Groenestroomcertificaten uit het buitenland

Nederlandse energiebedrijven kunnen groene stroom uit het buitenland kopen. Dit gaat doormiddel van groenestroomcertificaten. Deze certificaten kopen energiebedrijven voor een paar euro uit voornamelijk Noorwegen. In dit Scandinavische land wordt bijna alle elektrische stroom duurzaam opgewekt door bijvoorbeeld gebruik te maken van waterkrachtcentrales. Deze energiecentrales bevatten grote schoepenraden die doormiddel van water in beweging worden gebracht. De druk van het water brengt een schoepenrad in beweging zoals een propellers van een windturbine door de kracht van wind in beweging wordt gebracht. Noorwegen wekt veel duurzame energie op en kan daardoor ook groene stroom exporteren naar andere landen die minder groene stroom opwekken.

Dat gebeurd onder andere doormiddel van groenestroomcertificaten die door energieproducenten worden aangekocht. Deze energieproducenten gebruiken de aankoop van groene stroom vervolgens in hun campagnes naar afnemers. De handel in groenstroomcertificaten is niet heel transparant waardoor er zogenaamde ‘sjoemelstroom’ wordt aangeboden. Dit is in feite grijze stroom of gedeeltelijk grijze stroom die toch als groene stroom op de markt wordt verkocht. Verschillende energieleveranciers zouden zich volgens de Klimaatstichting schuldig maken aan het verkopen van sjoemelstroom. De Klimaatstichting wil meer transparantie op de energiemarkt en wil dat alleen echte groene stroom van Nederlandse bodem (of zee) wordt aangeboden als groene stroom aan consumenten en bedrijven.

Top 10 keurmerken voor voedsel van Milieu Centraal en het Voedingscentrum

Consumenten hebben in Nederland veel te kiezen ook als het gaat om voedsel. Duurzaamheid, milieuvriendelijk, klimaatneutraal en diervriendelijk worden steeds vaker meegenomen in de keuze voor bepaalde producten. Om consumenten te helpen zijn er specifieke keurmerken ontwikkeld en ingevoerd die duidelijkheid moeten geven over de kwaliteit van het voedsel maar ook over de milieuvriendelijkheid en diervriendelijkheid. Er is echter een grote wirwar aan verschillende keurmerken ontstaan de afgelopen jaren. Dat zorgt er voor dat het kiezen voor de juiste producten voor consumenten alsnog lastig wordt.

Milieu Centraal heeft daarom met medewerking van het Voedingscentrum in totaal een lijst van tien topkeurmerken geselecteerd. Deze lijst zou volgens deze organisaties keurmerken bevatten die betrouwbaar zijn en bovendien onafhankelijk gecontroleerd worden. Bij de samenstelling van de lijst zijn de keurmerken op een aantal aspecten beoordeeld. Factoren die meegenomen zijn dierenwelzijn, milieu, eerlijke handel, transparantie van het keurmerk en controle. Hieronder staat de top tien keurmerken die zijn samengesteld door Milieu Centraal en het Voedingscentrum.

  • ASC
  • Beter Leven keurmerk (2 en 3 sterren)
  • Demeter
  • EKO
  • Europees keurmerk voor biologische landbouw
  • Fair Trade/Max Havelaar
  • On the way to PlanetProof
  • MSC
  • Rainforest Alliance
  • UTZ

Wat zijn refurbished devices en refurbished apparaten?

Refurbished is een Engels woord dat vertaald kan worden met gereviseerd, refurbished divices zijn gereviseerde apparaten of toestellen. Als men een refurbished toestel koopt heeft men in feite een toestel gekocht dat eerder is gebruikt en weer vernieuwd is of opgeknapt is. Er zijn op de markt verschillende toestellen en apparaten beschikbaar die refurbished zijn. Zo zijn er MacBooks, IPhones, IPads, Smartphones en andere toestellen die als refurbished op de markt komen. Er is de afgelopen jaren een ware markt ontstaan voor deze refurbished producten.

Refurbishment en technologie
Speciale bedrijven met technici zorgen er voor dat oude of verouderde apparaten weer opnieuw gebruikt kunnen worden door storingen, schade en mankementen te verhelpen. Tot voor kort dacht men dat een stuk elektronica-apparaat eigenlijk niets meer waard was, daar is nu echter verandering in gekomen. Het blijkt namelijk dat met de juiste kennis en aandacht veel elektronica als refurbished product opnieuw op de markt gebracht kunnen worden. Deze manier van werken bespaart afval en is een stap in de goede richting van de circulaire economie. Bedrijven die zich bezig houden met refurbishment houden zich in belangrijke mate ook bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Componenten vervangen
Een refurbished toestel is niet nieuw en wordt ook niet nieuw op de markt gebracht. Vaak staat er bij dat het om een refurbished toestel gaat of een gereviseerd toestel of machine. Voordat deze producten en machines op de markt zijn gebracht hebben ze een zogenaamd refurbishment proces ondergaan. Dat zorgt er voor dat er controles worden gedaan of alles goed werkt. Tijdens refurbishment worden verschillende componenten van het toestel of apparaat getest en indien nodig vervangen. Meestal gaat het maar om kleine onderdelen zoals een nieuwe batterij of een nieuwe interface of beeldscherm.

