Welke technische opleiding moet ik kiezen in Nederland?

In Nederland zijn veel opleidingsinstituten gevestigd die technische opleidingen aanbieden. In de loop der tijd zijn er veel nieuwe opleidingen bedracht. Langzamerhand klinkt de roep om eenduidigheid tussen de opleidingen luider. Dat is logisch want bedrijven willen weten over welke kennis een afgestudeerde beschikt. Aan het einde van de twintigste eeuw ontstond er verandering in de structuur van technische scholen. Tot die tijd was jarenlang de volgende logische opbouw van lagere technische opleidingen naar hogere technische opleidingen

  • LTS, de lagere technische school.
  • MTS, de middelbare technische school.
  • HTS, de hogere technische school.
  • De technische universiteit.

Als een werkzoekende bijvoorbeeld op zijn of haar cv de MTS had staan kon een bedrijf goed inschatten wat zijn of haar vaardigheden waren als de vakken succesvol waren afgerond en het diploma was behaald. Tegenwoordig geven veel bedrijven aan dat ze moeite hebben met het inschatten van de kwaliteiten van werkzoekenden die recentelijk een opleiding hebben behaald. Dit is niet alleen nadelig voor bedrijven, ook de werkzoekenden ondervinden hinder van het gebrek aan transparante in de opleidingen.

Kies een opleiding die herkenbaar is

Een belangrijke tip voor het zoeken naar een opleiding is dat men moet kiezen voor een opleiding die herkenbaar is voor bedrijven. Een voorbeeld van een herkenbare opleiding is Mbo werktuigbouwkunde. Ook opleidingen zoals MSI oftewel monteur sterkstroominstallaties is herkenbaar voor bedrijven. Met een herkenbare opleiding kan men later doelgericht solliciteren. Opleidingen zoals mechatronica zijn in opkomst maar er zijn nog veel bedrijven die niet precies weten wat een mechatronicamonteur kan. Is dit bijvoorbeeld een werktuigbouwkundige, een elektromonteur of een combinatie tussen deze twee? Dat laatste benadert de werkelijkheid het meest, maar is dat gunstig? Zijn gecombineerde opleidingen waardevol?

Algemene brede opleidingen of specialistische?

Sommige bedrijven verlangen in de techniek breed inzetbaar personeel dat meerdere diciplines beheerst. Andere bedrijven geven er de voorkeur aan dat personeelsleden specialistische opleidingen hebben gevolgd en echt vakkennis hebben in een klein segment van de techniek.

Als je jezelf gaat oriënteren op een opleiding moet je er goed rekening mee houden dat er verschillende bedrijven zijn en dat de inzet van personeel in bedrijven divers is. Als je weet in welke sector je graag wilt werken dan kun je kijken naar de bedrijven die daarin actief zijn en de eisen die ze stellen aan personeel. In sommige werktuigbouwkundige bedrijven maakt men complete machines en daarom heeft men vaak allrounders nodig die verstand hebben van mechanische aspecten maar ook elektrotechnische componenten. Pas als bedrijven groot genoeg zijn kan men een duidelijke arbeidsverdeling maken tussen elektromonteurs, lassers, samenstellers en mechanisch monteurs. In dat geval zal men liever specialisten aannemen dan allrounders met weinig diepgaande kennis. Bij dit soort bedrijven xal men lever mensen met een specialistische opleiding aannemen.  Bij productiebedrijven waarbij veel verschillende eenvoudige producten worden gemaakt zal men eerder kiezen voor technici met een algemene brede technische opleiding.

Aanvullende opleidingen

Een combinatie tussen een algemen brede technische opleiding een een aantal specifieke technische opleidingen ziet men in de praktijk vaak op cv’s staan van techneuten. Deze hebben bijvoorbeeld een Mbo opleiding werktuigbouwkunde gedaan en hebben deze algemene kennis later aangevuld met een opleiding of cursus MIG/MAG, BMBE lasse of TIG lassen. Ook komt het voor dat men een aanvullende opleiding richting verspaning doet zoals draaien en frezen. Als men nog verder kijkt kan men zelfs buiten de mechanische techniek ook nog elektronische cursussen doen zoals elektrisch schakelen of zelfs PLC programmeren. Curussen op het gebied van hydraulica en pneumatiek zijn ook mogelijk. Al deze opleidingen en cursussen maken duidelijk welke specialistische kennis de techneut beheerst naast de algemene kennis.

De beste opleidingscombinatie?

