Gevolgen van de industriële revolutie en globalisering voor de arbeidsmarkt

Er zijn verschillende factoren die een invloed hebben op de arbeidsmarkt. Deze markt is namelijk net als andere markten onderhevig aan veranderingen. Door de economie en door technologie wordt de arbeidsmarkt sterk beïnvloed. Dit begon in feite al tijdens de industriële revolutie. Tjerk van der Meij heeft tijdens zijn opleiding Personeel en Arbeid de gevolgen van de industriële revolutie en de globalisering voor de arbeidsmarkt in kaart gebracht. In onderstaande alinea’s is beknopt te lezen wat uit dit onderzoek naar voren kwam.

Industriële revolutie
Voor de industriële revolutie was men voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt. Dit was zeer arbeidsintensief werk. Veel werk werd nog met de hand gedaan of doormiddel van lastdieren, zoals trekpaarden en stieren. Eind 18e eeuw deed zich binnen dit vakgebied een trend voort. Door de mechanisering van processen kon men meer produceren en werd de spierkracht van mensen en dieren overgenomen door machines. Tot de eerste machines behoorden de stoommachines die doormiddel van stoomkracht in beweging werden gebracht.

Men kon steeds meer produceren met minder mankrachten. Fabrieken hadden meer mensen nodig en niet alleen het aantal producten nam toe ook de diversiteit aan producten werd groter. Door deze ontwikkeling konden mensen die niet meer binnen de agrarische sector hoefden te werken zich bezig houden met een andere productiviteit. Hierdoor groeide andere sectoren, naast de agrarische sector, immens. Er ontstonden nieuwe industriële bedrijven. Daardoor nam het aantal vacatures en functies op de arbeidsmarkt toe. Doordat ook de bevolking in Europa sterk groeide, groeide dus de vraag en het aanbod. De arbeidsmarkt werd complexer maar er was nog steeds een duidelijk verschil merkbaar tussen de arbeiders (fabrieksarbeiders, landarbeiders) en de vakkrachten zoals de (edel)smeden, schoenmakers, loodgieters enz. Er ontstond een verschil tussen specialisten die uniek vakwerk konden produceren en productiekrachten.

De toename in de productie zorgde er voor dat veel producten ook goedkoper werden. Men kon sneller produceren tegen lagere kosten. Daardoor konden ook auto’s (bijvoorbeeld de T-Ford) tegen een lage prijs worden gemaakt. Meer mensen waren in staat om producten te kopen. De koopkracht nam echter voor een bepaalde groep toe. Veel arbeiders hadden het aan het einde van de negentiende eeuw nog niet goed. Toch werden arbeiders mondiger en waren er vanuit de politiek verschillende partijen en personen die zich bekommerden om de positie van de arbeiders. Doordat arbeiders meer inkomenszekerheid kregen en goedkopere massaproducten konden kopen draaiden ook deze arbeidersklasse mee in de economie. Dit booste de economie enorm. Door deze enorme groeiende economie, de toename van industrie en het dalen van de agrarische sector, kwam gepaard met de industriële revolutie de globalisering over de jaren op gang.

Globalisering
Naarmate de geschiedenis vorderde, kon de beschaving zich op technologisch gebied verder ontwikkelen. Er kwam steeds meer geld beschikbaar om de kwaliteit van producten, machines en systemen te verbeteren. Het verbeteren van machines en het optimaliseren van technologie werd ook steeds noodzakelijker. De kenniseconomie deed haar intrede en kennis werd beschouwd als een belangrijk middel om concurrentievoordeel te behalen. Door middel van het voortdurend innoveren van nieuwe technieken werd de wereld spreekwoordelijk kleiner. Dit noemt men globalisatie.

