijk fysiek werk wordt verricht met bijvoorbeeld machines, gereedschappen en andere werktuigen. Het kantoor zou in deze verdeling functioneren als het management waar het beleid wordt gevormd en de werkvloer als het uitvoerende deel van de organisatie. De werknemers op de werkvloer worden ook wel de arbeiders genoemd of de arbeidersklasse.

Toch is dit onderscheid meestal niet zo duidelijk te maken in de praktijk. Meestal heeft men het op kantoor ook over de werkvloer waar werkzaamheden worden uitgevoerd. Bij grote administratieve dienstverleners en financiële instellingen vormt de werkvloer een groot deel van het primaire bedrijfsproces.

Organisatiestructuur op de werkvloer
Op de werkvloer wordt gewerkt, dit klinkt misschien simpel maar dat is het in de praktijk niet. Tegenwoordig is de werkvloer van een bedrijf vaak groter dan vroeger toen mensen in kleine bedrijven producten gingen maken. Veel bedrijven zijn uitgegroeid tot enorme productiefabrieken met een zeer grote verscheidenheid aan machines en personeel. Dat zorgt er voor dat er een bepaalde vorm van organisatie nodig is. Er moet een organisatiestructuur worden opgebouwd om de processen op de werkvloer in goede banen te leiden.

Deze structuur vind zowel plaats onder de werknemers en leidinggevenden als wel in de inrichting van de werkplek en het plaatsen van de machines en werktuigen. Op de werkvloer werkt het personeel over het algemeen onder een productieleider. Deze wordt meestal ondersteund door een aantal leidinggevenden of werkplaatschefs die verantwoordelijk zijn voor een afdeling oftewel een deel van de werkvloer. Deze werkplaatschefs of voormannen geven op hun beurt ook weer leiding aan werknemers. Het aantal werknemers waar een directe baas aan leiding geeft wordt ook wel span of control genoemd.

Het middenkader of middelmanagement zorgt er voor dat de communicatie tussen de directeur(en) en de productieleider goed verloopt. Hoe groter een organisatie is hoe meer functies en “lagen” er vaak ontstaan tussen de werkvloer en de directie. Het aantal lagen dat tussen de werkvloer en de directeur aanwezig is wordt ook wel depth of control genoemd. Bij hele grote organisaties ontstaan er ook staffuncties zoals P&O (personeel en organisatie). Deze staffunctionarissen ondersteunen de directie en het management bij het uitvoeren van hun taken. Een dergelijke organisatiestructuur wordt ook wel een lijn-staf-organisatie genoemd.

Een organisatie waarin wel verschillende lagen zijn aangebracht maar waar de staffuncties nagenoeg ontbreken noemt men ook wel een lijnorganisatie. Er zijn echter ook zogenaamde platte organisatiestructuren. Dit zijn organisatiestructuren waarbij er heel weinig leidinggevende schakels tussen de werkvloer en de directie zijn aangebracht. In deze platte organisaties heeft de directie vaak nauw contact met de werkvloer en wordt er vaak open en informeel met elkaar gecommuniceerd. Welke structuur precies op de werkvloer wordt gehanteerd is vaak afhankelijk van een aantal factoren:

  • De omvang van het bedrijf.
  • Het product dat wordt gemaakt.
  • De financiële middelen.
  • De complexiteit van de organisatie.
  • Het type bedrijf (familiebedrijf, B.V. enz.).
  • Het gehanteerde organisatiemodel of management principe bijvoorbeeld Lean Management of Lean manufacturing.

International Society of Automation

International Society of Automation is een Amerikaanse organisatie die vroeger ook wel bekend was onder de naam The Instrumentation, Systems, and Automation Society. De International Society of Automation wordt afgekort met het acroniem ISA.  Oorspronkelijk is de ISA opgericht op 28 april 1945 in Pittsburgh in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Deze oprichting kwam tot stand toen 18 organisaties die actief waren op het gebied van instrumentatie tot de conclusie kwam dat er behoefte is aan een landelijk platform voor standaardisatie en instrumentatie in Amerika. De oorspronkelijke naam van dit platform was Instrument Society of America.