Een moderne techneut is goed op de toekomst voorbereid en heeft een herkenbare technische opleiding. Dit kan een algemene technische opleiding zijn zoals Mbo werktuigbouwkunde. Om zijn of haar inzetbaarheid te vergroten en de specifieke kwaliteiten te onderstrepen zijn aanvullende opleidingen gevolgd En op het cv gezet. De beste opleiding? Die is voor iedereen anders maar herkenbaarheid is voor bedrijven van belang dus ook van belang voor de werkzoekende sollicitant.  De opleidingen moeten passen in het profiel van de sollicitant en een logische opbouw hebben, bijvoorbeeld van laag naar hoog en van algemeen naar specifiek. Een logische opleidingscombinatie die herkenbaar is voor bedrijven vergroot de kans op werk.

Wat was de hogere technische school (hts) voor onderwijstype?

De hogere technische school (hts) was een onderwijs vorm in Nederland. Deze onderwijsvorm kwam na de Tweede Wereldoorlog tot stand. Vlak na deze oorlog begon Nederland met de wederopbouw. Er was een grote behoefte aan technici. Deze technici moesten over voldoende technische kennis beschikken om een bijdrage te leveren aan de technische aspecten die verbonden zijn aan de wederopbouw. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd de Uitgebreide Technische School (UTS) al ingevoerd. Deze moest er voor zorgen dat er een optimale aansluiting zou komen tussen de lagere school en de middelbare technische school (mts).Het technisch onderwijs in Nederland werd na de oorlog op verschillende niveaus hervormd. De ambachtsschool veranderde bijvoorbeeld in 1949 in de Lagere Technische School (LTS).  Vanaf 1957 werd de naam mts gebruikt als de nieuwe aanduiding voor de Uitgebreide Technische School. Daarnaast werd later in dat jaar de mts opgewaardeerd tot hogere technisch school (hts).

Toelatingseisen voor hts
Voordat een leerling werd toegelaten tot een opleiding aan de hts moest hij of zij aan een aantal toelatingseisen voldoen. Scholieren die een diploma hadden gehaald van de havo, atheneum of het gymnasium konden een opleiding volgen aan de hts. Leerlingen met een diploma van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) konden eveneens een opleiding aan de hts volgen. Daarnaast was het ook voor leerlingen met een afgeronde mts opleiding mogelijk om door te stromen naar de hts. Verder was het geruime tijd mogelijk om eerst lts te volgen, dan schakelklas uts en vervolgens de schakelklas hts om aan de toelatingseisen van de hts te voldoen.

De duur van hts-opleidingen
De hts duurde vier jaar. Studenten die een opleiding volgden aan de hts hadden de eerste twee jaar van hun opleiding theorie- en praktijklessen. In het derde jaar van de hts volgden de studenten een stage bij een bedrijf dat aansloot bij hun opleidingsrichting. In het vierde jaar schreven de hts-studenten een afstudeeropdracht die werd beoordeeld. Als de afstudeeropdracht voldoende was en de student aan de verdere verplichtingen zoals het behalen van examens had voldaan kreeg hij of zij het hts-diploma. Een student die de hts had behaald mocht na het ontvangt van het hts-diploma de titel ingenieur (ing.) voor zijn of haar naam zetten.

Inhoud van hts-opleidingen
De hogere technische school had een grotere diversiteit aan vakgebieden dan de voormalige middelbare technische school. Op de hts kon men een hogere technische opleiding volgen in een specifiek vakgebied zoals:

  • Autotechniek
  • Bouwkunde
  • Chemische techniek
  • Civiele techniek
  • Economische bedrijfstechniek
  • Elektrotechniek
  • ICT
  • Scheepsbouwkunde
  • Technische bedrijfskunde
  • Technische natuurkunde
  • Vliegtuigbouwkunde
  • Werktuigbouwkunde

Binnen bovengenoemde vakgebieden was het op sommige hts-scholen mogelijk om in een specifieke richting af te studeren. Op de hts in Haarlem was het bijvoorbeeld mogelijk om binnen het vakgebied elektrotechniek de richting energietechniek te kiezen. Ook binnen andere vakgebieden was op sommige hts-scholen een specialisatie mogelijk.

Wat is de hts tegenwoordig?
Tegenwoordig is de naam hts niet meer in gebruik al staat deze naam natuurlijk nog wel op de diploma’s en cv’s van oud studenten die de hts hebben gevolgd. De hts is opgegaan in het hoger beroepsonderwijs hbo. Hogere technische opleidingen worden tegenwoordig ook wel onder de naam hoger technisch onderwijs (hto) geplaatst. Het hbo zelf is een breed opleidingsinstituut waarbinnen ook veel niet-technische opleidingen worden gegeven zoals bijvoorbeeld: economisch, administratief en pedagogisch onderwijs.