Producten werden verhandeld over de landsgrenzen heen en bedrijven concurreren wereldwijd met elkaar. Door internet, skype en telecommunicatie kunnen bedrijven, afnemers, producenten en andere spelers op de markt wereldwijd met elkaar in contact komen zonder dat men zich fysiek hoeft te verplaatsen. Globalisering betekent ook dat de wereld steeds meer geïntegreerd wordt door nieuwe technieken. De technieken kunnen uit verschillende landen afkomstig zijn. Hierdoor werden afstanden en tijden korter. Daarnaast werd alle handel en productie opgenomen in een, voor ieder soort gelijk, kapitalistisch systeem. Door de snelle toename van de globalisering groeide de economie en daardoor ook de (massa-) industrie. Wegens deze groeiende economie en industrie werden relaties over de hele wereld opgebouwd.
Mensen werden afhankelijker van elkaar, maar ook bedrijven konden niet meer zonder elkaar. De arbeidsmarkt wordt niet nationaal maar juist internationaal. Er is in Europa in grote mate vrij verkeer van producten maar ook van arbeidskrachten mogelijk. Werknemers uit andere landen kunnen ook in Nederland werken en andersom is ook goed mogelijk. Dat zorgt voor nog meer dynamiek op de arbeidsmarkt. Doordat bedrijven de hele wereld kon voorzien van hun product, groeide de industrie sneller dan ooit. Ondanks het enorme opkomen van massa productie werd er door vakmensen nog steeds ambachtelijk werk verricht. Dit is in deze huidige tijd nog steeds in het samenlevingsbeeld terug te zien. Er is op de arbeidsmarkt nog steeds vraag naar specialisten. Dit is duidelijk merkbaar in de techniek, bouw, ICT en andere sectoren waarin technologie een grote rol speelt.

Arbeidsmarkt van de toekomst
Ook in de toekomst zal de arbeidsmarkt zeer dynamisch blijven. De rol van internet is al belangrijk en zal nog belangrijker worden. Uitzendbureaus, headhunters en andere arbeidsbemiddelingsbureaus hebben een groot deel van hun dienstverlening naar het internet verplaatst. Dat zorgt er voor dat solliciteren en het maken van een match op de arbeidsmarkt steeds vaker digitaal gebeurd. Zelfstandigen zonder personeel en opdrachtgevers vinden elkaar ook vaak via digitale wegen. De toekomst van de arbeidsmarkt is sterker afhankelijk van de techniek en automatisering dan ooit te voren. Deze ontwikkeling zal de komende jaren echter in stand blijven en verder worden uitgebouwd.

Uitvinder Zadoc Dederick experimenteerde in 1868 met robotisering in transportmiddelen

De stoomman oftwel the steamman was een bijzondere uitvinding van de uitvinder Zadoc Dederick. Hij had halverwege de negentiende eeuw een oplossing bedacht voor het aandrijven van voertuigen die gebaseerd was op de stoommachine. Daarvoor had Zadoc Dederick een mechanische robot bedacht in de vorm van een mens die doormiddel van stoomkracht in beweging kon worden gebracht.

De zogenaamde stoomman zag er uit als een man met een hoge hoed. De armen van de stoomman konden worden bevestigd aan een de handvaten van een kar. Op die manier kon de stoomman een kar trekken net zoals een paar dat zou kunnen. De maximale snelheid van de stoomman was 45 kilometer per uur. In de buik van de stoomman werden de steenkolen geplaatst waarmee water werd omgezet in stoom. Ieder drie uur moest de stoomman opgestookt worden met kolen. De hoge hoed diende als een schoorsteen. Op 24 maart 1868 had Zadoc Dederick patent gevraagd op zijn stoomman onder het patentnummer 75874.

Het oorspronkelijke prototype kostte ongeveer 2000 dollar. Als men dat omrekent naar de huidige waarde van de munt dan zou het prototype in totaal 32.487 moderne Amerikaanse dollars kosten. De stoomman werd gebouwd in Newark, New Jersey. De stoomman moest er voor zorgen dat paarden overbodig werden. In feite was de combinatie tussen de stoomman en een kar een aanloop naar de ontwikkeling van auto’s. Halverwege de negentiende eeuw werden veel voertuigen en machines nog ontwikkeld op een manier dat men er menselijke of dierlijke kenmerken in kon zien. Daarom was de stoomman in feite een soort robot die er uit zag als een man, compleet met jas en hoge hoed. De stoomman had metalen benen die daadwerkelijk konden lopen en werd bediend met een aantal hendels in de wagen die door de stoomman in beweging werd gebracht.

De stoomman zorgde voor veel belangstelling in de technische wereld. Het idee van de stoomman was gebaseerd op een idee uit The Steam Man of the Prairies van Edward S. Ellis. Dit was een van de eerste sciencefictionboeken. Die in grote oplage werd gedrukt. Toch was het concept nooit een succes geworden. Dederick slaagde er echter nooit in om de stoomman goedkoop in massaproductie te produceren.

Wat is een manufactuur?