Refurbishment is duurzaam en voordelig

Mensen die een refurbished toestel kopen kunnen vaak enorm veel geld besparen ten opzichte van een nieuw toestel. Het gaat soms wel om een verschil van zestig procent in de aanschafprijs. Het aanschaffen van een refurbished toestel is bovendien populair omdat het duurzaam is om toestellen te hergebruiken. De afvalberg wordt kleiner en materialen en onderdelen worden langer en vaker gebruikt. De laatste jaren ontstaan er steeds meer bedrijven die zich bezig houden met refurbishment. Dit begint een steeds populairder begrip te worden omdat consumenten en andere afnemers zich meer bezig houde met verduurzamen en circulaire economie. Sommige bedrijven worden daar wereldberoemd mee zoals het Nederlandse JC-Electronics dat gevestigd is in het Groningse plaatsje Leek.

Hoe wordt plastic gerecycled?

Plastic afval is een groot probleem in de wereld. In de oceanen en wereldzeeën is zoveel plastic afval aanwezig dan men spreekt over een plastic soep. De productie, het gebruik en het wegwerpen van plastic verpakkingen is op steeds meer plaatsen verboden. Toch is er nog steeds veel plastic afval. Het hergebruiken en recyclen van plastic afval wordt steeds belangrijker. Door plastic te hergebruiken hoeft er minder ‘nieuw’ plastic te worden gemaakt. Op die manier worden stappen gezet in de circulaire economie waarin afval als grondstof wordt beschouwd. Hieronder kan men lezen hoe plastic flessen bijvoorbeeld kunnen worden ingeleverd en verwerkt tot andere producten.

Recyclen van plastic flessen
Veel plastic afval bestaat uit plastic flessen. Daarom zijn er voor deze plasticafvalproducten specifieke recyclingsmethoden ontwikkeld. In sommige gemeenten worden plasticafvalproducten en dan met name plastic flessen apart van het huisvuil gescheiden. Met plastic statiegeldflessen is dat in heel Nederland het geval. De stappen van het recyclen van plastic flessen zien er als volgt uit.

  1. Plastic afval wordt in een aparte bak gegooid.
  2. Vervolgens wordt het plastic afval opgehaald door de vuilnisman.
  3. Het plastic afval wordt naar een plasticfabriek gebracht.
  4. Daar wordt het plastic nog een keer gescheiden omdat niet alle soorten plastic goed gerecycled kunnen worden. Bovendien wordt er een selectie gemaakt welk plastic kan worden verwerkt tot een veilige voedselverpakking en welk plastic een andere doel moet krijgen.
  5. Het plastic wordt versnipperd tot kleine stukjes.
  6. Dan worden de plastic snippers gewassen.
  7. Papier en andere materialen drijven bovenin het water waarin het plastic wordt gewassen. Dit materiaal wordt verwijderd.
  8. Vervolgens wordt het water gekookt om de plastic stukjes opnieuw te wassen.
  9. Daarna worden de plastic stukjes in een tank met water gegoten. Zwaardere dingen die niet bij het plastic mengsel horen dalen dan naar beneden. Hierbij kun je denken aan metalen flessendopjes. Deze worden er uitgefilterd.
  10. Het schonen pure plastic wordt vervolgens omgesmolten. Soms worden nieuwe grondstoffen toegevoegd aan het mengsel van gerecycled plastic.
  11. Van het gesmolten vloeibare plastic worden andere producten zoals nieuwe plastic flessen gemaakt.

Plastic is minder eenvoudig te recyclen dan men eigenlijk zou willen. Er zijn verschillende soorten plastic in kleur en in samenstelling. Dat maakt het niet makkelijk om nieuwe producten te maken van oud plastic. Er zijn in de praktijk honderden soorten plastic. De overheid wil dat de diversiteit in plastic wordt beperkt zodat plastic makkelijker kan worden hergebruikt en gerecycled. Dat zou een grote sprong zijn in de circulaire economie

Hoe wordt glas gerecycled?

Nederland wordt steeds meer een recycleland en beschouwd afval niet langer als wegwerpproduct maar juist als grondstof voor nieuwe producten. Recycling krijgt meer aandacht ook vanwege de overheid die streeft naar een circulaire economie waarin geen afval bestaat maar alleen grondstoffen die voortdurend opnieuw in het productieproces kunnen worden gebruikt. Verschillende producten en soorten afval worden gerecycled. Een bekend voorbeeld hiervan is glas. Hieronder kun je lezen hoe glas wordt gerecycled.