Hbo opleidingen worden vanwege de internationale transparantie op het gebied van opleidingsniveau ook wel bachelors genoemd. De diversiteit aan technische opleidingen is op het hbo zeer groot. Tegenwoordig zijn er nog steeds algemene technische hbo-opleidingen zoals:

  • HBO Electrotechniek
  • HBO Werktuigbouwkunde
  • HBO Bouwkunde
  • HBO Civiele Techniek

Er zijn echter vele nieuwe opleidingsrichtingen bijgekomen ten opzichte van de hts. Een voorbeeld hiervan zijn de Bachelor Industrieel Productontwerp, de Bachelor mechatronica en de Bachelor Technische Informatica. Ook tegenwoordig kan de afgestudeerde technische hbo-er de titel ingenieur gebruiken voor zijn of haar naam.

Wat was de middelbare technische school (mts) voor onderwijstype?

De middelbare technische school (mts) is een variant van technisch onderwijs die in het verleden gevolgd kon worden door studenten. In 1910 werden in Nederland de eerste middelbare technische scholen opgericht. De uitgebreide (lagere) technische scholen (uts/ults) werden na verloop van tijd bij bij de middelbare technische scholen betrokken. De naam mts werd een algemeen bekende naam voor middelbaar technisch onderwijs in Nederland.

Rond 1990 werd echter duidelijk dat de middelbare technische scholen niet meer in te passen waren in het Nederlandse onderwijs. Dit had te maken met de toenemende wet- en regelgeving op het gebied van het bekostigen van opleidingen vanuit de overheid. Daarnaast zorgden de veranderende eisen op het gebied van kennis en vaardigheden er voor dat het onderwijstype zoals de mts niet houdbaar was in het Nederlandse onderwijs.

Vanaf 1990 werden de middelbare technische scholen geïntegreerd in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Een diploma van een technische mbo-opleiding op niveau 4 kan worden vergeleken met een mts-diploma. De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) zorgde voor een nieuwe fusiegolf. Hierdoor ontstonden de Regionale opleidingscentra (Regionaal opleidingencentrum) ROC’s. Meer dan vijfhonderd mbo’s werden samen gevoegd tot vijftig ROC’s.

Vakrichtingen
Middelbare technische scholen werden opgericht om leerlingen opleidingen aan te bieden in specifieke beroepsgroepen. De mts had in principe drie of in sommige gevallen vier verschillende vakrichtingen. Dit waren:

  • werktuigbouwkunde,
  • bouwkunde,
  • elektrotechniek,
  • procestechniek (niet op alle middelbare technische scholen)

Naast algemene middelbare technische scholen waren er ook specifieke ‘bijzondere’ vakscholen. Een voorbeeld hiervan is de instrumentmaker oftewel de Leidse instrumentenmakers school. Verder was bood de mts Schoonhoven een opleiding op het gebied van het ontwerpen en maken van sieraden en het verwerken van edelmetalen. Er waren ook diverse mts-en met een vakrichting autotechniek.

Op een mts kreeg de leerling drie jaar lang theorielessen en praktijklessen. Daarna volgde de leerling in het vierde jaar een stage in het bedrijfsleven. Tijdens dit stagejaar kon de leerling de kennis van de opleiding toepassen in een specifieke vakrichting.

Toelatingseisen voor de mts
Als leerlingen aan de mts een opleiding wilden volgens moesten ze voldoen aan toelatingseisen. Leerlingen die de lagere technische school (lts) hadden gevolgd en een diploma hadden vanuit de zogenoemde Theoriestroom of T-stroom voldeden aan de toelatingseisen van de mts. Lts-ers die geen diploma hadden vanuit de T-stroom konden soms ook toegelaten worden tot de mts via een bedrijfsschool. Ook een diploma van de mavo zorgde voor toelating tot de mts. Nadat een leerling de mts succesvol had afgerond gaf het mts-diploma de mogelijkheid om door te studeren.

De meest logische vervolgopleiding werd over het algemeen gevolgd aan een hogere technische school (hts). Verschillende middelbare technische scholen boden in het derde studiejaar extra theoretische diepgang door extra aandacht te besteden aan wiskunde en natuurkunde. Ook Engels en Nederlands werden extra bijgebracht aan mts-leerlingen. De reden voor dit verzwaarde theoretische pakket is de voorbereiding op de hts. Leerlingen die deel hadden genomen aan een theoretische pakket konden een voorbereidend jaar op de hts overslaan. Op de hts konden studenten de ingenieurstitel behalen.