Manufacturen zijn werkplaatsen in huizen waar mensen bepaalde producten maken. Het woord manufactuur is afgeleid van het Latijns waar het Latijnse ‘manus’ kan worden vertaald met het Nederlandse woord ‘hand’ en het Latijnse woord ‘facare’ met ‘bouwen’, ‘maken’ of ‘herstellen’.

Voordat manufacturen ontstonden werden bepaalde werkzaamheden onder de naam ‘huisnijverheid’ verricht. Manufacturen zijn ontstaan uit werkhuizen die verbonden waren aan gevangenissen of kloostergemeenschappen. Toen in de Franse Revolutie de abdijen werden afgeschaft kwamen er vaak manufacturen in oude abdijgebouwen die eerder door monniken werden gebruikt om werkzaamheden te verrichten.  Een manufactuur is in klein bedrijfje waar meerdere werkers werkzaamheden verrichten tegen dagloon of stukloon.

Kenmerken manufactuur
Een manufactuur heeft een aantal kenmerken. Een belangrijk kenmerk is de lage mechanisatiegraad. Hiermee wordt bedoelt dat veel werkzaamheden nog met de hand gebeuren en er nauwelijks machines aanwezig zijn. Daarnaast is er in een manufactuur over het algemeen weinig sprake van een arbeidsindeling.

Ondanks deze eigenschappen is er in een manufactuur wel sprake van een bepaalde organisatie. Er worden materialen ingekocht en verkocht. Daarnaast is er in een manufactuur ook sprake van aansturing door een leidinggevende. Indien nodig wordt er ook een administratie gevoerd en tevens een werkvoorbereiding. Door deze kenmerken is een manufactuur professioneler dan een ambachtelijke werkplaats. Manufacturen bestaan bijna niet meer in de Westerse beschaving. Veel manufacturen zijn verder gemechaniseerd en verandert in veel grootschaliger bedrijven zoals fabrieken.

Wat is een stoomturbine en wat is de werking daarvan?

Stoomturbines zijn apparaten die worden gebruikt om stoomdruk om te zetten in beweging van een as. Een stoomturbine kan dus dienen als aandrijving voor een as. In 1883 is de eerste stoomturbine uitgevonden door de Zweedse ingenieur Gustav de Laval. Deze eerste stoomturbine werd ook wel de lavalturbine genoemd en bestond uit een groot aantal emmervormige schoepen. Deze schoepen kwam in beweging door de druk van stoom. Hierdoor ontstond een rotatie die hij gebruikte als aandrijving voor een melkcentrifuge. De opkomst van stoommachines was echter al eerder (1750 in Engeland) dan de ontwikkeling van de stoomturbine en zorgde voor een nieuw tijdperk in de industrie. De industriële revolutie ontstond.  Tegenwoordig wordt een stoomturbine onder andere toegepast in elektriciteitscentrales. Daarnaast worden ze ook toegepast in grote zeeschepen.

Hoe werkt een stoomturbine?
Voor de werking van een stoomturbine heeft men stoomdruk nodig. Deze stoomdruk ontstaat door het verhitten van water. Om water te kunnen verhitten zal men echter een brandstof moeten verbranden. Deze brandstof kan bijvoorbeeld steenkool zijn. Als men steenkool verbrand en daar boven een ketel heeft met water dan zal het water verdampen en in volume toenemen. Bovendien zal deze damp naar boven gedrukt worden omdat warme lucht opstijgt. Als men de stoom vervolgens gaat geleiden naar een rij rotorschoenpen dan zullen deze schoepen de stoom maximaal van richting laten veranderen. De druk van de stoom zorgt er dan voor dat de schoepen in beweging komen.

Door gebruik te maken van een rij statorschoepen wordt de stoom weer in de richting van de volgende rij rotorschoepen gebracht. Dit proces verloopt net zo lang tot de stoom maximaal is geëxpandeerd. Als de stoom is afgewerkt en dus haar totale energie heeft afgegeven zal de stoom weer waterdruppeltjes beginnen te vormen. Deze waterdruppeltjes kunnen voor erosie zorgen op de turbinebladen en daarom worden ze uit de turbine geleid. Men doet dit wanneer 20% van de watermoleculen gecondenseerd is in de stoom. Men kan dit water vervolgens weer teruggeleiden richting de stoomketel om zodoende het proces te gaan herhalen met een minimaal verlies aan water.

Wat is industrialisatie en welke invloed heeft dit op de maatschappij?