Wie zijn aangesloten bij de ISA?
De ISA is een non-profit organisatie waarbij verschillende partijen zijn aangesloten die actief zijn op het gebied van automatisering. Bij de organisatie zijn onder andere aangesloten:

  • Docenten
  • Engineers
  • Tekenaars
  • Software-engineers
  • Techneuten
  • Studenten
  • Managers

Al deze mensen hebben één ding met elkaar gemeen, de zijn allemaal actief in de industriële automatisering en instrumentatie. De ISA is internationaal actief en daardoor zijn de aangesloten personen en organisaties ook afkomstig van verschillende landen.

Wat doet de ISA?
De ISA is nog steeds een Amerikaanse organisatie alleen is deze organisatie nu internationaal actief. Daarom staan de letters ISA nu ook voor International Society of Automation in plaats van de verouderde benaming Instrument Society of America. Het is belangrijk dat men internationaal bepaalde regels en normen hanteert voor de automatisering. Bedrijven werken meer internationaal samen dan men deed medio vorige eeuw. Daardoor is het belangrijk dat men elkaars taal goed begrijpt. Ook de technische taal moet onderling duidelijk zijn zodat opdrachtgevers datgene krijgen wat ze verlangen en producenten weten wat ze moeten maken.

Ook voor het uitvoeren van reparaties en internationale servicewerkzaamheden is het belangrijk dat er eenduidigheid is over hoe installaties in de procesindustrie worden aangelegd en worden gevisualiseerd op tekeningen en technische schema’s. De ISA levert een belangrijke bijdrage aan de standaardisering van instrumentatie, het ontwerp van instrumentatie en andere technische toepassingen. Verder heeft de ISA een belangrijke informerende functie als er nieuwe technologieën zijn bedacht. De ISA is ook de drijvende kracht achter de implementatie van nieuwe technische systemen op het gebied van instrumentatie en automatisering in de procesomgeving. De informatie van ISA is belangrijk voor het opstellen van een P&ID (piping and instrumentation diagram) voor grote industriële installaties.

Training door ISA
Naast de hiervoor genoemde werkzaamheden en activiteiten houdt de ISA zich ook bezig met trainingen op het gebied van industriële automatisering. Op dit gebied is ISA een erkende training instelling. De trainingen van ISA kunnen op afstand worden gevolgd via internet maar kunnen ook bij bedrijven worden gehouden. In de olie en gasindustrie heeft ISA zelfs afspraken gemaakt met bedrijven om intern trainingen en opleidingen te geven.

Wat is een PFD of Process Flow Diagram?

In de procesindustrie en procestechniek worden verschillende schema’s gebruikt om de processen te visualiseren. Op die manier wordt duidelijk welke processen plaatsvinden in bijvoorbeeld chemische fabrieken. Voordat men een chemische fabrieken zal gaan bouwen moet men eerst precies weten op welke manier de grondstoffen binnenkomen en welke bewerkingen worden uitgevoerd om tot een eindproduct te komen. De grondstoffen en halffabricaten leggen een bepaalde ‘route’ af in een fabriek. Deze ‘route’ of ‘flow’ is in belangrijke mate bepalend voor de vormgeving van de fabriek en de manier waarop de fabriek wordt ingericht. De ‘flow’ van de processen in een fabriek wordt in kaar gebracht met een PFD oftewel een Process Flow Diagram.

PFD
De PFD is een eenvoudige schematische weergave van een proces in een fabriek. In een PFD kan men ook zien welke deelstappen moeten worden doorlopen tijdens dit proces. Daarom hoort het opstellen van een PFD tot een van de eerste stappen die men onderneemt in de ontwerpfase van een chemische fabriek. De stappen die de hoofdstroom en hoofdproducten tijdens het proces ondergaan worden in een PFD inzichtelijk gemaakt evenals de apparaten en machines die in de fabriek aanwezig (zullen) zijn om de bewerkingen uit te voeren. Naast deze belangrijke informatie wordt in een PFD ook aangegeven wat de capaciteiten en flows zijn. Dit zijn belangrijke gegevens voor het ontwerp van de processen in een chemische fabriek. Het PFD is een belangrijk document dat als basis dient om de specificaties voor alle onderdelen van het proces op te stellen.