Wat zijn de internationale titels van hbo-ingenieursopleidingen of technische Bachelors?

De arbeidsmarkt beperkt zich tegenwoordig niet meer tot de grenzen van Nederland. Er is sprake van arbeidsmigratie en daarnaast zijn veel internationale bedrijven op zoek naar talenten die over de grens wonen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat iemand die een hbo-opleiding haalt zijn of haar hele leven in Nederland zal blijven werken. Met name technici zijn zeer in trek bij verschillende bedrijven die nieuwe technieken en technologieën ontwikkelen. Ook Nederlandse bedrijven zijn voortdurend op zoek naar hoogopgeleide technici die een bijdrage kunnen leveren aan het kennisniveau van het bedrijf.

Een kenniseconomie draait, zoals de naam al doet vermoeden, voornamelijk om kennis. Doormiddel van een hoger kennisniveau hoopt men economisch voordeel te behalen op de concurrentie. Landen met een hoog kennisniveau hebben een stevige concurrentiepositie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed beeld hebben van het kennisniveau en het specialisme van sollicitanten. Daarom is transparantie in opleidingsbenaming en opleidingsniveau belangrijk.

Om gestalte te geven aan deze internationale transparantie op het gebied van opleidingen is in 2003 in Nederland de bachelor-masterstructuur (BaMa) ingevoerd. Deze structuur wordt ook wel het BaMa-stelsel genoemd en zorgt er voor dat iedereen die met succes een technische bacheloropleiding heeft gevolgd de graad Bachelor of Science (BSc) ontvangt. Deze graad is hetzelfde als hbo-niveau alleen is de Bachelor graad internationaal bekend. Studenten die met succes een ingenieursstudie aan een Nederlandse universiteit hebben afgerond krijgen de internationaal bekende graad genaamd Master of Science (MSc).

Verschillende titels voor hbo-ingenieursopleiding
Studenten die een hbo-ingenieursopleiding hebben gevolgd en deze succesvol hebben behaald krijgen de internationaal erkende graad Bachelor. Er zijn echter veel verschillende technische ingenieursopleidingen die op hbo-niveau kunnen worden gevolgd. Hbo-opleidingen hebben een bepaalde vrijheid om naast de graag Bachelor verschillende achtervoegsels te gebruiken. Toch is ook hier transparantie belangrijk. Daarom hebben de Nederlandse Ingenieursvereniging KIVI NIRIA en de HBO-raad een aantal adviezen opgesteld waarbij men rekening heeft gehouden met de herkenbaarheid van hbo-ingenieursopleidingen internationaal. De volgende vier titels zijn hieruit ontstaan:

Bachelor of Engineering (B Eng)
Deze titel wordt gebruikt voor de volgende opleidingen of opleidingsrichtingen op hbo:

  • technische bedrijfskunde
  • scheepsbouwkunde
  • autotechniek
  • luchtvaarttechnologie
  • elektrotechniek
  • mechatronica
  • bewegingstechnologie
  • technische natuurkunde
  • chemische technologie
  • werktuigbouwkunde
  • industrieel product ontwerpen
  • business engineering
  • industriële automatisering

Bachelor of Built Environment (B BE)
Deze titel komt minder vaak voor dan de titel die hiervoor werd genoemd. Er zijn ook een beperkter aantal opleidingen waar de titel Bachelor of Built Environment voor wordt gebruikt. Deze opleidingen hebben over het algemeen met de bouw te maken en met technische opleidingen die daar sterk aan gerelateerd zijn. Voorbeelden van deze opleidingen zijn:

  • bouwkunde
  • civiele techniek
  • bouwtechnische bedrijfskunde
  • ruimtelijke ordening & planologie
  • geodesie
  • verkeerskunde
  • technische milieukunde.

Bachelor of Applied Science (BASc)
Deze titel wordt gebruikt voor een aantal specifieke opleidingen. Dit zijn de volgende:

  • bio-informatica
  • materiaalkunde
  • opleidingen op natuurwetenschappelijk gebied.