Recycling van glas
Het recyclen van glas gebeurd in een aantal stappen:

  1. De consument gooit het glas in de glasbak. Glas wordt hierdoor gescheiden ingeleverd waardoor het glas niet uit het huisvuil hoeft te worden gesorteerd. Glas wordt vaak op kleur in de glasbak gegooid. Zo is er een ingang in de glasbak voor groen, bruin en wit/ kleurloos glas. Door glas op de juiste kleur weg te gooien kan ook het sorteerproces dat later plaatsvind sneller worden gedaan.
  2. Het glas wordt opgehaald door een vuilniswagen die specifieke voor het inzamelen van glas wordt gebruikt.
  3. Het glasafval wordt naar een glasfabriek gebracht in de afvalwagen.
  4. In de glasfabriek wordt het glasafval eerst geplet zodat er kleine stukjes glas ontstaan. Er wordt voor gezorgd dat alles wat geen glas is wordt verwijderd van de transportband. Daarbij kun je denken aan het verwijderen van plastic en metalen doppen.
  5. Het gebroken glas valt vervolgens door een scherm op de transportband.
  6. Daarna worden de verschillende soorten glas zo goed mogelijk gescheiden. Als dit tijdens de inzameling al is gebeurd zal het scheiden van soorten glas sneller gaan. Toch kunnen er per ongeluk verschillende soorten glas door elkaar heen liggen. Daarvoor wordt een sorteermachine gebruikt. Deze gebruikt lichtstralen om de verschillen kleuren glas te scheiden: wit, groen en bruin.
  7. Daarna worden de glasstukjes die bij elkaar horen gesmolten in een oven. Daarvoor wordt een temperatuur gebruikt die oploopt tot wel 1400 graden.
  8. Tijdens het productieproces wordt er ook nieuw materiaal toegevoegd. Het oude gerecyclede glas en de nieuwe grondstoffen voor glas vormen een gemengde vloeibare massa.
  9. Dan wordt deze hete vloeistof in een vorm gegoten bijvoorbeeld en pot of een fles.
  10. Als de pot of fles afkoelt is het product klaar.

Hierboven is in 10 stappen uitgelegd hoe glasafval kan worden gerecycled. Belangrijk is dat men vanaf het begin van deze stappen al in de gaten heeft dat er verschillende deelprocessen zijn. Door aan het begin zorgvuldig het glasafval in te leveren kunnen de andere processen en stappen sneller verlopen. De consument die het glasafval weggooit heeft daarom een belangrijke invloed op het proces waarin glas wordt gerecycled. Consumenten vormen daardoor de belangrijkste aanjagers voor de circulaire economie waarin recycling een belangrijke rol heeft.

Vergisting van biomassa

Biomassa kan op verschillende manieren worden gebruikt als energiebron. De gebruikelijke methoden zijn verbranding, vergassing en vergisting. Het laatste proces, vergisting, is een vorm van een rottingsproces. Het vergisten van bijvoorbeeld groente- fruit- en tuinafval gebeurd zonder zuurstof en met andere bacteriën dan de bacteriën die voor compostering worden gebruikt. Tijdens de vergisting van afval ontstaat er een brandbaar gas, het methaangas.

In een warmtekrachtcentrale kan men dit methaangas verbranden. Hierdoor ontstaat zogenaamde duurzame warmte. Het gas dat namelijk verbrand wordt is niet afkomstig uit de aardbodem en geen fossiele brandstof. Methaangas dat uit vergisting wordt verkregen is duurzaam omdat het tijdens vergisting voortdurend opnieuw verkregen kan worden en dus in theorie niet op kan raken. Zolang er afval aanwezig is dat vergist kan worden kan methaangas verkregen worden.

Biogas
Biogas is een gas dat veel methaan bevat. Dit gas wordt onder andere geproduceerd door afvalverwerkers en agrarische bedrijven. Ook rioolzuiveringsinstallaties produceren doormiddel van vergisting biogas. Daarvoor gebruiken rioolzuiveringsbedrijven het rioolslib. Dit rioolslib kan goed vergist worden omdat het allemaal afvalstoffen en bacteriën bevat. Het vergisten van rioolslib wordt daarom bij veel rioolwaterzuiveringsinstallaties gedaan.

Op agrarische bedrijven wordt met name de mest van dieren vergist in vergistingsinstallaties. Daarnaast wordt er ook overige agrarische afvalproducten aan dit vergistingsproces toegevoegd. Dit bijmengen van vergistingsafval wordt ook wel co-vergisting genoemd.