Industrialisatie kan worden vertaald als een ontwikkeling die plaatsvind in productieprocessen. Productieprocessen worden door industrialisatie gemechaniseerd, hierdoor verandert de organisatie waar de productie wordt uitgevoerd. Een organisatie waarin industrialisatie wordt ingevoerd veranderen in een fabriekssysteem. Hierdoor verandert de technologie binnen een bedrijf. Productieprocessen die eerst handmatig door productiemedewerkers werden uitgevoerd worden door de mechanisatie, die met industrialisatie gepaard gaat, overgenomen door machines. Hierdoor zorgt industrialisatie voor sociale veranderingen binnen een bedrijf.

Industrie
De industriële revolutie begon in 1750. Deze revolutie zorgde er voor dat kleine werkplaatsen waar producten ambachtelijk werden gemaakt veranderden in fabrieken. Aan het begin van de negentiende eeuw werden ook in andere delen van Europa fabriekssystemen ingevoerd. De industrialisatie zorgde er voor dat bedrijven veranderden in fabrieken. Hierdoor ontstond grootschalige industrie. De grote fabrieken in de industrie zorgden voor een massale productie van uiteenlopende goederen. Deze massaproductie deed het aanbod van bepaalde producten aanzienlijk stijgen op de markt. Kleine ambachtslieden konden niet meer concurreren tegen grote industriële fabrieken. Daardoor verdwenen steeds meer kleine bedrijven en nam het aantal grote fabrieken in landen toe. Ambachtslieden moesten vaak noodgedwongen in de geïndustrialiseerde omgeving van een fabriek werken.

De mechanisering van veel productieprocessen draaide met name om de invoering van een lopende band systeem. Deze lopende banden worden ook wel transportbanden genoemd. In een sterk geïndustrialiseerde organisatie waarin de productieprocessen in grote mate zijn gemechaniseerd  wordt veel gebruik gemaakt van transportbanden. Op deze transportbanden worden grondstoffen, halffabricaten en producten door de organisatie getransporteerd.

Sociale veranderingen door industrialisatie
De industrialisatie bracht positieve en negatieve ontwikkelingen met zich mee. Het positieve van industrialisatie is dat producten massaal aan consumenten werden aangeboden. Hierdoor werd de prijs van producten lager en konden meer mensen bepaalde producten aanschaffen. Een voorbeeld hiervan zijn auto’s. Toen auto’s massaal werden geproduceerd konden meer mensen een auto aanschaffen. Daarnaast werd de kwaliteit van producten door de mechanisatie van productieprocessen ook constanter.

De industrialisatie bracht echter ook een hoop nadelen met zich mee. Kleine bedrijven konden niet meer concurreren tegen grote fabrieken. Hierdoor verdwenen veel ambachtelijke bedrijven waar vakmanschap werd uitgeoefend. Door het verdwijnen van veel kleine bedrijven nam de macht van grote industriële fabrieken toe. De opbrengsten van de industrie werden voor een samenleving in toenemende mate belangrijker. Een maatschappij werd daardoor ook steeds afhankelijker van de industrie. De opbrengsten van de industriële productie nam toe ten opzichte van de opbrengsten van de landbouw. Ook in de landbouw werd echter gemechaniseerd. Gemotoriseerde tracktors namen de rol over van lastdieren en de spierkracht van de mens. Dit zorgde evenals de mechanisering van productieprocessen voor lagere prijzen. Dit was weliswaar positief maar veel boerenbedrijven, die niet in staat waren om moderne mechanische middelen aan te schaffen, konden de concurrentie niet aan en verdwenen.

Zowel de industrialisatie van productieprocessen en de mechanisering van de landbouwsector zorgde er voor dat veel banen verdwenen. De werkloosheid nam toe en mensen die een ambachtelijk vak hadden geleerd werden gedwongen om tegen lage lonen te werken in fabrieken. De prijzen van producten ging omlaag maar door de werkloosheid en de lage lonen konden minder mensen producten aanschaffen. Eigenaren van grote industriële bedrijven kregen te veel macht. De positie van de arbeider kwam onder druk te staan. Hierdoor ontstonden veel spanningen in de maatschappij en probeerden de arbeiders zich te verenigen in vakbonden om een tegengewicht te vormen tegen de machtige leidinggevenden. De maatschappij is door de industrialisering structureel veranderd.