Bachelor of Information and Communication Technology (B ICT)
Deze titel B ICT wordt gebruikt voor verschillende opleidingen die verbonden zijn aan communicatietechnologie en informatica. De titel wordt gebruikt voor de volgende opleidingen:

  • technische informatica
  • bedrijfskundige informatica
  • communicatie & multimedia design
  • information security management
  • information engineering
  • Informatiedienstverlening en -Management
  • informatica

Hierboven ziet men dat er veel verschillende opleidingen onder één titel zijn geplaatst. Ondanks het feit dat deze opleidingen zijn geplaatst onder één titel kan men niet zeggen dat iedereen die dezelfde titel heeft over precies dezelfde vakkennis beschikt. Er moet goed gekeken worden naar het specialisme van de afgestudeerde ingenieur. Op basis daarvan kan men de geschiktheid van een sollicitant beoordelen voor een bepaalde functie. Met een internationaal erkende titel kunnen ingenieurs ook in andere landen hun niveau en specialisme aantonen. Dit zorgt er voor dat ingenieurs met hun internationale titel in verschillende landen een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling en optimalisering van technieken en technologieën.

Waarom een opleiding HBO of HTS Werktuigbouwkunde?

De vraag naar medewerkers met een afgeronde opleiding HTS Werktuigbouwkunde of HBO Werktuigbouwkunde neemt toe. Beide opleidingen bevinden zich op hetzelfde niveau en zorgen voor meerwaarde op de arbeidsmarkt wanneer deze opleiding succesvol is afgerond. Bedrijven die zich richten op het ontwerpen en construeren van machines en staalconstructies hebben behoefte aan personeel die toegevoegde waarde heeft voor de afdeling enginering.

Kenniseconomie
Nederland wil investeren in haar positie op de wereldwijde markt. Een belangrijk aspect waarmee geld kan worden verdient is kennis. Het begrip kenniseconomie verbind economie met kennis. Kennis moet namelijk wat opleveren. Er moeten nieuwe praktische oplossingen worden bedacht voor technische problemen en producten worden ontworpen die voldoen aan de wens van de consument. De kenniseconomie heeft naast uitvoerende technische vakkrachten een groeiende behoefte aan engineers die vernieuwend en innovatief deze oplossingen kunnen bedenken.

Wat leer je op HBO Werktuigbouwkunde?
Op een HBO opleiding werktuigbouwkunde leert een student machines ontwerpen en tekenen. Het bedenken van oplossingen in teamverband en zelfstandig werken vormen belangrijke onderdelen van de meeste HBO opleidingen die zich richten op de werktuigbouw. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan wiskunde en natuurkunde. Deze aspecten werken namelijk door in constructies. Ook sterkteleer en de eigenschappen van materialen worden behandeld op een opleiding HBO Werktuigbouwkunde. Daar komt veel rekenwerk en inzicht bij kijken. Dit rekenwerk vormt in belangrijke mate de basis voor het werk van een engineer. Wanneer machines of constructies worden ontworpen moeten deze sterk genoeg zijn voor het doel waarvoor ze worden ingezet. Daarnaast moet ook niet te veel materiaal worden gebruikt omdat materiaal geld kost en daarnaast ook gewicht met zich meebrengt.

Een werktuigbouwkundig engineer moet ook rekening houden met de constructiebankwerkers en assemblagemedewerkers die de machine of constructie moeten samenstellen. Wanneer een constructie uit veel onderdelen moet worden samengesteld gaan er veel arbeidsuren in de assemblage zitten en dat maakt een machine kostbaar. Om goed te kunnen concurreren moet een machine of constructie efficiënt gebouwd worden tegen lage kosten. Ook moet de machine goed onderhouden kunnen worden. Onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn moeten goed vervangen kunnen worden en makkelijk bereikbaar zijn voor een monteur.

Daarnaast speelt ook het veiligheidsaspect een belangrijke rol. Wanneer medewerkers of klanten gebruik maken van de machine moeten deze goed beschermd worden tegen scherpe en draaiende  onderdelen. Machines die zagen, snijden, hakken, branden moeten voorzien worden van extra veiligheidssystemen. Als engineer ben je niet vrij om zonder kaders een machine te bedenken. Je moet je houden aan richtlijnen. Een aantal van die richtlijnen zijn in Europees verband vastgelegd. Andere richtlijnen zijn vastgelegd binnen je bedrijf of door de klant.

