Waarom wordt de buitenkant van een convector niet warm?

Een convector is een bijzonder verwarmingssysteem waarbij de buitenkant van de verwarming niet of nauwelijks warm wordt. Dat heeft te maken met de werking van convectoren. Of men nu een putconvector of een wandconvector gebruikt, de werking is grotendeels hetzelfde. Convectoren werken namelijk op basis van het verwarmen van lucht en luchtcirculatie. Dit wordt ook wel convectie genoemd. Deze werking verschilt grotendeels van een radiator van een cv-installatie. Een radiator werkt namelijk op basis van stralingswarmte.

Convector
Een convector wordt niet warm aan de buitenkant. Dat komt omdat deze verwarmingssystemen niet werken op basis van stralingswarmte maar juist op basis van verwarming van lucht. De warmte word door de convector dus overgedragen op de lucht doormiddel van convectie en niet doormiddel van stralingswarmte. Om die reden zijn convectors niet warm. De lucht die aan de bovenkant de convector verlaat voelt echter wel warm aan.

Hoe werkt een convector
Een convectorput bestaat in de kern uit een koperen leiding. Koper heeft de eigenschap dat het goed (warmte) geleid. Om die reden is koper heel geschikt om in verwarmingssystemen te gebruiken. Rondom de koperen kern zijn allemaal aluminium lamellen geplaatst. Convectoren zijn zo gebouwd dat koude lucht aan de onderkant wordt aangetrokken om vervolgens door de convector heen te trekken. Tijdens dit proces wordt de koude lucht verwarmd. De warme lucht verlaat de convector aan de bovenkant. Vanaf de bovenkant van de convector wordt dus de ruimte verwarmd.

Wandconvector of convectorput
Convectorputten worden vooral onder ramen geplaatst. Met name onder grote ramen of schuifpuien worden convectorputten geplaatst evenals onder grote glazen puiconstructies. Een convectorput is hier heel geschikt voor omdat deze putten in de vloeren verzonken zijn. Daardoor zijn convectorputten vrijwel geheel uit zicht verdwenen. Een wandconvector is in omvang veel kleiner dan een radiator maar zal toch altijd wel gedeeltelijk in het zicht zijn. Daar moet men rekening mee houden. Ook bij openslaande deuren is een wandconvector zeker niet wenselijk.

Convectorput of radiator?

Er zijn verschillen tussen radiatoren en convectorputten. Deze verschillen zitten zowel in de vorm als de werking van de verwarmingssystemen. Een convectorput is een verwarmingsmethode die bestaat uit een convector die is geplaats in een bak in de vloer. Deze bak wordt ook wel put genoemd en is meestal rechthoekig van vorm. De convectorput wordt meestal onder een raam of schuifpui geplaatst en is op een rooster na vrijwel geheel aan het zicht onttrokken. Een radiator is een warmingselement dat bestaat uit met water gevulde lamellen die geplaatst worden aan de muur. Radiatoren worden net als convectorputten ook meestal onder ramen geplaatst alleen zijn radiatoren veel meer in het zicht. Daarom worden radiatoren doorgaans niets voor ramen geplaatst. Dat kan men echter wel doen met een convectorput omdat deze onder het vloeroppervlak verdwijnt.

Verschil in werking tussen een convectorput en een radiator
De werking van een convectorput en een radiator verschilt. Een radiator geeft stralingswarmte af via de met heet water gevulde lamellen. Een convector werkt op basis van de spreiding van hete lucht. Dit wordt ook wel convectie genoemd. Een convector is gemaakt van metalen die goed warmte geleiden. Aan de onderkant van de convector is een koperen buis waar een aantal aluminium lamellen omheen zijn geplaatst. Deze lamellen zijn flinterdun in tegenstelling tot de lamellen van radiatoren.

De dunne lamellen van de convector verspreiden de warmte die die afkomstig si van de koperen buis. De convector zuigt koude lucht aan die vervolgens wordt verwarmd. De warmte lucht wordt vervolgens weer uitgestoten. Een convector wordt sneller warm dan een radiator en koelt bovendien sneller af. Daardoor is er bij convectors nauwelijks sprake van ongebruikte restwarmte. In totaal is 90% van de warmte van de convector warme luchtstroom en is 10% stralingswarmte. Een convector gebruikt ook minder warm water dan een radiator en warmt sneller op. Om die reden worden convectorputten als energiezuiniger beschouwd als de standaard radiatoren.

Wat is een waterstofketel?

Een waterstofketel is een centraleverwarmingsketel waarin waterstof wordt verbrand in plaats van aardgas. Waterstofketels kunnen een belangrijke rol spelen in het aardgasvrij bouwen en wonen in Nederland omdat deze ketels zijn aangesloten op het aardgasnetwerk maar geen gebruik maken van aardgas als brandstof. Waterstofketels hebben namelijk andere branders dan de standaard centraleverwarmingsketels waarin laagcalorisch aardgas wordt verstookt. Bovendien is het ook technisch mogelijk om op waterstof te koken.

Waterstof transporteren naar woningen
Dat betekent dat men in de toekomst geen aardgas meer nodig heeft en waterstof zou kunnen distribueren via het leidingnetwerk dat werd gebruikt voor aardgas. De infrastructuur van deze leidingen is in Nederland al aanwezig en dat bespaart kosten en enorm veel werk. Volgens experts in de installatiebranche zijn er geen grote kostbare aanpassingen nodig voor het aardgasleidingnetwerk om deze geschikt te maken voor waterstof.
Er zullen wel aanpassingen gemaakt moeten worden aan de cv-ketels. Een waterstofketel is noodzakelijk om waterstof te kunnen verbranden. Ook zijn er ketels ontwikkeld die waterstof en aardgas kunnen verbranden. Deze ketels worden steeds vaker in woningen geplaatst zodat men klaar is voor de toekomst als waterstof daadwerkelijk zal worden getransporteerd door de huidige gasleidingen.

Wat is waterstof?
Waterstof is een brandbaar en explosief gas en heeft voordelen ten opzichte van aardgas. Waterstof is namelijk geen fossiele brandstof zoals aardgas. Dat maakt deze brandstof voor cv-installaties duurzamer. Waterstof kan bovendien geproduceerd worden en kan daardoor praktisch niet op raken. In tegenstelling tot de zon, waterkracht en de wind is waterstof geen energiebron maar een energiedrager. De energie moet dus uit het waterstof worden gehaald. Voordat dit gebeurd moet waterstof worden geproduceerd. Waterstof kan uit aardgas worden gehaald maar daarbij komt CO2 dat is dus niet wenselijk als men de CO2 emissie wil reduceren.

Er zijn ook andere middelen om waterstof te verkrijgen bijvoorbeeld doormiddel van elektrolyse. Deze techniek wordt gebruikt om waterstof te winnen uit water. Doormiddel van elektrolyse wordt het water in waterstof en zuurstof gesplitst. Daarbij komt geen schadelijke uitstoot vrij maar er is wel een aanzienlijke hoeveelheid elektriciteit nodig om dit proces uit te voeren. Deze elektrische stroom moet duurzaam worden opgewekt uit energiebronnen zoals windkracht, waterkracht en zonlicht. Als men dat weet te realiseren kan met de productie van waterstof duurzaam maken.