Op dit moment worden productieprocessen nog verder geautomatiseerd. De rol van computers wordt belangrijker. Steeds meer machines worden doormiddel van computersystemen aangestuurd. Hierbij nemen PLC systemen en SCADA een belangrijke rol van de mensen op de werkvloer over. Dit zorgt er voor dat er in de toekomst in fabrieken en de overige procesindustrie nog meer banen kunnen verdwijnen.

Wat is landbouwmechanisatie en wat zijn de voordelen van landbouwmechanisatie?

De industriële revolutie deed zijn intrede in 1750 in Engeland. Vanaf dat moment werd een toenemend aantal bedrijfsprocessen geïndustrialiseerd. Hierbij kan gedacht worden aan de autoproductie maar ook aan de productie van gebruiksvoorwerpen en levensmiddelen. Sinds het begin van de industriële revolutie zorgden verschillende technologische ontwikkelingen er voor dat massaproductie in verschillende segmenten mogelijk werd.  Ook de landbouw werd gemechaniseerd in verschillende landen. In Nederland deed dit proces zijn intrede in 1950. In eerste instantie vond landbouwmechanisatie in Nederland op kleine schaal plaats. Slechts een aantal bedrijven probeerden de landbouw te mechaniseren. Pas na 1960 nam de landbouwmechanisatie in Nederland toe.

Wat is landbouwmechanisatie precies?
Voor de invoering van de landbouwmechanisatie werden de werkzaamheden in de landbouwsector voornamelijk door mens en dier gedaan. De spierkracht van mensen en dieren werd gebruikt om arbeid te verrichten in de landbouw. Hierbij kan gedacht worden aan het bewerken van land zoals maaien, zaaien, ploegen en oogsten. Voor arbeid die te zwaar was voor mensen, zoals het omploegen van het land, werden paarden of ossen gebruikt.

Zowel mensen als dieren kunnen maar een beperkte hoeveelheid arbeid verrichten. Uiteindelijk raken ze vermoeid en zullen ze een periode van rust moeten hebben om weer op krachten te komen. De invoering van machines in de landbouw zorgde er voor dat in de landbouw nauwelijks meer gebruik gemaakt hoeft te worden van spierkracht. De handmatige handelingen worden vrijwel volledig vervangen door mechanisatie. Dit is de kern waar landbouwmechanisatie op is gericht namelijk: het mechaniseren van processen in de landbouw zodat spierkracht niet of nauwelijks meer nodig is. Mechanisering heeft een nauw verband met industrialisering.

Wat zijn de voordelen van landbouwmechanisatie?
Landbouwmechanisatie heeft belangrijke voordelen. Allereerst hoeven mensen zich minder in te spannen om het land te bewerken. Dit zorgt voor een minder hoge fysieke belasting zodat het menselijk lichaam niet uitgeput raakt. Ook blessures worden door landbouwmechanisatie vrijwel volledig voorkomen. Daarnaast hoeven geen dieren meer te worden gebruikt voor het bewerken van het land. Dieren kunnen net als mensen uitgeput raken of verwondingen en blessures oplopen. Landbouwmechanisatie maakt gebruik van machines. Dit zorgt er voor dat er een constante kwaliteit geleverd kan worden. De toepassing van machines zorgt er ook voor dat er meer kracht kan worden gebruikt. De kracht van een machine kan worden gemeten aan het vermogen. Door de juiste motoren, constructies en materialen toe te passen kunnen zeer sterke machines worden gebruikt in de landbouw. De kracht van deze machines is meestal vele malen groter dan de kracht van een paard. Doordat meer arbeid verricht kan worden in de landbouw door landbouwmechanisatie kan de productie omhoog. Dit zorgt er voor dat boeren meer geld kunnen verdienen. De prijs van de producten uit de landbouw kan daardoor omlaag.

Tractors en trekkers in de landbouwmechanisatie
De trekker of tractor is een belangrijk voertuig voor de landbouw. Dit voertuig kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt maar wordt met name toegepast voor het bewerken van het land. Tractor is een woord dat is afgeleid van het Latijnse woord “trahere”. Dit woord staat voor “trekken”. De tractor is voornamelijk bestemd voor het verplaatsen van objecten die zelf geen aandrijving hebben. Een tractor kan worden gebruikt voor het trekken, slepen en duwen van objecten. Tractors hebben in feite in de landbouwmechanisatie de rol van trekdieren en lastdieren overgenomen.