Wat kun je worden met HBO werktuigbouwkunde?
De beroepen die je kunt uitvoeren met een behaalde opleiding HBO Werktuigbouwkunde zijn divers. Je functioneert in veel gevallen op een hoger niveau binnen een bedrijf. Daarbij werk je samen in teams om machines, apparaten, constructies, voertuigen en werktuigbouwkundige producten te realiseren. Je kunt in een functie als engineer aan de slag of in een managementfunctie. De volgende functies worden door medewerkers met een HBO opleiding Werktuigbouwkunde uitgevoerd:

Commercieel

  • Technisch inkoper
  • Vertegenwoordiger in de machinebouw, staalconstructie
  • Verkoper machinebouw, staalconstructie
  • Calculator

Management

  • Chef werkplaats
  • Werkvoorbereider
  • Afdelingshoofd

Enginering & tekenen

  • Product designer
  • Tekenaar
  • Engineer ontwerper
  • Testengineer

Er zijn nog verschillende andere beroepen die uitgevoerd kunnen worden met een opleiding HBO Werktuigbouwkunde. Ook in de uitvoerende techniek kun je met deze opleiding aan de slag in de assemblage van complexe machines. Ook het bedenken en inregelen van software op machines wordt vaak gedaan door medewerkers met een HBO WTB achtergrond. Met een HBO Werktuigbouwkunde opleiding kun je naast een kantoorbaan ook een uitvoerende technische baan uitoefenen.

Opleidingen vroeger

Door verschillende bedrijven wordt de term ‘vroeger’ vaak gebruikt wanneer ze het over de ideale opleidingssituatie hebben. Dat begon volgens deze bedrijven al na de basisschool. Jet had de keuze tussen LTS, MAVO en HAVO. Heel transparant. De LTS was een school waarop je al vroeg een ‘vak’ leerde. De MAVO was theoretischer en de HAVO was voor de leerlingen die een hoger beroep konden en wilden uitvoeren. Als je van de LTS afkwam kon je al redelijk een vak uitoefenen in de metaal, de bouw of voor de dames in de verzorging. Daarnaast hadden ze de mogelijkheid om naar de MTS te gaan. Leerlingen van de MAVO konden doorstromen naar een MBO opleiding (dit konden LTS-ers ook) en een MTS opleiding. In dat laatste geval kwamen ze samen met voormalig LTS-ers in de klas te zitten.

Leerlingen die de HAVO hadden gehaald konden naar WO of HBO-opleidingen. Afgestudeerde MBO-ers en MTS-ers konden dan ook. Hoewel dit systeem iets complexer was als hierboven wordt geschetst was het toch voor de meeste leerlingen duidelijk hoe de doorstroom tussen de opleidingen werkte. Jet had bepaalde vakkenpakketten die je al vrij jong kon kiezen. Hierdoor was je eigenlijk vanaf de basisschool al bezig met je toekomst. Je leraar, je ouders en andere voorbeeldfiguren ondersteunden je bij het maken van een studiekeuze die bij je paste. Later werd deze rol ook ingevuld door decanen en opleidingsadviseurs.

Tegenwoordig
Anno 2013 komt men er achter dat het VMBO systeem niet zo succesvol is als men had gehoopt. Het bedrijfsleven vindt het jammer dat leerlingen met name in technische opleidingen zoals de LTS niet meer een echt vak leren. Het systeem is te theoretisch. Ook de opleidingen die na deze VMBO-periode doorlopen worden vinden in veel gevallen geen aansluiting bij de daadwerkelijke praktijksituatie waarin bedrijven werken. Een veel gehoorde klacht van bedrijven is: “ze komen van school en dan moeten ze het vak nog leren”. Om die reden zijn met name grote bedrijven onderling samenwerkingsverbanden aangegaan om leerlingen op het juiste niveau te brengen. BBL opleidingen zorgen er daarnaast voor dat naast school ook voldoende praktijk wordt geleerd.

De toekomst
Opleidingen zijn modegevoelig. Dat blijkt uit de ICT opleidingen en zelfs GAME opleidingen die worden aangeboden. Opleidingsinstituten luisteren maar wat graag naar de wensen van potentiële leerlingen. Met veel leerlingen op een opleiding kunnen opleidingsinstituten veel geld verdienen. Dit is in mijn ogen niet de juiste insteek. Leerlingen die een ‘pretopleiding’ hebben gevolgd komen na afloop van hun opleiding vaak bedrogen uit. Ze vinden geen aansluiting met de arbeidsmarkt. Opleidingstatuten moeten daarom  de wens van het bedrijfsleven meer nadrukkelijk in hun opleidingen naar voren laten komen. Dat potentiële leerlingen het dan minder ‘leuk’ vinden moeten ze op de koop toenemen. Werk heeft later ook minder leuke kanten.