Waterstofketel is geen aardgasketel
De gebruikelijke cv-ketels zijn in feite aardgasketels omdat er aardgas in wordt verstookt. Waterstofketels hebben een andere brander in de ketel. Dat zorgt er voor dat de huidige ketels grotendeels vervangen zullen moeten worden door waterstofketels of door ketels die waterstof en aardgas kunnen verstoken. Als men echter een waterstofketel gebruikt hoeft men de leidingen en radiatoren van de cv-installatie niet aan te passen. Deze onderdelen transporteren warm water en geven doormiddel van confectie de warmte af aan de omgeving. Het maakt dan feitelijk niet uit of dit warme water wordt gerealiseerd door een aardgasgestookte cv-ketel of een waterstofketel die wordt gebruikt als cv-ketel. In de toekomst zullen daardoor in steeds meer woningen verwarmingsinstallaties worden geplaatst die zijn voorzien van een waterstofketel of een gecombineerde ketel die aardgas en waterstof kan verstoken. Op die manier is Nederland klaar voor de energietransitie in de cv-installatie.

Wat is commissioning van installaties?

Commissioning is een Engelse term die in de procestechniek wordt gebruikt voor controle van installaties voordat deze in gebruik worden genomen. In feite is commissioning een speciale vorm van controle die ook wel verband houd met het inbedrijf stellen van installaties. De laatst controle die wordt uitgevoerd voor de ingebruikname van installaties wordt vaak pre-commissioning genoemd. De werknemers die deze laatste controle uitvoeren worden om die reden pre-commissioning engineers genoemd. Deze werknemers moeten er voor zorgen dat de veiligheid, kwaliteit en functionaliteit van installaties wordt gewaarborgd en geoptimaliseerd.

Doelstelling van commissioning

Commissioning is een verzameling van activiteiten waarmee een bevoegd persoon controleert over een machine of installatie over de gewenste kwaliteitseisen en functionaliteiten voldoet. Deze controle is echter niet vrijblijvend. Een opdrachtgever, nutsbedrijf, wetgever, overheid of een externe kwaliteitsinstantie stelt van te voren eisen en richtlijnen op waaraan de installatie of machine moet voldoen. Deze richtlijnen zijn over het algemeen geënt op internationale normen, keurmerken en (machine)richtlijnen. De doelstelling van alle controles die worden uitgevoerd voor de commissioning is dat het systeem veilig en goed in gebruik genomen kan worden.

Het belang van commissioning
Commissioning is van belang omdat tijdens de ontwikkeling, bouw en installatie van een systeem fouten en gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Deze fouten kunnen er voor zorgen dat er tijdens de ingebruikname van de installatie of op een later tijdstip problemen of calamiteiten kunnen ontstaan. Dat moet uiteraard voorkomen worden. Daarom wordt commissioning en pre-commissioning met name in de chemische sector waaronder de olie- en gasindustrie toegepast als definitief controlemiddel om problemen in de toekomst de voorkomen en de veiligheid en deugdelijkheid van een installatie te waarborgen.

Pre-commissioning engineer en commissioning engineer
De commissioning en de pre-commissioning worden door speciale techneuten uitgevoerd. Daarvoor zijn functies ontwikkeld zoals pre-commissioning engineer en commissioning engineer. Deze engineers zijn technisch uitstekend onderlegd en zijn bovendien ook bevoegd om installaties te keuren. Daarvoor krijgen ze overigens ook uitdrukkelijk toestemming doormiddel van een specifieke werkvergunning. Een pre-commissioning engineer en een commissioning engineer heeft naast technische opleidingen vaak ook verschillende veiligheidstrainingen en kwaliteitsgerichte opleidingen en cursussen gevolgd om zijn of haar werk zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. Dat moet ook wel want de installatie of het systeem wordt na de controle van deze engineer in gebruik genomen.

Waaruit bestaat een geothermie installatie?

Geothermie is aardwarmte en kan worden aangewend als verwarmingsbron of indirect als energieleverancier worden gebruikt waarbij de aardwarmte bijvoorbeeld wordt omgezet in elektrische energie. Geothermie is een effectieve alternatieve energiebron omdat er bij deze installaties nauwelijks CO2 vrij komt in de atmosfeer. Dat maakt geothermie veel milieuvriendelijker dan bijvoorbeeld aardgas. Voordat met een geothermie-installatie gaat bouwen moet met een grondig onderzoek doen. Zo moet men een goed beeld hebben van de aardbodem en de aardlagen waarin warm grondwater aanwezig is. Als men dit in kaart heeft gebracht en de uitkomst interessant genoeg is, kan men gaan bouwen. Een geothermie-installatie bouwt men niet zomaar. Een dergelijke installatie kost miljoenen en moet daarom zorgvuldig worden gebouwd door professionele bedrijven. Een geothermie installatie bestaat uit een aantal onderdelen. Deze onderdelen zijn hieronder in een aantal alinea’s beschreven.

Putten
Allereerst zijn er twee schachten nodig die ook wel putten worden genoemd. Deze putten worden met een grote boorinstallatie geboord en zijn ongeveer 2 kilometer lang. Op 2 kilometer diepte is de aardwarmte ongeveer 60 tot 80 graden Celsius. De put wordt tot onder het grondwater geboord. Er moet dus rekening worden gehouden met de grondwaterstand voordat men gaat boren. Het warme water wordt uit de put omhoog gepompt.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat de putten of schachten niet in elkaar storten tijdens het oppompen van het warme grondwater. De ondergrondse druk is hierbij een belangrijke factor. Deze druk kan er voor zorgen dat de schachten in elkaar gedrukt worden. Dat moet worden voorkomen en daarvoor worden buizen geplaatst in het boorgat van de put. Deze buizen worden vervolgens vastgezet met cement. Op die manier zijn de schachten verankert.

De uiteinden van schachten of putten zijn onder de grond ongeveer 1 tot 2 kilometer van elkaar verwijderd. Dat is noodzakelijk want via de ene put wordt warm water opgepompt en via de andere put wordt koud of afgekoeld water weer naar beneden gepompt. Dit koude water wordt vervolgens weer opgewarmd door de aarde en het overige grondwater zodat het weer opgewarmde water naar boven gehaald kan worden in de eerst schacht. Zo ontstaat er een circulair systeem waardoor het volume aan grondwater gelijk blijft en bodemdaling wordt voorkomen of geminimaliseerd.

Warmtewisselaar

Het opgepompte warme water stroomt door buizen in een warmtewisselaar. In deze warmtewisselaar komt het warme grondwater in contact met het water van het verwarmingssysteem. Dit water wordt door het grondwater verwarmt. Er vindt uitwisseling van warmte plaats vandaar de term warmtewisselaar. Het opgewarmde water stroom uit de warmtewisselaar naar de verwarmingssystemen van gebouwen, utiliteit en woningen. Een pomp zorgt er voor dat het afgekoelde grondwater weer naar beneden wordt gepompt via de juiste put. Daardoor komt het afgekoelde grondwater weer op dezelfde diepte waar het ook vandaan werd gepompt via de andere put.

Pompen
In de alinea’s hiervoor is een paar keer het woord ‘pomp’ gebruikt. Een geothermische installatie kan niet zonder een paar pompen waarmee het water wordt opgepompt uit de aardbodem en teruggepompt naar de oorspronkelijke diepte. Deze pompen worden net als de warmtewisselaar in een gebouw geplaatst van ongeveer twintig bij twintig meter. Hierin zijn vaak ook filters geplaatst voor het filteren van het grondwater.