P&ID
Het Process Flow Diagram dient onder andere als basis voor het opstellen van een piping and instrumentation diagram. Dit wordt aangeduid met P&ID en wordt ook wel een process and instrumentation diagram genoemd. Dit document geeft gedetailleerde informatie over de componenten en instrumenten waaruit een proces is opgebouwd. Het P&ID is een schematische, technische tekening waarop de leidingen en alle componenten en instrumenten van een procesinstallatie zijn weergegeven. Tussen de instrumenten en componenten zijn lijnen getrokken. De ononderbroken lijnen zijn de leidingen die tussen de onderdelen van de procesinstallatie lopen.

Daarnaast zijn er ook stippellijnen weergegeven. Deze onderbroken lijn geeft de regelkringen weer. Een P&ID bevat symbolen die vaak in een legenda of een verklarend overzicht worden toegelicht. Voor het opstellen van een P&ID worden normen gehanteerd. Deze kan men halen uit de ISO of uit de Instrumentation, Systems, and Automation Society (ISA) Standaard S 5.1. Door de normen ontstaat uniformiteit in het opstellen van een P&ID. Er bestaan echter wel verschillen tussen de P&ID’s van verschillende bedrijfstakken. Daarom is het altijd belangrijk om de uitleg van de symbolen te lezen zodat de P&ID goed begrepen kan worden.

Lean manufacturing
Lean management en lean manufacturing  zijn begrippen die al jaren worden gebruikt in de procesindustrie. Productieprocessen moeten namelijk snel en efficiënt worden uitgevoerd. Daarbij ligt tegenwoordig ook de nadruk op schoon produceren met weinig afval en weinig CO2 emissie. Al deze aspecten zijn vervlochten met het lean denken. Bij het opstellen van een PFD spelen in de praktijk meer aspecten een rol dan alleen de kernaspecten met betrekking tot de productie.

Milieuaspecten spelen een rol maar ook veiligheidsaspecten en aspecten met betrekking tot de gezondheid van de werknemers en de omwonenden rondom de fabriek. Het ontwerpen van processen en fabrieken is daardoor een uitdaging waarbij veel verschillende partijen en experts met elkaar zullen moeten samenwerken. Niet alleen door trainingen op het gebied van lean manufacturing maar ook door andere trainingen en overlegvormen houdt men de kennis op niveau om procesinstallaties ook in de toekomst veilig, schoon, milieuvriendelijk en doeltreffend te ontwerpen, te beheren en te moderniseren.

Wat is duurzaam ondernemen?

In de maand december van 2015 is op de website van Technisch Werken een categorie toegevoegd aan de kennisbank. Dit is de categorie ‘duurzaamheid’. Deze categorie lijkt in eerste instantie wat ver gezocht voor een website die zich richt op alles wat met techniek en werken te maken heeft, maar toch is het onderwerp duurzaamheid juist voor deze website interessant. Duurzaamheid begint een doel op zich te worden voor ondernemingen. Ondernemingen in Nederland en andere landen investeren in duurzaamheid door nieuwe technologieën en technieken toe te passen, ook de werkmethoden worden aangepast. Het duurzaam ondernemen krijgt vorm maar wat is duurzaam ondernemen nu eigenlijk?

Wat is duurzaam ondernemen?

In het artikel ‘wat is duurzaamheid’ is een definitie gegeven van het streven naar duurzaamheid. Dit streven naar duurzaamheid kan een natuurlijk persoon doen maar ook een rechtspersoon zoals een onderneming. Een onderneming kan duurzaamheid als een belangrijk speerpunt benoemen in het beleid van de onderneming. Ook hier is een definitie o zijn plaats. Pieter Geertsma, de schrijver vsn Technisch Werken, definieert duurzaam ondernemen als volgt:

Het ontwikkelen, implementeren, uitdragen, monitoren en evalueren van een organisatiebeleid dat gericht is op het voortdurend reduceren van afval en het efficiënter benutten van grondstoffen zodat de onderneming haar processen kan uitvoeren en haar doelen kan bereiken en het milieu hiervan  zo weinig mogelijk hinder ondervindt”.