Stortgas
Op vuilstorthopen treed ook een vergistingsproces op. Deze vergisting komt automatisch tot stand als men organisch afval laat rotten. Daarbij ontstaat dus ook methaan. Het methaangas dat ontstaat op stortplaatsen noemt men ook wel stortgas. Dit stortgas kan men verbranden. Daarvoor moet men het stortgas echter wel opvangen. Daarvoor kunnen leidingen worden aangelegd in de afvalberg.

Met de leiding vangt men het stortgas op en wordt dit gas getransporteerd naar een centraal punt. Het stortgas is ook een duurzaam gas omdat het geen fossiel gas is. Het opvangen van stortgas is milieuvriendelijk. Methaan is namelijk een schadelijk broeikasgas en zelfs schadelijker dan CO2. Daarom is het goed om methaan op te vangen en te verbranden. Bij het verbranden van methaan wordt dit gas namelijk omgezet in CO2. Daardoor wordt afval dat in feite niet meer bruikbaar is toch nog nuttig gebruikt. Het is niet de ideale situatie voor de circulaire economie maar het is beter dan restafval geheel onbenut te laten.

Wat is voedselverspilling?

Voedselverspilling is een verzamelnaam voor het weggooien of niet opeten en drinken van voedsel. Het verspillen van voedsel is een maatschappelijk probleem. Ieder jaar wordt er in Nederland ongeveer 40 kilo aan voedsel per persoon weggegooid. Volgens het Voedingscentrum was de totale hoeveelheid voedselverspilling in Nederland in 2015 tussen 1,77 en 2,55 miljard kilo. Het grootste gedeelte van deze voedselverspilling wordt door consumenten veroorzaakt. Deze groep verspilt op jaarbasis 33% van het totale aantal voedsel dat verspild wordt.

Gemiddeld betekend dit dat een consument ongeveer 13 procent van het voedsel dat hij of zij inkoopt weggooit. Als men het totale aantal kilo’s aan voedsel dat consumenten weggooien gaat optellen dan komt men op een gewicht van 700 miljoen kilo goed voedsel per jaar. Daar kan men duizenden vuilniswagens mee vullen. Naast voedsel worden ook veel vloeibare levensmiddelen weggegooid. Onderzoekers gaan er van uit dat per persoon op jaarbasis 57 liter vloeibare levensmiddelen verloren gaan. Hierbij kun je denken aan koffie, thee, alcoholische dranken en frisdrank. De kosten van de voedselverspilling zijn ongeveer 140 euro per jaar.

Er zijn inmiddels verschillende initiatieven ondernomen waarmee men in Nederland de voedselverspilling wil tegen gaan. Een voorbeeld hiervan is de stichting ‘Samen tegen voedselverspilling’. Deze stichting streeft er naar om de totale hoeveelheid voedselverspilling te halveren in 2030 ten opzichte van 2018. Daarvoor werkt de stichting samen met supermarkten maar ook met milieuorganisaties en de overheid. Het is duidelijk dat het verspillen van voedsel gezamenlijk moet worden tegengegaan. Zowel consumenten als producenten moeten hierbij met elkaar samenwerken. Ook de overheid kan op dit gebied faciliteren met wet- en regelgeving. De overheid wil dat de voedselverspilling wordt tegengegaan omdat het verspillen van voedsel niet past bij de circulaire economie waarin het verkeerd gebruiken van grondstoffen wordt beperkt. Voedsel bestaat namelijk net als andere producten uit grondstoffen waaronder verpakkingsmateriaal dat vaak van plastic is gemaakt. Het beperken van voedselverspilling is daardoor ook het beperken van afval.

Wat is geplande slijtage of geprogrammeerde veroudering?

Geplande slijtage is het bewust inkorten van de functionele levensduur door bedrijven zodat consumenten genoodzaakt worden om nieuwe producten aan te schaffen. Geplande slijtage wordt ook wel geplande veroudering genoemd. Andere termen hiervoor zijn ingebouwde veroudering of geprogrammeerde veroudering in bijvoorbeeld embedded software. In het Engels noemt men geplande slijtage planned obsolescence. In de tekst hieronder is meer informatie weergegeven over geplande slijtage en in welke vormen dit voor kan komen op de markt.

Geplande slijtage
Het klinkt natuurlijk best gek dat slijtage gepland wordt. Een product moet immer zo lang mogelijk mee gaan toch? Nou dat vinden veel fabrikanten juist niet. Door de levensduur van producten in te korten word een product sneller onbruikbaar en zal de consument gedwongen worden om een nieuw product te kopen.

Vormen van geplande slijtage
Geplande slijtage kan op enorm veel verschillende manieren worden ingezet door de industrie. Zo kan men bijvoorbeeld er voor zorgen een product uit de mode raakt door nieuwere, modernere versies op de markt te brengen. Geraffineerder wordt het wanneer de oudere versies van een apparaat technisch te traag of te weinig capaciteit hebben om modernere programma’s te kunnen gebruiken. Bedrijven kunnen er voor zorgen dat de verouderde versies niet meer een update kunnen krijgen waardoor ze onbruikbaar worden. Daarbij wijzen bedrijven er vaak op dat het repareren of herstellen meer geld gaat kosten dan het aanschaffen van een nieuw apparaat. Ook worden onderdelen onnodig duur gemaakt om herstellen zoveel mogelijk te ontmoedigen.