Ontgassingsinstallatie
Samen met het grondwater kan ook aardgas naar boven komen. Dit brengt extra risico’s met zich mee in de vorm van brandgevaar en explosiegevaar. Om die reden wordt er meestal een ontgassingsinstallatie met een ontgassingstank. Dit is een veiligheidsvoorziening. Als er aardgas aanwezig is kan er ook een noodfakkel worden aangebracht die er voor zorgt dat het aardgas wordt afgefakkeld.

Technische ruimte
Tot slot is er nog een technische ruimte nodig voor het uitvoeren van revisie, reparatie en onderhoud. Een geothermie installatie heeft net als andere grote installaties onderhoud nodig. Vooral de aanwezigheid van aardgas kan voor extra risico’s zorgen waardoor het onderhoud en de reparaties door specialisten moet gebeuren met een werkvergunning en verschillende veiligheidscertificaten.

Geothermie en duurzaamheid

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte en wordt steeds vaker genoemd als een goed alternatief voor aardgas. Dat is geen wonder want geothermie is altijd aanwezig en daardoor een onuitputtelijke duurzame energiebron. Veel woningen hebben nog een centrale verwarming waarin aardgas wordt verbrand om warm cv-leidingwater te realiseren. Het verstoken van aardgas staat echter ter discussie vanwege de CO2 uitstoot maar ook vanwege het feit dat aardgas een fossiele brandstof is die niet onuitputtelijk is.

Aardwarmte is onuitputtelijk duurzaam
Aardwarmte is de warmte die de aarde zelf afgeeft en is daardoor onuitputtelijk. Daarvoor moet men echter wel diep in de aardkorst boren. Hoe dieper men in de aardlagen boort hoe hoger de temperatuur wordt. Dat betekent dat men diep moet boren om voldoende warmte te winnen voor verwarmingsinstallaties van woningen en utiliteitscomplexen. Het boren van een schacht kost miljoenen euro’s. De geothermische dieptemaat is een belangrijke factor in de prijs van het boren naar aardwarmte of geothermie.

Geothermische dieptemaat
Aardwarmte wordt naar boven gehaald doormiddel van grondwater. Grondwater bevind zich in verschillende bodemlagen en heeft daardoor ook een verschillende temperatuur. Gemiddeld wordt de temperatuur van de aardbodem 35 °C tot 40 °C hoger naar mate men dieper boort. De diepte waarop men boort naar aardwarmte wordt ook wel de geothermische dieptemaat genoemd. De dieptemaat waarop men op een bepaalde aardwarmte stuit is echter niet in elk land hetzelfde en ook binnen een land verschilt de warmte die men aantreft in de aardlagen. Dat maakt het lastig om een vaste geothermische dieptemaat te bepalen waarop men een bepaald rendement aan geothermie kan aantreffen. Als men in een bepaalde regio gebruik wil maken van aardwarmte zal men daarom eerst een grondig bodemonderzoek moeten doen naar de aardlagen en de aanwezigheid van (warm) grondwater.

Warmteanomalieën
De geothermische dieptemaat oftewel de aardlaag waar een bepaalde aardwarmte wordt aangetroffen is verschillend zoals in de alinea hierboven beschreven is. Dat betekent dat er positieve en negatieve afwijkingen kunnen zijn in de aanwezige warmte. Deze afwijkingen van de standaard noemt men ook wel warmteanomalieën. Deze afwijkingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door lagen met vulkanische activiteit. Denk hierbij aan de geisers op IJsland waaruit kokend heet water naar boven spuit. Dit is een voorbeeld van geothermie waarbij enorm veel heet water vrij komt. Er zijn echter meerdere locaties waar vulkanische activiteit aanwezig is en het water op een redelijk kleine diepte al kokend heet is. Deze anomalieën zijn waardevol voor geothermie. In de geothermie worden deze beschouwd als hoogenthalpie vindplaatsen.

Direct en indirect gebruik van geothermie
Hoogenthalpie vindplaatsen zijn op verschillende locaties in de wereld aanwezig. Deze locaties worden wereldwijd gebruikt als energiebronnen voor het opwekken van elektrische stroom. Dit gebeurd in een geothermiecentrale. Daarbij maakt men bijvoorbeeld gebruik van een warmte-krachtkoppeling (WKK). Dit is echter een vorm van indirect gebruik van geothermie met een hoog rendement. Men kan echter ook direct gebruik maken van geothermie. Daarbij gaat men het warme grondwater direct door een verwarmingssysteem heen pompen.

Aardbodemdaling door geothermie?
Er zijn risico’s verbonden aan het gebruik van warm grondwater. Door grondwater uit de aardbodem te pompen bestaat er een kans dat de aardbodem gaat dalen als het grondwatervolume aanzienlijk afneemt. Daarom gebruikt men bij geothermie vaak installaties waarbij ook weer afgekoeld water teruggepompt wordt in de aardbodem zodat het volume aan grondwater ongeveer gelijk blijft.

Wat is geothermie?

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte en is tevens een verzamelnaam voor technologie waarmee warmte uit verschillende aardlagen wordt gewonnen, getransporteerd en gebruikt om gebouwen en andere voorzieningen te verwarmen. Als men het in het kader van de energietransitie heeft over geothermie dan doelt men meestal op installaties waarmee warm grondwater uit diepere aardlagen naar boven wordt gepompt. Dit warme water wordt vervolgens via verwarmingssystemen overgedragen op de omgeving die daardoor wordt verwarmt. Het water wordt bij deze warmteafgifte afgekoeld. Het afgekoelde water wordt vervolgens weer in de aardbodem gepompt via een andere buis. Daar wordt het water weer door de diepere aardlagen verwarmd en mengt het zich met het overige grondwater. Dit wordt vervolgens opgepompt. Op die manier ontstaat in feite een circulair systeem waardoor bodemdaling wordt voorkomen en er ook geen tekort ontstaat aan water.

Wat betekent geothermie?
Het woord geothermie is een samenvoeging van de Griekse woorden geo (dat vertaald wordt met ‘aarde’) en thermos (dat vertaald kan worden met ‘warmte’). Deze vertaling zorgt er voor dat geothermie letterlijk vertaald kan worden met het woord ‘aardwarmte’. Aardwarmte is een energiebron die tot de duurzame energiebronnen wordt gerekend omdat aardwarmte altijd aanwezig is en dus niet opraakt. Aardwarmte is daardoor duurzamer dan fossiele brandstoffen die overigens uit de aardbodem worden gehaald. Echter worden de fossiele brandstoffen verbrand om warmte te realiseren. Bij het verbranden komt echter CO2 vrij en andere schadelijke stoffen zoals fijnstof. Door direct warmte te transporteren zonder brandstoffen te verbranden bespaard men energie en zorgt men er tevens voor dat er geen schadelijke stoffen in het milieu terecht komen. Toch kunnen er wel gassen vanuit de aardbodem naar boven komen tijdens het winnen van warm grondwater. Daar dient men bij de installatie van een geothermische warmtepomp wel rekening mee te houden.