Toelichting op definitie duurzaam ondernemen

Met deze definitie wordt duidelijk dat duurzaamheid een proces is dat ‘voortduurt’. Dit houdt in dat een onderneming in feite nooit duurzaam genoeg is. Er wordt altijd een bepaalde mate van afval geproduceerd en er is ook altijd spraje van emissie. Denk maar aan het feit dat vrijwel geen enkele onderneming zonder elektriciteit en verwarming/gas kan functioneren. Er zijn tegenwoordig steeds meer ondernemingen die deze energie zelf opwekken uit duurzame energiebronnen zoals zonlicht en windkracht. Toch worden bij die duurzame ondernemingen ook grondstoffen gebruikt en verbruikt zoals papier, inkt, computers, machines, inventaris enz. Al deze producten en werktuigen slijten op de duur. Dan moeten ze meestal vervangen worden waardoor er weer afval ontstaat.  Daar dient men vervolgens op een verantwoorde manier mee om te gaan. Met deze eenvoudige wordt duidelijk dat afval bijna altijd aanwezig is In een onderneming.

Ook grondstoffen zijn bijna altijd noodzakelijk voor het proces van een onderneming. Grondstoffen kunnen duurzamer worden gemaakt zoals biobrandstof als vervanger voor fossiele branfstof. Een overschot aan grondstoffen dient ook zorgvuldig te worden behandeld zodat het milieu niet wordt belast. Een onderneming moet voortdurend het duurzaamheidsbeleid evalueren, aanpassen en opnieuw implementeren of bijsturen.

Duurzaam ondernemen neemt toe

De wens om duurzaam te ondernemen komt niet alleen bij bedrijven vandaan. Voor bedrijven betekent duurzaam ondernemen vaak investeringen doen die niet direct bijdragen aan een vergroting van het economisch rendement van de organisatie. Indirect kan het rendement echter wel worden vergroot als een bedrijf op de juiste manier met duurzaamheid omgaat. In de maatschappij waarin het bedrijf haar producten verkoopt zijn streeds meer potentiële klanten te vinden die duurzame producten willen kopen. Duurzame producten zijn populair.

Gerustgesteld

Op een bepaalde manier zorgen duurzame producten er voor dat mensen zich gerustgesteld voelen. Ze hoeven zich niet voor de aanschaf van een product te schamen maar kunnen er juist trots op zijn dat ze een bewuste keuze hebben gemaakt voor duurzame producten. Voor bedrijven kan duurzaamheid daardoor een interessante impuls worden voor de marketing.

Druk vanuit overheden

Bedrijven die niets met duurzaamheid te maken willen hebben zijn er maar weinig. De meeste bedrijven zijn zich er van bewust dat ze maatschappelijk verantwoord moeten ondernemen. Voor de bedrijven die zich daar minder van bewust zijn heeft de overheid regels opgesteld die duurzaam ondernemen afdwingen. Dit gebeurd niet alleen op landelijk niveau, ook in Europees en wereldverband worden afspraken gemaakt over duurzaamheid. Dit alles zorgt voor een behoorlijke druk op ondernemers die duurzaamheid geen interessant onderwerp vinden.

Controle op duurzaam ondernemen

De controle op de naleving van de regels omtrent duurzaamheid doet niet alleen de overheid. Verschillende milieuorganisaties zijn zeer ijverig in het controleren van ondernemers als het gaat om een duurzaam beleid en duurzame producten. Door internet kunnen deze organisaties zeer snel hun bevindingen aan de wereld kenbaar maken. Dit is een machtsmiddel dat de komende jaren voor nog meer druk op ondernemingen zal zorgen. De positieve kant van deze ontwikkeling is dat ondernemers die wel succesvol duurzaam ondernemen doormiddel van de milieuorganisaties en consumentenbladen effectief hun eigen duurzaamheid kunnen promoten.

Is Nederland nog interessant voor de industriële sector?

De industrie in Nederland heeft het niet makkelijk. Veel grondstoffen voir de industrie moeten uit het buitenland worden gekocht en getransporteerd.  Dat kost geld bovendien is de bouwgrond in Nederland kostbaar, ook voor de industrie. Er moeten kosten worden bespaard om de industrie rendabel de houden voor Nederlandse fabrikanten.