Bedrijven kunnen in het ontwerp van een apparaat de kabels, aansluitingen en randapparatuur veranderen waardoor de oude apparaten niet meer op de moderne apparaten passen. Nog geraffineerder wordt het wanneer batterijen van bijvoorbeeld smartphones maar een bewust bepaalde beperkte levensduur hebben. Een voorbeeld hiervan zijn de time capsules van Apple’s. Deze timecapsules zorgden er voor dat het apparaat er mee ophield na ongeveer 18 maanden na aankoop. Ook de levensduur van computers wordt bewust verkort. Dit komt onder andere naar voren uit een onderzoek van Arizona State University. De conclusie uit een onderzoek naar de levensduur van desktopcomputers is dat de levensduur van deze computers in de periode tussen 1985 en 2010 ongeveer met tweederde verminderde: van gemiddeld 10,7 tot 3,5 jaar.

Een ander bekend voorbeeld van geplande slijtage treft men aan bij inkjetprinters. Bepaalde printers zouden zijn uitgerust met een telsysteem. Na een bepaalde hoeveelheid prints zou de printer er mee ophouden hoewel de printer verder wel technisch in orde is. Deze vorm van geplande slijtage zou zijn ingevoerd om te voorkomen dat het reservoir om overtollige inkt op te vangen op termijn gaat overlopen. Geplande slijtage is overigens niet iets van de laatst jaren. In december 2010 heeft men in de documentaire The Light Bulb Conspiracy aangegeven dat er al geplande veroudering werd ingevoerd in 1924. Toen hadden de vier grootste gloeilampfabrikanten ter wereld al afspraken gemaakt om de levensduur van hun product doelbewust en gecoördineerd te beperken.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Geplande slijtage staat haaks op verantwoord ondernemen. Geplande veroudering of geprogrammeerde veroudering is in feite een vorm van bedrog. In oktober 2013 werd door het Europees Economisch en Sociaal Comité een oproep gedaan tot een nultolerantie op het gebied van geplande veroudering. Dat betekent dat geplande slijtage niet geaccepteerd wordt. Toch gaan bedrijven regelmatig over deze grens heen. Er werden miljoenen euro’s aan boetes opgelegd aan Apple en Samsung die met softwareupdates apparaten vertraagden. Het mag duidelijk zijn dat deze vorm van bedrog allesbehalve klantvriendelijk is. Bovendien past geplande veroudering niet in een maatschappij die gericht op verduurzaming en circulaire economie.

Europees akkoord gesloten in december 2017 over aanpak afval en verspilling

Circulaire economie is een term die regelmatig wordt genoemd in het kader van de verduurzaming van de economie. In feite houdt circulaire economie in dat er zo weinig mogelijk ‘nieuwe’ grondstoffen worden aangewend voor bijvoorbeeld productieprocessen. In plaats daarvan moeten grondstoffen die reeds in de circulatie zijn gebracht opnieuw worden gebruikt wanneer het oorspronkelijke product afval is geworden. Uit afval moeten dus nieuwe producten worden gemaakt, dat is een belangrijk kernaspect van circulaire economie. Daarbij staat hergebruik en recycling centraal.

Afvalstroom beperken
In Europa wordt nogal wat afval geproduceerd door consumenten maar ook door bedrijven. Deze afvalstroom moet worden beperkt. Daarom hebben de EU-lidstaten en het Europees Parlement zondagnacht in Brussel een principeakkoord gesloten over het terugdringen van afval en verspilling binnen de EU. Dit akkoord zorgt echter wel voor verplichtingen. Alle lidstaten krijgen namelijk bindende doelstellingen die zijn gekoppeld aan de jaren  2025, 2030 en 2035. In 2030 zou in totaal zeventig procent van het afval van verpakkingsmateriaal moeten worden gerecycled.

Recycling en hergebruik
Aan het einde van 2023 moet biologisch afbreekbaar afval in de hele EU gescheiden worden ingezameld. Voor het jaar 2035 zou in totaal 65 procent van het huishoudelijk afval moeten worden gerecycled of hergebruikt en in dat jaar mag nog maar 10 procent worden afgevoerd naar een stortplaats. Tegen 2050 zou de voedselafvalberg gehalveerd moeten zijn, tenminste dat is het streven van de EU-lidstaten.