Voordelen van een pelletketel ten opzichte van een gasgestookte cv-installatie

Pelletketels worden tegenwoordig steeds vaker toegepast in een centrale verwarmingsinstallatie. Soms verward men het begrip pelletketel wel met het begrip pelletkachel. Er is echter een verschil tussen een pelletketel en een pelletkachel. Een pelletketel maakt namelijk onderdeel uit van een cv-installatie en een pelletkachel kan meer worden beschouwd als een autonoom verwarmingssysteem zoals een houtkachel of openhaard alleen is een pelletkachel veel milieuvriendelijker. In deze tekst wordt echter een pelletketel van een cv-installatie vergeleken met een gasgestookte ketel van een cv-installatie.

Waarvoor worden ketels gebruikt in een cv-installatie?
In feite worden cv-ketels gebruikt voor het verwarmen van leidingwater van een cv installatie. Dit houdt in dat ketels brandstof verbranden zodat er hitte ontstaat waarmee het water van een cv-installatie kan worden verwarmd. Een ketel is een centraal punt waar het water wordt opgewarmd en waar vandaan het water naar de radiatoren wordt getransporteerd. In de radiatoren wordt de hitte van het opgewarmde water afgestaan aan de omgeving. Daardoor wordt de omgeving warmer maar het cv-leidingwater kouder.

Het afgekoelde cv-water stroomt weer naar de cv-ketel waar het water door de verbranding van een brandstof weer wordt verhit en naar de radiatoren wordt getransporteerd. Dit is een cyclisch en gesloten systeem. Echter de brandstof moet wel voortdurend toegevoerd worden. De duurzaamheid van de cv-installatie heeft met de brandstof te maken maar ook met het zogenaamde rendement dat de cv-installatie weet te behalen uit de brandstof. Er moet namelijk zo weinig mogelijk energie verloren gaan. Dit houdt in dat er een optimale warmteoverdracht moet plaatsvinden en zoveel mogelijk van de brandstof moet worden omgezet in energie. Juist deze aspecten zijn belangrijk als je een afweging wilt maken of je een pelletketel wilt gebruiken of een gasgestookte ketel.

Voordelen van een pelletketel
Het grote voordeel van een pelletketel is dat deze milieuvriendelijker is dan een gasgestookte ketel van een cv-installatie. Pelletketels verstoken houtpellets van kaprijpe bomen die als ze zouden verrotten evenzogoed CO2 zouden uitstoten. Daarom wordt een pelletinstallatie als redelijk energieneutraal beschouwd. Verder heeft een pelletketel een hoog rendement van wel 85 procent volgens de meeste leveranciers van dit verwarmingssysteem.

Een ander belangrijk voordeel is dat men niet afhankelijk is van een gasaansluiting (tenzij men nog op aardgas kookt). Veel woningen en utiliteitscomplexen zijn afhankelijk van een dergelijke aansluiting. Hierdoor zijn deze gebouwen altijd afhankelijk van de levering van aardgas en juist dat zal steeds moeilijker worden. Vooral nu het kabinet (terecht) heeft besloten om minder (laagcalorisch) aardgas te produceren uit de Groningse gasvelden komt er minder laagcalorische aardgas beschikbaar. De overheid staat nu voor de keuze of ze kopen hoogcalorisch aardgas over de grens en passen alle gas-verbruikende installaties aan of ze gaan mensen stimuleren om meer alternatieve verwarmingssystemen en brandstoffen te gebruiken. In dat laatste geval zullen pelletketels, biomassaketels en pelletkachels alleen maar meer worden gebruikt.

Verder zorgen ook de doelstellingen met betrekking tot de CO2 reductie er voor dat pelletkachels populairder of zelfs noodzakelijker worden. Dat heeft tot gevolg dat overheden doormiddel van subsidies er alles aan zullen doen om pelletkachels en pelletketels zo goedkoop mogelijk te maken van consumenten. Het belangrijkste nadeel van pelletketels is namelijk dat ze nog relatief nieuw op de markt zijn en daardoor redelijk prijzig zijn. Ook moet men er rekening mee houden dat er voortdurend nieuwe houtpellets moeten worden aangevoerd. Dat kan logistieke problemen met zich meebrengen. Een bigbag pellets moet ook geleverd kunnen worden en dat vereist transport. Als al deze drempels worden overwonnen en pelletketels meer worden ingeburgerd in de verwarmingstechniek zullen steeds meer mensen kiezen voor een pelletketel.

Wat is een pelletketel of biomassaketel?

Pelletketels of biomassaketels zijn onderdelen van een centraal verwarmingssysteem oftewel een cv-installatie. De meeste cv-installaties werken op aardgas en zijn daarvoor voorzien van een gasgestookte cv-ketel. Er bestaan echter ook ketelsystemen die geen aardgas verbranden maar biomassa. Om die reden spreekt men van een biomassaketel. De benaming pelletketel is afgeleid van houtpellets of andere pellets die gemaakt zijn van cellulose en worden gebruikt als brandstof in verwarmingssystemen.

Pelletketels zijn milieuvriendelijk
Omdat pelletketels als milieuvriendelijker worden beschouwd dan de reguliere gasgestookte cv-ketels worden pelletketels steeds populairder. Vooral nu men tracht woningen en bedrijfspanden (utiliteit) gasvrij te maken worden pelletketels steeds vaker toegepast als verwarmingssysteem in nieuwbouwwoningen en utiliteitscomplexen.

Brandstoffen voor pelletketels
Pelletketels worden net als pelletkachels gestookt met pellets die gemaakt zijn van natuurlijke materialen. Over het algemeen worden in pelletketels houtpellets verstookt. Dit zijn pelletkorrels die gemaakt zijn van houtpoeder dat afkomstig is van kaprijpe bomen. Eventueel kunnen ook houtsnippers worden gebruikt en andere plantenresten zoals artisjokresten, olijfpitten, stro en miscanthus. Over het algemeen is de beschikbaarheid en het rendement van andere cellulose pellets minder gunstig dan het rendement van houtpellets daarom wordt in de praktijk vaak gekozen voor houtpellets als brandstof voor pelletketels.

Hoe werkt een pelletketel?
De pellets worden in het reservoir van de pelletketel gebracht. Vanuit dit pelletreservoir worden de pellets doormiddel van een wormschroef in de haard gebracht. Daar worden de pellets verbrand en word de warmte overgebracht op het cv-leidingwater.

Pelletketels geven niet direct warmte af aan de omgeving in plaats daarvan wordt de warmte die ontstaat door de verbranding van pellets afgegeven op het leidingwater van de centrale verwarmingsinstallatie. Dit warme water wordt vervolgens getransporteerd naar de radiatoren die zijn aangesloten op de cv-leidingen.

Pelletketel of pelletkachel
Naast pelletketels zijn er ook pelletkachels. In tegenstelling tot een pelletketel geven pelletkachels wel direct warmte aan de omgeving af. Pelletkachels worden niet gebruikt voor het verwarmen van cv-leidingwater. In plaats daarvan worden pelletkachels gebruikt als lokale verwarming van de ruimte waarin ze zijn geplaatst. Pelletketels worden net als gasgestookte cv-ketels vaak in een aparte ruimte geplaatst die niet beslist verwarmd hoeft te worden zoals een bijkeuken of garage. Het is wel belangrijk dat de toevoer van pellets goed kan plaatsvinden bij een cv pelletketel omdat deze voortdurend pellets moet verbanden om de cv installatie in werking te houden. De overeenkomst een pelletkachel en pellet

Wat is een pelletkachel?