Industriële automatisering

Automatisering is een belangrijk onderwerp voor de industrie.  Door processen te automatiseren kan men sneller produceren en wordt de kans of fouten verkleint, althans dat is de gedachte. Door verschillende verbeterprocessen tracht men de productie in de procesindustrie te optimaliseren.  Denk hierbij aan de Lean processen die ook wrl Lean management en Lean manufacturing worden genoem. Door kosten te besparen en productieprocessen ‘lean’ oftewel ‘slank’ te maken kan men binnen redelijk korte tijd kosten besparen. Daarna zal men nog meer moeten bezuinigen als men ten opzichte van de concurrentie te duur produceert. Industriële automatisering kan een ondersteunende rol spelen in dit geheel omdat doormiddel van deze automatisering processen worden aangestuurd, gecontroleerd en gevisualiseerd.

De belangrijkste vraag is niet zozeer of men moet investeren in industriële automatisering,  veel belangrijker is de vraag of Nederland wel een geschikt massaproductieland is. De grond is in Nederland verhoudingsgewijs duur ten opzichte van dunbevolkte landen. Daarnaast ligt het loon van Nederlandse werknemers veel hoger dan de salarissen van werknemers in lage loonlanden. Is Nederland eigenlijk wel een geschikt land voor de massaproductie en maakindustrie?

Focus op ontwikkeling en innovatie

Doormiddel van efficiënt produceren kan Nederland nog redelijk concurreren met andere landen in de wereld. Dit kan Nederland niet heel lang volhouden omdat andere landen op dit gebied bezig zijn met een inhaalslag. Nederland kan zich daarom beter richten op onderzoek en ontwikkeling.  Het bedenken van innovatieve oplossingen. Er is altijd behoefte aan verbetering van machines en processen.   Voor het ontwikkelen en ontwerpen heeft men in de praktijk minder bedrijfsoppervlakte nodig dan het produceren van massaproductie.

Bovendien is kennis het belangrijkste element van de kenniseconomie en niet de productie. Nederland kan beter zelf innovatieve oplossingen bedenken voor een effectieve productie terwijl andere landen deze tegen betaling implementeren. Daarnaast kunnen fabrieken voor massaproductie beter in het buitenland worden gebouwd.

Niets meer produceren in Nederland? 

Uit bovenstaande zou je kunnen concluderen dat er niets meer in Nederland geproduceerd moet worden. Dit is echter onverstandig. De alinea’s hiervoor benadrukken dat Nederland niet geschikt is voor massaproductie.  Maatwerkproductie en productie van prototypes en kleine series vallen hier buiten. Kleinere specialistische producenten kunnen zeer snel overschakelen als de wensen van de klant en de markt veranderen. Deze dynamische bedrijven die productieprocessen uitvoeren hebben een goede kans om te kunnen blijven voortbestaan in de wereldwijde concurrentie als ze maar tijdig inspelen op de voortdurend veranderende behoefte van de potentiële klanten. Innovatie staat ook bij deze kleinere productiebedrijven centraal.

Is Nederland nog interessant voor de industrie?

Dan komen we bij de vraag og Nederland nog interessant is voor fe industrie.  Deze vraag kan met een volmondig “ja” worden beantwoord.  Alleen is Nederland niet interessant als massaproductieland maar als toonaangevende speler in de innovatie met betrekking tot de industrie.  Nederland moet zijn positie als kennisland nog steviger neerzetten in de markt. Het land moet een denktank worden voor andere landen die goedkoop kunnen produceren.  Dit vereist dat Nederland meer moet investeren in het opleiden van technici en studenten zodat hun kennisniveau wordt verhoogd. Opleidingen moeten een stevige samenwerking aangaan met het bedrijfsleven zodat studenten relevante kennis opdoen en nuttige opdrachten voor het bedrijfsleven kunnen uitvoeren. Tijdens stages kunnen studenten trachten om bij stagebedrijven te experimenteren met nieuwe innovaties. Daarvoor moet de ruimte geboden worden.

Tot slot

Door personeel en studenten alleen maar producten te laten namaken aan de hand van voorbeelden wordt er nooit iets nieuws bedacht. Nederland moet op zoek gaan naar nieuwe oplossingen,  systemen en machines. Het bestaande wordt wel gekopieerd door opkomende economieën.  Daar moet Nederland xich niet tussen gaan begeven. We moeten voorop lopen. Dan weet iedereen in deze wereld ons kleine land op de kaart te vinden en neemt de handel, waarmee wij ‘groot’ zijn geworden, toe.

Wat is een manufactuur?