Kringloopeconomie en circulaire economie
Siim Kiisler de milieuminister van tijdelijk EU-voorzitter Estland noemde het principeakkoord een ”uitgebalanceerd compromis”. Verder zijn hij over het akkoord dat dit de omslag naar een kringloopeconomie zal versnellen. Een kringloopeconomie is in feite vergelijkbaar met een circulaire economie. Door het principeakkoord hebben de EU-lidstaten zich gecommitteerd aan verplichte doelen rond hergebruik, recycling, afvalstort en het beter beheren van afvalstromen. Het verbranden van afval en het storten van afval moet sterk worden teruggedrongen. EU-milieucommissaris Karmenu Vella  geeft aan dat het nieuwe doel met betrekking tot plastic verpakkingen in 2030 enorm zal bijdragen aan het verminderen van de vervuiling van de zeeën.

MVO en duurzame inzetbaarheid

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een term die men tegenwoordig regelmatig hoort in het bedrijfsleven. Het is bijna een containerbegrip geworden waar men verschillenden aspecten van het milieuverantwoord management van een bedrijf onder verzameld. Kenmerkend voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen is dat men niet alleen naar het effect van de bedrijfsvoering op het bedrijf kijkt maar ook daar buiten. Bedrijven zijn geen eilanden meer maar zijn onderdelen van een groter geheel namelijk de maatschappij. Student Tjerk van der Meij heeft in onderstaande tekst getracht maatschappelijk ondernemen in een breed kader te zetten en daarbij ook de brug te slaan met duurzame inzetbaarheid van het personeelsbestand.

Wat is MVO?
Binnen een organisatie die veel aan duurzame inzetbaarheid doet staat het MVO hoog in het vaandel. MVO is de afkorting voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het doel van MVO is dat een bedrijf duurzaam en milieubewust te werk gaat, denk aan het terugdringen van vervuiling en het broeikaseffect. MVO is in andere woorden dus duurzaam ondernemen. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord onderneemt, houdt het rekening met de externe factoren en de wensen van de consument. De consument vraagt vandaag de dag om meer duurzame producten vanwege het huidige milieu en klimaat. Daarnaast willen klanten graag centraal staan en hebben ze behoefte aan persoonlijke aandacht en maatwerkoplossingen. Bedrijven moeten hun processen voortdurend aanpassen aan een veranderende markt waarbij consumenten nieuwe eisen stellen en overheden nieuwe wetten en regels invoeren ter bescherming van de consument, de kwaliteit en de veiligheid van producten en diensten. Wanneer een organisatie maatschappelijk verantwoord wil ondernemen kijkt het dus naar de omgeving en de vragen en wensen die in deze omgeving aanwezig zijn van zowel de consument als de omgeving zelf (milieu, klimaat, landschap etc.).

Lean management en MVO
Het lean management en of lean manufacturing is hier ook op gebaseerd. Lean werken gaat namelijk over het tegen gaan van verspilling en het optimaliseren van bedrijfsprocessen zodat alleen werkzaamheden worden gedaan die in het belang zijn van de consument en zo weinig mogelijk nutteloze werkzaamheden worden gedaan. Het ontstaan van afval wordt bestreden met lean management. Hierbij kan men denken aan het beperken van afval tijdens het productieproces maar ook het tegengaan van tijdverspilling en energieverspilling. Om die reden houdt lean management ook verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Beperken van verliezen
Daarnaast is het voor de organisatie van groot belang dat het rekening houdt met de buitenwereld om zijn verliezen in te perken; denk bijvoorbeeld aan het verlies van energie, materialen of grondstoffen. Ook de afvoerkosten van niet biologisch afbreekbaar materiaal zijn een kostenpost waar bedrijven rekening mee moeten houden. Afval dat niet in een circulaire economie kan worden hergebruikt en niet kan worden gerecycled is pure verspilling en daarom een kostenpost. Dergelijke afvalproducten passen niet in een bedrijf met lean management of bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen.

MVO en het personeelsbeleid
Naast het omdenken om het milieu, wordt er binnen het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen ook gedacht besteed aan zaken zoals vergrijzing en betere arbeidsomstandigheden voor de werknemers in het kader van duurzame inzetbaarheid. Binnen het MVO wordt er dus gesproken over het duurzamer maken van de werknemer, product en omgeving. Vanuit een human resource visie zal een organisatie die maatschappelijk verantwoord omgaat met haar personeelsbeleid ook aandacht moeten besteden aan het welzijn van het personeel. Daarbij moet het personeel zowel fysiek als mentaal indien nodig ondersteund worden met hr-tools. En deze hr-tools of ‘gereedschappen’ voor een human resource beleid kunnen zeer divers zijn. Zo kunnen bedrijven speciale aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden. Veel bepalingen hierover zijn al vastgelegd in de arbowetgeving. Toch kunnen bedrijven meer doen.