Pelletkachel is een benaming voor een type kachel waarin houtpellets worden verbrand om warmte te creëren. Pelletkachels worden meestal gebruikt voor het verstoken van houtpellets. Daarbij kan de pelletkachel worden gebruikt om lucht te verwarmen maar ook om het water van een centrale verwarmingsinstallatie te verwarmen. In dat laatste geval wordt de warmte die door de verbranding van houtpellets in de pelletkachel ontstaat overgedragen op de radiatoren. Pelletkachels die worden gebruikt voor cv-installaties hebben meestal een groter pelletreservoir dan palletkachels die voor de sfeer worden gebruikt. Er is echter een onderscheid tussen een pelletkachel en een pelletketel die wordt gebruikt voor een cv installatie. Dit onderscheid is in de volgende alinea beschreven.

Pelletketel
Als men een pelletkachel gebruikt voor een cv-installatie dan spreekt men over het algemeen over een pelletketel of een pellet cv-ketel maar de benaming biomassaketel wordt ook wel gebruikt. Net als bij een cv-ketel brengt de pelletketel de warmte niet rechtsteeks over op de omgeving maar wordt eerst cv-leidingwater verwarmt. Dit verwarmde water wordt vervolgens naar radiatoren getransporteerd. De radiatoren geven dan vervolgens de warmte af aan de omgeving. Pelletkachels geven warmte rechtstreeks af aan de omgeving en zijn daardoor vergelijkbaar met een open haard al is het systeem en het rendement anders.

Brandstof voor pelletkachels
Pelletkachels verbranden over het algemeen houtpellets maar ze kunnen ook worden gebruikt om andere producten van cellulose te verbanden zoals olijfpitten, artisjokresten, stro, en miscanthus. Omdat de verbrandingseigenschappen van deze andere cellulose-producten minder gunstig zijn dan die van houtpellets worden in de praktijk voornamelijk houtpellets gebruikt in pelletkachels. Er zijn ook bepaalde varianten van pelletkachels die geschikt zijn voor het verbranden van brandstoffen in korrelvorm. Hierbij kun je denken aan mais en pitten van bijvoorbeeld kersen en olijven. De meeste palletkachels die zijn uitgerust met een raam kijken wel een beetje op houtkachels alleen zijn ze wel veel minder sfeervol.

Hoe werkt een pelletkachel?
De werking van een pelletkachel is niet complex. De pelletkachel bevat een pelletreservoir die gevuld is met pellets die over het algemeen bestaan uit korrels van samengeperst hout (cellulose). Vanuit het pelletreservoir worden de pellets op een mechanische manier getransporteerd naar de vuurkorf. Dit gebeurd bijvoorbeeld doormiddel van een wormschroef die de pellets met een draaiende beweging naar de vuurkorf maalt.

In de vuurkorf is een gloeispiraal geplaatst die zorgt er voor dat de pellets worden aangestoken. Daarvoor moet ook de luchttoevoer gedoseerd worden geregeld. Pelletkachels zijn uitgerust met regeltechniek die er voor zorgt dat de aanvoer van de pallets en de luchttoevoer op elkaar zijn afgestemd. Dit regelsysteem is elektronisch en optimaliseert het verbrandingsproces en de veiligheid. Het regelsysteem bevat temperatuursensoren en druksensoren. Ook zorgt het regelsysteem er voor dat een zo hoog mogelijk rendement behaald.

Verder worden de rookgassen doormiddel van een ventilator via een rookkanaal naar buiten geblazen. Er zijn echter ook pelletkachels die geen ventilator bevatten. Deze werken bijvoorbeeld op basis van convectiewarmte en stralingswarmte waarbij er een bepaalde trek optreed. Dit effect is ook aanwezig in de schoorstenen van openhaarden.

Werking pelletketel
Pelletketels zijn meestal geplaatst in een garage of andere ruimte waarbij de pelletketel in feite dezelfde functie heeft als een cv-ketel. Alleen moet men er bij een pelletketel wel rekening mee houden dat er een grotere toestroom van pellets nodig is om de pelletketel effectief te gebruiken om een woning of ander gebouw te verwarmen met biomassa. In plaats van aardgas wordt in een biomassaketel of pelletketel houten pellets of houtsnippers verstookt om cv-leidingwater te verwarmen. De pelletketel zelf wordt hierbij niet heel erg warm omdat dit warmteverlies zou betekenen. Doelstelling van de pelletketel is het zo effectief mogelijk verbrandingswarmte overbrengen op het leidingwater van de cv-installatie. De daadwerkelijke verwarming van de woning vindt plaats doormiddel van radiatoren die gevuld zijn met het warme leidingwater dat afkomstig is van de pelletketel.

Rendement pelletkachel
Pelletkachels hebben meer rendement dan een traditionele houtkachel of openhaard. Veel fabrikanten van pelletkachels beweren dat ze een rendement hebben van 80-97%. Dit is een zeer hoog rendement waardoor pelletkachels een efficiënte en populaire verwarmingsinstallatie zijn. Ter vergelijking wordt in een openhaard maar 10 procent van de energie uit hout omgezet in warmte. De overige energie wordt omgezet in vuur en as. Uiteraard is het rendement wel afhankelijk van de manier waarop men met de pelletkachel of een pelletketel omgaat. Als men het regelsysteem op de juiste manier hanteert kan er een hoog rendement ontstaan en is een pelletkachel of pelletketel duurzamer en veiliger dan bijvoorbeeld een openhaard.

Wat is aanvoerstroom en retourstroom in de techniek?

Retourstroom is het geheel van het terugvloeien van elektrische-, vloeistof- en gasstromen in een bepaal systeem. Men heeft het in de techniek meestal over een aanvoerstroom en een retourstroom. Aanvoerstroom is het geheel van aangevoerde vloeistof-, elektrische- en gasstromen in een bepaald systeem. Omdat er in de techniek veel gebruik wordt gemaakt van elektriciteit, gas en vloeistoffen zijn er verschillende systemen te bedenken waarbij men de aanvoerstroom en retourstroom kan illustreren. Meestal heeft men een bron waar vandaan de aanvoerstroom op gang komt. Dat kan een accu zijn of een windturbine als het gaat om elektriciteit. Ook in de installatietechniek maakt men gebruik van een aanvoerstroom bijvoorbeeld van heet water vanaf de cv-ketel naar de radiatoren. Hieronder zijn een aantal voorbeelden nader omschreven.

Aanvoerstroom en retourstroom in elektrotechniek
In de elektrotechniek dan wordt doormiddel van de fasedraad de elektrische stroom (een stroom van elektronen) naar een bepaald apparaat, verlichtingseenheid of contactdoos getransporteerd. De elektrische stroom kan op verschillende manieren worden opgewekt bijvoorbeeld doormiddel van een kolencentrale of zoals steeds vaker gebeurd doormiddel van zonnepanelen en windturbines. Vanaf die stroomvoorzieningen kan elektrische stroom doormiddel van een elektriciteitsnetwerk worden getransporteerd. Dit is echter nog steeds de aanvoerstroom. Zodra de elektrische stroom een bepaalde bewerking heeft verricht in een apparaat, machine of werktuig gaat de resterende elektrische energie via een nuldraad retour. De retourstroom vindt dus plaats doormiddel van de nuldraad.