Manufacturen zijn werkplaatsen in huizen waar mensen bepaalde producten maken. Het woord manufactuur is afgeleid van het Latijns waar het Latijnse ‘manus’ kan worden vertaald met het Nederlandse woord ‘hand’ en het Latijnse woord ‘facare’ met ‘bouwen’, ‘maken’ of ‘herstellen’.

Voordat manufacturen ontstonden werden bepaalde werkzaamheden onder de naam ‘huisnijverheid’ verricht. Manufacturen zijn ontstaan uit werkhuizen die verbonden waren aan gevangenissen of kloostergemeenschappen. Toen in de Franse Revolutie de abdijen werden afgeschaft kwamen er vaak manufacturen in oude abdijgebouwen die eerder door monniken werden gebruikt om werkzaamheden te verrichten.  Een manufactuur is in klein bedrijfje waar meerdere werkers werkzaamheden verrichten tegen dagloon of stukloon.

Kenmerken manufactuur
Een manufactuur heeft een aantal kenmerken. Een belangrijk kenmerk is de lage mechanisatiegraad. Hiermee wordt bedoelt dat veel werkzaamheden nog met de hand gebeuren en er nauwelijks machines aanwezig zijn. Daarnaast is er in een manufactuur over het algemeen weinig sprake van een arbeidsindeling.

Ondanks deze eigenschappen is er in een manufactuur wel sprake van een bepaalde organisatie. Er worden materialen ingekocht en verkocht. Daarnaast is er in een manufactuur ook sprake van aansturing door een leidinggevende. Indien nodig wordt er ook een administratie gevoerd en tevens een werkvoorbereiding. Door deze kenmerken is een manufactuur professioneler dan een ambachtelijke werkplaats. Manufacturen bestaan bijna niet meer in de Westerse beschaving. Veel manufacturen zijn verder gemechaniseerd en verandert in veel grootschaliger bedrijven zoals fabrieken.

Wat is een ladderdiagram en waar worden ladderdiagrammen voor gebruikt?

In de procestechniek worden steeds meer processen geautomatiseerd. Door computersystemen het werk te laten over nemen van mensen kan men sneller en effectiever produceren. Daarnaast wordt de kans op fouten in de productie gereduceerd. Dit zijn allemaal voordelen voor bedrijven in de procesindustrie. Het automatiseren van productieprocessen sluit vaak naadloos aan bij Lean manufacturing en Lean management. Voor automatisering is echter software en hardware nodig. Hierbij komen de termen SCADA, PLC en PAC onder andere aan de orde.

Als men het heeft over een PLC heeft men het vaak ook over ladderdiagrammen. Een ladderdiagram (LD) is een schema waarin logische schakelingen worden weergegeven. Dit zijn AND en OR schakelingen die worden aangestuurd door een PLC.

Een PLC is een Programmable Logic Controller, die houdt in dat dit apparaat geprogrammeerd moet worden. De PLC wordt dus geprogrammeerd doormiddel van een ladderdiagram. De opbouw van de programmeertaal van een ladderdiagram (Ladder Logic) lijkt op een ladder die uit verschillende sporten bestaat. De sporten van de ladderdiagram vormen een programma dat de PLC moet uitvoeren. Deze sporten worden sequentieel door de PLC uitgevoerd.

Een ladderdiagram bevat een bepaalde logica waarmee de werking van relais wordt nagebootst. Deze logica zorgt er voor dat een PLC relatief eenvoudig kan worden geprogrammeerd. Dit zorgt er voor dat PLC-programmeurs de PLC eenvoudiger kunnen programmeren. Daarnaast zorgt de logica van een ladderdiagram er voor dat storing zoeken vereenvoudigd kan worden.

PLC en PAC
De Programmable Logic Controller (PLC) en de Programmable Automation Controller (PAC) zijn twee apparaten die beiden gebruikt kunnen worden in de automatisering in de procestechniek. De PLC wordt geprogrammeerd met behulp van ladderdiagrammen. De PAC is een systeem dat eveneens wordt gebruikt in de automatisering van machines en productieprocessen. Een PAC is een combinatie van een PLC en een PC en  kan op verschillende manieren worden geprogrammeerd. Een PAC is niet afhankelijk van programmering met behulp van ladderdiagrammen.  Men kan een PAC bijvoorbeeld ook programmeren met C of C++ .