Door bijvoorbeeld speciale verlichting te plaatsen in het bedrijf en veel ramen te plaatsen zodat daglicht binnen komt. Dit draagt bij aan de gezondheid van het personeel. Ook ergonomische werkplekken, goede stoelen, uitstekende persoonlijke beschermingsmiddelen, sportmogelijkheden en andere aspecten dragen bij aan het welzijn van het personeel. Sommige bedrijven gaan zelfs zo ver dat ze personeel helpen met hun voeding om er voor te zorgen dat ze geen overgewicht krijgen. Ook zijn er bedrijven die personeel helpen om te stoppen met ongezonde gewoontes zoals roken en weinig bewegen.

Al deze aspecten bevorderen de gezondheid van het personeel en zorgen er daarom voor dat personeel langer gezond het werk kan blijven uitvoeren. Dit is dus in feite het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van het personeel. Omdat de pensioengerechtigde leeftijd steeds hoger komt te liggen moeten mensen langer werken. Een focus op duurzame inzetbaarheid van personeel is daarom vaak geen keuze meer maar een absolute noodzaak. Het alternatief is namelijk een hoger ziekteverzuim en bijbehorend capaciteitsverlies. Dit is allerminst wat organisaties willen. Ook is een hoog ziekteverzuim geen goede reclame voor een bedrijf. Een bedrijf met aandacht voor duurzame inzetbaarheid van haar personeel kan echter wel op instemming rekenen van de maatschappij. Duurzame inzetbaarheid van personeel en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn daarom nauw met elkaar verbonden.

MVO stakeholders
Het is nu duidelijk dat een organisatie die duurzaam onderneemt zijn doelen wil behalen en daarnaast zorg wil dragen om zijn omgeving. Binnen het MVO heeft een organisatie dus 3 richtlijnen waar aandacht aan moet worden besteed namelijk: de mens, de winst en de planeet. Een MVO organisatie moet rekening houden met de stakeholders (belanghebbenden). De stakeholders zijn alle factoren uit je omgeving. Bijvoorbeeld:

  • Klanten
  • Leveranciers
  • Medewerkers
  • Managers
  • Financiers
  • Concurrenten
  • Producenten
  • Overheid
  • Onderwijs

Door rekening te houden met deze stakeholders focust de organisatie zich op culturele, maatschappelijke, ethische, politieke en milieu- factoren. Doormiddel van een stakeholdersbenadering kan een organisatie maatschappelijk ondernemen op een manier die de omgeving van haar vraagt. Uit de visie van de organisatie MVO Nederland komt voort dat het MVO geen project of label is, maar een integrale visie op alle kernactiviteiten binnen het bedrijf. Vaak wordt daarom door een organisatie een beleid geschreven om het MVO te volgen en duurzamer te opereren op de markt in samenhang tussen productieproces en de maatschappij.

Statiegeld op kleine flesjes en blikjes vermindert zwerfafval

Zwerfafval is afval dat men aantreft op straat of in de natuur. Het is hinderlijk afval en bovendien brengt het schade toe aan de natuur. Met name plastic zwerfafval is schadelijk maar ook glas en blik kunnen voor schade zorgen. Denk aan glasscherven die mensen en dieren kunnen verwonden. Statiegeld zou een oplossing kunnen zijn voor al dit zwerfafval. Dat geeft in ieder geval de organisatie Natuur & Milieu aan in een advies aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven. Er zal komende donderdag een hoorzitting plaatsvinden in de Tweede Kamer over het onderwerp statiegeld.

Statiegeld
Als de overheid ook statiegeld zal gaan heffen op kleine flesjes en blikjes dan zou het zwerfafval in Nederland flink verminderd kunnen worden. Volgens Geertje van Hooijdonk de woordvoerster van Natuur & Milieu zou het uitbreiden van de huidige regels met betrekking tot statiegeld er voor zorgen dat 90 procent van flesjes en blikjes gescheiden wordt ingeleverd. Dat maakt statiegeld een heel effectief instrument om zwerfafval tegen te gaan. Het is in feite het systeem van de vervuiler betaald. Gemeenten zouden in Nederland jaarlijks gezamenlijk 80 miljoen euro kunnen gaan besparen omdat er minder personeel en materieel hoeft te worden ingezet om zwerfafval op te ruimen.

Circulaire economie
De circulaire economie waarbij zo weinig mogelijk nieuwe grondstoffen worden aangewend en bestaande verpakkingen zoveel mogelijk worden hergebruikt en gerecycled is een zeer ambitieus uitgangspunt. Ook de Nederlandse overheid streeft een circulaire economie na maar daarvoor moet de overheid er wel voor zorgen dat het afval gescheiden wordt ingeleverd.
Natuur & Milieu geeft aan dat het statiegeldsysteem er voor zorgt dat er gescheiden afvalstromen ontstaan die hoogwaardig te recyclen zijn.