Aanvoerstroom en retourstroom in lastechniek
Dit werkt ook zo met elektrisch lassen waarbij de elektrische stroom door de lastoorts en laselektrode aangevoerd wordt tussen de laselektrode en het werkstuk ontstaat kortsluiting en een zogenaamde vlamboog die het werkstuk en de het lastoevoegmateriaal laat smelten. Omdat er sprake is van aanvoerstroom richting het werkstuk wordt een klem aangebracht op het geleidende werkstuk. Aan de klem zit een kabel om de elektrische retourstroom af te voeren van het werkstuk.

Aanvoerstroom en retourstroom in de installatietechniek
Ook in de installatietechniek gebruikt men de termen aanvoerstroom en retourstroom. Men heeft het dan over de aanvoerstroom en retourstroom van water. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een radiator dan is er sprake van een aanvoerstroom van water en een retourstroom van water. De aanvoerstroom van water is door de cv-ketel verwarmd en zorgt er voor dat de radiator warm wordt. De aanvoerstroom van water komt aan de bovenzijde de radiator binnen. Nadat het water warmte heeft afgegeven in de radiator koel het af en gaat het via de retourstroom weer terug naar de ketel. Dit proces is vrijwel geheel gesloten. De aanvoerstroom en de retourstroom vormen en gesloten circuit.

Aanvoerstroom en retourstroom in spoorwegen en spoorwegtechniek
Een interessante vorm van elektrische aanvoerstroom en retourstroom treft men aan in de spoorwegen. Via elektrische hoogspanningskabels krijgen treinen elektrische voeding. Deze hoogspanningskabels zijn aangesloten op het onderstation. Dit is de aanvoerstroom van elektriciteit. De trein komt in beweging en dat kost (elektrische) energie. De trein verbruikt dus elektriciteit.

Niet alle elektriciteit wordt door een trein verbruikt. Een deel van de elektriciteit zal via de retourstroom worden weggevoerd. Deze retourstroom is het totaal van elektrische stromen die tussen het elektrische spoorwegmaterieel (treinen) en het onderstation door spoorstaven en mogelijk ook door retourstroomgeleiders terugvloeit. Ook bij treinen is dus sprake van aanvoerstroom en retourstroom.

Wat is een P&ID of piping and instrumentation diagram?

Een piping and instrumentation diagram wordt ook wel een process and instrumentation diagram genoemd dit wordt ook wel aangeduid met P&ID. Een piping and instrumentation diagram is een schematische tekening waarop is aangegeven hoe een procesinstallatie er uit zit. Op deze tekening kan men aflezen uit welke pijpen en instrumentatie een installatie is opgebouwd. Op een P&ID zijn deze onderdelen echter doormiddel van symbolen aangeduid. Het vereist de nodige ervaring om een P&ID goed te kunnen lezen.

P&ID
In een P&ID worden ook regelkringen schematisch weergegeven. De pijpen of leidingen waaruit de installatie is opgebouwd worden in een P&ID diagram weergegeven met een doorgetrokken lijn. De regelkringen worden met een stippellijn gevisualiseerd. Door deze lijnen wordt duidelijk hoe de leidingen en andere onderdelen van een procesinstallatie met elkaar zijn verbonden. De stippellijn maakt de verbinding inzichtelijk tussen de verschillende instrumenten die gegevens leveren aan de regeltechniek.

Normen
Bij het opstellen van een P&ID maakt men gebruik van normen. Hierbij kan men gebruik maken van de ISO of de Instrumentation, Systems, and Automation Society (ISA) Standaard S 5.1. Hierin is beschreven hoe men een P&ID moet maken. Hoewel de normen universeel zijn komt men in de praktijk vaak verschillen tegen in de vormgeving van de P&ID’s. Vaak wordt een P&ID aangepast en geschreven binnen het kader van een specifieke bedrijfstak.

Componenten op P&ID
Op een P&ID kunnen verschillende componenten  worden weergegeven:

  • Keerkleppen
  • Veiligheidskleppen
  • Warmtewisselaars
  • Connectoren
  • Ketels
  • Pompen
  • Meters of sensoren
  • Compressoren

Deze componenten worden niet getekend maar aan de hand van symbolen op de tekening gezet.

Uitleg symbolen P&ID
Tussen de P&ID’s van bedrijfstakken kunnen verschillen ontstaan in de manier waarop de componenten zijn weergegeven in het schema. Daarom wordt bij een P&ID over het algemeen een lijst of overzicht geleverd waarop de getekende elementen zijn omschreven.  Daarnaast wordt meestal een legenda weergegeven en een lijst met verklaringen voor de afkortingen die gebruikt worden om de functies van instrumenten en regelkringen aan te geven op de P&ID.

Wat is het verschil tussen pijp en buis?

In de techniek maakt men gebruik van zowel pijp als buis. Over het algemeen zijn pijpen en buizen onderdelen van installaties of machines. Kortom het zijn slechts gedeeltes van een werktuigen of installaties. Zowel een pijp als een buis is een hol onderdeel met een cilindrische vorm. Buizen en pijpen worden gemaakt van verschillende metalen en metaallegeringen en kunnen op het gebied van afmetingen en wanddikte verschillen. Daarnaast bestaat en er ook nog verschillen tussen pijp en buis op algemeen gebied. Deze verschillen worden in de alinea’s hieronder duidelijk gemaakt.

Wat is pijp precies?
Een pijp is iets anders dan een buis. Veel leken weten dit niet maar monteurs in de installatietechniek en pijpfitters weten het verschil vaak wel. Allereerst is er het verschil in de maatvoering. De maat van een pijp is gebaseerd op de binnendiameter. Dit wordt ook wel de inwendige diameter genoemd en afgekort met de letters ID. Men zegt ook wel dat een pijp aan de binnenzijde is getolereerd.

De maatvoering van een pijp wordt over het algemeen nog aangegeven in Engelse inches. Deze maatvoering wordt ook wel Engelse duim genoemd en is precies 25,4 mm. Naast de maatvoering of maataanduiding is ook de buitenkant van de pijp minder nauwkeurig afgewerkt dan een buis. Vaak voelt een pijp ruw aan en als er sprake is van pijp van koolstofstaal dan is het goed mogelijk dat er wat vliegroest op aanwezig is. De buitenkant van een pijp kan een kleine afwijking vertonen op het gebied van rondheid en daarnaast kan ook de wanddikte (WD) een beetje afwijken. De binnenkant van een pijp is over het algemeen wel goed glad afgewerkt.

Er zijn verschillende soorten pijpen. Bekende soorten zijn stoompijp, vlampijp en gaspijp. Deze pijpen worden door pijpfitters en dikwandige installatiemonteurs gebruikt. Pijpen kunnen op verschillende manieren aan elkaar bevestigd worden. Men kan on-uitneembare verbindingen maken doormiddel van smeltlasverbindingen. Het TIG-lasproces en het autogeen lasproces worden nog regelmatig gebruikt voor deze verbindingen op de bouwlocatie. Men kan echter ook flenzen aanlassen zodat leidingen met flensverbindingen kunnen worden gemonteerd op locatie.

Een andere mogelijkheid is het snijden van schroefdraad op pijp. Hierdoor kunnen pijpen doormiddel van schroefdraadkoppelingen aan elkaar bevestigd of gefit worden. het snijden van schroefdraad gebeurd doorgaans op pijpen met een diameter tot drie inch.