Aanvullende aanpak
Er zijn echter ook verschillende andere vormen van zwerfafval daardoor is het statiegeldsysteem niet geheel effectief. Er zijn ook snoepverpakkingen en andere verpakkingen zoals plastic verpakkingen van snacks die er voor zorgen dat er zwerfafval ontstaat. Natuur & Milieu is daarom voorstander van een aanvullende aanpak die er voor zorgt dat er minder afval wordt weggegooid in het milieu.

Wat is een circulaire economie?

Circulaire economie is een economie dat zo is ingericht dat grondstoffen en producten zo effectief mogelijk worden hergebruikt zodat afval en andere vormen van waardevernietiging zo weinig mogelijk voorkomen. Het hergebruiken van producten en grondstoffen staat bij een circulaire economie centraal. Daar staat tegenover dat het gebruik van ruwe grondstoffen wordt beperkt. Hieronder is uitgelegd wat ruwe grondstoffen precies zijn en wat het begrip circulaire economie inhoud.

Ruwe grondstoffen
Ruwe grondstoffen zijn materialen die nog bewerkt moeten worden om tot een product te komen. Hierbij kan je denken aan ijzer dat uit erts wordt gewonnen of aan ruwe aardolie. Ruwe grondstoffen zijn als het ware ‘nieuwe grondstoffen’, dit houdt in dat deze grondstoffen nog niet eerder tot een product zijn verwerkt. Deze nieuwe grondstoffen moeten dus nieuw worden gewonnen uit de aardbodem, uit planten of uit dieren. Dit zorgt er voor dat de aarde belast wordt en het milieu onder druk komt te staan.

Afval
Als men produceert of consumeert zal er meestal afval ontstaan. Afval is het materiaal, de stoffen of de producten die niet worden gebruikt of geconsumeerd. Dit afval is in feite kapitaalvernietiging en is bovendien slecht voor het milieu omdat veel afval zoals kunststoffen, petrochemische afval en nucleair afval niet eenvoudig door het milieu kunnen worden afgebroken.

Hergebruik
Het meest gunstige dat men kan doen met afval is het hergebruiken. Afval hergebruiken van afval kan het beste worden geïllustreerd met een voorbeeld. Hergebruiken van afval gebeurd veel bij verpakkingen zoals (plastic) flessen. Dan worden de flessen eerst schoongemaakt voordat ze opnieuw worden gebruikt. Hierdoor wordt materiaal bespaard. Men zal echter wel energie en schoonmaakmiddelen moeten gebruiken om de producent schoon te maken zodat ze hergebruikt kunnen worden.

Recycling
Recycling gaat met name over het opnieuw gebruiken van de materialen waaruit producten bestaan. In het hiervoor genoemde voorbeeld zal de fles eerst worden omgesmolten tot de basisgrondstof om er vervolgens weer een nieuw product of een nieuwe verpakking van te vormen. De grondstoffen worden bij recycling dus gescheiden en bij hergebruik gaat men zonder grote aanpassingen het product of grote delen daarvan opnieuw gebruiken.

Hergebruik en recycling in de circulaire economie
Het hergebruiken van producten is een zeer belangrijk element van een circulaire economie. Hergebruiken is over het algemeen effectiever dan recyclen. Dit komt omdat het recyclen meer energie kost en daarnaast is er ook vaak sprake van downcycling dit komt omdat de kwaliteit van grondstoffen meestal minder goed wordt als het materiaal meerdere malen wordt hergebruikt. Dit is bijvoorbeeld het geval met papier en plastic. Een compleet circulaire economie is heel moeilijk te realiseren. Vaak ontstaat in de productiecirkel wel een bepaalde hoeveelheid afval. In ieder geval wordt er energie verbruikt. Dat verbruik is ook een vorm van afval.

Nederland gebruikt minder ruwe grondstoffen in 2016 dan in 2010

In Nederland is het gebruik van ruwe grondstoffen afgenomen. In 2016 is het gebruik van ruwe grondstoffen ongeveer 14 procent gereduceerd ten opzichte van tien jaar geleden.  Dit werd donderdag 10 november 2016 bekend gemaakt door Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De afname in het gebruik van ruwe grondstoffen ziet het CBS als een gunstige ontwikkeling richting een circulaire economie.

Circulaire economie
Niet op alle gebieden neemt het gebruik van grondstoffen af. In de periode tussen 2010 en 2014 is het consumentengebruik in Nederland juist gegroeid. Daarbij is rekening gehouden met de ingevoerde consumentenproducten. De overheid van Nederland heeft aangegeven dat er minder ruwe grondstoffen gebruikt moeten worden de komende jaren. In 2030 moet Nederland het gebruik van grondstoffen met de helft hebben verminderd. Voor 2050 heeft de overheid de doelstelling benoemd om volledig circulair te zijn. Een circulaire economie is een economie die volledig draait op teruggewonnen grondstoffen. In een dergelijke economie zijn er geen ‘nieuwe’ grondstoffen meer nodig voor de productie.