Wat is een buis precies?
Een buis verschilt van een pijp. Allereerst is de wanddikte van een buis veel dunner dan de wanddikte van een pijp. Daardoor kun je op buis geen schroefdraad snijden. De buitenzijde van een buis is glad evenals de binnenkant. Een buis is een jonger product dan een pijp en de maatvoering is ook minder traditioneel. Men geeft de maat van een buis aan in millimeters. Daarbij meet men de buitenzijde (UD = uitwendige diameter) van de buis en hanteert deze als maatvoering, men zegt ook wel dat een buis aan de buitenzijde is getolereerd.

Verder is een buis in tegenstelling tot een pijp wel perfect rond. Pijpen worden met een andere methode aan elkaar bevestigd dan buizen. Bij buizen schuift men fittingen over de buis heen. Deze fittingen worden ook wel buisfittingen genoemd en zijn er in verschillende vormen en maten. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van knelkoppelingen en knelverbindingen.

Tot slot is het belangrijk om te weten dat er in de praktijk nogal wat verwarring kan optreden met betrekking tot de afmetingen van een pijp of buis. Daarom is het belangrijk dat men bijvoorbeeld bij een aanvraag of bestelling duidelijk aangeeft wat voor afmetingen men wenst. Dan kan men het hebben over de binnendiameter, buitendiameter, wanddikte en een omschrijving geven van de zoals kwaliteit, finish etc. Ook de normen (EN en ASME) zijn van belang.

Hoe buigt men bochten in pvc-installatiebuis?

Als men een bocht wil buigen in een pvc-installatiebuis doet men er verstandig aan om een binnenbuigveer of een buitenbuigveer te gebruiken. De binnenbuigveer brengt men in de buis die men wilt buigen en de buitenbuigveer schuift men er omheen. Voor de rest van deze tekst gebruiken we het woord ‘buigveer’ in het kader van een binnenbuigveer. In de praktijk worden deze buigveren namelijk het meeste gebruikt door installatiemonteurs.

Hoe maakt men een bocht in een pvc-buis?
Voordat men een bocht gaat buigen in een pvc-buis zal men eerst de plaats moeten bepalen van de bocht. Een bocht in de installatie techniek moet meestal niet in 90 graden worden gebogen omdat men dan in de problemen komt bij het trekken van kabels. In plaats daarvan maakt men meestal bochten van veertig graden. Door deze ‘stompe’  bochten kan men gemakkelijker kabels trekken.

Zodra men de positie van de bocht heeft bepaald brengt men de buigveer in de installatiebuis. De buigveer moet zover worden doorgeschoven dat het midden van de buigveer ongeveer in het midden van de positie is gebracht waar de bocht gemaakt moet worden.

Als men dat heeft gedaan kan men zelf (met de handen) de bocht buigen. Het buigen van bochten vergt weinig kracht. Men kan daarbij de bocht ook buigen over de knie indoen nodig. Men moet de bocht iets verder doorbuigen dan de gewenste hoek. Het pvc veert namelijk altijd een klein beetje terug als men de buis na het buigen loslaat. Het buigen van bochten vereist wat oefening maar op een gegeven moment heeft men in de gaten hoever het pvc terugveert na het buigen.

Aandachtspunten voor het buigen van pvc-buizen
Men dient pvc-buizen een beetje op te warmen als de omgevingstemperatuur kouder is dan 10 °C. Beneden deze temperatuur is het pvc, brozer en kan de buis breken als je deze buigt. Tijdens het buigen mogen de buizen  geen afplatting vertonen. Dit kan men voorkomen door een buigveer met de juiste diameter te gebruiken.

Aan de binnenkant van de bochten mag de diameter van de buis niet kleiner zijn dan drie keer de diameter van de buis. Voordat men de buigveer uit de buis trekt moet men de bocht goed controleren. Dit is belangrijk omdat men na het verwijderen van de buigveer de buigveer heel moeilijk weer door de bocht heen kan trekken. Na het buigen van de bocht in de pvc-buis kan men de buis op de juiste lengte afzagen.

Een bocht in pvc kan niet worden teruggebogen omdat dan het materiaal te zwak wordt en de kans groot is dat de buis breekt.

Verschillende vormen
Met een buigveer kan men in een pvc-buis verschillende vormen aanbrengen. Naast de gewone bocht in verschillende graden (stompe of scherpe bocht) kan men ook een S-bocht aanbrengen. Dit zijn in feite twee bochten achter elkaar. Daarnaast is een zogenoemde ‘kattenrug’ ook mogelijk. Dit is een kleine bocht waardoor men een buis over een andere buis kan aanbrengen.

Wat is een buigveer en waar wordt een buigveer voor gebruikt?

Een buigveer is een gereedschap dat wordt gebruikt voor het maken van bochten in kunststofbuis. Daarnaast wordt een buigveer ook gebruikt voor buizen van zacht koper. Door een buigveer te gebruiken voorkomt men dat men een knik krijgt in de buis tijdens het buigen. Daarom wordt de buigveer in de buis geplaatst voordat men gaat buigen. Het is belangrijk dat men de juiste buigveer hanteert voor de buizen als men deze wil buigen. Buigveren zijn er in verschillende diameters. Men schuift de buigveer in een buis of trekt de buis over de buigveer heen.

Hoe ziet een buigveer er uit?
Een buigveer is gemaakt van staal. Het is een dunne spiraalvormig geheel dat in verschillende bochten bewogen kan worden. De windingen van deze spiraalveer zitten zeer dicht tegen elkaar aan. Daardoor ontstaat er zo weinig mogelijk ruimte als men de spiraalveer buigt. Naast verschillende diameters zijn buigveren ook verkrijgbaar in verschillende lengtes. Buigveren zijn beschikbaar voor alle gangbare maten voor buizen.

Binnenbuigveren en buitenbuigveren
Meestal denkt men aan een buigveer die men in een buis moet aanbrengen. Dit zijn de zogenoemde binnenbuigveren. Er zijn echter ook buitenbuigveren. Deze buigveren schuit men niet in de buis, in plaats daarvan schuift men de buitenbuigveer over de buis heen.

Waarvoor gebruikt men een buigveer?
Buigveren worden veel gebruikt door installatiemonteurs. Zij buigen bijvoorbeeld pvc-installatiebuis ten behoeve van elektrische installaties. Deze buizen mogen tijdens het buigen niet knikken omdat men dan de elektrische bedrading niet door de buis heen kan trekken. In de installatietechniek maakt men voornamelijk gebruik van binnenbuigveren van 5/8 en 3/4 inch (16 en 19 mm). De lengte van de buigveren in de installatietechniek is ongeveer 1 meter. Over het algemeen hebben de buigveren aan beide uiteinden van de veer een oog. Aan dit oog kan men indien nodig een touw of installatiedraad bevestigen. Hierdoor kan men ook in lange buizen een buigveer in de juiste positie trekken.

Hoe wordt een Flamco T stuk toegepast in de installatietechniek?

Flamco T stukken worden gebruikt in de installatietechniek. Het zijn speciale T stukken die geplaatst kunnen worden in een installatie zonder de installatie buiten werking te stellen. Ook hoeft bij de montage van Flamco T stukken de installatie niet drukloos te worden gemaakt en hoeft men de installatie niet af te tappen. Omdat de installatie niet afgetapt hoeft te worden is bijvullen en ontluchten ook niet nodig. Een Flamco T stuk zorgt daardoor voor een tijdsbesparing en zorgt er daarnaast voor dat de gebruikers van de installatie nauwelijks hinder ondervinden tijdens het montageproces. Omdat sneller kan worden gewerkt met Flamco T stukken kan een opdrachtgever tijd en montagekosten besparen.

Hoe wordt een Flamco T stuk aangebracht?
Installateurs werken in de praktijk aan verschillende installatiesystemen. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden aan bestaande installatiesystemen kan het voorkomen dat er een aftakking moet worden gemaakt op een bestaande leiding. Wanneer men daarvoor een gewoon T stuk gebruikt zal men er voor moeten zorgen dat de leiding waarop de aftakking wordt gemaakt tijdelijk niet in gebruik is. Wanneer men dit niet doet stroomt het water uit de leiding zodra men de leiding opent. De waterdruk moet daarom van de leiding af worden gehaald. Daarnaast moet de leiding worden afgetapt. Dit neemt tijd in beslag.

Een Flamco T stuk kan men echter op een leiding aanbrengen die nog in gebruik is. Dit doet men door het T stuk over de leiding heen aan te brengen. Vervolgens moeten vier bouten kruislings worden vastgedraaid. Hierbij moet worden gelet op het aanhaalmoment dat op de gebruiksaanwijzing is vermeld. Na het vastdraaien van de bouten kan de aftakking worden aangesloten. Deze kan worden vastgedraaid in de opening. Daarvoor moet er wel draad worden gesneden op de buis van de aftakking. Het is belangrijk dat tijdens het activeren van de Flamco T-plus geen vloeistof in de aftakking zit. Nadat de aftakking goed is vastgezet in het T stuk kan men doormiddel van een hamerslag de slagpen inslaan. De slagpen zorgt er voor dat een lading wordt ontstoken. Hierdoor wordt de plunjer voortgedreven. Deze plunjer snijd door deze druk een klein stukje van de buis af waarop de aftakking wordt aangesloten. Vanwege de lading die ontstoken wordt is het belangrijk dat er niet in een omgeving wordt gewerkt met ontvlambare stoffen.

Waar worden Flamco T stukken gebruikt?
Flamco T stukken worden gebruikt in verschillende installaties. Voorbeelden van installaties waar dit T stuk wordt toegepast zijn centrale verwarmingsinstallaties, brandblusinstallaties, persluchtinstallaties, aardgasleidingen en sanitaire installaties.

Wat is Unicor en wat is de toepassing in installatietechniek?

Installatiemonteurs maakten in het verleden veel gebruik van koperen buizen. Tegenwoordig wordt op de bouw een ander type buis toegepast, dit is de Unicor buis. Unicor is een merk voor een flexibele kunststof buis. Unicor is een buis met aan de buitenkant kunststof en aan de binnenzijde een kern van aluminium. Unicorbuizen zijn flexibel en kunnen worden opgerold op een grote rol. Op deze manier kunnen Unicorbuizen makkelijker vervoerd worden dan koperen leidingen. Koperen leidingen kunnen namelijk niet opgerold worden zonder dat er ernstige schade ontstaat aan de buis.

Toepassing van Unicor
Unicor kan worden gebruikt voor warm en koud water. Hierdoor is Unicor zowel geschikt voor waterleidingen voor drinkwater als voor leidingen ten behoeve van de centrale verwarming. De Unicorbuizen zijn diffuus dicht. Hierdoor kan er geen zuurstof in de leidingen komen. Loodgieters en installatiemonteurs maken vanwege de positieve eigenschappen veel gebruik van Unicor leidingen.

Unicor fitten
Unicorbuizen / Unicorleidingen zijn verkrijgbaar in verschillende diameters zodat een optimale druk kan worden gerealiseerd. De buizen of leidingen worden met elkaar verbonden door persfittingen. Deze persfitting zijn van Unicor en in verschillende maten verkrijgbaar, bijvoorbeeld 14, 16 en 25 millimeter. De persverbindingen worden gemaakt doormiddel van een Uponor handperstang of doormiddel Uponor accu perstang.

Voordelen van Unicor
Unicor is makkelijk toe te passen in installatiewerk. Niet alleen installatiemonteurs maken gebruik van deze buizen, ook doe-het-zelvers maken gebruik van Unicor. Met Unicor kan sneller gewerkt worden dan met roodkoperen buizen. Daarnaast is Unicor goedkoper dan koperen leidingen. Unicor is een flexibele kunststof buis. Hierdoor kan de buis eenvoudig in de gewenste bocht worden gemaakt, zonder moeilijke bochten te buigen met een buigijzer of buigtang. Bij koperen leidingen moet wel gebruik worden gemaakt van buigijzers. Vanwege het feit dat Unicor flexibel is kan het ook relatief eenvoudig worden aangebracht in muren en onder vloeren. Ondanks de voordelen van Unicor wordt in de praktijk nog wel gebruik gemaakt van koperen buizen.

Wat is een Mapress verbinding en hoe wordt deze gemaakt?

Buizen kunnen op verschillende manieren aan elkaar worden bevestigd in de installatietechniek en werktuigbouw. Naast bijvoorbeeld knelkoppelingen, schroefdraadverbindingen en lasverbindingen is er ook een mogelijkheid om buizen met elkaar te verbinden doormiddel van een persverbinding met mapress. Dit is een snelle, eenvoudige manier om buizen met elkaar te verbinden. Daarnaast is Mapress ook kostenefficiënt.

Hoe komt een Mapress verbinding tot stand?
Mapress verbindingen worden gemaakt om buizen aan elkaar te bevestiging. Hiervoor is zijn twee buizen nodig en de Mapressfitting. Om de verbinding tot stand te brengen is een perstoestel nodig. Dit is meestal een elektrohydraulisch aangedreven perstang . Deze perstang is niet erg groot en makkelijk mee te nemen door de installatiemonteur. De Mapress verbinding komt als volgt tot stand:

De buis wordt in de Mapressfitting geschoven. Daarna wordt de buis tezamen met de Mapressfitting in een prestoestel of perstang geplaatst tussen de persklemmen. Het perstoestel of perstang wordt door de monteur aangezet totdat de fitting klem komt te zitten om de buis. De buis vervormt hierdoor een beetje evenals de Mapressfitting.

Door de vervorming van de persfitting en de buis ontstaat een verbinding die trekvast is. Bij het maken van een Mapress verbinding is het belangrijk dat de juiste Mapressfitting wordt gebruikt voor de juiste diameter van de buis. Ook is het belangrijk dat de Mapressfitting goed om de buis wordt geperst. Wanneer dit niet gebeurd met het juiste perstoestel is de kans groot dat de verbinding niet waterdicht is.

Waarvoor worden Mapress verbindingen gebruikt?
Mapress verbindingen kunnen voor verschillende installaties worden gebruikt. Het Mapress systeem wordt onder andere toegepast bij sprinklerinstallaties en bluswaterleidingen. Daarnaast wordt het Mapress systeem toegepast in systemen voor waterverwarming,  voor bijvoorbeeld de centrale verwarming, en waterkoeling. Ook in persluchtnetwerken en gasleidingen kan met Mapress worden gewerkt.

Er kan bij Mapress verbindingen gebruik worden gemaakt van buizen met verschillende diameters. Ook het type buis kan verschillen. Er kan bijvoorbeeld gewerkt met ommantelde buis, verzinkte buis en koperen buis. Dit is afhankelijk van het installatiesysteem waarvoor de Mapress verbinding gebruikt wordt. Een bekend merk dat veel met Mapress doet is Geberit.